Tag: 5

  • Voorbereid op een onzekere toekomst

    door Lydia de Leeuw

    Te midden van kleine zandwegen en woningen in Jabaliya staat het imposante nieuwe Nama’a College for Science and Technology. Deze onderwijsinstelling, gehuisvest in een modern gebouw met een sfeervolle tuin ernaast, biedt hoger onderwijs aan zo’n 300 studenten, voornamelijk afkomstig uit het noordelijke deel van de Gazastrook. Het gebouw werd ontworpen door de Nederlandse architect Jan Arend Mulder en gefinancierd door de gemeente Groningen, de zusterstad van Jabaliya.

    Ondanks het vernietigende offensief dat Israël in de winter van 2008/9 botvierde op de Gazastrook en de voortdurende illegale afsluiting en bezetting, ging Nama’a in 2009 van start. Het college biedt 2-jarige MBO/HBO-opleidingen in diverse vakgebieden: van fysiotherapie, prothesekunde, en medische techniek tot bouwtechniek, IT, administratie en media. De eerste lichting studenten studeerde afgelopen zomer af.

    “We houden contact met de studenten en zijn benieuwd waar de terecht zijn gekomen. Binnenkort gaan we dat in kaart brengen,” zegt Nahed, een administratief medewerkster van de school.

    Het bestuur van het college heeft veel hoop en ambities voor de toekomst: “Onze hoop is om ooit uitwisselingen te doen van studenten tussen Gaza en Nederland”, zegt Salah Keshta, de projectmanager van het college. Dr. Mo’een al Borsh, het hoofd van het college, voegt daaraan toe: “Vanwege de politieke situatie is samenwerken met het buitenland, waaronder Groningen, erg moeilijk. Nama’a is een onderwijsinstelling die het beste wil voor haar studenten en we hopen dan ook dat we snel weer aansluiting vinden met onze partners. We willen nog zoveel ontwikkelen in het college.”

    Eén van die plannen heeft betrekking op ruimte. Op dit moment ontbreekt het soms aan les –en practica lokalen. “Er zijn onvoldoende praktijktrainers en er zijn onvoldoende labs. We hebben meer ruimtes nodig,” zegt Mohammed Hassasna (23) wanneer hem naar zijn ervaringen als student gevraagd wordt. Mohammed studeert koeling en airconditioning en zit nu in het tweede en laatste jaar van zijn opleiding. Zijn studie bestaat voor het grootste deel uit praktijkgericht onderwijs. Samar Hassan (24) sluit zich bij Mohammed aan; “er zouden meer lessen zijn als er meer ruimte waren.” Samar volgt de opleiding tot fysiotherapie en zit ook in het laatste jaar. Ze loopt op dit moment stage in het Wafa’ ziekenhuis: “Ik werk graag met kinderen en jonge mensen en merk door mijn stage dat ik op de goede plek ben met mijn opleiding,” zegt ze tevreden.

    De praktische vaardigheden die studenten leren op het college, worden gezien als een belangrijke voorsprong bij het zoeken naar een baan. In de Gazastrook, waar ongeveer 42,5% van de bevolking werkeloos is, zoeken werkgevers jonge mensen met praktische ervaring.

    Mohammed was zich daar erg van bewust toen hij voor Nama’a koos: “Ik was lang op zoek naar een opleiding zoals deze. De werkeloosheid is erg hoog in Gaza en als je kans wil maken op een baan moet je praktische ervaring hebben,” zegt hij. Mohammed liep 2 dagen per week stage in al Shifa ziekenhuis in Gaza Stad, het grootste ziekenhuis in de Gazastrook. Zo’n 4 maanden lang werden hij en enkele medeleerlingen daar onder de hoede genomen door de vakmensen. “Het beviel me erg goed. Ik heb er veel kunnen leren”, zegt hij.

    Wafa’ al Haloul (21), die bekend staat als een van de topleerlingen op het Nama’a College, hecht net als Mohammed veel waarde aan de praktische ervaring die ze krijgt. “Dat geeft ons een meerwaarde in de samenleving. De vaardigheden die we hier leren, zijn hard nodig en de maatschappij, vooral bij non-gouvernementele organisaties. Ik had ook naar een universiteit kunnen gaan, maar koos heel bewust voor deze opleiding.” Wafa’ gaat met plezier naar haar opleiding administratie en wil zelfs in de vakantie doorstuderen: “de komende zomer zijn er ook trainingen te volgen hier en ik denk dat ik daar wel gebruik van zal maken. Ik vind de interactie tussen de leerlingen en studenten ook prettig.”

    Voor Fadi (23) Abu Mohadi was de betaalbaarheid van het onderwijs bij Nama’a belangrijk bij zijn studiekeuze; “ergens anders zou ik niet naar vervolgonderwijs kunnen. Hier is het lesgeld per studiepunt stukken lager, dus dat maakte het voor mij mogelijk om toch een opleiding te doen.” Fadi zit in het eerste jaar van de IT opleiding. Echt optimistisch over de toekomst is hij niet: “Er is geen toekomst in Gaza en als ik klaar ben met mijn opleiding wil ik hier weg.”

    Als gevolg van de voortdurende afsluiting en de gecreëerde massale werkeloosheid ontvangt zo’n 75% van de bevolking in de Gazastrook humanitaire hulp. Hoe de studenten van het Nama’a college terecht zullen komen, hangt niet af van de hulp die Gaza binnenkomt, maar juist van de opheffing van de illegale afsluiting die de lokale economie heeft doen instorten.

    Wanneer ik het viertal vraag naar hun leven buiten school, slaken ze allen een diepe zucht. “Mensen hier hebben geen leven. Er is geen elektriciteit, geen benzine, en onvoldoende schoon water. Dat is geen leven te noemen,” zegt Samar.

    Mohammed ziet nog een lichtpuntje: “Er is wel wat hoop in de Gazastrook, maar veel jongeren wijken noodgedwongen toch uit naar het buitenland omdat daar een betere toekomst is. Maar we blijven Palestijn en zullen altijd terugkomen naar hier.” Op de vraag wat zijn toekomstplannen zijn, verschijnt een voorzichtige glimlach op zijn gezight: “ideaal gezien, zou ik hier een bedrijf beginnen in airconditioning.”

     

    Eerdere artikelen van Lydia

    Voor straf in het donker

    Ter land, ter zee en ondergronds

  • Eigenaars van verwoeste huizen wachten nog steeds op wederopbouw

    Drie jaar na de oorlog

    door Ola EL-Za’nun

    “Nooit heb ik me kunnen voorstellen dat er een dag zou komen waarop ik de dood met eigen ogen zou zien terwijl ik nog leef. Alles toont de gruwel van wat er gebeurde: huizen die volledig verdwenen zijn, alsof een enorme aardbeving de regio trof. Kinderen en vrouwen schreeuwen door de schok en van angst; lichaamsdelen verspreiden zich hier en daar; huizen storten in op de hoofden van de bewoners – kinderen, ouderen en vrouwen.”

    Met deze woorden begon de 72 jarige Gougha Abd Rabbo uit Jabalya haar verhaal als ze zich de verschrikkelijke momenten herinnert die zij heeft meegemaakt in de recente oorlog op de Gazastrook. Terwijl zij zich verplaatste van de ene plaats naar de andere ontweek ze de staccatos van kogels en projectielen. Na de bombardementen waren haar zonen en kleinkinderen ontheemd omdat hun huis volledig verwoest was.

    Abd Rabbo klaagt over verlies van hoop op het vervullen van de beloften over de wederopbouw van haar huis. Het huis gaf aan achtendertig van haar kinderen en kleinkinderen onderdak. Eén van hen is al acht jaar geleden overleden toen zij door een tankgranaat werd geraakt net voor de deur van het huis. Hajja (oude vrouw) Gougha woont nu in een oud lemen huis dat 150 jaar geleden in het Ottomaanse tijdperk is gebouwd. Het lijkt meer op een kelder. Er stijgt een verstikkende geur van vochtigheid uit op, een vochtigheid die kleeft aan de muren die er nat van lijken te worden. Een houten dak lijkt elk moment te kunnen gaan instorten. Als gevolg van de ouderdom van het huis zijn de muren gebarsten en is er geen dak boven de helft van het huis. Er zijn drie kamers, één voor elk van de gezinnen. Op een een kleine plek in elk van die kamers, waar enkele pannen en potten bij elkaar gebracht zijn, is voor elk gezin een keuken gecreëerd in de zelfde kamer.

    Het huis staat in het centrum van Jabalya, de stad die bekend is om haar smalle straatjes, hoge bevolkingsdichtheid, en slechte hygiëne, riolering en drinkwater.
    Hier staat Haj Rajab Abd Rabbo, tachtig jaar oud, alleen voor God te bidden. Ook zijn huis in Jabalya hebben de Israëlische gevechtsvliegtuigen drie jaar geleden vernietigd.

    Nog steeds wachten honderden huiseigenaren, wiens huizen tijdens de recente oorlog tegen de Gazastrook volledig werden verwoest, vol ongeduld op de wederopbouw van hun huizen. De materiële schade is echter nog verergerd door de grote financiële verliezen ten gevolge van betaling van huur voor vervangende huisvesting, zoals veel van de getroffenen ons verzekeren. Zij bezoeken bijna dagelijks de kantoren van de relevante instellingen en ministeries, hopend op een belofte of een overeenkomst voor de wederopbouw van hun huizen waardoor er een einde zou kunnen komen aan hun lijden.

    De oorlog heeft veel verdriet veroorzaakt omdat duizenden gezinnen werden ontheemd, vooral in het noordelijke deel van de gemeente Jabalya. De inwoners plotseling dakloos werden weer vluchtelingen nadat de Israëlische oorlogsmachine hun huizen vernietigde. Hajja Abd Rabbo beschrijft de afgelopen drie jaar als moeilijk en catastrofaal vanwege de psychologische en materiële lasten die zij en de leden van haar familie hebben geleden sinds die tijd.

    Asma’ Abd Rabbo, zevenendertig jaar oud en moeder van vijf kinderen verblijft met haar kinderen in een kamer van twaalf  vierkante meter. Ze zegt: “De woning is ongeschikt voor bewoning… Ik ben bang dat de muren zullen instorten en ik kan het niet verdragen om alleen binnen te blijven.”

    Ibrahim Abd Rabbo, tweeeenvijftig jaar oud en oudste zoon van Hajja Gougha, bevestigt dat “drie jaar na de oorlog tegen Gaza er niets positiefs te melden is over ons leven. Alleen het vluchten, de ontheemding en het lijden”. Hij verzoekt om zo spoedig mogelijk de wederopbouw van verwoeste huizen te voltooien om hun levens te redden van ontheemding en psychologische lasten.

    De situatie van Mahmoud Abd Rabbo is niet anders dan die van zijn broers en zusters. Hij vertelt dat hij gedwongen is een huis te huren. Hij geeft aan dat hij soms vele maanden lang de huur niet kan betalen vanwege de moeilijke economische omstandigheden als gevolg van de aan de Gazastrook opgelegde blokkade. Hij betreurt het erg dat de familie is ontheemd en verspreid na de vernietinging van het gebouw dat ze bewoonden. Hij vervolgt: “ik heb me nooit kunnen voorstellen dat mijn eenvoudige leven op een dag in een nachtmerrie kon veranderen. Een nachtmerrie die ons overal achtervolgt. Met het vernietigen van mijn huis is alle vreugde deel van het verleden geworden; het heden heeft geen karakterisering nodig, zie de beelden van ontheemding van mij en mijn gezin.” Abd Rabbo vervolgt verder: “Zullen wij nog langer moeten wachten tot de wederopbouw van start gaat? Is deze wereld niet bewust van ons bestaan? Hebben hun ogen niet de onderdrukking die wij dagelijks beleven kunnen zien? Hebben al de solidariteitsdelegaties en juridische instellingen niet onze ellendige levensomstandigheden overgebracht? Begrijpen deze mensen wat het betekent om apart te leven van je kinderen omdat je geen stenen hebt om een huis te bouwen?” En hij voegt toe: “we werden dakloos en de wereld moet actie ondernemen om ons te redden van de situatie waar wij ons in bevinden. Hoe kunnen we leven in dergelijke omstandigheden? We vragen de Verenigde Naties en de verschillende actoren om rechtvaardigheid en hulp zodat we zelf aan de wederopbouw kunnen beginnen. Onze materiële en financiële omstandigheden zijn zeer moeilijk. Wij kunnen geen huizen huren en zelfs onze kinderen niet voorzien van voedsel.”

    Hajja Gougha hoopt haar huis opnieuw te zien na wederopbouw, mede omdat zij lijdt onder de dit jaar zeer koude winter, terwijl haar kinderen zijn verspreid over de huurhuizen en het lemen huis dat niet geschikt is voor bewoning zoals zij beschrijft. Zij verzoekt de internationale en juridische instellingen zo spoedig mogelijk een oplossing te vinden, voor haar, haar familie en alle eigenaren van verwoeste huizen. Met een gewurgde stem voegt zij aan toe: “De wereld moet kijken naar onze situatie en de slechte omstandigheden. Zij moeten een oplossing voor ons vinden en ons huis weer opbouwen. We willen huizen die ons kunnen beschermen tegen het koude en warme weer en ons bij elkaar brengen zoals dat voor de rest van de mensheid mogelijk is.”

    Ola EL-Za’nun is medewerker van het Doha center for media freedom Palestine. Met enige regelmaat zullen bijdragen van dit collectief gepubliceerd worden op de site of in onze nieuwsbrief

     

  • Voor straf in het donker

    door Lydia de Leeuw

    Je hebt het vast weleens meegemaakt: je bent op een camping en wil een douche nemen. Je stopt een douchemuntje in het automaat, gaat onder de douche staan en doet shampoo in je haar. Wanneer de shampoo in een berg schuim verandert die zich langzaam richting je ogen beweegt, houdt het water ermee op. Je drukt wild op alle knoppen, toeters en bellen, maar het water komt niet meer: frustratie.

    Stel je voor dat je tenminste een keer per dag met datzelfde gevoel geconfronteerd wordt. Niet omdat je te weinig muntjes gekocht hebt, maar omdat je onderworpen wordt aan een collectieve straf van je bezetter. In de Gazastrook wordt de elektriciteit van de Palestijnen iedere dag urenlang afgesloten doordat Israël de stroomtoevoer beperkt. Vier jaar geleden stelde Israël het inperken van de stroomtoevoer officieel in als strafmaatregel voor de Gazastrook, volledig in strijd met internationaal recht. Opgaaf van redenen: de raketten die vanuit de Gazastrook op Israël worden afgevuurd. Een jaar eerder had het Israëlische leger alle zes transformatoren van Gaza’s enige elektriciteitscentrale kapotgebombardeerd, in reactie op de gevangenneming van soldaat Gilad Shalit, met alle gevolgen voor de burgerbevolking van dien.

    “Eergisteren was ik in de keuken bezig om brood te bakken. Ik had vijftig stukjes in de oven liggen toen ineens de stroom wegviel”, vertelt Hania (Um Kamal) zittend temidden van haar man en vier zoons, in hun bescheiden huis in Jabalia vluchtelingenkamp. Ze praat verder; “vervolgens heb ik al mijn broers en zelfs mijn oma gebeld. Uiteindelijk vond ik een plek om het brood af te bakken. Gelukkig maar, want anders hadden we veel geld voor niks uitgegeven.” En zo loopt ze dagelijks aan tegen de problemen van het schrijnende tekort aan elektriciteit in de Gazastrook. “Tussen 5.30u en 16.00u hebben we vaak geen elektriciteit, maar de tijden kunnen nogal wisselen en je weet dus nooit zeker wanneer je stroom zult hebben,” legt ze uit.

    Hania en haar familie wonen in een donkere woning in het midden van Jabalia kamp. Er zitten vochtplekken op de muren en het is koud binnen. Marwan (Abu Kamal), de vader van het gezin, geeft aan dat ze allemaal wat grieperig zijn. Echt verbazingwekkend is het niet; de wind waait binnen via de openingen tussen het dak –gemaakt van (asbest) golfplaten- en de muren. Geld of elektriciteit voor een kacheltje is er niet.

    “Drie maanden geleden, tijdens de Ramadan, kregen we de kans om een kleine generator te kopen. In de Ramadanmaand speelt het leven zich vooral ’s avonds en ’s nachts af, tussen zonsondergang en zonsopkomst. We hadden elektriciteit nodig voor het licht.” Tot die tijd gebruikte het gezin een oude kerosinelamp, maar gaf niet genoeg licht. De generator geeft alleen genoeg stroom voor de verlichting in de drie kamers en keuken en voor de televisie. “Wanneer er geen elektriciteit is, kunnen we andere apparaten niet gebruiken en hebben we bijvoorbeeld geen warm water,” zegt Hania geërgerd.

    Te midden van alle ellende zit de jongste van het gezelschap, de drie jaar oude Mohammed, met een stralende glimlach. Hij vindt het één grote belevenis; een buitenlandse die bij hen thuis op visite komt. Wanneer hij ziet dat ik een camera bij me heb, kan de avond voor hem helemaal niet meer stuk en wil hij iedere vijf seconden op de foto. Hij maakt zijn oudere broers Kamal (20), Youssef (17) en Wasseem (15) aan het lachen met acrobatische kunsten die hij op tv heeft gezien in het hier oh zo populaire ‘American wrestling’.

    Marwan en Mohammed

    Na een uurtje kletsen en thee drinken, zijn onze vele lagen kleding niet meer voldoende. Hania staat bibberend op en komt even later terug met een grote dikke deken. Ze gooit deze over mij en Mohammed heen en kruipt er vervolgens zelf ook onder. Ondertussen is Marwan bezig eten klaar te maken op een vuurtje in de ruimte tussen de kamers. “We koken geregeld op hout omdat het gas drie keer zo duur als voor de blokkade,” legt Marwan uit.

    Ondanks dat de familie blij is met de extra uren verlichting in huis, is de situatie nog verre van ideaal. “Als de generatoren in het kamp draaien, trilt alles; de vloer, de muren, het voelt alsof zelfs de lucht meetrilt. Ik wen niet aan het akelige gevoel,” zegt Hania. Marwan ergert zich vooral aan de stank; “de geur van benzine dringt door in ons hele huis wanneer de generatoren aan staan. De herrie is ook ondraaglijk; het is een geluid om gek van te worden.” Behalve overlast, legt de generator ook druk op de financiële situatie van het gezin. “We zijn iedere maand veel geld kwijt aan brandstof voor de generator en het apparaat is om de haverklap stuk. De reparaties zijn ook niet voor niks,” zegt Marwan met een zucht.

    De straten in het kamp zijn erg nauw en er is dus weinig ruimte om de generatoren een plek te geven. “Toen wij nog geen generator hadden, plaatsten onze buren die van hen in de steeg tussen onze huizen in, naast ons slaapkamerraam. We werden er helemaal gek van,” vertelt Marwan. “Nu we zelf een generator hebben, zijn we genoodzaakt hetzelfde te doen en onze buren overlast te bezorgen; ons dak kan het toestel niet dragen.”

    Youssef en Wasseem laten de generator zien

    Sinds het begin van de blokkade is er een enorme handel in allerhande generatoren via de smokkeltunnels met Egypte. Wanneer ik vraag of er in hun omgeving weleens ongelukken mee gebeuren, begint iedereen door elkaar te praten; ik vang iets op over een buurman, een vriend en een man die verderop in het kamp woont. Het ene verhaal na het andere wordt verteld. “Gisteren explodeerde de generator van een vriend van me. Hij had hem net aangezet en liep terug zijn huis in. Toen ontplofte het apparaat. Hij heeft geluk gehad,” vertelt Marwan. Youssef legt uit hoe een van zijn vrienden enkele dagen geleden werd geëlektrocuteerd door een stroomdraad van een generator. Hij kan het gelukkig navertellen, maar ligt nog in het ziekenhuis. Iedereen is zich bewust van de gevaren van de generatoren, zoals elektrocutie, koolmonoxidevergiftiging en explosies, maar niemand heeft een keuze; zonder generator, geen stroom.

    “De Israeliërs sluiten de elektriciteit af om ons als een volk te straffen,” zegt Marwan. “Wat vinden ze in Nederland van de situatie hier?” vraagt hij? “Staat Nederland achter de bezetter?” Die twee vragen gaven genoeg gespreksstof voor de rest van de avond.

      

    Eerdere artikelen van Lydia

    Ter land, ter zee en ondergronds

     

     

     

  • Stichting veroordeelt Israëlische aanval op hulpkonvooi Gaza

    persverklaring 31 mei 2010

    Vanmorgen heeft Israël met grof geweld de Gaza flotilla, de vloot van schepen van de Free Gaza Movement die met humanitaire hulpgoederen op weg was naar Gaza, tegengehouden. Daarbij zijn ten minste negen doden en tientallen gewonden gevallen. Deze aanval op ongewapende mensenrechtenactivisten vond plaats in internationale wateren, waarmee vast staat dat de aanval een schending is van internationaal zeerecht. Bovendien was de Israëlische aanval gericht tegen een vreedzame poging om een volgens internationaal recht illegale blokkade van Gaza te doorbreken.
    De Stichting Groningen-Jabalya is zeer geschokt en verontwaardigd over deze gewelddadige actie van Israël. Wij roepen onze regering op om deze aanval scherp te veroordelen en ook eindelijk consequenties te verbinden aan de al jarenlange voortdurende agressie van de Israëlische staat. Agressie waaronder de Palestijnen al jarenlang dagelijks te lijden hebben, maar zoals nu gebleken is ook in toenemende mate gebruikt wordt tegen vredesactivisten en demonstranten.

    Al sinds 2007 heeft Israël een complete blokkade van Gaza ingesteld om de bevolking van Gaza te straffen voor hun steun aan Hamas bij de Palestijnse verkiezingen. Internationale waarnemers hebben destijds verklaard dat deze verkiezingen eerlijk zijn verlopen. De winnaar Hamas moet daarom worden beschouwd als de legitieme vertegenwoordiger van de Palestijnen. Dit heeft Israël en helaas ook de VS en de EU nooit willen aanvaarden hoewel zij zelf hadden aangedrongen op deelname van Hamas. Vanaf begin 2007 heeft Israël in samenwerking met het Egyptische regime van dictator Moebarak een vrijwel complete blokkade om Gaza gelegd, daarin gesteund door de VS en de EU. Dit heeft geleid tot ernstige tekorten aan alle basisbehoeften. De aanval door Israël op de Gazastrook tussen 27 december 2008 en 20 januari 2009 heeft de situatie nogmaals doen verslechteren. Deze aanval veroorzaakte ruim 1400 Palestijnse doden en verwoesting op grote schaal van vooral burgerdoelen zoals huizen, scholen, moskeeën en regeringsgebouwen. ( zie complete lijst van verwoesting) Ondanks de acute nood die deze aanval veroorzaakte is tot vandaag de blokkade niet versoepeld. Ook bouwmateriaal komt de Gazastrook niet binnen waardoor wederopbouw niet mogelijk is. Deze collectieve strafmaatregel tegen 1,5 miljoen mensen is volkomen in strijd met elk internationaal verdrag. Het hulpkonvooi van de Free Gaza Movement was bedoeld om die illegale situatie aan de kaak te stellen en te doorbreken.

     

  • schrijversavond met Arjan El Fassed en Susan Nathan op 30 maart 2009

    In het boek beschrijft El Fassed zijn verblijf op de Westelijke Jordaanoever, in de steden Nabloes en Ramallah, waar zijn wortels liggen. Hij maakt het vredesproces en de opstanden die ermee gepaard gingen van dichtbij mee. Aan de hand van de bewogen geschiedenis van zijn familie geeft El Fassed een heldere kijk op wat er met de Palestijnen is gebeurd sinds zestig jaar geleden in mei 1948 de staat Israël werd gesticht. Hij zag onmacht en corruptie aan Palestijnse zijde en onderdrukking van Israëlische kant. Aan de hand van gebeurtenissen binnen zijn familie over verschillende generaties, wordt de geschiedenis van het Palestijnse volk op een persoonlijke en indringende manier verteld. Niet iedereen kan stenen gooien is een meeslepend verhaal van een zoektocht naar wortels, identiteit en bestaansrecht.

     

     

    In 2003 nam Susan Nathan een dapper besluit. Ze verhuisde van Tel Aviv naar Tamra, een Arabische stad in het noorden van Israël. Daar wilde zij, als enige joodse tussen 25.000 moslims, aan den lijve ondervinden hoe de Palestijnen leven. In Tel Aviv verwonderde ze zich steeds meer over de onwetendheid ten aanzien van de Palestijnen, en in haar nieuwe woonplaats ontdekt ze hoe het leven echt is achter de betonnen muur en het prikkeldraad dat de Palestijnse enclaves afscheidt van het Israëlische gedeelte. Nathan bewijst met haar eigen leven dat het mogelijk is voor joden en Palestijnen om samen te leven.

    Maandag 30 maart om 19.30 uur organiseert het Midden Oostenplatform een schrijversavond met de auteur Arjan El Fassed. plaats: Openbare Bibliotheek, Oude Boteringestraat 18, Groningen (Goeverneurzaal )De toegang is vrij. Een bijdrage aan de inzamelingsactie voor de getroffen bevolking van Jabalya, een stad in de Gazastrook waar Groningen een band mee heeft, wordt op prijs gesteld.

     

  • cijfers verwoestingen Israelische aanval Cast Lead

    Gaza – 22 dagen oorlog in cijfers

    In de loop van het 22 dagen durende Israelische militaire offensief Cast Lead in de Strook van Gaza – van 27 december 2008 tot 18 januari 2009 – zijn vele Palestijnen gedood of gewond geraakt. Daarnaast is er een gigantische materiële schade aangericht.

    Hieronder de cijfers:
    1417 Palestijnen gedood (van wie 1181 burgers [83 procent], 236 strijders)
    4300 Palestijnen gewond geraakt
    840.000 Palestijnse kinderen met ernstige stressverschijnselen
    100.000 Palestijnen ontheemd geraakt
    4036 woonhuizen verwoest
    11.514 woonhuizen beschadigd
    60 politiebureaus verwoest
    28 openbare gebouwen verwoest (waaronder ministeries en stadhuizen)
    30 moskeeën verwoest
    10 onderwijsinstellingen verwoest
    171 onderwijsinstellingen beschadigd
    3 gezondheidscentra verwoest
    24 gezondheidscentra beschadigd
    5 mediacentra verwoest
    269 bedrijven verwoest (waarvan 5 cementfabrieken)
    432 bedrijven beschadigd
    duizenden dunams landbouwgrond verwoest (1 dunam = 1000 m2)
    te verwijderen puin 600.000 ton

    totaal geschatte materiële schade: 1,6 miljard Euro

    Tussen 27 december 2008 en 18 januari 2009 zijn voorts 13 Israeli’s omgekomen: 10 soldaten (van wie 5 door eigen vuur) en 3 burgers (door Palestijns raketvuur).

    bronnen: Palestinian Centre for Human Rights (Gaza-Stad); The Independent (Londen) van 19 januari 2009; The Jordan Times (Amman) van 21 januari 2009; The Guardian (Londen) van 24 januari 2009; Le Monde (Parijs) van 20 februari 2009; Associated Press, 28 februari 2009

    zie ook het relaas van enkele kinderen in onderstaande video

     

  • The Game van theatergroep theatre Day op 9 december 2008

     

    poster_site

    Op dinsdag 9 december om 14.00 uur(!) wordt in het Universiteitstheater door de Palestijnse theatergroep Theatre Day het stuk “the Game”, over het leven in Gaza, gespeeld. De acteurs die het stuk oorspronkelijk zouden spelen mochten van Israël Gaza niet uit, maar er zijn vervangers gevonden uit de Westbank. Het is gericht op jongeren, maar voor ouderen ook interessant.  De Stichting Groningen-Jabalya heeft de komst naar Groningen mogelijk gemaakt.

    The Game is een absurdistische komedie, die gebaseerd is op de situatie van voortdurende schaarste in Gaza. Doordat Israël de grenzen controleert, is het nooit zeker welke artikelen voorhanden zijn en welke niet. Het leven van de vier vrienden in Plan B – The Game wordt volledig in beslag genomen door dingen die er níet zijn: cola, scheermesjes, wc-papier. Ze maken de wildste plannen om de spullen die ze nodig hebben toch te pakken te krijgen. In hun plannenmakerij wordt de harde realiteit uiteindelijk bijna een spel. Want hun fantasie kent geen grenzen.
    Het stuk is geschreven door Jackie Lubeck en geregisseerd door de Nederlandse theatermaker Jan Willems. Plan B – The Game wordt gespeeld in het Arabisch met Nederlandse boventiteling.

    Na afloop van iedere voorstelling spelen acteurs van de Rotterdamse jongerentheatergroep Het Waterhuis de Aftermath. In de Aftermath proberen twee jongens grip te krijgen op wat ze zojuist in Plan B – The Game gezien hebben. Daarbij betrekken ze zowel het publiek als de Palestijnse spelers. Want hoe zit het daar in Gaza nou écht? En wat betekent het om onder moeilijke omstandigheden theater te maken?

  • bijeenkomst met Norman Finkelstein

    Debat met Norman Finkelstein op 6 december 

    Studium Generale (Rijksuniversiteit Groningen) Stichting Dwarsdiep en Stichting Groningen-Jabalya hebben op 6 december 2007 een debat georganiseeerd over het werk van Norman Finkelstein. Voor een artikel over de persoon Norman Finkelstein zie  Nieuwsbrief  nr 18 (pagina 7) Meer informatie op zijn eigen website