Ons vijftigste nummer van de nieuwsbrief sinds we in 2000 zijn begonnen is verschenen! Aan de ene kant een willekeurig getal maar toch ook een aanleiding om even bij stil te staan. Om terug te kijken en een soort balans op te maken. Onze oud voorzitter Jan keulen doet dat in zijn column en voor deze keer openen we met zijn bijdrage. Verder een verslag van het bezoek van 2 vertegenwoordigers van de gemeente Jabalya aan Groningen in maart en een mede door ons georganiseerde bijeenkomst op 25 april onder de titel Palestine: challenges, opportunities, peace and hopemet als gastspreekster de Palestijnse ambassadeur Sulaiman. Verder een bijdrage van onze vrienden van GCFMF uit Gaza over het VN project om de natuur van de wadi te herstellen en een bijdrage van Adinda over haar verblijf in Jordanie. Tot slot een oproep om deel te nemen aan het europees burgerinitiatief over een verbod op handel met illegale nederzettingen in bezette gebieden o.a de Westbank en West Sahara
Muhammad Abdel wahab kreeg een ongeluk tijdens het werken op een bouwplaats in Israël. Zijn verwonding was ernstig – een bloeding door een wond aan het hoofd – en hij ging naar een kliniek. De kliniek adviseerde hem naar het ziekenhuis te gaan, maar Abdel wahab gaf er de voorkeur aan te wachten en terug te keren naar Gaza voor behandeling. Aangezien hij geen ziektekostenverzekering had, zou de behandeling in Israël te duur zijn geweest. Ondanks de ernst van Abdel wahabs verwonding, bood zijn werkgever geen financiële compensatie of medische behandeling aan.
Abdelwahab, 39 jaar, is vader van vier kinderen en woont in het vluchtelingenkamp Jabalya in de noordelijke Gazastrook. Hij was al drie jaar werkloos toen hij in december 2021 in de bouwsector in Israël begon te werken. Zijn ongeval vond plaats in februari van dit jaar. Hoewel hij van beroep smid is, vond Abdelwahab het niet erg om op welk gebied dan ook in Israël te werken, niet alleen omdat die banen relatief goed betaalden, maar ook omdat de Israëlische blokkade – opgelegd in 2007 – de werkgelegenheid in de Gazastrook ernstig heeft verminderd.
Abdelwahab kon een vergunning krijgen om in Israël te werken, maar hij werd niet officieel als ‘arbeider’ aangemerkt. In plaats daarvan ontving hij een vergunning voor “financiële behoeften”, die de werknemer de toegang ontzegt tot voordelen zoals werknemerscompensatie, ziektekostenverzekering en andere arbeidsrechten die aan werknemers in Israël wel worden verleend. “Ik wacht om te herstellen van mijn blessure om weer aan het werk te gaan”, zegt hij. “Hoe langer ik thuis blijf, hoe erger het voor mij wordt. Ik heb kinderen, drie van hen zijn scholieren en ik heb grote uitgaven.”
Hoewel Abdelwahab zaken als ziektekosten- en levensverzekeringen belangrijk vindt, zegt hij dat de omstandigheden in Gaza zo nijpend zijn dat elke baan, zelfs één zonder dergelijke rechten, “als een droom” is. De toekomst van zijn kinderen is in gevaar wanneer Abdelwahab en zijn collega’s geen werk hebben.
Palestijnse arbeiders wachten bij de grensovergang Erez om de noordelijke Gazastrook bij Beit hanun te verlaten om in Israël aan het werk te gaan.
Werknemers zonder verzekering
Israël heeft onlangs nog eens 8.000 extra vergunningen verleend aan Palestijnse arbeiders uit de Gazastrook om in Israël te werken als onderdeel van een overeenkomst met Hamas, die door Egyptische bemiddeling tot stand kwam. Maar vanwege de aard van deze vergunningen hebben deze arbeiders geen recht op sociale uitkeringen en worden ze anders behandeld en vaak minder betaald dan Palestijnse arbeiders van de bezette Westelijke Jordaanoever. Arbeiders van de Westelijke Jordaanoever hebben wel vaste vergunningen.
Fahmi Amin, die in een Israëlische fabriek in de buurt van Gaza werkt, zegt dat het verkrijgen van dergelijke vergunningen een Palestijn in Gaza tot $ 1.000 aan registratierechten kan kosten die betaald moeten worden aan het ministerie van Financiën in Gaza, een enorm bedrag voor werklozen. Amin wijst erop dat Palestijnse arbeiders in Israël, vanwege hun gebrek aan rechten, vrezen dat humanitaire hulp van de Palestijnse Autoriteit kan worden stopgezet en dat er op elk moment een conflict tussen Israël en Gaza kan ontstaan, waardoor ze werkloos worden met weinig vooruitzichten op verder werk. Amin zegt dat een baan in Israël vijf keer het loon kan opleveren dat men in Gaza zou ontvangen. “Maar het zou een ramp zijn als we moeten stoppen met werken in Israël” zegt hij. “We zijn bang dat de hulp die we krijgen van de Palestijnse Autoriteit – die al enkele maanden is opgeschort – zal worden stopgezet”. De Palestijnse Autoriteit – afhankelijk van buitenlandse hulp – kent sociale uitkeringen toe aan de armste gezinnen in Gaza.
“Werk in Israël is niet gegarandeerd”, voegt hij eraan toe. “Als de hulp wordt stopgezet zullen we een manier moeten vinden om de autoriteiten te overtuigen van onze behoefte aan periodieke financiële steun. Dit stadium willen we niet bereiken.” Amin zegt dat hij en andere arbeiders overal zouden willen werken, zolang ze maar voor voedsel en kleding voor hun kinderen kunnen zorgen. “We hopen dat onze rechten in de toekomst worden gegeven, zodat niets ons ervan kan weerhouden te werken”, zei hij.
Ontkenning van basisrechten
Na de aanval van Israël op Gaza in mei 2021, heeft Israël toestemming gegeven voor nog eens 3.000 werkvergunningen voor Palestijnen in Gaza, waardoor het totale aantal vergunningen op 10.000 komt. Toch brengen deze vergunningen op grond van financiële behoeften geen arbeidsrechten met zich mee.
Tot het uitbreken van de tweede Intifada in 2000 bedroeg het totale aantal arbeiders uit Gaza in Israël bijna 30.000. Vandaag de dag is dit aantal niet hoger dan 10.000. volgens Sami al-Amasi, hoofd van de Palestijnse Algemene Federatie van Vakbonden in Gaza. Al-Amasi wijst erop dat Israëli’s, door te weigeren de Palestijnen uit Gaza als ‘arbeiders’ te bestempelen, zich onttrekken aan elke verplichting om arbeids- en financiële rechten te verstrekken. Veel arbeiders die vóór 2000 gewond raakten of ontslagen werden, zegt al-Amasi, zochten Palestijnse advocaten met Israëlisch staatsburgerschap om hun rechten te verkrijgen. Sommige van deze zaken bleven jarenlang onder de rechter omdat Israëlische werkgevers probeerden Palestijnse arbeiders hun rechten te ontzeggen.
Al-Amasi legt uit dat Israël werkvergunningen heeft vervangen door vergunningen uit financiële behoeften om te voorkomen dat werknemers een ziektekostenverzekering, compensatie in geval van letsel of ontslagvergoeding kunnen krijgen. Al-Amasi merkt op dat vóór 2000 Gazanen die in Israël werkten, de titel “arbeider” kregen. Iedereen zou die status weer moeten krijgen, “zodat iedereen zijn rechten krijgt.” De vakbond die hij vertegenwoordigt, dringt nu aan op het afgeven van minstens 30.000 werkvergunningen voor mensen uit Gaza om in Israël te werken. Ze worden hierin bijgestaan door wat al-Amassi ’tussenpersonen’ noemt.
Volgens het Palestijnse Centraal Bureau voor de Statistiek waren in 2021 ongeveer 230.000 mensen in Gaza werkloos. Van de Palestijnen met diploma’s van 19 tot 29 jaar in de Gazastrook was 66 procent van de vrouwen werkloos en 39 procent van de mannen.
Maher al-Tabaa, de directeur van de Kamer van Koophandel van Gaza, bevestigd dat de vergunningen die aan de Palestijnen in Gaza zijn afgegeven, hen geen enkel recht verlenen. Maar de arbeiders accepteren deze vergunningen, zei hij, vanwege de grote armoede en werkloosheid. Hij voegt eraan toe dat Israël dit later zou kunnen gebruiken om Palestijnse facties onder druk te zetten om eenlangdurige wapenstilstand met Israël te accepteren. Tijdens de eerdere onderhandelingen met bemiddeling van Egypte was dit nog niet aan de orde.
Momenteel hebben de arbeiders met een vergunning een zeer beperkte impact op de economie van Gaza in vergelijking met voorgaande jaren, zei al-Tabaa. Het aantal werkzoekenden is veel groter dan het aantal beschikbare vergunningen. Het officiele minimumloon in Gaza is iets minder dan $600 per maand, maar het werkelijke gemiddelde maandloon is $200. “Lage lonen komen veel voor in het belegerde Gaza”, zegt al-Tabaa, eraan toevoegend dat maar heel weinig openbare en particuliere instellingen het minimumloon kunnen betalen. ’’Dat is beperkt tot grote instellingen zoals banken en grote telecombedrijven, terwijl alle andere arbeiders in Gaza de helft of minder dan de helft van het minimumloon ontvangen.”
Een nieuw project dat in maart is gelanceerd, probeert Wadi Gaza op te ruimen en het te herstellen als het natuurreservaat dat het ooit was. (Ashraf Amra APA images)
Het zou een hoognodig natuurreservaat kunnen zijn, een long voor de 2 miljoen inwoners van Gaza die gevangen zitten en wiens beweging wordt beperkt door een Israëlische blokkade die al meer dan 15 jaar duurt. Dat is tenminste wat de VN hoopt te bereiken met een project om de Wadi in Gaza schoon te maken, een 105 km lange vallei die begint in de South Hebron Hill, zich een weg baant door de Negev-woestijn en de Gazastrook in het midden doorsnijd om negen kilometer verder te eindigen in de Middellandse Zee.
Jarenlang werd de vallei gebruikt als vuilnisbelt, een van de weinige open plekken in een overbevolkte strook kustland die tot voor kort geen riolering had omdat Israëlische beperkingen de inwoners ervan weerhield hun infrastructuur te ontwikkelen. Pas op 23 maart opende in het gebied de eerste afvalwaterzuiveringsinstallatie, een installatie die jarenlang stil stond vanwege Israëlische verboden op wat Palestijnen in Gaza mogen importeren. In die tijd is er veel schade aangericht aan de vallei, niet in de laatste plaats aan de omgeving. Muhannad al-Oweidat, 19 jaar, is een universiteitsstudent die lijdt aan ernstige astma. “We sluiten ’s nachts alle ramen van ons huis, vooral bij warm weer, om te voorkomen dat de geur van brandend afval het huis binnenkomt”, vertelt Muhannad aan The Electronic Intifada. “Er zijn veel muggen en insecten.”
Volgens de VN produceert Gaza ongeveer 2.000 ton vast afval per dag of gemiddeld 730.000 ton per jaar. Dit komt overeen met gemiddeld één kilogram afval per persoon per dag. Bijna twee derde van het vaste afval is organisch, zegt Dr. Abdelmajid Nassar, een professor in milieutechniek aan de Islamitische Universiteit van Gaza. Elf procent is plastic, 12 procent papier- en kartonafval, 7 procent metaalafval en 5 procent niet-gespecificeerd. Omdat er, zelfs met de nieuwe afvalwaterzuiveringsinstallatie, die de helft van de bevolking van Gaza zal gaan bedienen, niet genoeg ruimte is voor veilige stortplaatsen is zo’n grote hoeveelheid afval gevaarlijk in de drukke omgeving van Gaza, zegt Nassar, en het zal alleen maar toenemen. In 2020 is de totale hoeveelheid afval gestegen met 2.230 ton per dag als gevolg van de groei van de bevolking van Gaza.
Rook en gevaren
Het is niet alleen dat Wadi Gaza een puinhoop is geworden. Om van het afval af te komen, verbranden mensen ook hun afval. De resulterende rook kan echter schadelijke gassen bevatten en bij iemand als Muhannad kan dit ervoor zorgen dat hij onmiddellijk medische hulp nodig heeft. Zijn zus, Dania, 20 jaar, studeert voor mechatronica-ingenieur. Ze heeft er altijd van gedroomd om een apparaat te maken dat haar broer zou helpen door vervuilde lucht te filteren. “Mijn afstudeerproject gaat over waterfiltratie en hopelijk kan het de Wadi ten goede komen voordat Israël het weer vernietigt.”
Het gebied heeft regelmatig te maken met overstromingen. In Gaza wijten ze deze plotselinge overstromingen aan een reeks wateroverloop reservoirs en dammen die aan de Israëlische kant zijn gebouwd en die periodiek worden geopend en dan verwoesting veroorzaken. De overstromingen verdrijven bewoners en doden vee en gewassen. Muhammed Abu Maala, 38 jaar, is een fysiotherapeut die zijn hele leven in het gebied van Wadi Gaza heeft gewoond, waar hij ook wat land bewerkt. Ook hij geeft Israël de schuld van veel van de aangerichte schade. “De bouw van dammen door de Israeli’s aan de grens van de Gazastrook, om regenwater op te vangen, zorgde ervoor dat de vallei droogviel”, vertelt Abu Maala aan The Electronic Intifada. “De intermitterende watertoevoer in de vallei leidde ertoe dat sedimenten en afval op de bodem van de vallei achterbleven. De giftige stoffen die de vissen doodden, leidde ook tot het verdwijnen van de zeldzame vogels uit de vallei.” Hij herinnert zich levendig de tijd dat de vallei nog de thuisbasis was van bloemen en dieren in het wild. “Ik herinner me dat ik in de vallei speelde, naar vogels keek en de geur van prachtige bloemen inademde. Dit is allemaal verdwenen”, vertelt hij aan The Electronic Intifada. Vandaag, zei hij, gelooft hij dat zijn gewassen gevaar lopen als gevolg van het afvalwater van Wadi Gaza, een angst die gegrond is door bittere praktijk ervaring. De gronden naast de vallei zijn meestal kaal, hoewel dat niet altijd zo was. In het verleden, zei Abu Maala, teelden mensen in het gebied komkommers, tomaten, kool en courgette. Nu zal niets van dit alles groeien omdat afvalwater diep in de grond doordringt en de gewassen aantast. Zijn dochter, Sawar, 10 jaar oud, klaagt altijd over koorts en hoofdpijn. “Ik breng haar altijd naar de dokter en ze vertellen me dat dit een virus is dat wordt veroorzaakt door insecten en schadelijke dampen. Waarschijnlijk omdat we naast de Wadi wonen.”
Een gezondheidsrisico
Het hoofd van het Nationaal Instituut voor Milieu en Ontwikkeling, Ahmad Hilles, merkt op dat Wadi Gaza een uniek ecosysteem is dat een rijke biodiversiteit in flora en fauna zou moeten genieten. Hilles zegt dat de vallei met veel crises te maken heeft, vooral het onbehandelde rioolwater en de overstromingen veroorzaakt door de dammen stroom opwaarts. Naast de schade door overstromingen, ontnemen de dammen de vallei miljoenen kubieke meters zoet water per jaar. “De vallei, die een natuurgebied was, verdween. Zelfs de wilde eenden, ooievaars en meeuwen komen hier niet meer omdat de vallei is veranderd in een vuilnisbelt en een poel van afvalwater,’ voegde Hilles eraan toe. Boerderijen en pluimveeproductie zijn ook getroffen door de vervuiling. Naama al-Awdat, heeft een pluimveebedrijf in het gebied. “Ik heb altijd last als ik werk, vooral in de zomer. Muggen en insecten omringen me en er is de geur van rioolwater. Het tast de kwaliteit van eieren en kip aan. De vervuilde lucht en het water waar kippen zich mee voeden, zullen eieren en vlees van slechte kwaliteit produceren. Dit brengt onze gezondheid in gevaar, omdat er geen voedselzekerheid is. Wij boeren hebben geen keus omdat we alleen die gronden bezitten is het onze enige bron van inkomsten.”
Samar Abu Safiya is landbouwingenieur bij het ministerie van landbouw in Gaza. Vervuild water en lucht, samen met de hoge temperaturen in Gaza, zijn de belangrijkste factoren achter de problemen waarmee boeren in het gebied worden geconfronteerd, of ze nu gewassen verbouwen of vee en pluimvee houden. “De gronden moeten verbeterd worden in het belang van boeren. Op dit moment produceren ze vervuild voedsel voor hun families. Wij, van het ministerie van landbouw, hopen speciale financiering te krijgen voor die boeren, aangezien ze enorme verliezen lijden.” Ze beschuldigd Israël ook van wat ze beschrijft als een opzettelijke aanval op boeren. “Israël opent elke winter met opzet dammen omdat ze boeren schade wil berokkenen en hun gewassen wil vernietigen. Dit is een voortdurende agressie.”
Yasmin Abusayma is een freelance schrijver en vertaler uit Gaza, Palestina.
Na de Oslo-akkoorden ontstond wereldwijd hoop op vrede tussen Israël en Palestina op basis van een tweestaten oplossing. Er werden veel initiatieven gelanceerd om Palestijnen te ondersteunen bij het opbouwen van een staat; gemeenten in Nederland, waaronder Groningen, waren bereid Palestijnse gemeenten te helpen met technische en bestuurlijke kennis. Groningen richtte zich op het jeugdbeleid van de gemeente Jabalya in de Gazastrook en de bouw van een jongerencentrum daar. Waar staan we nu negenentwintig jaar na de Oslo akkoorden? In samenwerking met de gemeente Groningen, Studievereniging Siduri, SIB groningen, Stichting Groningen-Jabalya en de Palestijnse Missie in het Koninkrijk der Nederlanden nodigen wij u uit voor een evenement om de uitdagingen en kansen voor vrede en hoop in Palestina te bespreken.
We hebben een line-up van sprekers, waaronder:
De heer Berndt Benjamins, loco-burgemeester van de gemeente Groningen, zal vertellen hoe steden kunnen zorgen voor veiligheid en wat ze kunnen doen voor vredesopbouw.
H. E. Rawan Sulaiman, hoofd van de Palestijnse Missie in Nederland, zal spreken over de uitdagingen en kansen voor vrede en hoop, en hoe we daar komen en zal vragen van de deelnemers beantwoorden.
Erik Ader, voormalig Nederlands ambassadeur, zal spreken over zijn boek Oorlogen & oceanen. Zijn ouders werden door Israël geëerd met monumenten voor hun grootschalige activiteiten tijdens de oorlog om Joodse landgenoten te redden en uit die achtergrond komt zijn steeds diepere onderzoek naar de aard van het Israëlisch-Palestijnse conflict voort. Zijn boek is een verslag van zijn ervaringen tijdens zijn zoektocht naar de feiten achter de mythes rond het conflict.
Daarna wordt hij geïnterviewd door Jan Keulen, een journalist die voor de Volkskrant en andere media verslag deed van het Israëlisch-Palestijnse conflict vanuit Beiroet, Caïro en Amman.
Ten slotte zullen alle sprekers deelnemen aan een paneldiscussie waar ze inzicht zullen geven in wat er in Palestina kan gebeuren en zich actief zullen bezighouden met vragen uit het publiek.
Links gemeente secretaris Sadi Dabboor en rechts raadslid Rasem Masood. in het midden tolk Kawther Al Abaz
Op onze uitnodiging zullen gemeenteraadslid Rasem Masood en de gemeente secretaris Sadi Dabboor van de gemeente Jabalya-Nazla, een stad in het Noorden van Gaza waarmee de Stichting al jaren een band onderhoudt, aankomende week onze stad bezoeken. De kleine delegatie zal van dinsdagavond 22 maart t/m zaterdagochtend 26 maart te gast zijn. Naast ontmoetingen met burgemeester Schuiling en verschillende politieke partijen, zullen ook gesprekken met vertegenwoordigers van Groningse verenigingen op het programma staan. Bovendien zal een bezoek aan de waterzuiveringsinstallatie Noorderzijlvest te Garmerwolde worden gebracht en zal de delegatie zich over het fietsbeleid in de stad Groningen laten voorlichten.
Israëlische gevechtsvliegtuigen vielen honderden torens en burgerdoelen aan in de Gazastrook. (Foto: Mahmoud Ajjour, The Palestine Chronicle)
De krant USA Today meldde dat een foto die viraal ging over een woontoren in Oekraïne die werd getroffen door een Russisch bombardement, in werkelijkheid een gebouw uit de Gazastrook bleek te zijn dat in mei 2021 door de Israëlische luchtmacht was verwoest. Een paar dagen eerder had de Oekraïense minister van Buitenlandse Zaken bij de Israëlische ambassadeur in Kiev geklaagd dat “u ons behandelt als Gaza”; hij was woedend dat Israël de Russische invasie niet veroordeelde en alleen geïnteresseerd was in het evacueren van Israëlische burgers uit het land (Haaretz, 17 februari 2022). Het was een mengeling van verwijzingen naar de Oekraïense evacuatie van Oekraïense echtgenoten van Palestijnse mannen uit de Gazastrook in mei 2021, evenals een verwijzing naar de volledige steun van de Oekraïense president voor de aanval van Israël op de Gazastrook in mei vorig jaar ( ik kom aan het eind van dit artikel terug op die steun .)
De aanvallen van Israël op Gaza moeten inderdaad worden genoemd en betrokken bij de evaluatie van de huidige crisis in Oekraïne. Het is geen toeval dat foto’s worden verward – er zijn niet veel hoge gebouwen in Oekraïne, maar er is een overvloed aan verwoeste hoogbouw in de Gazastrook. Het is echter niet alleen de hypocrisie over Palestina die naar voren komt als we de Oekraïne-crisis in een bredere context beschouwen; het is de algemene westerse dubbele moraal die kritisch moet worden bekeken, zonder ook maar één moment onverschillig te staan tegenover nieuws en beelden die ons uit het oorlogsgebied in Oekraïne bereiken: getraumatiseerde kinderen, vluchtelingenstromen, door bombardementen verwoeste gebouwen en het dreigend gevaar dat dit slechts het begin is van een menselijke catastrofe in het hart van Europa.
Tegelijkertijd kunnen degenen onder ons die de menselijke rampen in Palestina meemaken, rapporteren en verwerken, niet ontsnappen aan de hypocrisie van het Westen en we moeten erop wijzen zonder onze menselijke solidariteit en empathie met slachtoffers van welke oorlog dan ook voor een moment te relativeren. We moeten dit doen, aangezien de morele oneerlijkheid die de bedrieglijke agenda ondersteunt die door de westerse politieke elites en media is opgesteld, hen opnieuw in staat zal stellen hun eigen racisme en straffeloosheid te verbergen, aangezien het Israël en zijn onderdrukking van de Palestijnen immuniteit zal blijven bieden. Ik ontdekte vier valse veronderstellingen die tot nu toe de kern vormen van de betrokkenheid van de westerse elite bij de crisis in Oekraïne, en heb ze als vier lessen opgesteld.
Les één: Witte vluchtelingen zijn welkom; anderen liever niet
Het ongekende collectieve EU-besluit om zijn grenzen open te stellen voor de Oekraïense vluchtelingen, gevolgd door een meer terughoudend beleid van Groot-Brittannië, kan niet onopgemerkt blijven in vergelijking met de sluiting van de meeste Europese poorten voor de vluchtelingen uit de Arabische wereld en Afrika sinds 2015 . De duidelijk racistische prioriteit, het onderscheid maken tussen levenszoekers op basis van kleur, religie en etniciteit, is weerzinwekkend, maar zal waarschijnlijk niet snel veranderen. Sommige Europese leiders schamen zich er niet eens voor om hun racisme publiekelijk te verkondigen, zoals de Bulgaarse premier, Kiril Petkov, doet: “Deze [de Oekraïense vluchtelingen] zijn niet de vluchtelingen die we gewend zijn … deze mensen zijn Europeanen. Deze mensen zijn intelligent, het zijn goed opgeleide mensen. … Dit is niet de vluchtelingengolf die we gewend zijn, mensen waarvan we niet zeker waren van hun identiteit, mensen met een onduidelijk verleden, die zelfs terroristen hadden kunnen zijn…”
Hij is niet alleen. De westerse media hebben het de hele tijd over “ons soort vluchtelingen”, en dit racisme komt duidelijk tot uiting aan de grensovergangen tussen Oekraïne en zijn Europese buren. Deze racistische houding, met een sterke islamofobe ondertoon, zal niet veranderen, aangezien de Europese leiders nog steeds het multi-etnische en multiculturele weefsel van hun samenlevingen op het hele continent ontkennen. Een realiteit gecreëerd door jarenlang Europees kolonialisme en imperialisme die de huidige Europese regeringen ontkennen en negeren, maar tegelijkertijd voeren deze regeringen een immigratiebeleid dat gebaseerd is op hetzelfde racisme dat onderdeel was van het vroegere kolonialisme en imperialisme.
Les twee: je kunt Irak binnenvallen, maar niet Oekraïne
De onwil van de westerse media om het Russische besluit om binnen te vallen in een context te plaatsen binnen een bredere – en voor de hand liggende – analyse van hoe de regels van het internationale spel in 2003 veranderden, is behoorlijk verbijsterend. Het is moeilijk om een analyse te vinden die erop wijst dat de VS en Groot-Brittannië de soevereiniteit van een staat hebben geschonden toen hun legers, met een coalitie van westerse landen, Afghanistan en Irak binnenvielen. Het bezetten van een heel land omwille van politieke doeleinden is in deze eeuw niet uitgevonden door Vladimir Poetin, maar werd door het Westen geïntroduceerd als een gerechtvaardigd beleidsinstrument.
Les drie: soms kan neonazisme worden getolereerd
De analyse slaagt er ook niet in om enkele van Poetins geldige punten over Oekraïne naar voren te brengen; punten die de invasie geenszins rechtvaardigen, maar tijdens de invasie toch onze aandacht nodig hebben. Tot aan de huidige crisis waarschuwden progressieve westerse media, zoals The Nation, the Guardian, en de Washington Post ons voor de groeiende macht van neonazistische groepen in Oekraïne die de toekomst van Europa en daarbuiten zouden kunnen beïnvloeden. Dezelfde media verwerpen tegenwoordig de betekenis van neonazisme in Oekraïne.
The Nation meldde op 22 februari 2019: “Vandaag de dag verraden de toenemende berichten over extreemrechts geweld, ultranationalisme en uitholling van fundamentele vrijheden de aanvankelijke euforie van het Westen. Er zijn neonazistische pogroms tegen de Roma, ongebreidelde aanvallen op feministen en LGBT-groepen, boekverboden en door de staat gesponsorde verheerlijking van nazi-collaborateurs.”
Twee jaar eerder waarschuwde de Washington Post (15 juni 2017) heel scherpzinnig dat een Oekraïense botsing met Rusland ons niet zou moeten toestaan de macht van het neonazisme in de Oekraïne te vergeten: “Terwijl Oekraïnes strijd tegen door Rusland gesteunde separatisten voortduurt, wordt Kiev geconfronteerd met een andere bedreiging voor zijn soevereiniteit op de lange termijn: machtige rechtse ultranationalistische groepen. Deze groepen schromen niet om geweld te gebruiken om hun doelen te bereiken, wat zeker op gespannen voet staat met de tolerante, westers georiënteerde democratie die Kiev zogenaamd wil worden.” Tegenwoordig neemt de Washington Post echter een afwijzende houding aan en noemt een dergelijke beschrijving een “valse beschuldiging”: “In Oekraïne zijn verschillende nationalistische paramilitaire groepen actief, zoals de Azov-beweging en de Rechtse Sector, die de neo-nazi-ideologie aanhangen. Hoewel ze spraakmakend zijn, lijken ze weinig publieke steun te hebben. Slechts één extreemrechtse partij, Svoboda, is vertegenwoordigd in het Oekraïense parlement en heeft slechts één zetel.” De eerdere waarschuwingen van een medium zoals The Hill (9 november 2017), de grootste onafhankelijke nieuwssite in de VS, zijn vergeten: “Er zijn inderdaad neonazistische formaties in Oekraïne. Dit is overweldigend bevestigd door bijna alle grote westerse media. Het feit dat analisten het kunnen afdoen als propaganda die door Moskou wordt verspreid, is zeer verontrustend. Het is vooral verontrustend gezien de huidige golf van neonazi’s en blanke supremacisten over de hele wereld.”
Les vier: Hoogbouw aanvallen is alleen een oorlogsmisdaad in Europa
Het Oekraïense establishment heeft niet alleen een band met deze neonazistische groepen en legers, het is ook verontrustend en beschamend pro-Israëlisch. Een van de eerste daden van president Volodymyr Zelensky was om Oekraïne terug te trekken uit het Comité van de Verenigde Naties voor de uitoefening van de onvervreemdbare rechten van het Palestijnse volk – het enige internationale tribunaal dat ervoor zorgt dat de Nakba niet wordt ontkend of vergeten. Het besluit werd geïnitieerd door de Oekraïense president; hij had geen sympathie voor de benarde situatie van de Palestijnse vluchtelingen en beschouwde hen ook niet als slachtoffers van enig misdrijf. In zijn interviews na het laatste barbaarse Israëlische bombardement op de Gazastrook in mei 2021 verklaarde hij dat de enige tragedie in Gaza die van de Israëli’s was. Als dit zo is, dan zijn het alleen de Russen die lijden in de Oekraïne.
Maar Zelensky is niet de enige. Als het om Palestina gaat, bereikt de hypocrisie een nieuw niveau. Een aanval op een lege woontoren in Oekraïne domineerde het nieuws en leidde tot diepgaande analyses over menselijk geweld, Poetin en onmenselijkheid. Deze bomaanslagen moeten natuurlijk worden veroordeeld, maar het lijkt erop dat degenen onder de wereldleiders die de veroordeling nu leidden, zwegen toen Israël in 2000 de stad Jenin, in 2006 de wijk Al-Dahaya in Beiroet en de stad Gaza platlegde in één brute golf na de andere in de afgelopen vijftien jaar. Er werd zelfs niet gesproken over sancties, laat staan opgelegd aan Israël voor zijn oorlogsmisdaden vanaf 1948 tot nu. In feite is in de meeste westerse landen die tegenwoordig de sancties tegen Rusland leiden, zelfs het vermelden van de mogelijkheid om sancties op te leggen aan Israël illegaal en wordt het zelfs als antisemitisch bestempeld.
Ook wanneer oprechte menselijke solidariteit in het Westen terecht wordt betuigd met Oekraïne, kunnen we de racistische context en op Europa gerichte vooringenomenheid niet over het hoofd zien. De massale solidariteit van het Westen is voorbehouden aan iedereen die zich bij zijn blok en invloedssfeer wil aansluiten. Deze officiële empathie is nergens te vinden wanneer gelijkaardig, en erger, geweld wordt gericht tegen niet-Europeanen in het algemeen en tegen de Palestijnen in het bijzonder.
We kunnen als gewetensvolle personen onze reacties op rampen bepalen door onze verantwoordelijkheid te nemen en te wijzen op de hypocrisie die in veel opzichten de weg vrijmaakte voor dergelijke rampen. Het internationaal legitimeren van de invasie van soevereine landen en het toestaan van de voortdurende kolonisatie en onderdrukking van anderen, zoals Palestina en zijn volk, zal in de toekomst overal op onze planeet tot meer tragedies leiden, zoals de Oekraïense.
Ilan Pappé is een professor aan de Universiteit van Exeter. Voorheen was hij hoofddocent politieke wetenschappen aan de Universiteit van Haifa. Hij is de auteur van The Ethnic Cleansing of Palestine, The Modern Middle East, A History of Modern Palestine: One Land, Two Peoples, and Ten Myths about Israel. Pappé wordt beschreven als een van Israëls ‘nieuwe historici’ die, sinds de publicatie van relevante Britse en Israëlische regeringsdocumenten in het begin van de jaren tachtig, de geschiedenis van Israëls ontstaan in 1948 hebben herschreven. Hij droeg dit artikel bij aan The Palestine Chronicle.
Met een Europees Burgerinitiatief dringt een coalitie van 150 organisaties aan op een Europees verbod op handel met illegale nederzettingen in bezette gebieden, waar ook ter wereld, nu en in de toekomst. Om het initiatief te doen slagen is uw steun nodig. Teken de petitie!
Onder het oprichtingsverdrag van het Internationaal Strafhof (Statuut van Rome) geldt de bouw van zogenoemde ‘nederzettingen’ door een bezettende mogendheid als een oorlogsmisdaad. De Europese Unie (EU) beschouwt dergelijke nederzettingen in bezette gebieden als illegaal en een obstakel voor internationale vrede en stabiliteit.
Niettemin staan de EU en haar 27 lidstaten, waaronder Nederland, handel met nederzettingen toe. Daarmee negeren zij hun verplichting onder internationaal recht om schendingen van dat recht – zoals de stichting van nederzettingen – niet te erkennen en niet te steunen. Door de handel met nederzettingen toe te staan dragen de EU en de lidstaten juist bij aan hun levensvatbaarheid en erkennen zij feitelijk hun (illegale) bestaan.
Met een Europees Burgerinitiatief (EBI) streeft een coalitie van 150 organisaties, verenigd in de coalitie ‘Stop Trade with Settlements’ (Stop Handel met Nederzettingen), naar een Europees verbod op handel met alle illegale nederzettingen in bezette gebieden, nu en in de toekomst. Naast vooraanstaande internationale organisaties als Human Rights Watch, Avaaz en de International Federation for Human Rights maken de Nederlandse organisaties Humanitas en The Rights Forum deel van uit de coalitie.
Een EBI is een officieel democratisch instrument van de Europese Unie, waarmee EU-burgers invloed kunnen uitoefenen op het beleid. Met dit EBI vragen wij de Europese Commissie een wetsvoorstel op te stellen waarmee voorgoed een eind wordt gemaakt aan de illegale handel. Slagen wij erin in een jaar tijd – dat wil zeggen vóór 20 februari 2023 – ten minste een miljoen EU-burgers achter ons initiatief te krijgen, dan is de Commissie wettelijk verplicht daarop in te gaan.
Een miljoen handtekeningen klinkt als een forse barrière, maar met inzet van alle krachten die streven naar een rechtvaardiger wereld slechten we die.
De dag dat ik werd geboren was waarschijnlijk de heetste dag van 1991 – dat is tenminste wat mijn moeder me vertelt. Maar ondanks dat ik een zomerbaby ben, ben ik het gelukkigst als het koud en nat is. Toen ik een kind was, gaf ik mezelf een paar bijnamen. Een daarvan was Wintervlinder. Ik tekende vaak vlinders en schreef die bijnaam erin op mijn schoolboeken en notitieboekjes op school. Toen ik naar de universiteit ging, wachtte ik opzettelijk tot het begon te regenen voordat ik vele dagen naar huis liep. De afstand tussen school en thuis was ongeveer 3 kilometer. Terwijl ik die wandeling ondernam, zou ik me energiek voelen door de regen. Het leek de stress die ik doormaakte te verlichten. De liefde voor regen is me bijgebleven. Ik vind het vooral leuk om in de winter mijn schoonouders te bezoeken.
Mijn schoonouders behoren tot een familie die tijdens de Nakba – de etnische zuivering van Palestina in 1948 – uit al-Majdal net ten noorden van Gaza zijn verdreven. Ze wonen nu midden in het vluchtelingenkamp Jabaliya. Het geeft enorm veel voldoening om een warme kop thee te drinken en te luisteren naar regendruppels die op een tinnen dak vallen in het Jabaliya-kamp. Ik zou zelfs zo ver willen gaan om te zeggen dat het goed is voor de ziel.
Deze winter was anders. Wij – mijn man, kinderen en ik – hebben het Jabaliya-kamp niet één keer bezocht. Het huis van mijn schoonfamilie werd beschadigd tijdens de aanval van Israël in mei 2021 op Gaza. Een explosie in de buurt zorgde voor scheuren in het dak en de muren. Sindsdien is er veel regenwater door het dak gelekt. Mijn schoonouders hebben geluk vergeleken met anderen in het kamp. Ze wonen hoger dan veel van hun buren. Dat lijkt het huis van mijn schoonfamilie te hebben beschermd tegen overstromingen.
Noodgeval
De familie Salem, die aan de zuidelijke rand van het Jabaliya-kamp woont, heeft zo’n ontsnapping nog niet gehad. Op een bepaald moment tijdens de winter werden ze om 3 uur ’s nachts gewekt. Ze realiseerden zich al snel dat hun huis was overstroomd met een mengsel van regenwater en rioolwater. Het water – meer dan een meter diep – veroorzaakte enorme verwoesting in hun huis, waar in totaal 12 mensen wonen. Waseem, het jongste lid van het gezin, is pas een paar maanden oud. Hij werd ziek toen het huis kouder werd. “Ik kon niets vinden om de baby warm te houden”, zei Atef Salem, de vader van Waseem. “Al onze kleren waren onder water. Het enige wat ik kon doen was hem in zware zakken wikkelen die met suiker waren gevuld. We werden gered door mensen van de civiele bescherming in een kleine vissersboot. Ze hebben baby Waseem meegenomen en gelukkig stond er vlakbij een ambulance te wachten.” Waseem werd met spoed naar het Indonesische ziekenhuis in Gaza gebracht. Daar verbeterde zijn toestand. Israël vernietigde tijdens de aanval van mei meer dan 1.300 woningen in heel Gaza. Bijna 6.400 werden in aanzienlijke mate beschadigd.
De mensenrechtenadvocaat Salah Abdel Ati is een van degenen wiens eigendom werd gebombardeerd. Hij had veel tijd en geld besteed aan het bouwen van een huis met drie verdiepingen in Beit Lahiya, in het noorden van Gaza. Het gebouw, voltooid in 2019, omvatte een appartement voor elk van zijn volwassen zonen. Zijn beide zonen – Muhammad en Waseem – trouwden het jaar daarop en verhuisden naar de appartementen boven hun ouders op de begane grond. Mohammed en zijn vrouw Hadeel namen het appartement op de eerste verdieping. Waseem en zijn vrouw Marah gingen naar de tweede verdieping. De pas getrouwde stellen werden beiden kort daarna ouders van babymeisjes. Volgens Gaza-normen was het gezin redelijk comfortabel, hoewel zowel Mohammed als Waseem werkloos waren ondanks het feit dat ze een universitair diploma hebben.
Toen kwam de aanval van Israël in mei 2021. Het huis van het gezin ligt dicht bij de Hala al-Shawa-kliniek, waar moeders en kinderen worden opgevangen. Het was een van de vele zorginstellingen die tijdens het Israëlische offensief werden gebombardeerd. Het Israëlische bombardement op de kliniek vond plaats op 11 mei. Het bombardement was zo krachtig dat het ook schade aanrichtte aan ramen, deuren en muren in het huis van Salah Abdel Ati. Later diezelfde dag werd het huis opnieuw beschadigd toen een andere explosie in de buurt plaatsvond. Het gezin was op dat moment thuis, maar raakte niet gewond. Door die schade begon het huis te kantelen. En toen de regen in de winter kwam, verergerden de problemen. Het ministerie van Werken van Gaza verzocht in februari de familie om hun huis te evacueren en adviseerde de sloop ervan. Uit taxaties van het ministerie blijkt dat het gebouw dreigde in te storten.
Waseem en Muhammad zijn samen met hun ouders gedwongen om onderdak te zoeken buiten het gedeelde gebouw sinds de evacuatie. Muna, hun moeder, hoopt dat de hele familie binnenkort weer samenwoont. Ze denkt erover om een huis te huren voor de uitgebreide familie totdat ze een nieuw huis kunnen bouwen. Maar met de schok van het nog rauwe verlies van haar huis, heeft ze nog geen duidelijke plannen opgesteld. “Vroeger waren we een stabiel gezin”, zegt ze. “Nu zijn we verscheurd. Ik weet niet wat we moeten doen.” Haar man Salah is eveneens radeloos. “Ik had niet verwacht dat dit zou gebeuren”, zei hij. “Ik heb al mijn geld in het bouwen van dit huis gestoken. Nu hebben we niets meer.”
Sarah Algherbawi is een freelance schrijver en vertaler uit Gaza.
Gaza’s ‘Samir Mansour Bookshop’ is eindelijk heropend nadat het in puin was geschoten door een Israëlische militaire aanval. (Foto: Mahmoud Ajjour, The Palestine Chronicle)
Van over de hele wereld hebben mensen tienduizenden boeken gedoneerd aan Samir Mansour, de eigenaar van een boekhandel in Gaza die vorig jaar werd verwoest door Israëlische luchtaanvallen. Mansour is van plan om deze maand zijn deuren te heropenen.
De oorspronkelijke boekhandel was 22 jaar geleden door Mansour opgericht, en was een geliefd onderdeel van de lokale gemeenschap. In mei 2021 werden de winkel en de inventaris van negentigduizend boeken vernietigd tijdens de elf dagen van Israëlische bombardementen en raketbeschietingen van Hamas, waarbij meer dan 250 Palestijnen in Gaza en dertien Israëli’s om het leven kwamen.
Toen zij hoorden dat de boekhandel was verwoest startten mensenrechtenadvocaten Mahvish Rukhsana en Clive Stafford Smith een campagne om Mansour aan een nieuwe start te helpen. ‘Toen Israëlische oorlogsvliegtuigen deze boekhandel bombardeerden, was dat een nieuwe aanval op de toegang tot kennis. Deze campagne was een gebaar van solidariteit, een poging om de waardigheid en het fundamentele recht op boeken te herstellen,’ aldus Rukhsana.
In korte tijd werd $250.000 opgehaald om de winkel te herbouwen, en doneerden mensen wereldwijd ruim 150.000 boeken. Tienduizenden boeken zijn inmiddels in Gaza gearriveerd. Mansour bereidt zich nu voor om zijn nieuwe zaak te openen, die ook dienst zal doen als bibliotheek. Het nieuwe pand bevindt zich op zo’n honderd meter van de oorspronkelijke winkel. Bovenop het gedoneerde bedrag investeerde Mansour $70.000 van zijn eigen spaargeld om het pand in orde te brengen. De naam van de winkel blijft bij de opening op 12 februari hetzelfde: de Samir Mansour Boekhandel. ‘Ik denk dat de gemeenschap het idee van de nieuwe boekhandel zal steunen, vooral omdat het dicht bij de plek ligt die werd vernietigd,’ zei Mansour.
Omdat de meeste van mijn familieleden in het buitenland wonen, heb ik een vrij kleine familie in Gaza. Door hecht te zijn, delen we dezelfde ervaringen. Onze gedeelde ervaringen waren over het algemeen vreugdevol, vooral wanneer we in staat waren om samen te komen. Sinds de COVID-19-pandemie begon, hebben we gedaan wat we konden om elkaar te beschermen. Toch zijn we er niet in geslaagd om aan het virus te ontsnappen. In augustus 2020 testten zowel mijn moeder als mijn tante Jamila positief. Beiden hebben onderliggende aandoeningen. Mijn moeder heeft kanker, Jamila heeft een hartziekte. Nadat ze COVID hadden opgelopen, waren beide vrouwen ernstig uitgeput en hadden ze een paar weken moeite met ademhalen. Daarna herstelden ze. In april 2021 werd ik zelf besmet met het virus. Dat gold ook voor mijn twee kinderen en mijn man, hoewel hij asymptomatisch was. Twee weken lang moesten we ons isoleren van de buitenwereld. Ondanks onze directe ervaringen met het virus was ik er niet zenuwachtig voor. Ik had het gevoel dat iedereen in mijn uitgebreide familie het zou overleven. De aanval van Israël op Gaza in mei 2021 was oneindig veel angstaanjagender voor ons dan de pandemie tot dan toe was geweest.
Angstig
Ik ben niet meer zo ontspannen over COVID. In december vorig jaar bevestigde het ministerie van Volksgezondheid hier dat enkele gevallen van de ommicron-variant waren ontdekt in Gaza. Toen ik dat nieuws hoorde, werd ik bang voor mijn familieleden, van wie ik zielsveel hou. Ik had een intuïtie dat er iets vreselijks zou gebeuren. Tragisch genoeg werden mijn angsten werkelijkheid. In januari kreeg ik het telefoontje waar ik zo bang voor was. Het kwam van mijn vader. Onze oom Ahmad – de echtgenoot van Jamila – had COVID. Ahmad was al erg onwel van het virus toen ik werd gebeld. Hij stierf later in januari op 80-jarige leeftijd. Zijn overlijden kwam als een grote schok. Ahmad was volledig gevaccineerd. Hij had het grootste deel van zijn leven een goede gezondheid en was enorm populair, vooral bij mijn kinderen. Vanwege de COVID-situatie heeft mijn familie Jamila niet zoveel steun geboden als we in andere omstandigheden zouden hebben gedaan. Sommige familieleden hebben haar alleen telefonisch kunnen spreken. Onder hen zijn mijn oom Majed en zijn vrouw, die onlangs allebei positief zijn getest op COVID. Mijn moeder moet momenteel ook extra voorzichtig zijn. Ze heeft net haar laatste dosis chemotherapie gehad. Om die reden ging mijn moeder niet naar de begrafenis van Ahmad. Ik heb twee zussen – van wie er slechts één in Gaza woont – en drie broers. Ze gingen ook niet naar de begrafenis.
Diepbedroefd
Mijn man Hamza en ik zijn wel naar de begrafenis geweest. Dat gold ook voor mijn vader, Jamila’s broer. Het was belangrijk voor ons om Jamila te troosten. Maar ik zou echt willen dat er meer mensen waren geweest. Jamila is er kapot van. Ik wou dat iedereen in Gaza haar kon omhelzen en troosten. Ondanks al dit verdriet ben ik ervan overtuigd dat de beslissing van mijn familie om de begrafenis niet bij te wonen de juiste was. We hadden een dierbare verloren aan COVID. Het laatste wat we nodig hadden was dat iemand anders besmet raakte op de begrafenis. Zoals mijn oom Majed zei: “Ik hoop alleen dat het virus geen ander lid van onze familie doodt.”
Volgens gegevens van de Wereldgezondheidsorganisatie zijn tot nu toe ongeveer 1.900 mensen overleden aan COVID-19 in Gaza. Minder dan 500.000 van de twee miljoen inwoners van Gaza zijn volledig gevaccineerd. Het behandelen van patiënten met COVID-19 is een enorme uitdaging gebleken voor de ziekenhuizen van Gaza. Al zo’n 15 jaar legt Israël een volledige blokkade op aan Gaza. De blokkade heeft grote gevolgen voor de gezondheidszorg. Als reactie op COVID-19 kocht de Palestijnse Rode Halve Maan in Gaza in februari vorig jaar een zuurstofgenerator van de bezette Westelijke Jordaanoever. Twaalf maanden later heeft Israël het nog steeds niet Gaza binnen laten komen. Israël, de bezettende macht, heeft volgens het internationaal recht een verplichting om ervoor te zorgen dat aan de medische behoeften van de mensen in Gaza wordt voldaan.
Vaccins redden levens
Israël heeft zichzelf afgeschilderd als een van ’s werelds meest succesvolle landen in het organiseren van een snelle vaccinatiecampagne tegen COVID. De media in Europa en Noord-Amerika hebben Israël gepromoot als een succesverhaal, waarbij ze meestal het feit weglaten dat de vaccinatiecampagne zich niet uitstrekte tot miljoenen Palestijnen onder Israëlische bezetting.
Een dergelijke discriminatie heeft ertoe geleid dat Palestijnen gedwongen zijn te vertrouwen op donaties van vaccins van verschillende regeringen. Hoewel het vaccinatieprogramma ontoereikend was, is er ook een duidelijke terughoudendheid bij veel mensen in Gaza om zich te laten vaccineren.
Ik heb een peiling gehouden onder 30 mensen tussen de 25 en 50 jaar. In totaal zeiden 24 van de 30 dat ze niet gevaccineerd wilden worden. Uit gesprekken met deze mensen bleek dat velen waren beïnvloed door leugens en complottheorieën over vaccins die op internet werden verspreid. Het is vreselijk dat leugens krachtig kunnen zijn als de voordelen van vaccinatie duidelijk zijn. Het plaatselijke ministerie van Volksgezondheid stelt dat 95 procent van de mensen in Gaza die zijn overleden aan COVID-19 niet zijn gevaccineerd. Het lijdt geen twijfel dat vaccins levens redden en het aantal infecties helpen verminderen. Het is waar dat mijn oom volledig was ingeënt en toch is overleden aan COVID. Toch blijf ik ervan overtuigd dat vaccinatie van levensbelang is.
Ik heb een zeer geliefde oom verloren aan COVID-19. Ik wil niet dat iemand anders lijdt zoals mijn familie. Het enige wat ik vraag is dat mensen doen wat ze kunnen om de pandemie te beëindigen. Het belangrijkste is om je te laten vaccineren.
Sarah Algherbawi is een freelance schrijver en vertaler uit Gaza.