Categorie: Nieuws

  • Revalideren in Jabalya

    door Lydia de Leeuw

    Afgelopen november, zo’n vier jaar naar de allesvernietigende ‘Operatie Gegoten Lood’,  voerde het Israëlische bezettingsleger weer een offensief uit op de Gazastrook. Daarbij werden ruim 100 burgers gedood en raakten zo’n 1.280 Palestijnen gewond, 98% van hen burger. Veel van de gewonden zullen nog lang zorg en revalidatie nodig hebben om er weer bovenop te komen.

    Het Palestinian Medical Relief Society (PMRS) is een NGO die aan deze slachtoffers medische hulpverlening biedt, waaronder revalidatietherapie, gehandicaptenzorg en  psychosociale hulp. Tijdens een bezoek aan het Palestinian Medical Relief Society (PMRS), enkele weken na de oorlog van november, wordt duidelijk voor welke uitdagingen slachtoffers en hun hulpverleners in de Gazastrook staan tijdens de lange weg naar herstel.

    IMG_7564
    De behandelruimte van het PMRS centrum in Jabalya

    “We lopen tegen veel problemen aan in ons werk”, zegt Bassam Zaqout, de Projectcoördinator van PMRS. “Er is bijvoorbeeld een tekort aan reserveonderdelen voor de medische apparatuur die we gebruiken in de behandeling van patiënten. Deze onderdelen kunnen niet geïmporteerd worden omdat Israël de Gazastrook al jaren afsluit. Meestal is er een afwijzing of een verlate goedkeuring wanneer we proberen goederen in te voeren. Ook is het moeilijk om rolstoelen de Gazastrook in te krijgen.” Het chronische tekort aan voorzieningen zorgt ervoor dat de centra van PMRS niet alle zorg kunnen bieden die nodig is.   Het team van PMRS biedt mensen zorg in revalidatiecentra en door middel van bezoeken aan huis. In het PMRS gebouw in Jabalya is het de hele dag een komen en gaan van patiënten en medewerkers. Mustafa Abed, manager van het revalidatieprogramma, geeft een rondleiding door de verschillende ruimtes. Er is een zaal met bedden waar wondverzorging en bewegingstherapie plaatsvindt. Daarnaast is een ruimte met eenvoudige fitnessapparatuur. Ook is er een speciale kamer ingericht voor kinderen. (meer…)

  • ”Ik denk niet dat er een volk is dat meer moet lijden dan wij”

    Door: Tasneem Zayaan

    Inleiding en vertaling: Marco in ’t Veldt

    Op 8 november 2012 openden Palestijnse militanten het vuur op Israëlische tanks en een bulldozer die de Gazastrook binnenreden. De tanks  schoten terug maar doodden daarbij een onschuldig kind van 12 jaar, dat toevallig in de buurt rondliep. Als wraak hiervoor schoot Hamas een aantal raketten op Israël af.  Tot zo ver niets bijzonders, ware het niet dat Israël een offensief had voorbereid en er nu een aanleiding was om dat op 14 november te beginnen: ‘Operatie Wolkkolom.’  Het Hebreeuwse woord dat Israëlische leger gebruikte voor Wolkkolom komt overigens rechtstreeks uit de Bijbel. Daar duidt het op de rook van de slachtoffers in de tempel in Jeruzalem, die opstijgt naar de hemel, en die gezien wordt als manifestatie van Jahweh.  Slachtoffers vielen er ook bij Operatie Wolkkolom, vooral onder de burgerbevolking van Palestina. 

    IMG_2881

    Abdallah Aldaloe. Zijn ogen zijn nog nat van de tranen en trillen door de pijn van zijn herinneringen. Zijn tengere lichaam toont de sporen van de verschrikkingen, zijn maag kan zelfs geen water verdragen. Zijn gebroken ziel verdraagt de gebeurtenissen niet; het trauma dat hij opliep toen een F16 van het Israëlische leger zijn huis in de Al-Nasserwijk in Gaza-Stad vernietigde tijdens de laatste aanval op de Gazastrook. Daarbij kwamen negen van zijn familieleden om.

    Geen reden meer om te leven

    Abdallah is een jongen van negentien jaar oud. Met zijn vader is hij de enige overlevende van zijn broers en en van zijn familie. Hij leek onder speciale bescherming van God te staan omdat hij en zijn vader op weg naar de moskee waren om te bidden. Na het gebed gingen ze naar de markt om een paar dingen te kopen die ze nodig hadden. Slechts een paar minuten later hoorde hij een luidde explosie in Gazastad. Hij voelde de aarde schudden: God had hem een nieuw leven geschonken. Maar zonder zijn broers!

    Ik voel hun ziel wonen in mijn lichaam

    Met stokkende stem en tranen van emotie zegt Abdallah: “Ik heb mijn moeder verloren. Mijn moeder was alles voor me. Nu zij er niet meer is, heb ik niets meer. Niets meer…”   Even is hij stil. Dan begint hij herinneringen aan zijn moeder op te halen:  “Ik sliep alleen maar in de schoot van mijn moeder en kende geen veiligheid behalve vlakbij haar. Nu is zij weg en met haar, ook haar warmte en tederheid. Ik kan alleen maar proberen om me haar te herinneren.”

    Abdallah voegt er nog aan toe dat hij haar aanwezigheid ieder moment voelt, alsof ze leeft in zijn ziel, en vervolgt: “Mijn broers, de jonge zoon van mijn broer en zijn vrouw zijn omgekomen. Ik had niet verwacht dat dit zou gebeuren omdat we bijna tegen de veilige zone aanwonen. De Israëlische aanval heeft ook de omliggende huizen enorm verwoest, zodanig dat je je afvraagt of het gebied is getroffen door een aardbeving. Ik vraag me af: wat hebben al die kinderen misdaan, die onder het puin zijn gedood?

    Sinds de gebeurtenissen ben ik niet bang meer, maar mijn hart is bij mijn familie. Eten heeft geen smaak meer sinds het niet meer is bereid door de handen van mijn moeder. Hoe zou iets me nu nog kunnen smaken? Mijn hele leven heeft haar smaak verloren. In de ogen van mijn vader zie ik alleen de dood en een diep verdriet. Aan zijn tranen lijkt geen einde te komen.”

    Als Abdallah door de tranen niet meer kan praten, vult zijn zus Riem hem aan. Zij woont in het huis achter het gebombardeerde huis, sinds ze uit niet meer bij het gezin woonde.“Mijn belangrijkste taak was het om de kinderen te troosten en op hun gemak te stellen omdat ze bang waren voor de geluiden. Maar toen hoorde ik plotseling een verschrikkelijk geluid zoals ik dat nog nooit gehoord had. De aarde onder het huis schudde en de ramen schudden uit hun sponningen. Ik had nooit verwacht dat ons familiehuis het doelwit was. Plotseling hoorde ik stemmen uit de straat, maar ik wist niet waar het over ging. Ik was in een onbeschrijfelijke shock en wilde gaan kijken wat er was gebeurd, maar mijn schoonmoeder hield me tegen. Ik verloor het bewustzijn en weet ik niet meer wat er daarna gebeurde.”

    IMG_2885

    Riem werd korte tijd later wakker in het Shifa-ziekenhuis waar haar man haar naartoe had gebracht: “Ze waren allemaal omgekomen.”  Na een moment van stilte herneemt Riem haar verhaal: “Ik zag hoe mijn zorgzame moeder en mijn geliefde broer werden vermoord. Dat laat een pijn in mijn hart achter dat de tijd niet zal uitwissen. Iedere keer als ik in de ogen van mijn vader kijk weet ik hoe erg zijn ogen branden.” Ze onderbreekt het gesprek omdat de tranen haar over de wangen biggelen. “God behoedt ze, God is barmhartig en zal ze bij de martelaren plaatsen.”

    Al voor de vierde keer

    De familie van Salah is al voor de vierde keer sinds de Israëlische bombardementen in de oorlog van 2008 getuige van de misdaden van de bezetting.  De familieleden waren er meerdere keren getuigen van dat huizen vernietigd werden en na het neerdalen van het stof, veranderd bleken in los verspreidde stenen, zoals bij de Israëlische slachtpartij die de familie nu overkwam.

    Nadat het stof van de raketten was neergedaald, geloofde niemand dat er ook maar één lid van de familie het onder het puin overleefd zou kunnen hebben. Dertig personen met gemiddeld tot ernstig letsel werden onder het puin van het twee verdiepingen hoge huis gehaald. Daarbij was een vrouw die gered werd door burgers, een uur nadat het gebouw met de grond gelijk was gemaakt, samen met twee kleinkinderen van de huiseigenaar. Die kinderen waren juist daar door hun moeder ondergebracht omdat er op hun eigen huis met granaten werd geschoten.

    Umm Mohammed Salah, die levend onder het puin vandaan kwam: “Alle leden van het huishouden sliepen toen we verrast werden door de harde klap die ons huis trof. We konden niet vluchten nadat het huis door de eerste raket van een F16 was geraakt omdat er meteen nog twee raketten volgden en de muren van het huis op ons vielen. Wij en onze kinderen konden ons niet meer bewegen.”

    Haar pijnlijke gezichtsuitdrukking onderstreept haar verhaal.”Mijn moeder viel onder mij. Ik wist niet dat het haar lichaam was dat onder me lag. , ik probeerde me te bewegen,, maar het mocht niet baten. Te veel puin en veel te zwaar. We moesten wachten tot de reddingswerkers ons met veel moeite van onder het puin wisten te halen.”

    Met moeite maakt Umm Mohammed haar verhaal af: “We brachten die nacht door in tenten en de nacht maakte ons bang.Vooral het constante geluid van de drones werd ondragelijk. Wat als er weer een oorlogsvliegtuig kwam om nog meer raketten op onze huizen af te schieten? Ons volk moet veel verdragen.”

    IMG_2816

    De bombardementen vernietigen mooie herinneringen

    Suleiman Salah, hoofd van de familie en leerkracht van het UNRWA: “Meer dan twintig jaar heb ik gezwoegd en gespaard om dit huis te bouwen en dan komt de bezetter en in één ogenblik is het huis vernietigd. Wij hebben niet eens de meest basale rechten voor de veiligheid van onze kinderen. Ze beschuldigen je om het even wat van een politieke activiteit en het huis worden beschoten met raketten. Wat is onze zonde? En wat hebben die onschuldige kinderen gedaan?”

    Suleiman besluit zijn verhaal met pijnlijke woorden: “Ik denk niet dat ik een nieuw huis ga bouwen, want onze vijand komt altijd om ons huis en onze mooie herinneringen te vernietigen. We leven vandaag en vertrouwen voor morgen op God. Ik denk niet dat er een ander volk is dat moet lijden zoals wij.”

    Misschien zijn de families Aldaloe en Salah het levende voorbeeld van wat de recente agressie betekent voor de onschuldige bevolking van de Gazastrook, waarbij 175 burgers de dood vonden en er 1500 gewonden vielen, vooral vrouwen en kinderen, zonder dat de wereldbevolking in opstand kwam.

     

    Eerdere artikelen van het Doha Center for media freedom Palestine

    Een dubbele ramp: blokkade en crisis

    Genade of straf?  Het gebied dat leven en dood scheidt…. een bittere werkelijkheid

    Eigenaars van verwoeste huizen wachten nog steeds op wederopbouw

     

  • Groningen, Jabalya en de oorlog in Gaza

    Acht jaar geleden besloot de gemeenteraad van Groningen een speciale band aan te gaan met Jabalya, een grote bevolkingskern in het noorden van de Gazastrook. Jabalya bestaat uit een vluchtelingenkamp (meer dan 100.000 mensen) en aanpalende stad (zo’n 50.000 inwoners) en beslaat niet veel meer dan drie vierkante kilometers. Daarmee is het een van de dichtst bevolkte gebieden in het toch al overbevolkte Gaza.
    Groningen besloot Jabalya te helpen met het jeugdbeleid. De bevolking in Gaza is jong: meer dan de helft van de bevolking is onder de achttien. Er werd 300.000 euro beschikbaar gesteld voor de bouw van een jeugdcentrum. Ambtenaren uit Jabalya, verantwoordelijk voor het jeugdbeleid, gingen op cursus in Groningen.
    Enkele maanden nadat het mooie Groningse jeugdcentrum werd opgeleverd (april 2005) trok Israël zich terug uit Gaza. De 8000 joodse kolonisten, die 25% van Gaza bezet hielden en 40% van de vruchtbare grond, pakten hun biezen. Huizen en boerderijen werden voor vertrek vernietigd.
    Ondertussen ging de kolonisering van de Westelijke Jordaanoever in versneld tempo verder en werd er koortsachtig gebouwd aan de scheidingsmuur tussen Israël en Palestijns gebied. Met het vertrek van de Israëli’s uit Gaza kwam de droom van een onafhankelijke Palestijnse staat in Gaza en de Jordaanoever, inclusief Jeruzalem, niet dichterbij. Israël bleef Gaza controleren vanuit de lucht en vanaf zee en de grens tussen Gaza en Israël bleef gecontroleerd door het Israëlische leger.
    In januari 2006 won Hamas de Palestijnse parlementsverkiezingen. Het waren eerlijke, democratische verkiezingen maar Israël en de meeste westerse landen hadden geen zin de uitslag te respecteren. De blokkade van Gaza werd aangescherpt, buitenlandse hulp werd stopgezet. Voor de vrienden van Jabalya in Groningen werd het praktisch onmogelijk naar het gebied te reizen en verdere fondsenwerving voor het jongerencentrum was niet langer aan de orde.
    Op dit moment tracht het Israëlische leger de militaire macht van Hamas in Gaza te breken. Dat gaat gepaard met buitenproportioneel geweld waar veel burgers het slachtoffer worden. Jabalya ligt nu al voor de derde week in de frontlinie. Van de 850 doden en 3650 gewonden is naar schatting zo’n 20% in Jabalya gevallen. Eenderde van alle slachtoffers zijn kinderen. De psychologische gevolgen van de intense gevechten en bombardementen zullen waarschijnlijk nog na jaren gevoeld worden en de materiele schade is enorm.
    Een van de ernstigste incidenten in Jabalya was de beschieting op 6 januari van een VN-school waar honderden Palestijnen hun toevlucht hadden gezocht. De Verenigde Naties hadden Israël precies ingelicht over deze “veilige plaats”. Desondanks werd de school beschoten en kwamen 43 mensen om het leven en werden minstens honderd gewond. VN-woordvoerders ontkenden de Israëlische lezing dat vanuit de school op hen geschoten zou zijn door Hamas-militanten.
    Zaterdag 10 januari kwam een hele familie van 8 personen om het leven in Jabalya toen een Israëlische bom hun huis vernietigde. En op 11 januari maakte de mensenrechtorganisatie Human Rights Watch melding van het gebruik van fosforbommen in Jabalya. De fosforwapens die afgrijselijke brandwonden veroorzaken mogen, volgens internationaal recht, niet ingezet worden tegen burgers.
    In deze omstandigheden moet en kan Groningen Jabalya niet in de steek laten. Als deze oorlog afgelopen is zal zeker bekeken worden, samen met internationale mensenrechtenorganisaties, of de schuldigen niet gedaagd kunnen worden voor het plegen van oorlogsmisdaden. In de tussentijd zou de gemeente Groningen, samen met burgerorganisaties, kunnen overwegen een aantal jonge oorlogsslachtoffertjes uit Jabalya te adopteren voor medische en/of psychologische hulp en behandeling.

    Jan Keulen
    Voorzitter Stichting Groningen-Jabalya

  • cijfers verwoestingen Israelische aanval Cast Lead

    Gaza – 22 dagen oorlog in cijfers

    In de loop van het 22 dagen durende Israelische militaire offensief Cast Lead in de Strook van Gaza – van 27 december 2008 tot 18 januari 2009 – zijn vele Palestijnen gedood of gewond geraakt. Daarnaast is er een gigantische materiële schade aangericht.

    Hieronder de cijfers:
    1417 Palestijnen gedood (van wie 1181 burgers [83 procent], 236 strijders)
    4300 Palestijnen gewond geraakt
    840.000 Palestijnse kinderen met ernstige stressverschijnselen
    100.000 Palestijnen ontheemd geraakt
    4036 woonhuizen verwoest
    11.514 woonhuizen beschadigd
    60 politiebureaus verwoest
    28 openbare gebouwen verwoest (waaronder ministeries en stadhuizen)
    30 moskeeën verwoest
    10 onderwijsinstellingen verwoest
    171 onderwijsinstellingen beschadigd
    3 gezondheidscentra verwoest
    24 gezondheidscentra beschadigd
    5 mediacentra verwoest
    269 bedrijven verwoest (waarvan 5 cementfabrieken)
    432 bedrijven beschadigd
    duizenden dunams landbouwgrond verwoest (1 dunam = 1000 m2)
    te verwijderen puin 600.000 ton

    totaal geschatte materiële schade: 1,6 miljard Euro

    Tussen 27 december 2008 en 18 januari 2009 zijn voorts 13 Israeli’s omgekomen: 10 soldaten (van wie 5 door eigen vuur) en 3 burgers (door Palestijns raketvuur).

    bronnen: Palestinian Centre for Human Rights (Gaza-Stad); The Independent (Londen) van 19 januari 2009; The Jordan Times (Amman) van 21 januari 2009; The Guardian (Londen) van 24 januari 2009; Le Monde (Parijs) van 20 februari 2009; Associated Press, 28 februari 2009

    zie ook het relaas van enkele kinderen in onderstaande video

     

  • Verslag Gaza reis 2005

    stichtingsdelegatie brengt eerste bezoek aan jabalya

    P1010061
    Ons appartement in Gaza stad

    Eindelijk kwam het er dan van. Natuurlijk is Dick Smit al vele malen in Jabalya geweest en ook andere gemeenteambtenaren en betrokkenen bij het Jeugdcentrum bezochten deze stad al. Maar voor het particulier initiatief, de Stichting Groningen-Jabalya, was het de eerste keer. Van 11 mei tot 17 mei waren bestuursleden Fennie Stavast, Pieter van Niekerken en Bert Giskes in Gaza. Als enige verbleef Fennie daarna nog twee weken bij familie van vrienden in Beit Hanoun, een buurgemeente van Jabalya. Wij hadden als taak de mogelijkheden voor een verbreding van de contacten tussen Groningen en Jabalya te onderzoeken. We hebben veel profijt gehad van het feit dat Dick Smit gedurende dezelfde periode in het kader van de voortgang van het gemeentelijk project voor het opzetten van een jeugdcentrum ter plekke moest zijn zodat we samen op konden reizen en van zijn ervaring en relaties profiteren. Voor de contacten die we uiteindelijk met onafhankelijke NGO’s gelegd hebben was echter de hulp van Yousef Ahmed, Nederlander van Palestijnse afkomst, onontbeerlijk. Zonder hem hadden we niet in zo korte tijd zo veel en zo’n divers gezelschap maatschappelijke organisaties te spreken kunnen krijgen. Yousef is in een vluchtelingenkamp bij Jabalya opgegroeid en combineerde familiebezoek (voor het eerst sinds jaren) met het begeleiden van ons drieën. Van ons bezoek zal binnenkort een chronologisch feitelijk verslag verschijnen dat voor geïnteresseerden beschikbaar zal zijn. In dit artikel geef ik een aantal hoofdzaken per thema weer.

     

    gaza oktober 2010 496-450
    De grenspost bij Erez: veel beton en hekwerk

    De reis was al typerend: de Nederlanders Fennie, Dick, Pieter en Bert kregen dankzij de Nederlandse vertegenwoordiging in Ramallah toestemming om comfortabel via Tel Aviv en Erez naar Gaza te gaan, de Nederlander Yousef kreeg die toestemming niet noch maakte de vertegenwoordiging zich daar hard voor en moest met z’n twee kleine kinderen de oncomfortabele (woestijn), lange tocht via Egypte maken. Omdat wij in een periode van relatieve ontspanning reisden hadden we weinig problemen. Niettemin deden de bureaucratische procedures, het machtsbewustzijn van de Israëlische functionarissen en hun pesterijen me denken aan de periode voor de val van de muur toen ik wel eens op doorreis naar West-Berlijn vergelijkbare ervaringen opdeed bij de Oost-Duitse grens- en controleposten. Grote verschil: als je eenmaal in Berlijn was, was je van de Oost-Duitsers af; in Gaza is Israël onzichtbaar allesbepalend aanwezig.

    Leven in Jabalya

    Zoals de trouwe lezers van ons blad weten is Jabalya administratief verdeeld in het vluchtelingenkamp en de gemeente, officiëel Jabalya-Nazla genaamd. Naar schatting wonen er zo’n 160.000 mensen, waarvan de grootste “helft” in het vluchtelingenkamp. Voor hun basisbehoeften zijn de vluchtelingen vrijwel geheel afhankelijk van de hulp van de UNWRA, de VN-organisatie voor vluchtelingen. Vrees die hulp te verliezen is een van de redenen waarom mensen liever in het kamp blijven wonen in plaats van te verhuizen naar een door de Gemeente nieuw gebouwde woning. Zestig procent van de bevolking van Jabalya is onder de 16 jaar. In het verleden werkten veel inwoners van Jabalya in Israël. Doordat de grens voor de meeste van hen gesloten werd (rond Gaza staat al zo’n afscheiding zoals Israël nu bouwt rond de Westbank) is er een enorme werkeloosheid ontstaan. De regelmatige aanvallen en invallen door het Israëlisch leger (inclusief de radiografisch bestuurde vliegtuigjes die vanuit de lucht spioneren en ingezet worden om mensen te doden – op de dag van ons vertrek was er ook zo’n executie) maken dat de bevolking zich onveilig voelt. De maatschappij en de economie worden hierdoor nog meer ondermijnd. Indicaties van de economische nood zijn o.a. dat mensen hun huizen verlaten en bij familie in gaan wonen, dat scholieren en studenten stoppen met hun studie omdat die niet meer betaald kan worden, dat het verschijnsel kinderarbeid en straatkinderen de kop op steekt. Een van de basisbehoeften waar de Gemeente wel in voorziet is: water. Maar omdat veel mensen te arm zijn om voor het water te betalen mist de Gemeente een belangrijke bron van inkomsten en heeft ze te weinig geld voor andere taken. Het gebrek aan veiligheid is een van de zaken die de Palestijnse Autoriteit (dus Fatah) verweten wordt en een van de redenen waarom veel mensen hun heil zoeken bij Hamas. In Jabalya is weinig “vertier” te vinden. Voor hotels, restaurants, café’s e.d. moet je al gauw naar het naburige Gaza. Voor de jeugd is er helemaal weinig: binnenkort “ons” jeugdcentrum; wij bezochten verder een cultureel centrum (capaciteit enige tientallen) en een sportcentrum annex park dat echter bij de laatste Israëlische aanval in oktober vorig jaar grotendeels verwoest is. Wat jongeren dan wel doen? Vliegeren. En je hebt het strand waar ze op sommige plekken de zee in kunnen. En verder…dat is ons niet duidelijk geworden. Als de scholen uitgaan overspoelen jongeren het straatbeeld, maar daarvoor en daarna zijn ze niet duidelijk aanwezig.

    Gemeente en gemeenteraadsverkiezingen

    In de meeste gemeenten in de Gazastrook zijn al verkiezingen geweest, maar in de grootste gemeenten (waar Jabalya toe behoort) nog niet. In veel gemeenten heeft Hamas de verkiezingen gewonnen. Daar hebben we verschillende verklaringen voor gehoord, zoals de corruptie en het nepotisme van de Palestijnse Autoriteit en de gemeentebesturen, waar Fatah de dienst uitmaakt(e). Maar we hoorden ook dat Hamas veel aanhang verwerft omdat de organisatie over veel geld kan beschikken dat bijv. gebruikt wordt om jongeren gratis kleding en schoeisel te geven waarvoor ze alleen maar hoeven te bidden. Echter ook de aanvallen van Israël op de leiders en de milities van Hamas kweken veel goodwill bij de bevolking. Kennelijk neemt de vijand (Israël) alleen hen serieus. Vergeten is dat Hamas in het verleden door Israël ondersteund is om El Fatah te ondermijnen. De huidige burgemeester van Jabalya, dhr Samarah, is van Fatah. Over hem hebben we veel positieve verhalen gehoord. Kennelijk heeft hij wel vertrouwen. Maar hij stelt zich – tot verdriet van Fatah – bij de volgende verkiezingen niet herkiesbaar. Nog onzekerder is de uitslag omdat bij deze verkiezingen voor het eerst de inwoners van het vluchtelingenkamp mee mogen stemmen. Tot nog toe vielen zij volledig onder UNWRA. De meeste van onze gesprekspartners schatten in dat de “kampers” in meerderheid pro-Hamas zijn. Tegelijkertijd wordt vermoed dat velen niet zullen gaan stemmen omdat zij bang zijn hun aparte status (en daarmee de steun van UNWRA) te verliezen. Waarschijnlijk kan Fatah alleen winnen als ze bereid zijn om voor de verkiezingen een coalitie te sluiten met kleinere partijen, maar dat vraagt wel een mentale omslag bij Fatah. Voorlopig zijn de verkiezingen uitgesteld en blijft het spannend met wat voor gemeentebestuur Groningen na de verkiezingen te maken krijgt. Mocht Hamas overigens winnen, dan is dat wel een democratische beslissing van de inwoners zelf die gerespecteerd moet worden. Bovendien lijkt Hamas zich heel pragmatisch op te stellen. In Beit Hanoun, waar al wel verkiezingen zijn gehouden en waar Hamas gewonnen heeft, zag Fennie dat een Cultureel centrum met VS-hulp gebouwd werd. US-Aid stelt als voorwaarde voor hulp dat een verklaring ondertekend wordt. Alle in onze ogen bonafide NGO’s weigerden te tekenen, maar de P.A. en de islamitische organisaties tekenden wel. Dat geeft de vreemde situatie dat momenteel alle Palestijnse islamitische NGO’s door US-Aid gesteund worden en de onafhankelijke niet.

    Het maatschappelijk middenveld en voorzieningen

    Voor de Oslo-akkoorden had je de Israëlische bezetting van de Gazastrook, maar dat wilde niet zeggen dat er geen Palestijnse organisaties waren die opkwamen voor de bevolking. Integendeel, er was een sterk “maatschappelijk middenveld”. Na de akkoorden kwam de PLO uit ballingschap terug en vormde de Palestijnse Autoriteit (P.A.) Er ontstond een nieuwe situatie waarin een modus vivendi gevonden moest worden tussen “het verzet” dat altijd in Palestina gebleven was en “het verzet” dat uit het buitenland geopereerd had en nu de P.A. werd. In de huidige situatie heeft zich dat zo uitgekristalliseerd dat een coalitie van NGO’s samenwerkt om druk uit te oefenen op de P.A. om te komen tot goede wetgeving. Het gaat daarbij o.a om. de arbeidswetgeving, de wetgeving m.b.t. de verkiezingen, verbetering van de positie van vrouwen, enz. Ook in Jabalya zijn veel van die NGO’s actief. Wij zijn op bezoek geweest bij een aantal van hen.

    De Palestinian Medical Relief Society (PMRS ) verzorgt een groot aantal medische voorzieningen m.b.t. eerstelijns gezondheidszorg, speciale programma’s voor vrouwen en jeugd, mobiele klinieken voor noodsituaties en fysiotherapie en gehandicaptenzorg. De kliniek in Jabalya is spiksplinternieuw. Voor kinderen en jongeren voor de leeftijd van 0 tot 18 jaar zijn er 2 programma’s. Een voor kinderen tot 5 jaar (vergelijkbaar met onze consultatiebureaus) en een voor kinderen vanaf 5 tot 18 jaar Benadering is niet alleen puur medisch maar ook breder. Het programma behelst ook aandacht voor sport, kunst en muziek. In samenwerking met het Ministerie brengt men gezondheidseducatie op school. Op alle scholen bestaan democratisch gekozen gezondheidscomités. Afgevaardigden van die comités gaan ieder jaar in juli op educatief zomerkamp. Ze leren veel over hygiëne. Na terugkeer geven zij de kennis door aan hun medeleerlingen via maandelijkse bijeenkomsten op school. De PMRS doet ook gezondheidsonderzoek onder kinderen. Voorbeeld: 68% lijdt aan bloedarmoede. Er is een duidelijk verband met armoede aangezien er een verschil bestaat tussen de kinderen uit het kamp en de rest van de gemeente waar bloedarmoede minder voorkomt. Op 7 april j.l. (Internationale gezondheidsdag) is er door de kinderen een demonstratie georganiseerd om de Gemeente te vragen het rioolwater af te voeren. Zonder een goede riolering is er geen toegang tot veilig drinkwater. In het gebouw van het Community Based Rehabilitation Programm (CBRP) is een ruimte voor fysiotherapie. Maar meestal werken de gezondheidswerkers bij de gehandicapte aan huis. Doel is het bestrijden van schaamte en vooroordelen rond gehandicapte kinderen door te stimuleren dat deze kinderen zoveel mogelijk participeren in hun omgeving. Men heeft door middel van buurt-onderzoek huis-aan-huis zoveel mogelijk gehandicapte kinderen opgespoord. Prioriteit hebben de kinderen die de schoolgaande leeftijd hebben. Mogelijk maken dat zij naar school gaan is een goede manier van integratie. De ouders worden zoveel mogelijk actief betrokken bij de therapie. De fysiotherapeuten, logopedisten enz. bezoeken de kinderen aan huis en trainen de moeders om hun kinderen verder te helpen in hun ontwikkeling. Zelf gingen we ook mee met een aantal huisbezoeken.

    Ook pal naast het kamp staat het gebouw van de mensenrechtenorganisatie Al Mezan.  Hier kunnen Palestijnse burgers terecht voor (gratis) rechtsbijstand en juridische ondersteuning niet alleen als zij slachtoffer zijn van acties van de Israëlische autoriteiten, maar ook wanneer de P.A hen onrecht aandoet. Verder heeft Al Mezan vele programma’s gericht op bewustwording van de bevolking wat betreft hun politieke sociale en economische rechten. Ze geven bijvoorbeeld trainingen aan universiteitsstudenten met de bedoeling dat zij de opgedane kennis weer doorgeven aan de mensen in de gemeenschappen. Zij werken daarbij samen met de universiteiten in Gaza behalve de Islamitische universiteit. Studenten van die laatste universiteit doen wel op individuele basis mee aan de trainingen. Ook is er een programma dat leraren bijschoolt m.b.t. mensenrechten, dat als thema in het curriculum is opgenomen. Door middel van het programma ‘face the public’ wordt de autoriteiten gewezen op het belang van het afleggen van verantwoording over beslissingen en wordt men direct aangesproken op dagelijkse problemen die om een oplossing vragen. Om de kloof tussen de politieke elite en de mensen te dichten wordt getracht de politici aan te zetten tot meer transparantie. Er wordt elk jaar een discussie georganiseerd over de begroting om te bevorderen dat er meer openheid komt over de besteding van het geld en daarmee ook over de prioriteiten Centrale uitgangspunt is in hoeverre het geld wordt besteed aan behoeften die leven onder de bevolking. We hebben ook een bezoek gebracht aan de hoofdkantoren in Gaza van het Women’s Affair Center, de vakbondsfederatie PGFTU en de DWRC (Democracy & Workers’ Rights Center). Bij een volgend bezoek hopen we hun werk in Jabalya te leren kennen.

    Israëlische terugtrekking – vrede voor Gaza? Door taalproblemen was het ons niet mogelijk een goed gesprek te hebben met ‘de man in de straat’. Een maal spraken we met vissers op het strand (waarvan er een universitair geschoold was en goed Engels sprak) en toen proefde ik wel enige hoopvolle verwachting. Maar bij onze overige gesprekspartners was er geen hoop op verbetering van de situatie na de ontruiming van de Israëlische nederzettingen. Allereerst heerste de opvatting: “eerst zien, dan geloven”. Maar verder wees men er op dat dit geen einde betekent aan de bezetting door Israël, maar alleen een andere invulling. Terwijl tegelijkertijd de situatie in de Westbank sterk verslechtert. Dat wil niet zeggen dat de terugtrekking geen thema is: de PNGO (koepel van Palestijnse NGO’s – www.pngo.net) heeft net een congres over de terugtrekking georganiseerd en zal een speciale website daarover inrichten.

    Hoe verder?

    Het bestuur van Groningen-Jabalya is hard bezig om de resultaten van dit bezoek te bespreken. We denken daarbij niet zo zeer aan het zelf steunen van projecten maar aan het leggen van contacten. Tegelijk zal het door de Gemeente gefinancierde jeugdcentrum binnen enkele maanden beginnen te functioneren. We gaan er van uit dat de Gemeente projectmatig betrokken blijft bij Jabalya. We zullen ook met de Gemeente overleggen welke nieuwe contacten dat het best kunnen versterken. Want dat er mogelijkheden liggen en dat veel organisaties in Jabalya openstaan voor contacten met partners in Groningen is wel duidelijk geworden.

    Bert Giskes

     

    P1010054
    zicht op de vissershaven vanuit ons appartement
    DSCN1278
    burgemeester Samarah toont ons zijn fruitbomen
    DSCN1246-450
    op bezoek bij gemeenteambtenaar Maher
    P1010021
    Ezelskarren zijn een veel gebruikt vervoermiddel
    P1010062-450
    zonsondergang aan de kust van Gaza

     

     

     

     

     

  • Schrijfproject i.s.m. Nieuwsblad van het Noorden

    Jongeren schrijven over dagelijks leven in Jabalya

    In 2001 werd het initiatief genomen om enkele jonge inwoners van Jabalya  te vragen hoe hun dagelijks leven eruit zag. Deze verhalen werden als serie gepubliceerd  in het Nieuwsblad van het Noorden

     

    Adel-yoesef

    Khalid Hamouda

    Leila Awaad

    Tariq Basheer

    anoniem