Categorie: Nieuws

  • In Gaza kun je alleen kiezen tussen vernedering of de dood

    In Gaza kun je alleen kiezen tussen vernedering of de dood

    Israël laat ons al maanden verhongeren. Het stopte in maart alle hulp aan Gaza, om onlangs een door de VS geleide, gemilitariseerde hulppost, beheerd door de zogenaamde “Gaza Humanitarian Foundation”, goed te keuren.

    De gevolgen zijn niet abstract – ze zijn rauw, direct en verwoestend. Op 27 mei trokken duizenden hongerige en wanhopige mensen in Rafah naar de post op zoek naar voedsel en water. Ze hadden geen keus.
    Toen veiligheidsagenten de controle over de post verloren, openden Israëlische troepen naar verluidt het vuur op de menigte, terwijl mensen zich haastten om alles te pakken wat ze te pakken konden krijgen.
    Eén beeld ging viraal: Palestijnen stonden dicht opeengepakt in omheinde rijen, in een ruimte die leek op een veeglijbaan, wachtend onder de brandende zon op zakken met het absolute minimum – meel, bonen in blik, droge pasta, plantaardige olie.

    Waarom moeten we vernederd en uitgehongerd worden voordat we gedood worden?

    Dit is geen gevolg van een reeks ongelukkige gebeurtenissen. Het is een berekende, systematische strategie: om onze geest in Gaza te breken, onze waardigheid te ontnemen en ons – en de wereld – voor te bereiden op de volgende, meer acceptabele vorm van geweld. Het doet ons verlangen naar de dood en overtuigt ons ervan dat dit de betere optie is.
    Ik hoor regelmatig mensen zeggen: “Ze hebben geluk”, wanneer iemand wordt vermoord, alsof ze eindelijk verlichting krijgen. Ik heb zelfs mensen buiten Gaza soortgelijke woorden horen gebruiken voor de moord op onze kinderen.

    Waarom hebben we maar twee opties: vernedering of de dood?

    Deze vernedering is niet zomaar een gevoel – het is een machine: een langzaam, knarsend mechanisme dat een levend volk in de ogen van de wereld – en uiteindelijk ook in onze eigen ogen – tot iets minder dan menselijks maakt.
    We zijn gereduceerd tot hongerige en wanhopige mensen met kinderen die lege borden en potten dragen, opgesloten in vuile, tijdelijke onderkomens. Dit is een voorbode van de dood. Het zijn economische, psychologische en sociale conditioneringen die het ondraaglijke gewoon doen lijken.

    Vernedering
    Ik herinner me nog dat het Israëlische leger op 8 december 2023 ons huis in de wijk al-Rimal in Gaza-Stad binnenviel. Toen ik ze zag binnenkomen – met wapens bij zich nadat ze de deur hadden gebombardeerd – voelde ik een vreemde opluchting. Eindelijk, dacht ik, kon ik in vrede sterven.
    Er was al drie dagen geen schoon water of eetbaar voedsel in ons huis. De buurt werd belegerd door militairen. Tanks beschoten alles en kogels doorboorden onze vernielde ramen en deuren. Een nabijgelegen huis werd gebombardeerd terwijl we nog binnen waren, en we vreesden dat het onze het volgende zou zijn.
    Soldaten bevalen ons onze hand op te steken en twee rijen te vormen – een voor vrouwen, een voor mannen. De mannen moesten zich uitkleden en werden naar een andere kamer gebracht voor verhoor. Het Israëlische leger leek geobsedeerd door de schoolregels: in de rij staan, zitten, mond houden.
    Een soldaat zei dat we op de grond moesten zitten, terwijl hij op een stoel zat en ons op een vreemde en angstaanjagende manier aankeek. Hij opende zijn energiedrankje en dronk het in één teug leeg. Daarna at hij zijn snacks op. Ik had waanzinnige dorst en honger. Dat hadden we allemaal.
    Ze dwongen ons het huis te verlaten in de kou en het donker – zonder onze telefoons, zonder licht, zonder zelfs maar te weten waar we heen moesten. We hadden geen kleren bij ons. We hadden geen idee of ons huis verwoest zou worden nadat we vertrokken.

    Ik was doodsbang. Ik zag niets anders dan een agressieve militaire hond. Ik probeerde langs de rand van het pad te lopen om hem te ontwijken, maar een soldaat schreeuwde en zwaaide met zijn geweer en dreigde te schieten als ik niet opschoot. Ik rende wanhopig weg, wanhopig om er levend uit te komen.
    Mijn grootmoeder, geboren slechts enkele maanden na de Nakba en nu in een rolstoel, viel toen een explosie in de buurt haar stoel deed schudden. Na een lange en vermoeiende wandeling, met de sterren als enige licht, bereikten we het Al-Shifa Ziekenhuis om de nacht door te brengen. We gingen een willekeurige kamer binnen en ik strekte me uit op de vuile vloer – hongerig, dorstig, uitgeput – niet in staat te geloven dat ik nog leefde.
    Ik sliep niet.
    De stemmen van de gewonden en de patiënten die schreeuwden van de pijn waren angstaanjagend. Ik huilde in stilte zoals ik nog nooit eerder had gehuild. Mijn leven werd me niet afgenomen, maar mijn waardigheid wel.

    Genormaliseerde brutaliteit
    Na 20 maanden kan ik me niet meer voorstellen wat de toekomst voor me in petto heeft. Soms wens ik zelfs dat er helemaal geen toekomst meer is.
    De Israëlische onderdrukkingsstructuur beheerst ons niet alleen. Ze ontneemt ons onze menselijkheid en maakt ons tot objecten van medelijden of vernedering. Israëlische soldaten hebben talloze foto’s gedeeld waarop ze Palestijnse huizen en persoonlijke bezittingen vernielden, of waarop ze Palestijnse gevangenen naakt lieten zien, bijeengedreven als vee.
    Bij elke controlepost, in elke rij voor water of voedsel, in de constante ontkenning van basisbehoeften en veiligheid, ontstaat een sfeer waarin geweld tegen ons niet alleen wordt geaccepteerd, maar ook verwacht.
    We worden neergezet als een bedreiging voor de staat en zijn bondgenoten, en zo wordt brutaliteit genormaliseerd.
    Om te begrijpen wat er in Gaza gebeurt, moet je verder kijken dan de beelden van verwoesting en de architectuur eronder zien. Het is een architectuur die niet alleen is gebouwd uit het puin van huizen en infrastructuur, maar ook uit de dagelijkse rituelen van vernedering – het soort dat je leert niets te verwachten, nooit je hoofd boven een pot smakeloos eten of een kan vuil water te verheffen.
    Het conditioneert je om lijden als routine te accepteren. Om jezelf uiteindelijk te zien zoals de wereld je ziet – als een last, of een bedreiging, of zoals de voormalige Israëlische minister van Defensie Yoav Gallant het noemde, “menselijke dieren”.
    Dit is het soort geweld dat herschrijft wie we zijn. Het hervormt niet alleen hoe we leven, maar ook hoe we dromen, wat we van het leven verwachten, hoe we herinneren en zelfs hoe we rouwen.

    Malak Hijazi is een schrijver afkomstig uit Gaza .

     

  • Atef Abu Saif: ‘Wij leven voortdurend in een oorlog. Wij weten niet wat vrede is’.

    Atef Abu Saif: ‘Wij leven voortdurend in een oorlog. Wij weten niet wat vrede is’.

     

    De schrijver Atef Abu Saif bezocht onlangs voor enkele dagen Nederland. Saif (1973), geboren in het vluchtelingenkamp Jabalya, is de auteur van vijf novellen en enkele oorlogsdagboeken. Hij werd geïnterviewd  in De Nieuwe Liefde in Amsterdam. Bestuurslid Lejo Siepe was daarbij aanwezig en sprak ook met de auteur.

    Door Lejo Siepe

    ‘Palestijnen zijn verslaafd aan nieuws maar ook slachtoffer van hetzelfde nieuws. Veel Gazanen luisteren elk moment naar de BBC-radio maar ook naar de Arabische radiozenders in Egypte. Radio is onder Palestijnen heel populair”, vertelt de van oorsprong Gazaanse schrijver Atef Abu Said voor een volle zaal in De Nieuwe Liefde in Amsterdam. ‘Zelf zit ik in verschillende nieuws whats app groepen en delen het nieuws. Wij weten meer van wat er gaande is dan de vele internationale nieuwsagentschappen’.
    Veel internationale journalisten die vanaf 7 oktober 2023 de oorlog in Gaza wilde verslaan, verlieten na twee weken het strijdgewoel. “Internationale persbureaus stonden niet in voor de veiligheid van hun collega’s. Veel journalisten vertrokken naar Amman en Bagdad’.
    In 2015 publiceerde Saif zijn eerste oorlogsdagboek The Drone eats with me’ waarin hij de Israëlische invasie van 2014 beschrijft. Israël bestormde 51 dagen lang Gaza, doodde 2.145 Palestijnen (waarvan 578 kinderen) en verwondde nog eens 11.000 mensen. Zeventienduizend woningen werden vernield. “Vergeleken met nu een kleine gebeurtenis. Op dit moment vindt er door de IDF een ware verwoesting plaats en is er een genocide gaande’. Zijn vader stierf in 2024 op de vlucht. ‘Hij werd in 1950 geboren in een tentenkamp tijdens de bezetting en stierf tijdens deze oorlog ook in een tentenkamp in Gaza. Wij leven voortdurend in een oorlog. Wij weten niet wat vrede is’.
    Hijzelf groeide op in Jabalya, het vluchtelingenkamp dat na de nakba van 1948 in het noorden van Gaza werd opgericht. Zijn familie woont er, al of niet op drift door de voortdurende bombardementen en beschietingen. ‘Voordat het Israëlische leger zich terugtrok uit de wijk Saftawi, bij het kamp Jabalya, bombardeerde zij het gebouw waarin mijn twee appartementen zich bevonden’. Het was niet het eerste huis dat hij verloor. ‘In december 2023 werd het huis waarin ik ben geboren door Israëlische soldaten verwoest’. Saif bouwde vanaf zijn 15e levensjaar een immense bibliotheek op bestaande uit persoonlijke boeken, manuscripten, schoolboeken en universiteitsboeken en zijn dagboeken uit zijn kindertijd en volwassen leven. Een kostbare collectie, niet zozeer in geld uitgedrukt maar in emotionele zin. Saif houdt van boeken en boeken houden van hem. De verzameling is hij kwijt. In het weekblad De Groene Amsterdammer schreef hij recent een aangrijpend artikel onder de noemer ‘Uitgewist verhalen’. ‘Het was altijd mijn droom om een openbare bibliotheek te openen in mijn geboorteplaats, het kamp Jabalya’.

    Hij wijst op het feit dat er voor het derde achtereenvolgende jaar geen onderwijs wordt gegeven, een hele generatie groeit op zonder onderwijs. Kinderen gaan niet meer naar school. ‘En dan te bedenken dat Gaza de grootste exporteur in het hele Midden-Oosten was van leraren. Zij gaven les in Qatar, Oman, Algerije, noem maar op. Nu is inmiddels al 27 % ongeletterd, dat kwam niet eerder voor.’ In Raffah zag hij met eigen ogen hoe een vrouw haar zoon het alfabet leerde. ‘Zij tekende de letters in het zand’.

    Hij studeerde zelf politieke en sociale wetenschap aan de Universiteit van Florence. In 2019 verhuisde hij vanuit Jabalya naar de Westbank om minister te worden van Cultuur onder de vlag van de Palestijnse Autoriteit.
    Said verloor veel familieleden en vrienden tijdens de huidige oorlog. Op 7 oktober 2023 werd het Israëlische grondgebied rond de grens met Erez in de Gazastrook binnengevallen tijdens een verrassingsaanval door de Al Qassam Brigades van Hamas. Als reactie hierop zijn de inwoners van Gaza bijna drie jaar lang het slachtoffer geworden van een grootschalige genocide. Meer dan 56.000 burgers (vrouwen en kinderen) zijn inmiddels gedood, naar schatting een miljoen mensen zijn dakloos en ontheemd geraakt, tienduizenden gewond geraakt en een hele bevolking is getraumatiseerd. ‘En nu de honger en dorst. Weet je hoeveel een kop koffie kost tegenwoordig,’ vraagt hij de zaal met aanwezigen. ‘Zeventig dollar’.

    Hij schrijft erover in zijn nieuwe oorlogsdagboek Don’t look left, a diary of genocide’, met een voorwoord van Pulitzerprijs winnaar Chris Hedges. ‘Er zijn enorme hoeveelheden bommen afgevuurd op Gaza, en nog steeds gaat het door’.
    Een van de weinige stemmen uit Gaza die de westerse media heeft gehaald, is die van schrijver Atef Abu Saif. Zijn dagboekaantekeningen zijn gepubliceerd in onder meer in Amerikaanse kranten als The New York Times, de Washington Post, Le Monde en andere media. De volledige, onbewerkte dagboeken tonen de reis van een man die slechts enkele dagen voor 7 oktober als minister in Gaza aankwam en die periode, net als de meeste andere Palestijnen, beëindigde in een tent in een vluchtelingenkamp.

    ‘Als we ons begrip van wereldgebeurtenissen laten corrumperen en verdraaien door luie, meegaande journalistiek, zullen we ze nooit begrijpen, zelfs niet als ze zich in realtime, voor onze ogen, afspelen. Deze dagboeken bieden ons een zeldzame uitweg uit deze staat van onwetendheid’, staat te lezen in het voorwoord van Don’t look left.

    Atef Abu Said woont tegenwoordig met zijn gezin in Milaan.

    .

  • Op 15 juni gaat Nederland opnieuw de straat op: stop de genocide op de Palestijnen

    Op 15 juni gaat Nederland opnieuw de straat op: stop de genocide op de Palestijnen

    Op 18 mei trokken we met meer dan 100 duizend Nederlanders en 97 maatschappelijke organisaties een Rode Lijn dwars door Den Haag. Tégen de Israëlische genocide in Gaza en tégen de medeplichtigheid van de Nederlandse regering. Het was de grootste demonstratie in meer dan 20 jaar.

    De boodschap aan de regering was niet te missen: grijp in! En schiet op, want er voltrekt zich onder onze ogen een genocide. De samenleving wil dat die stopt. En Nederland heeft de plicht daartoe alles in het werk te stellen. Actie!

    Maar het kabinet heeft niet geluisterd en niet geleverd. Volgens de coalitiepartijen lag dat aan de PVV.
    Die partij is nu weg en dus niet langer een excuus. Het is nu aan de VVD, NSC en BBB om te luisteren naar de meerderheid van de bevolking.

    Want de situatie in Gaza is alleen maar verder verslechterd.
    De bevolking wordt gebombardeerd, verdreven en welbewust uitgehongerd.
    Het is onmenselijk.
    Het is onverdraaglijk.
    Hier willen we niet langer medeplichtig aan zijn.

    Nederland moet nu in actie komen. En dat kán.
    Door een handelsverbod met Israël in te stellen.
    Door uit het EU-Israël Associatieverdrag te stappen.
    Door alle militaire samenwerking en wapenhandel te beëindigen.
    Door zich aan te sluiten bij de genocide-zaak van Zuid-Afrika tegen Israël.
    Door eindelijk de staat Palestina te erkennen.

    Daarom komen we zondag 15 juni terug om een rode lijn te trekken die zó massaal is en zó veel (inter)nationale aandacht trekt dat hij niet meer te negeren valt.

    Sluit je aan en schrijf je in. En roep iedereen op hetzelfde te doen.

    Praktische informatie
    🕒 Wanneer: zondag 15 juni, vanaf 13:00
    📍 Start: Den Haag, Malieveld
    🔴 Kleding: Trek rode kleding aan om de rode lijn zichtbaar en krachtig te maken

    Ik meld mij  hier  aan voor De Rode Lijn

  • Het juni nummer van de nieuwsbrief is verschenen

    Het juni nummer van de nieuwsbrief is verschenen

    Het juni nummer van de Jabalya nieuwsbrief is verschenen. Klik op het plaatje om de PDF te openen

  • Op de rand van hongersnood

    Op de rand van hongersnood

    Hieronder weer een verslag van Saadi Dabbour de ambtenaar van de gemeente Jabalya die in 2022 nog een bezoek bracht aan Groningen en al eerder rapporteerde over wat hij meemaakt  in Gaza.

    Saadi Dabbour voor de zevende keer gedwongen om uit het noorden te vertrekken

    Op 2 maart 2025 kondigde Israël aan dat de grensovergangen in de Gazastrook opnieuw zouden worden gesloten, dat er een blokkade zou worden ingesteld en dat de invoer van voedsel en internationale hulp in de Gazastrook zou worden geblokkeerd. Dat betekent dat de bevolking van de Gazastrook al 85 dagen lang onder een zware belegering leeft.

    Medio maart 2025 hervatte het Israëlische leger het vuren. Sindsdien zijn er meer dan 5.000 mensen omgekomen en zijn hele steden ontheemd en geëvacueerd. De steden Rafah en Khan Yunis (zuidelijk Gazastrook) werden ontruimd, net als de steden Jabalya, en het kamp, ​​Beit Lahia en Beit Hanoun (noordelijk Gaza). Hierdoor heeft het Israëlische leger nu de controle over 75% van de Gazastrook en leeft het merendeel van de inwoners in krappe ruimtes waar het leven ongeschikt is; waar geen water, voedsel… etc. is.

    Vandaag, 10 dagen geleden, heeft het Israëlische leger ons verzocht ons gebied in de noordelijke Gazastrook te evacueren. Ik kon vertrekken, maar mijn familie bleef nog twee dagen vastzitten, samen met de bewoners van het gebied die te laat waren om te vertrekken. We konden niets uit het huis meenemen vanwege de intensiteit van het vuren; deze keer is de zevende ontheemding.

    Voor ons is ontheemding een zeer moeilijke en zware ervaring; je verlaat het huis met alleen je kleren aan. Je mag geen spullen meenemen. Je overleeft het gewoon en je gaat verre afstanden het onbekende in, op weg naar een veilige plek om jezelf te beschermen tegen de raketten en artillerie van de bezettingsmacht, die met al haar macht de regio bombardeert, zonder zorgen te maken over de aanwezigheid van kinderen, ouderen of vrouwen. Je probeert opnieuw een leven te beginnen met niets en alleen om te proberen te overleven.

    De leefomstandigheden zijn zeer zwaar: er is geen eten in de Gazastrook. We beperken onze maaltijden tot slechts twee maaltijden per dag en soms krijgen we maar één maaltijd per dag, omdat er vanwege de belegering door het Israëlische leger geen voedsel meer beschikbaar is.

    Al meer dan twee weken malen we linzen en pasta en kneden we er opnieuw brood mee. Ook deze producten beginnen van de markt te verdwijnen. De voedselcrisis is aanzienlijk verergerd; We staan ​​nu op de rand van de hongersnood. De groepen die het zwaarst getroffen worden door de belegering en de hongersnood, zijn kinderen en ouderen.

    Algemene situatie: We staan ​​aan de vooravond van een grote hongersnood die ongeveer 2 miljoen mensen treft die in een klein geografisch gebied wonen. Zij lijden dagelijks onder de hardheid van het leven en de grote moeilijkheden die het met zich meebrengt, die niemand zich ooit had kunnen voorstellen. En dan hebben we het nog niet eens gehad over de aanhoudende dood die dagelijks honderden Palestijnse mensenlevens eist in de Gazastrook. Degenen die niet sterven door de bezetting, sterven mogelijk wel van de honger.

    Saadi Dabbour

  • wat gebeurd er in Gaza?

    wat gebeurd er in Gaza?

    Een filmpje met een overzicht van recente gebeurtenissen in Gaza

     

  • Nakba herdenking VN:  Toespraken van Noura Erakat en onder secretaris voor Humanitaire Zaken Tom Fletcher over de crisis in Gaza

    Nakba herdenking VN: Toespraken van Noura Erakat en onder secretaris voor Humanitaire Zaken Tom Fletcher over de crisis in Gaza

    Ter gelegenheid van de 77e verjaardag van de Nakba hield Noura Erakat, mederedacteur van Jadaliyya, een toespraak voor de VN. Tijdens haar toespraak benadrukte Erakat de tekortkomingen van het internationaal recht bij het stoppen van de aanhoudende genocide van Israël op de Palestijnse bevolking in Gaza. kijk hieronder de toespraak

     

    Ondersecretaris-generaal voor Humanitaire Zaken Tom Fletcher heeft de leden van de Veiligheidsraad op 13 mei gevraagd “even na te denken over welke maatregelen we toekomstige generaties zullen voorschrijven om een ​​einde te maken aan de wreedheden van de 21e eeuw waarvan we dagelijks getuige zijn in Gaza.”

    Fletcher, die de Raad informeerde over de humanitaire situatie in de Palestijnse enclave, zei: “Israël legt opzettelijk en schaamteloos onmenselijke omstandigheden op aan burgers in het bezette Palestijnse gebied. Al meer dan tien weken is er niets Gaza binnengekomen. Geen voedsel, medicijnen, water of tenten. Honderdduizenden Palestijnen zijn opnieuw gedwongen ontheemd en opgesloten in steeds kleiner wordende ruimtes, aangezien 70 procent van het grondgebied van Gaza zich ofwel binnen Israëlische gemilitariseerde zones bevindt of onder ontheemdingsbevel staat.”

    De humanitaire functionaris zei dat Israël humanitaire hulpverleners de toegang ontzegt, “waarmee het doel van de ontvolking van Gaza boven het leven van burgers wordt gesteld.”

    Hij zei: “We hebben nu levensreddende middelen klaarstaan ​​aan de grenzen. We kunnen honderdduizenden overlevenden redden. We beschikken over strenge mechanismen om ervoor te zorgen dat onze hulp bij burgers terechtkomt, en niet bij Hamas.” Maar

    Hij vroeg de leden van de Raad: “Wat voor bewijs hebben jullie nu nog meer nodig? Zullen jullie daadkrachtig optreden om genocide te voorkomen en de naleving van het internationaal humanitair recht te waarborgen? Of zeggen jullie in plaats daarvan dat we alles hebben gedaan wat we konden?”

    kijk hieronder de hele toespraak

  • Nakba herdenking morgen 15 mei op broerplein

    Nakba herdenking morgen 15 mei op broerplein

    Morgen op 15 mei wordt de Nakba herdacht. De verdrijving van ruim 700.000 Palestijnen in 1948 waardoor de staat Israel kon worden opgericht.  Voor de Palestijnen een catastrofe die na 77 jaar nog steeds doorgaat. In Groningen is morgenavond de herdenking op het broerplein  om 19.00 uur.

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

    Lees ook het achtergrond artikel van BDS Nederland

     

  • Op 18 mei demonstratie ”Wij trekken de rode lijn”  in Den Haag

    Op 18 mei demonstratie ”Wij trekken de rode lijn” in Den Haag

    Kabinet-Schoof: als jullie geen rode lijn trekken, dan doen wij het 

    Op 18 mei vormen organisaties als Oxfam Novib, Amnesty International NL, Plant een Olijfboom, PAX, Palestijnse Gemeenschap in Nederland en veel meer* samen een menselijke ketting in Den Haag. Wij sluiten ons aan bij de ketting en nodigen jullie ook uit mee te doen. Samen trekken we die rode lijn en eisen dat Nederlandse regering ons niet medeplichtig maakt aan Israëls oorlogsmisdaden. Sluit aan bij onze menselijke ketting, meld je aan via deze link en roep vrienden en familie op om ook mee te doen.

    Waarom deze actie?
    Het kabinet-Schoof zakt ver door een morele én juridische ondergrens. Ondanks Israëls voortdurende schendingen van het oorlogsrecht, trekt onze regering geen rode lijn en weigert deze actie te ondernemen om straffeloosheid en medeplichtigheid te stoppen. Daarmee negeert de regering ook de oproep van een grote meerderheid van Nederlanders. Dat accepteren we niet!
    Al 1,5 jaar wordt Gaza blootgesteld aan extreem geweld dat heeft geleid tot meer dan 50.000 doden, talloze gewonden en ontheemden, en de vernietiging van scholen, ziekenhuizen en andere vitale infrastructuur. Israël negeert uitspraken van het Internationaal Gerechtshof, arrestatiebevelen van het Strafhof en urgente oproepen van de VN en hulporganisaties.
    En Nederland, gastland van het Internationaal Strafhof en het Internationaal Gerechtshof, stelt nog steeds geen duidelijke grenzen aan Israëls schendingen van het oorlogsrecht in Gaza. Premier Schoof gaf zelfs aan dat er voor hem geen rode lijn is waarop Nederland actie gaat ondernemen. Daarom is het nu tijd om de handen ineen te slaan!
    Op 18 mei eisen wij een regering die staat voor mensenrechten en luistert naar de luide oproep van de meerderheid. Een regering die actie onderneemt wanneer internationaal recht wordt geschonden. Kom ook in actie, trek de rode lijn en eis geen Nederlandse medeplichtigheid aan Israëls oorlogsmisdaden.

    We hebben zo veel mogelijk mensen nodig om een duidelijke rode lijn te trekken, doe mee! 

    Ik meld mij aan voor De Rode Lijn

    Praktische informatie
    Wat: Gezamenlijk een menselijke ketting vormen in Den Haag
    Datum & tijd: zondag 18 mei, 13.00 uur
    Plaats: Malieveld Den Haag
    Belangrijk: Doe rode kleding aan
    Wat neem je mee: water, zonnebrand, zonnebril, snacks en eventueel hoofdbedekking tegen de zon
    Is lang lopen geen optie? Dan kun je bij het Vredespaleis eerder stoppen.

     

    Deelnemende organisaties

    ActionAid, Ambtenaren en de grondwet, Amnesty International, Amsterdam for Gaza, Apostolisch Genootschap, Artsen voor Gaza, Artsen zonder Grenzen, BDS Nederland, CARE Nederland, Christelijk Collectief, De Goede Zaak, De Nieuwe Vredesbeweging, DENK Jong, Docenten voor Palestina, Dolle Mina’s, Een Ander Joods Geluid, Erev Rav, Extinction Rebellion, FNV, Fossielvrij Nederland, Free Press Unlimited, Gate48, Greenpeace, Het Actiefonds, Hivos, Humanistisch Verbond, Kairos-Sabeel, Meldpunt Islamofobie, Milieudefensie, New Neighbours Utrecht, Oxfam Novib, Oy Vey, Pakhuis de Zwijger, Palestijnse Gemeenschap In Nederland, PAX, Peace SOS, Plant een Olijfboom, Platform Stop Racisme, Platform Vrouwen & Duurzame Vrede, Rotterdam Palestina Coalitie, S.P.E.A.K., Samenwerkingsverband Islamitische Organisaties Regio Haaglanden (SIORH), Save the Children, Schone Kleren Campagne, SOMO, Stichting Kifaia, Stichting Vluchteling, Terre des Hommes, The Rights Forum, Transnational Institute, Vrienden van Tent of Nations, War Child, We Are Changemakers, WO=MEN.

     

  • Ooggetuige Anwar uit verwoest Gaza: ‘we worden ter dood veroordeeld door honger of door bommen’

    Ooggetuige Anwar uit verwoest Gaza: ‘we worden ter dood veroordeeld door honger of door bommen’

    Inwoners van de Gazastrook leven in een humanitair rampgebied. Deze volledig door de mens veroorzaakte ramp is een direct gevolg van een beleid van Israël, dat tot op de dag van vandaag de dagelijkse gang van zaken in Gaza dicteert. Dit ongevoelige, onrechtvaardige beleid veroordeelt de bijna twee miljoen inwoners van de Gazastrook tot een leven van bittere armoede onder bijna onmenselijke omstandigheden die de westerse wereld niet meer kent. In getuigenissen verzameld door de veldonderzoekers van B’Tselem beschrijven inwoners van de Gazastrook hun leven, de dromen die ze niet zullen kunnen waarmaken, de medische aandoeningen die ze niet kunnen behandelen, de voortdurende scheiding van familieleden en vrienden buiten de Gazastrook, en het ondraaglijke lijden dat wordt veroorzaakt door hun opsluiting in de Gazastrook, zonder hoop op verandering. 

    Getuigenis van Anwar Hamad

    Anwar, een 38-jarige moeder van zes kinderen en UNRWA-medewerkster uit het vluchtelingenkamp van Jabalya, beschreef de honger en de verslechterende omstandigheden sinds Israël begin maart 2025 de humanitaire toevoer naar de Gazastrook blokkeerde.
    Mijn man, Jamal Hamad, 39 jaar, en ik hebben zes kinderen: Nagham, 15, Shatha, 13, Jawad, 11, ‘Abd al-Wahab, 10, Sila, 4, en ‘Alaa, 1, die tijdens de oorlog werd geboren. De afgelopen anderhalf jaar hebben we in een hel van oorlog en vernietiging geleefd: bombardementen, moorden, hongersnood en steeds weer ontheemden.
    Aan het begin van de brute oorlog tegen Gaza verlieten wij en de familie van mijn man onze huizen in het oostelijke Jabalya vluchtelingenkamp en verhuisden we naar het huis van familieleden in het westen van Gaza Stad. We verbleven 45 dagen bij hen in angst en paniek, omringd door vuur en bombardementen. Overal waar we kwamen, werden vanuit de lucht folders gedropt met het bevel om te evacueren. Er was geen veilige plek.
    Later werden we samen met de familie van mijn man opnieuw verplaatst naar een appartement in het al-Maghazi vluchtelingenkamp in de centrale Gazastrook. We zaten met 35 mensen in een appartement van 80 vierkante meter. De situatie daar was rampzalig, niet minder dan in het noorden.
    Nadat we ontheemd waren, verspreidde de honger zich over de hele Gazastrook. We leefden zonder vlees, groenten of fruit – producten die bijna volledig van de markten verdwenen waren. Een zak meel van 25 kilogram kostte bijna 300 shekels, vergeleken met 30 shekels voor de oorlog. We zijn een grote familie en we aten alleen blikvoer en granen. We aten meestal één maaltijd per dag, hooguit twee.
    Op een gegeven moment beval het Israëlische leger iedereen om te evacueren […] We vertrokken allemaal, onder vuur, en liepen naar de stad Rafah. Maar daar was de situatie nog erger […] Ik was toen zwanger van ‘Alaa. De eerste nacht in Rafah sliepen we onder de blote hemel omdat we geen onderdak konden vinden. Later sliepen we in tenten van anderen.
    Op een gegeven moment beval het Israëlische leger iedereen om de vluchtelingenkampen al-Maghazi en al-Bureij in het midden van de Strook te evacueren. We vertrokken allemaal, onder vuur, en liepen naar de stad Rafah. Maar daar was de situatie nog erger – we werden in het onbekende gegooid. Ik was toen zwanger van ‘Alaa. De eerste nacht in Rafah sliepen we onder de blote hemel omdat we geen onderdak konden vinden. Later sliepen we in tenten van anderen.
    Ongeveer een week later huurden we een klein appartement in de wijk Tel a-Sultan, samen met de familie van mijn man. We propten er 35 mensen in, hongerig, gespannen en bang, onder de bombardementen. Om voor de kinderen te koken, stookten mijn man en ik een vuurtje. Ik was negen maanden zwanger en woog slechts 55 kg omdat ik maar één maaltijd per dag at – linzen, favabonen of falafel. Toen ik naar het ziekenhuis ging om te bevallen, konden de artsen niet geloven dat ik zwanger was. Mijn dochtertje werd geboren met een gewicht van slechts 2 kg door gebrek aan voedsel.
    Ik herinner me dat ik op de dag dat ik van mijn dochter ‘Alaa beviel falafel at, en als lunch at ik wat halva in de hoop dat het me zou helpen om haar borstvoeding te geven. Ik had constant honger. Ik at geen groenten, fruit of vlees en was bang dat ik niet genoeg melk zou aanmaken. Het was vooral moeilijk omdat zuigelingenvoeding bijna niet te krijgen was.
    Alaa huilde de hele tijd. Jamal, mijn man, ging dan op zoek naar flesvoeding voor haar, maar hij slaagde er maar af en toe in om een blikje te bemachtigen, wat genoeg was voor slechts een week.
    Na de invasie van Rafah werden we opnieuw verplaatst, deze keer naar een tent in Khan Yunis. De voortdurende verplaatsing maakte ons lijden veel erger. Mijn man, mijn kinderen en ik leefden acht maanden in die tent. We leden onder het gebrek aan voedsel, de dagelijkse strijd om voedsel te vinden en de ellende van het leven in een tent die geen enkele bescherming bood.
    De tent zat vol insecten, vliegen en muggen. Ik vond ze dag en nacht op de lichamen van mijn kinderen. We hadden ook last van zwerfhonden die in de buurt van onze tent en in de omliggende straten rondzwierven.
    Maar de honger overschaduwde alles. We aten alleen blikvoer, favabonen, linzen en noedels. Ik heb het gevoel dat onze magen zijn gekrompen en geatrofieerd omdat we niet gezond hebben gegeten, alleen blikvoer en granen.
    Nadat het staakt-het-vuren in januari 2025 was afgekondigd, hebben we even gewacht en zijn we op 20 februari teruggegaan naar het noorden. We gingen naar ons huis in oostelijk Jabalya RC, dat nog in redelijke staat verkeerde. We hadden een paar blikjes eten en wat granen bij ons en rantsoeneerden zorgvuldig, voor het geval de grensovergangen weer gesloten zouden worden en we niets te eten zouden hebben.
    Toen de oorlog in maart weer begon, gingen de grensovergangen weer dicht en verdween het voedsel van de markten, zoals we al vreesden. Nu is het hier complete honger. We eten weer alleen blikvoer en soms alleen brood, vooral ’s ochtends. Als lunch eten we favabonen of rijst uit blik en we eten helemaal niets. Zelfs linzen zijn helemaal verdwenen van de markten. Er is bijna niets te koop, en als er al linzen verkrijgbaar zijn, dan kost een zak 400 shekels.
    Soms stuurde ik de kinderen naar een gaarkeuken om eten te halen. Ze stonden dan twee uur in de rij en kwamen alleen terug met wat linzen, rijst of noedels. Soms was het eten al op als ze aan de beurt waren en kwamen ze met lege handen terug. Veel gaarkeukens zijn nu gesloten omdat ze ook geen eten kunnen krijgen. Ik stuur mijn kinderen niet meer naar gaarkeukens sinds er een huis naast is gebombardeerd. Het is te gevaarlijk.
    Soms willen de kinderen zo graag snoep, maar ik kan ze natuurlijk niets geven. Het is heel frustrerend als ze erom vragen en ik ze niets kan geven – snoep, eten, fruit. Soms word ik kwaad op ze omdat ik me zo hulpeloos voel.
    Twee dagen geleden heb ik brood gebakken. We doopten het in water met soeppoeder en aten het op. Mijn man, mijn kinderen en ik zijn allemaal bleek en mager en verstopt door het weinige eten. We klagen allemaal de hele tijd over vermoeidheid en onze botten doen zelfs pijn.
    Ik geef ‘Alaa’ nog steeds borstvoeding, omdat ik haar niet kan spenen terwijl er nauwelijks flesvoeding verkrijgbaar is. Ik probeer alles te eten wat ik te pakken kan krijgen, zodat mijn lichaam melk blijft produceren. ‘Alaa weegt nu nog maar 7 kg, wat extreem laag is voor haar leeftijd.
    We krijgen water van een vrachtwagen, maar we weten niet waar het vandaan komt en het is vervuild. Als de vrachtwagen komt, sjouwen mijn kinderen de watercontainers van de begane grond naar de vierde verdieping. Het is een enorme inspanning voor kinderen die dun en uitgehongerd zijn. We drinken heel weinig. Op de dagen dat de vrachtwagen niet komt, drinken we nauwelijks.
    Maar mijn grootste probleem op dit moment is dat mijn oudste dochter, Nagham, een tarweallergie heeft en niets mag eten waar tarwe in zit. Vroeger kochten we speciaal eten voor haar, maar die producten zijn aan het begin van de oorlog van de markt verdwenen.
    Slechts één keer tijdens de hele oorlog lukte het me om wat maïsmeel voor haar te krijgen. Ik kocht 10 kg voor 300 shekels. Daar deden we een maand mee. Sindsdien eet Nagham alleen nog maar rijst en kaas, ’s ochtends, ’s middags en ’s avonds. Ze at favabonen uit blik, maar toen begon ze buikpijn, hoofdpijn, diarree en overgeven te krijgen en ik was bang dat het door de bonen kwam. Ze was een week ziek. Nu eet ze alleen nog rijst. Tijdens de wapenstilstand werden er een paar geschikte producten gebracht en ik heb er een paar gekocht, maar die zijn sindsdien weer verdwenen. Nagham heeft een ernstig ondergewicht en gaat nog steeds van constipatie en diarree naar hoofdpijn en weer terug. Ze is erg mager en heeft bloedarmoede en haar lippen zijn wit. Ik kan haar geen groenten of fruit of zuivelproducten geven en ze kan geen blikvoer verteren.
    We hebben ook erg te lijden onder het feit dat we geen gas hebben om te koken, waardoor we op open vuur moeten koken. Daardoor moeten we veel te duur hout kopen, als het al beschikbaar is. We ademen al anderhalf jaar rook in. Soms heb ik het gevoel dat ik stik en heb ik pijn op mijn borst door urenlang bij het vuur en de rook te zitten.
    Ik denk de hele tijd aan mijn kinderen. Aan de ontberingen die ze moeten doorstaan en aan hoe ze alleen maar aan eten kunnen denken. Ze zijn vergeten hoe fruit of kip smaakt. Ze eten alleen brood, za’atar, favabonen en wat we maar kunnen krijgen van de gaarkeuken. Ik kan mijn eigen honger wel verdragen, maar hoe kunnen kleine kinderen het aan om elke avond met honger te gaan slapen?
    Ik ben bediende bij UNRWA, maar ik kan mijn salaris niet bij de bank opnemen omdat er geen contant geld is. Geld kan alleen worden opgenomen via handelaars, die 30% commissie vragen. Voor elke 1.000 shekels nemen ze 300 shekels als commissie. Dan blijft er heel weinig geld over. Ik ga naar de markt en zelfs als er groenten zijn, kan ik het me niet veroorloven om ze te kopen. Een kilo tomaten kost 30 shekels, maar dat is niet genoeg voor een gezin van acht. Behalve ingeblikt voedsel kan ik me niets veroorloven om te kopen. We verlangen naar een hapje chocolade of een koekje, maar dat gaat onze middelen te boven.
    De honger die we nu ervaren is de ergste sinds het begin van de oorlog. Het maakt ons kapot. We lopen allemaal zwak en mager rond. Ik ga slapen en fantaseer dat ik morgenochtend zal horen dat de oorlog voorbij is. We zijn uitgeput. Het heeft geen zin om erover uit te weiden – geen woorden kunnen uitdrukken wat we doormaken.
    Hoe lang gaat dit nog door? Ik ben slechts een van de twee miljoen mensen die vastzitten in de Gazastrook. We worden geconfronteerd met bombardementen en moorden, honger en dorst. Ik verlang ernaar om een aardappel of een aubergine mee naar huis te nemen! We hebben een punt bereikt waarop we dag en nacht dromen van groenten en vlees. Ze hebben ons veranderd in mensen die alleen maar dromen van eten.
    Nu heeft het leger ons gebied in het oosten van Jabalya RC uitgeroepen tot rode zone waaruit we moeten evacueren. Maar we kunnen nergens heen. Overal is het gevaarlijk en nergens is het veilig. Er zijn hier dag en nacht bombardementen en beschietingen vanuit tanks.
    We verhongeren in Gaza, we sterven hier! Elke dag volgen we het nieuws in de hoop te horen dat de grensovergangen zijn geopend en dat er hulp is binnengekomen, dat de oorlog voorbij is. Maar nee! Elke dag is erger dan de vorige. De grensovergangen gaan niet open en de oorlog is niet voorbij. We worden ter dood veroordeeld – door honger of door bombardementen.

    * Getuigenis gegeven aan B’Tselem veldonderzoeker Olfat al-Kurd op 20 april 2025.

    Anwar Hamad | B’Tselem