Demonstraties in Groningen tegen aanval op Gaza

Op zaterdag 12 juli werd ook in Groningen gedemonstreerd tegen de Israelische aanval op Gaza. Enkele tientallen mensen verzamelden zich op het Waagplein. Met  spandoeken en borden maakten zij duidelijk wat zij vonden van het Israelische optreden in de Gazastrook.

P1060643  P1060645  P1060646

P1060652    P1060676

P1060677

 GAZA2014banner (1)

filmpje van de demonstratie

Op zaterdag 19 juli gingen in Groningen weer mensen de straat op om te protesteren tegen het aanhoudende Israelische geweld in de Gazastrook. hieronder de foto’s

 

03

06  09  10

15

  078 lr   097 lr

GAZA2014banner (1)

Op zaterdag 26 juli gingen we opnieuw de straat op om het einde van het geweld  te eisen en te benadrukken dat een staakt het vuren niet genoeg is, maar dat er ook een eind moet komen aan de blokkade van Gaza die al sinds 2007 elke ontwikkeling van de strook smoord. zie het artikel in het Dagblad van het Noorden de tekst die ook tijdens de demonstratie is uitgesproken.

interview in Groot Groningen

kort verslag op TV Noord

 

https://www.youtube.com/watch?v=kzMrzI_42HM&list=UU-8skX7WFHAjxvBl7p1DdAA

 

 

 

Voor meer foto’s kijk op deze facebook pagina

 

GAZA2014banner (1)

 

Het woord catastrofe dekt de lading niet voor wat in Gaza gebeurt, zegt Aed Yaghi de directeur van de PMRS. Het is veel erger.
Er is sprake van de driehoek van de dood: geweld, ziektes en honger. Alle drie zijn nu dodelijk. Meer dan 60.000 Palestijnen, vooral vrouwen, kinderen en ouderen, zijn afgeslacht. Meer dan 100.000 zijn gewond geraakt. De gezondheidszorg is praktisch vernietigd. Meer dan 1000 zorgmedewerkers zijn gedood tijdens hun werk. Meer dan 360 zorgmedewerkers zijn ontvoerd, illegaal vastgehouden en gemarteld.
Hoe moeilijk ook, de PMRS gaat door met hulp bieden, vooral met mobiele teams. De steun vanuit Groningen wordt heel erg gewaardeerd. Yaghi: “Elk bedrag is betekenisvol, hoe klein ook, want dit weerspiegelt steun voor en solidariteit met Palestijnen en hun rechten en jullie medemenselijkheid.”