Auteur: pieter

  • Vijftien VN directeuren: Stop de aanval op Gaza

    Vijftien VN directeuren: Stop de aanval op Gaza

    Verklaring van de directeuren van het VN Inter-Agency Standing Committee*

    Stop de aanval op Palestijnen in Gaza en op degenen die hen proberen te helpen

    Wij, de leiders van 15 VN- en humanitaire organisaties, dringen er nogmaals bij alle partijen die in Gaza vechten op aan om burgers te beschermen en roepen de staat Israël op om te stoppen met aanvallen op Gaza en op de humanitaire organisaties die proberen te helpen.

    De situatie in Noord-Gaza is apocalyptisch. Het gebied wordt al bijna een maand belegerd, krijgt geen basishulp en levensreddende benodigdheden en bombardementen en andere aanvallen gaan door. Alleen al de afgelopen dagen zijn honderden Palestijnen gedood, de meesten van hen vrouwen en kinderen, en duizenden zijn opnieuw gedwongen ontheemd.

    Ziekenhuizen zijn bijna volledig afgesloten van voorraden en zijn aangevallen, waarbij patiënten zijn gedood, essentiële apparatuur is vernietigd en levensreddende diensten zijn verstoord. Gezondheidswerkers en patiënten zijn in hechtenis genomen. Er is naar verluidt ook gevochten in ziekenhuizen.

    Tientallen scholen die als schuilplaatsen dienen, zijn gebombardeerd of gedwongen geëvacueerd. Tenten die onderdak bieden aan ontheemde families zijn beschoten en mensen zijn levend verbrand.

    Reddingsteams zijn opzettelijk aangevallen en gedwarsboomd in hun pogingen om mensen die begraven liggen onder het puin van hun huizen te redden.

    De behoeften van vrouwen en meisjes zijn overweldigend en groeien elke dag. We zijn het contact verloren met degenen die we ondersteunen en degenen die levensreddende essentiële diensten leveren voor seksuele en reproductieve gezondheid en gender gerelateerd geweld.

    En we hebben meldingen ontvangen van burgers die het doelwit waren van pogingen om veiligheid te zoeken, en van mannen en jongens die werden gearresteerd en naar onbekende locaties werden gebracht voor detentie.

    Vee sterft ook, landbouwgrond is verwoest, bomen zijn tot de grond toe afgebrand en de infrastructuur van de landbouw is gedecimeerd. De gehele Palestijnse bevolking in Noord-Gaza loopt een acuut risico om te sterven aan ziekte, hongersnood en geweld.

    Humanitaire hulp kan de omvang van de behoeften niet bijhouden vanwege de beperkte toegang. Basisgoederen die levens redden, zijn niet beschikbaar. Hulpverleners kunnen hun werk niet veilig doen en worden door Israëlische troepen verhinderd om mensen in nood te bereiken.

    Een verdere klap voor de humanitaire respons is dat de poliovaccinatiecampagne is vertraagd vanwege de gevechten, waardoor de levens van kinderen in de regio in gevaar komen.

    En deze week heeft het Israëlische parlement wetgeving aangenomen die UNRWA zou verbieden en haar privileges en immuniteiten zou intrekken. Als dergelijke maatregelen worden geïmplementeerd, zouden ze een catastrofe zijn voor de humanitaire respons in Gaza, lijnrecht in strijd met het Handvest van de Verenigde Naties, met potentieel ernstige gevolgen voor de mensenrechten van de miljoenen Palestijnen die afhankelijk zijn van de hulp van UNRWA, en in strijd met de verplichtingen van Israël onder het internationaal recht.

    Laten we heel duidelijk zijn: er is geen alternatief voor UNRWA [1]. De flagrante minachting voor de basis menselijkheid en voor de oorlogsregels moet stoppen.

    Het internationaal humanitair recht, inclusief de regels van onderscheid, proportionaliteit en voorzorgsmaatregelen, moet worden gerespecteerd. Deze verplichtingen zijn niet afhankelijk van wederkerigheid. Geen enkele schending door de ene partij ontheft de andere ooit van haar wettelijke verplichtingen. Aanvallen op burgers en op wat er nog over is van de civiele infrastructuur in Gaza moeten stoppen.

    Humanitaire hulp moet worden gefaciliteerd en we dringen er bij alle partijen op aan om ongehinderde toegang te bieden aan getroffen mensen. Bovendien moeten commerciële goederen Gaza binnen mogen komen.

    De gewonden en zieken moeten de zorg krijgen die ze nodig hebben. Medisch personeel en ziekenhuizen moeten worden gespaard. Ziekenhuizen mogen geen slagvelden worden. Onrechtmatig vastgehouden Palestijnen moeten worden vrijgelaten. Israël moet voldoen aan de voorlopige bevelen en beslissingen van het Internationaal Gerechtshof.

    Hamas en andere Palestijnse gewapende groeperingen moeten de gijzelaars onmiddellijk en onvoorwaardelijk vrijlaten en zich houden aan het internationaal humanitair recht.

    Lidstaten moeten hun invloed aanwenden om ervoor te zorgen dat het internationaal recht wordt gerespecteerd. Dit omvat het tegenhouden van wapenoverdrachten wanneer er een duidelijk risico bestaat dat dergelijke wapens in strijd met het internationaal recht worden gebruikt.

    De hele regio staat op de rand van de afgrond. De deadline voor een onmiddellijke stopzetting van de vijandelijkheden en een aanhoudende, onvoorwaardelijke wapenstilstand is al lang overschreden.

    Ondertekenaars:

    Mevr. Joyce Msuya, waarnemend noodhulpcoördinator en ondersecretaris-generaal voor humanitaire zaken (OCHA)
    Mevr. Nimo Hassan, MBE, voorzitter, International Council of Voluntary Agencies (ICVA)
    Dhr. Jamie Munn, uitvoerend directeur, International Council of Voluntary Agencies (ICVA)
    Mevr. Amy E. Pope, directeur-generaal, International Organization for Migration (IOM)
    Dhr. Volker Türk, Hoge Commissaris voor de mensenrechten van de Verenigde Naties (OHCHR)
    Mevr. Abby Maxman, president en CEO, Oxfam
    Mevr. Paula Gaviria Betancur, speciale rapporteur van de Verenigde Naties voor de mensenrechten van ontheemden (SR on HR of IDPs)
    Dhr. Achim Steiner, beheerder, United Nations Development Programme (UNDP)
    Mevr. Anacláudia Rossbach, directeur van het Human Settlement Programme van de Verenigde Naties (UN-Habitat)
    Dhr. Filippo Grandi, Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor Vluchtelingen (UNHCR)
    Dr. Natalia Kanem, directeur van het Bevolkingsfonds van de Verenigde Naties (UNFPA)
    Mevr. Catherine Russell, directeur van het Kinderfonds van de VN (UNICEF)
    Mevr. Sima Bahous, ondersecretaris-generaal en directeur van UN Women
    Mevr. Cindy McCain, directeur van het Wereldvoedselprogramma (WFP)
    Dr. Tedros Adhanom Ghebreyesus, directeur-generaal van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO)

    [1] Het Agentschap van de Verenigde Naties voor Hulpverlening en Werken voor Palestijnse Vluchtelingen in het Nabije Oosten (UNRWA) steunt de verklaring volledig.

    Bron : Statement by Principals of the Inter-Agency Standing Committee – Stop the assault on Palestinians in Gaza and on those trying to help them | IASC

    *Het Inter-Agency Standing Committee (IASC), opgericht door resolutie 46/182 van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in 1991, is het langst bestaande en hoogste humanitaire coördinatieforum van de Verenigde Naties. Het brengt de uitvoerende hoofden van 19 organisaties en consortia samen om beleid te formuleren, strategische prioriteiten te stellen en middelen te mobiliseren als reactie op humanitaire crises.

  • De bezetter executeert Jabalya

    De bezetter executeert Jabalya

    Hieronder weer een kort verslag van Sadi Dabboor die als ambtenaar van de gemeente Jabalya in 2022 in Groningen op bezoek was om te overleggen over samenwerking met de gemeente Groningen en zich nu in het Noorden van Gaza bevindt waar een etnische zuivering plaatsvind. In het vorige verslag vertelde hij dat zijn huis was verwoest.

    Het toneel in de stad Jabalya en haar kamp is kritiek en hopeloos geworden na 25 dagen van diepgaande en intense Israëlische militaire operatie en de verscherpte belegering die daarmee gepaard ging. Er is geen mogelijkheid meer tot leven, en voor degenen die standvastig in de regio zijn gebleven, zijn nu de laatste momenten van hun leven aangebroken, nadat de bezetter alle manifestaties en elementen van het leven heeft geëxecuteerd. Alle levensbronnen zijn opgedroogd nadat hij zijn belegering van alle pleinen, in- en uitgangen volledig had uitgevoerd en de ziekenhuizen buiten dienst had gesteld, evenals alle reddings- en ambulanceteams en door het bombarderen van water- en rioolwaterzuiveringsinstallaties… en andere openbare voorzieningen en basisvoorzieningen om te overleven.
    Het is voor geen enkele gewonde of zieke persoon meer mogelijk om het ziekenhuis te bereiken of enige vorm van medische hulp te krijgen, zelfs niet de eenvoudigste. Het is ook niet langer mogelijk om het grote aantal lijken die op straat liggen te bergen. Het bereiken van deze lichamen is zeer moeilijk en gevaarlijk geworden. Ze vormen nu een maaltijd voor zwerfdieren die de genocide, die door de bezettingsmacht is uitgevoerd, hebben overleefd . Wat de standvastige burgers betreft, hun situatie blijft harder en moeilijker omdat ze op elk moment en tijdstip worden geconfronteerd met de dood door honger, dorst en dood, aangezien voedsel in al zijn vormen bijna is opgebruikt in alle huizen.
    Deze mensen leven nu van wat een beperkt aantal jonge mensen uit aangrenzende gebieden in extreem gevaarlijke omstandigheden kan meebrengen, en meestal kunnen sommigen van hen niet terugkeren en worden ze gedood of raken ze gewond op de heen- of terugweg.

    Wat de watervoorziening betreft, het meest dringende en noodzakelijk voor de belegerde bevolking, veroorzaakt dagelijks de directe dood en verwonding van tientallen mensen doordat de bezettingsmacht opzettelijk bommen laat vallen, met behulp van Quadcopter-drones, boven watertankstations in Jabalya.
    In het licht van de voortdurende lucht- en artilleriebombardementen, dag en nacht, in combinatie met het continu vliegen van bewapende drones op lage hoogte, is het verlaten van het huis, zelfs maar voor één meter, levensgevaarlijk en kan de persoon mogelijk niet meer terugkeren naar zijn huis, omdat deze vliegtuigen het gebied met vuur controleren.
    De afgelopen week werd waargenomen dat ernstige ziekten zich verspreidden, waaronder aandoeningen van de luchtwegen, en wijdverbreide verspreiding van griep, huidziekten en het ontstaan van etter uit de wonden van patiënten als gevolg van hun gebrek aan toegang tot de noodzakelijke medicijnen, evenals zwakke immuniteit en ondervoeding.

  • Een liefdesbrief aan het vluchtelingenkamp Jabaliya

    Een liefdesbrief aan het vluchtelingenkamp Jabaliya

    Jabalya: Palestijnen zijn op zoek naar overlevenden na een Israëlische luchtaanval in het vluchtelingenkamp Jabalia ten noorden van Gaza-Stad. 31 oktober (Foto: © Fadi Wael Alwhidi/dpa via ZUMA Press)

    Ik ben opgegroeid in het vluchtelingenkamp Jabaliya, in het noorden van Gaza. De eerste intifada brak in 1987 uit in het hart van ons kamp. Ik was drie jaar eerder geboren. Mijn vader gaf mijn broer de naam Hatem als eerbetoon aan Hatem al-Sisi, de eerste Palestijn die tijdens de intifada werd gedood.

    Alle vreugde en succes in mijn leven zijn overschaduwd door verdriet. Als kind hoorde ik de verhalen die de ouderen in mijn familie vertelden over de eerste intifada. Verhalen over de activiteiten van Israëlische soldaten: arrestatiecampagnes, huiszoekingen, avondklokken en sluitingen van kampen. Dit alles had een groot effect op mijn familie en onze buren. Ik was getuige van veel tragische gebeurtenissen in het kamp.

    Na verloop van tijd groeide er een liefde voor leren in mij. Ik besloot om te reizen om educatieve redenen. Ik heb in verschillende landen gestudeerd, waaronder Maleisië, Singapore, de VS en IJsland. Tegenwoordig ben ik in België. Maar ik keerde vaak terug naar het kamp. Door de straten dwalen bracht herinneringen aan mijn jeugd naar boven. Ik snoof de geur op van het land waar ik opgroeide.

    Bloedbad op een markt
    Een van mijn jeugdherinneringen is de tijd die ik doorbracht in het huis van mijn grootvader in blok 5 van het kamp. Als kleine jongen vertrouwde mijn moeder erop dat ik hielp met het huishouden. Mijn vader werkte de hele week in de Israëlische kledingindustrie. Hij was alleen op vrijdag en zaterdag in Gaza.

    Net als andere kinderen in het kamp ging ik boodschappen doen voor mijn familie. De Jabaliya-markt was in het aangrenzende blok 4. Het was niet zomaar een markt, maar de markt voor alle steden en dorpen in het gouvernement van Noord-Gaza. De markt begon op de kruising van de Al-Ajarma-straat met de Turk-straat, die noordwaarts leidde naar Beit Hanoun en Beit Lahiya. Het begon met de boekwinkel Al-Ajarma, gevolgd door de apotheek Al-Kholafa, waarnaast een shawarma-restaurant was.

    In de buurt was de al-Talouli Electric Store, waar ze hardware verkochten. Het was een plek waar mijn vader en zijn vrienden van de al-Talouli en al-Madhoun families vanaf de jaren 80 samenkwamen. Als kinderen kwamen we langs deze plekken op weg naar school, de kliniek van het VN-agentschap voor Palestijnse vluchtelingen (UNRWA) of andere winkels op de markt. De al-Talouli Electric Store bevindt zich in het midden van de markt. Eerder deze week heeft Israël dat gebied zwaar gebombardeerd. Honderden mensen werden gedood bij het bloedbad. Veel van de doden waren mijn familieleden, buren en vrienden. Ik begrijp niet waarom deze markt aan zoveel geweld werd blootgesteld.

    Minder dan 24 uur later voerde Israël een ander bloedbad uit aan de andere kant van het kamp. De wijk Zes Martelaren in al-Faluja – een gebied binnen het kamp – werd gebombardeerd. Misschien moeten we de wijk Honderd Martelaren of zelfs de wijk Duizend Martelaren noemen. Niemand zal zeker weten hoeveel mensen er zijn gedood totdat al het puin is opgeruimd en alle lijken zijn geteld.

    Is er enige garantie dat er de komende uren geen nieuw bloedbad zal plaatsvinden? Niets kan mijn tranen op dit moment tegenhouden. De dood is overal in Gaza. De situatie is veel erger dan alle eerdere bloedbaden en tragedies die we hebben meegemaakt.

    Niets is over
    Jabaliya is een kamp met kleine steegjes dat nog steeds het doelwit is van Israëlische  luchtaanvallen. Gebouwen met betonnen muren van drie of vier verdiepingen hoog zijn verdwenen. Ook een groot aantal kleinere huizen van asbest en blik zijn verwoest. Er is niets meer over op de markt van Jabaliya, behalve grote kraters.

    Ik zag beelden van huizen waarin mijn vrienden en buren woonden die verwoest werden. Daaronder ook het huis van mijn jeugdvriend Yunis al-Assi. Informatie krijgen over wie er bij de bloedbaden is omgekomen, is erg moeilijk. Ik kan geen contact opnemen met vrienden en familie in het noorden van Gaza, omdat ze geen internetverbinding hebben. Dus ik weet niet of de familie van mijn vriend Fayez nog leeft of niet.

    Fayez zelf was waarschijnlijk niet thuis, omdat hij als ambulancechauffeur werkt bij de Palestijnse Rode Halve Maan,  maar dat weet ik niet zeker. Wel zag ik mijn vriend Ahmad Abu Nasser in een video verschijnen waarin hij zei: “Drie van mijn kinderen zijn vermoord. Ik zoek, oh God, naar iemand die misschien nog leeft.”

    Khalid, een andere vriend van mij, merkte verbaasd op hoe een klein steegje was getransformeerd in een breed plein. Alle omliggende gebouwen waren met de grond gelijk gemaakt. Ik heb Khalid niet rechtstreeks kunnen bereiken. Maar ik hoorde hem die opmerking maken in een Telegram-video.

    Volgers van de mode
    Mijn vriend Tareq Hajjaj werd in oktober vermoord. Tareq en ik gingen naar school en bleven daarna vrienden. We waren vrienden, ondanks dat we rivalen waren. We behoorden tot de best presterende leerlingen op school, vooral in Engels en wiskunde, hoewel we ons als tieners op de middelbare school roekeloos gedroegen. We waren volgers van de mode en mengden ons onder en plaagden meisjes van de naburige meisjesschool in het al-Faluja-gebied van het vluchtelingenkamp Jabaliya. We richtten zelfs op wat we een politieke partij noemden en deelden er flyers over uit aan scholieren.

    De bloedbaden van deze week zorgden ervoor dat mensen schreeuwden. Anderen probeerden het puin op te tillen en met hun handen te graven, op zoek naar hun familieleden en buren. Maar het meest pijnlijke was het gedempte geschreeuw van mensen die onder het puin vastzaten. Kinderen, vrouwen, ouderen die niet gehoord of vastgelegd zijn met camera’s.

    Vandaag kan ik het kamp alleen virtueel bezoeken – door naar het scherm van mijn telefoon te kijken. Ik vrees enorm voor mijn familie, buren en vrienden. Overal in Gaza wordt sinds 7 oktober genadeloos aangevallen. Maar wat mij het meest pijn doet, is de wetenschap dat er zoveel bommen op burgers zijn gegooid in het vluchtelingenkamp Jabaliya. De pijn en het verdriet die ik voelde toen ik zag hoe plekken die ik zo goed kende tijdens mijn jeugd werden weggevaagd, is onbeschrijfelijk.

    Ik kan mensen in het kamp Jabaliya op dit moment niet praktisch helpen. Maar mijn vastberadenheid om bewustzijn te creëren over Palestina is alleen maar toegenomen. Ik ben vastbesloten om de verhalen van Palestijnen met de wereld te delen.

    Ondanks dat ik ver van mijn thuisland ben, klopt mijn hart nog steeds van liefde voor het vluchtelingenkamp Jabaliya en zijn mensen. Ik zal met al mijn kracht werken om een ​​verschil te maken en hun lijden te verlichten.

    Tamer Ajrami is een student politieke wetenschappen die in België woont. 

    bron:  A love letter to Jabaliya refugee camp | The Electronic Intifada

  • Ontsnappen uit Jabalya

    Ontsnappen uit Jabalya

    Op de middag van 5 oktober begonnen Israëlische luchtaanvallen op het gebied al-Faluja in Jabaliya in het noorden van Gaza, waar ik woonde. Eerst dachten we dat het de “normale” aanvallen waren en dat ze zouden afnemen. Maar toen de nacht viel, werd het bombardement heviger en werden onze verwachtingen overtroffen. De lucht was gevuld met gevechtsvliegtuigen en drones.

    Om middernacht werd er op de deur van ons huis geklopt. Het was mijn neef Karam en zijn familie, die hun huis hadden moeten verlaten omdat het dak was geraakt door een raket. Ze ontsnapten aan wat ze dachten dat een zekere dood was om bij ons hun toevlucht te zoeken.

    Het was een moeilijke nacht. We moesten uit de buurt van ramen blijven, want er vlogen overal granaatscherven en kogels rond. We bleven allemaal in één kamer, bleven bij elkaar en baden voor veiligheid.

    De volgende dag zagen we een groot aantal mensen evacueren naar Gaza-Stad. We besloten gezamenlijk om te blijven, hoewel Karams familie besloot om bij familieleden in Gaza-Stad te gaan logeren. Voor de rest van ons, inclusief Karam, leek het te vroeg om ons huis te verlaten na de herinvasie van Israël in het noorden. We hoopten nog steeds dat dit tijdelijk zou zijn, een donkere wolk die zou verdwijnen.

    Maar de dag erna, op 7 oktober, richtte het Israëlische leger barrières op bij de rotonde van Abu Sharakh, op slechts 100 meter van ons huis, om te voorkomen dat mensen het gebied zouden verlaten. Sommige bewoners probeerden het toch.

    Ik waagde me even naar buiten, uit nieuwsgierigheid, zag de grote barricades die de wegen blokkeerden en hoorde meerdere geweerschoten van quadcopters. Van een afstand zag ik verschillende lichamen op straat liggen, omdat niemand ze kon bereiken, zelfs geen ambulances.

    Overvol en opgesloten
    We waren met 25 in ons huis, inclusief mijn familie en onze ontheemde familieleden. Niemand van ons durfde op dat moment zelfs maar naar buiten te gaan.

    Om te eten, staken we binnen een vuur aan om brood te bakken en maaltijden te bereiden. Elke raketaanval, elke beschieting zorgde ervoor dat de kinderen schreeuwden. Spanning en angst vulden het huis. Er volgden lange discussies over de vraag of we moesten vertrekken. Maar waar konden we heen? De weg naar het westen, naar Gaza-Stad, was volledig geblokkeerd en de route naar het oosten was gevaarlijk.

    Heel Jabaliya was een slagveld geworden.

    Gedurende de nacht van 9 oktober lieten Apache-helikopters en quadcopters kogelregens op daken neerkomen. Hierdoor werden de meeste watertanks op huizen verwoest – de bewoners hadden er lang voor gewerkt en gelopen om ze te vullen.

    De hele nacht hoorden we het geluid van geweervuur, gemengd met water dat naar beneden druppelde, waardoor straten en huizen overstroomden. We wisten dat we tegen de ochtend geen water meer zouden hebben. Maar we konden niets doen.

    Niemand sliep. We zaten trillend te wachten op de volgende raket.

    Bij zonsopgang laaide de discussie over het verlaten van het gebied weer op. Sommigen beweerden dat vluchten onze beste kans was, terwijl anderen geloofden dat het ons alleen maar aan gevaar zou blootstellen en het doel zou dienen om ons met geweld uit onze huizen te verdrijven.

    Maar om vijf uur ’s middags hoorden we dat de meeste huizen in ons gebied de vorige nacht het doelwit waren geweest. We hadden dit niet eerder gehoord omdat de meeste mensen te bang waren om hun huis te verlaten om het anderen te vertellen, en er was geen mobiel bereik. Dus toen we zagen dat de meeste van onze buren vertrokken, namen we uiteindelijk het moeilijke besluit om te vertrekken.

    Vertrek
    Met een zwaar hart namen we afscheid van mijn tantes en andere familieleden die bij ons hun toevlucht hadden gezocht. We verdeelden ons in kleinere eenheden om onderdak te vinden bij familieleden. Er was geen plek meer die groot genoeg was om ons allemaal te huisvesten. Tranen vulden onze ogen toen we uit elkaar gingen, nadat we een jaar of langer samen ontheemd waren geweest, afgezien van mijn neef, de laatste nieuwkomer.

    Wij – dat zijn mijn ouders, mijn twee jongere zussen, Sama en Hala, mijn broer, Osama en Karam – gingen op weg naar het gebied Tel al-Zaatar, terwijl onze familieleden richting Beit Lahiya gingen. We verbleven negen nachten in het huis van mijn oudoom en moesten voortdurend bombardementen doorstaan. De intensiteit van de aanvallen deed de grond onder ons trillen.

    Het was angstaanjagend.

    Mijn neef had gehoopt om herenigd te worden met zijn familie in Gaza-Stad, maar de tijd werkte tegen hem. ’s Nachts waren er controleposten bijgekomen en de weg was afgesloten, dus hij bleef bij ons.

    Ook onze geliefde kat, Falfoul, was bij ons, die vanaf de eerste dagen van de oorlog met ons was meegegaan en ons door elke fase van onze reis had vergezeld. Falfoul had een speciale plek in het hart van mijn vader, misschien zelfs meer dan de rest van ons.

    De ochtend van 18 oktober verliep net zo normaal als tijdens de genocide. We werden wakker, bakten brood, maakten ontbijt en voerden samen het vrijdaggebed uit.

    Na de lunch gingen we allemaal onze dagelijkse routines uit: Sama en ik gingen naar de keuken om de afwas te doen. Falfoul bleef aan mijn zijde. Ik aaide zijn hoofd en nek en hij knuffelde me alsof het een afscheid was. Hala ging zich wassen. Osama en Karam gingen liggen om te rusten en mijn ouders gingen naar de woonkamer.

    Om 14.00 uur werd alles plotseling zwart. Ik kon niet zien, horen of spreken. Om me heen was alleen maar dichte duisternis. Zand en stof vertroebelden mijn zicht. Ik kon nauwelijks zien. Ik had de angstaanjagende gedachte dat ik de enige overlevende was omdat ik niemand anders kon horen.

    Verwoesting
    Geleidelijk kwamen de geluiden terug. Ik voelde puin onder mijn voeten. Ik struikelde vooruit totdat ik de stem van mijn moeder hoorde. Osama reciteerde de shahada: “Ik getuig dat er geen god is dan God, en Mohammed is zijn profeet.”

    We herhaalden allemaal na hem, voelend dat de dood voor onze deur stond.

    Langzaam trok de duisternis op en begonnen we de verwoesting om ons heen te zien. In de woonkamer vonden we mijn vader bewusteloos. We schreeuwden. Mijn moeder keek hem na, bang voor het ergste, maar plotseling deed hij zijn ogen open en verzekerde ons dat het goed met hem ging.

    Maar hij was gewond. Zijn rechterbeen was gescheurd, bloedde hevig en er was bot zichtbaar. We riepen om hulp en onze buren renden naar hem toe om hem op een kleed van de woonkamer naar de deur te dragen, om te wachten op een ambulance.

    Osama en Karam droegen hem naar buiten, allebei op blote voeten, stappend op puin, kapot meubilair, glas en granaatscherven. Mijn moeder volgde, geschokt en blootshoofds. Mijn zussen en ik bleven achter, ons afvragend wat we moesten doen.

    We wisten dat we moesten vertrekken, dus pakten we wat er nog over was van onze spullen en bleven zoeken naar Falfoul. Vanaf het moment van de bomaanslag had ik naar Falfoul gezocht. We konden hem niet vinden. Met onze tassen in de hand verlieten we het verwoeste huis in tranen, bezorgd om onze gewonde vader en rouwend om zijn vermiste kat.

    Falfoul, zijn trouwe metgezel, wachtte op mijn vader bij de deur, zelfs als hij te laat was, en wilde alleen maar naast hem slapen. Falfoul sprong zelfs op mijn vader als hij thuiskwam met zijn favoriete lekkernijen en weigerde om iemand anders hem te laten wassen.

    Toen we de straat opliepen, leek het gebied op een spookstad. Grote delen waren in puin veranderd. Overal lag puin. We beseften dat we tot de gelukkigen behoorden. De meeste huizen in het gebied zagen eruit alsof ze direct waren geraakt. De onze waren niet geraakt, maar gevangen in de algemene verwoesting die het woonblok om ons heen had verwoest.

    Onze verwondingen waren ook klein vergeleken met de tragedie om ons heen. We hadden wat kleine snijwonden aan onze armen en voeten. We liepen doelloos door de straten, niet wetend waar we heen moesten. Voorbijgangers bleven staan ​​en staarden naar ons.

    “Wat is er gebeurd?” vroegen ze. “Waar kom je vandaan? Is het waar dat je uit de dood bent opgestaan?”

    Opnieuw ontheemd
    We kwamen uiteindelijk aan bij het huis van mijn tante in het Beit Lahiya-gebied, waar zij en haar familie ook naartoe waren gevlucht.

    Toen ze ons zagen, verraadden hun gezichten schok. We begonnen allemaal te huilen, te overweldigd om het uit te leggen. Ik ging naar de badkamer om mijn gezicht te wassen en zag dat het bedekt was met as, stof en bloedsporen van kleine krasjes.

    Ik gooide water in mijn gezicht en hoopte dat ik wakker zou worden uit deze nachtmerrie. Maar ik moest mezelf bijeenhouden voor mijn zussen, omdat ik nu de oudste was in de afwezigheid van onze ouders.

    Twee uur na de aanval gingen we terug om Falfoul te zoeken. Mijn vader had zijn naam gemompeld in zijn bed in het al-Awda-ziekenhuis. We zochten overal en draaiden alles om wat we nog niet eerder hadden gezien. We troostten onszelf met de gedachte dat Falfoul nog moest leven, aangezien we zijn lichaam niet hadden gevonden. Hij verstopte zich waarschijnlijk, doodsbang door de chaos.

    Die avond kwam mijn moeder bij ons en legde uit dat het ziekenhuis haar niet had toegestaan ​​om bij mijn vader te blijven overnachten. Ze zeiden dat ze de volgende ochtend vroeg terug moest komen, ook al had hij gewild dat ze zou blijven. Ze was hulpeloos en moest hem achterlaten.

    Maar het geluk was opnieuw niet aan onze kant. Slechts een uur nadat mijn moeder het ziekenhuis had verlaten, werd het omsingeld en zat iedereen binnen opgesloten. Mijn broer en neef, die bij mijn vader waren, werden nu belegerd, waardoor we op onszelf aangewezen waren.

    De verwonding van mijn vader was niet ernstig, maar hij had een operatie en een orthopedisch specialist nodig. Maar omdat het ziekenhuis belegerd werd, konden artsen er niet bij. Het netwerksignaal was zwak en onze communicatie met hen werd moeilijk. Wat we hoorden was niet goed.

    De toestand van mijn vader begon te verslechteren: hij kreeg koorts, hoge bloeddruk en misselijkheid, en zijn wond en bot raakten geïnfecteerd. Het enige dat het medische team in het ziekenhuis kon doen, was zijn verband verwisselen. De voorraden en middelen waren beperkt.

    We hopen nu dat de Wereldgezondheidsorganisatie patiënten naar Gaza-Stad kan overbrengen, maar tot nu toe is het niemand gelukt het ziekenhuis te bereiken. Mohammad Obaid, de arts die de operatie van mijn vader had moeten uitvoeren, werd op 26 oktober door het Israëlische leger opgepakt in het Kamal Adwan-ziekenhuis in Beit Lahiya.

    En opnieuw
    Toen de dageraad op 23 oktober aanbrak, waren we nog wakker, gekweld door het aanhoudende geluid van bombardementen en geweervuur ​​dat op het dak boven ons leek te slaan. Toen riepen drones via luidsprekers iedereen op om hun huizen in het noorden van Gaza te verlaten en naar Salah al-Din Street te gaan, de belangrijkste noord-zuidverbinding in Gaza.

    Mensen om ons heen vertrokken al, maar wij waren verscheurd. Hoe konden we mijn vader, broer en neef achterlaten, die nog steeds vastzaten in het ziekenhuis? Maar blijven betekende dat we onszelf blootstelden aan constant gevaar. We hadden geen andere keus dan te gaan.

    Met tassen in de hand sloten we ons aan bij de stroom mensen die richting Salah al-Din Street liepen. Voordat we vertrokken, lukte het ons om mijn vader te bellen om hem gerust te stellen en hem te laten weten dat we weer op pad gingen.

    Hij moedigde ons aan, hoewel zijn stem brak toen hij begon te huilen. Hij drong erop aan dat we onszelf niet in gevaar moesten brengen. We namen afscheid en begonnen aan onze reis.

    We liepen vanuit Beit Lahiya in de felle hitte, in winterkleding om zoveel mogelijk te dragen, omdat we maar een beperkt aantal tassen konden dragen. We moesten de meeste spullen achterlaten, wetende dat de reis lang zou worden.

    Toen we het Indonesische ziekenhuis in Beit Lahiya naderden, zagen we tanks de weg blokkeren, hun luidsprekers gaven ons het bevel om “naar rechts te gaan!” We volgden hun bevelen op, maar toen we dichterbij kwamen, zag ik meer dan tien tanks ons omsingelen. Ze begonnen jonge mannen – zelfs jongens – uit de menigte te halen en scheidden hen van hun families.

    Sommige kinderen probeerden zich te verstoppen tussen de vrouwen, maar de soldaten vonden ze, één voor één. Ik zag moeders fluisteren: “Ga door, wees niet bang”, terwijl de gezichten van hun kinderen vertrokken van angst.

    We liepen totdat de uitputting mensen dwong hun tassen te laten vallen, waardoor hun spullen verspreid langs de weg lagen. Elke keer dat we probeerden te stoppen, gaven de soldaten gas, waardoor er stof opwaaide en ze ons met spottende glimlachen vooruit duwden. We hadden geen andere keus dan door te gaan, ondanks onze groeiende wanhoop.

    Onderweg passeerden we een oudere vrouw die uit haar rolstoel was gevallen, haar dochters konden haar niet optillen, waardoor ze haar moesten achterlaten. Een moeder verloor haar jonge dochter op de oneffen, zanderige weg en ging in haar verdriet verder zonder om te kijken.

    Tegen de tijd dat we de rotonde van Zamo bereikten, ten zuidoosten van het vluchtelingenkamp Jabaliya, was de hoop vervlogen. Uitgeput voelden we dat de dood beter was geweest dan zo’n vernedering. Mijn moeder liet haar tassen vallen, stortte op de grond en zei: “Ik kan niet verder. Laat me hier sterven.”

    Maar na een paar minuten herpakte ze zich, pakte de tassen op en liep verder. Bij de rotonde van Qerem vonden we eindelijk een kapotte auto die ons naar het huis van een familielid bracht.

    Naschrift
    Mijn vader, Osama en Karam worden nog steeds belegerd in het al-Awda-ziekenhuis in Jabaliya. De wond van mijn vader is weer opengegaan en hij moet dringend geopereerd worden.

    We hebben ook vernomen dat onze geliefde Falfoul nog steeds in het huis zit waar we gebombardeerd zijn, op de plek waar mijn vader gewond is geraakt, alsof hij wacht tot we terugkomen.

    Asil Almanssi is een schrijver die in Gaza woont.

  • Terwijl de strop strakker wordt aangetrokken, zijn sommigen in het noorden vastbesloten om te blijven

    Terwijl de strop strakker wordt aangetrokken, zijn sommigen in het noorden vastbesloten om te blijven

    Twee jongens zitten tussen het puin van het vluchtelingenkamp Jabaliya in het noorden van Gaza op 31 augustus 2024. Een hernieuwd Israëlisch offensief op het noorden in oktober heeft volgens de VN de bombardementen en verwoestingen daar naar een “nieuw niveau” getild. (Hadi Daoud / APA Images)

    Het Israëlische leger escaleert zijn aanval op het noorden van Gaza, die nu zijn derde week ingaat.
    De Israëlische media staan bol van het gepraat over het zogenaamde Generaalsplan, waarbij het Israëlische leger naar schatting 400.000 burgers met geweld uit Noord-Gaza zou verdrijven en uithongeren en Gaza-stad zou verwoesten met het oog op de verovering en vestiging van het gebied of om er een uitgestrekte “bufferzone” van te maken. 

    Het offensief begon begin oktober, toen het leger met pamfletten de mensen opriep hun huizen te verlaten.
    In Jabaliya is de situatie steeds nijpender geworden. Een aantal dagen van onophoudelijke luchtaanvallen en artilleriebeschietingen hebben de eens zo levendige stad in puin gelegd. Gezinnen zijn doodsbang, zitten vast en kunnen niet ontsnappen door geblokkeerde routes.
    Israëlische troepen belegerden verschillende schuilplaatsen voor ontheemde burgers voordat ze die op zaterdag bestormden. Op sociale media circuleren video’s waarop te zien is hoe tientallen mannen, en mogelijk ook jongens, geblinddoekt en met vastgebonden handen worden vastgehouden.

    Mijn neef Maysara Abo Qamar is een van de mensen die geweigerd heeft zijn huis te verlaten. Hij heeft ervoor gekozen om met zijn vrouw in zijn gebied te blijven, ondanks de gruwelijke uitdagingen. Zaher, zijn moeder en mijn tante, heeft sinds het begin van de agressie met onvoorstelbare verliezen te maken gehad. Ze ontsnapte ternauwernood aan de dood toen haar huis werd gebombardeerd, maar haar man, Danial, overleefde het niet. Haar zoon Islam, 27 jaar, raakte ernstig gewond toen een metalen staaf van 15 centimeter zijn buik doorboorde. De verwonding liet niet alleen fysieke littekens achter, maar bracht ook veel pijn en angst voor hem, mijn tante en onze familie.
    Na het verlies van haar huis en partner, droeg Zaher het gewicht van het lijden van haar familie en probeerde ze wanhopig haar overgebleven zonen te beschermen tegen verder letsel. Op zoek naar veiligheid vluchtte ze naar een zogenaamd veilig gebied en kwam naar ons huis in het zuiden van Gaza.
    Ik herinner me die dag nog levendig. Het was eind november vorig jaar en mijn gezin en ik zaten samen te lunchen toen we plotseling een harde klop op de deur hoorden. Doodsbang haastten we ons om de deur te openen en daar stond mijn tante, met een bleek gezicht, blauwe lippen en een broos lichaam. Islam leunde op haar, zijn shirt zat onder het bloed. Ze hadden 10 kilometer te voet afgelegd vanaf de Netzarim corridor, een stuk van 6 kilometer dat Gaza in tweeën deelt.

    De angst van een moeder
    Het was de eerste keer in maanden dat we ze zagen. Angst en pijn stonden diep op hun gezichten gegrift. Ze waren veel afgevallen en zagen er ongelooflijk fragiel uit. Ik wist niet wat ik moest doen – moest ik mijn tante troosten met het verlies van haar man, of haar zoon een spoedig herstel toewensen? Het gewicht van beide tragedies hing zwaar in de lucht en liet me verstijfd achter, onzeker over hoe ik hen kon troosten in het aangezicht van zo’n overweldigend verlies.
    We merkten al snel dat Maysara niet bij hen was. Hij weigerde pertinent om zijn gebied te verlaten, zei mijn tante, volhardend om te blijven ondanks haar vele pogingen om hem over te halen.
    Nadat de invasie van Jabaliya begon, verloren we het contact met Maysara. Zaher’s nachten zijn nu gevuld met angst. Ik hoor haar huilen terwijl ze hem probeert te bereiken, terwijl ze zijn nummer ontelbare keren belt. Er is geen signaal. Bij elke mislukte poging siddert ze van angst terwijl ze de mogelijkheid verdraagt dat ze haar zoon verliest, net zoals ze haar man heeft verloren.
    Op 7 oktober werd een huis tegenover de supermarkt van de familie gebombardeerd en vijf mensen die buiten de winkel zaten werden gedood. Een verwoede zoektocht bracht aan het licht dat Maysara niet onder hen was, tot onze opluchting. Maar elke keer als er een bloedbad plaatsvindt in Jabaliya, kijken we angstig naar het nieuws en scrollen we één voor één door de namen, bang dat Maysara er ook bij zit. Het is de enige manier om er zeker van te zijn dat hij nog leeft.
    Ten minste 640 mensen zijn gedood in het noorden sinds het begin van de invasie, het werkelijke aantal is waarschijnlijk veel hoger. Zelfs te midden van een genocide die al een jaar duurt en waarbij naar schatting tweederde van alle structuren in de hele Gazastrook is vernietigd of beschadigd, is het bombardement in het noorden nu op “een ander niveau”, vertelde Sam Rose van het VN-agentschap voor Palestijnse vluchtelingen, UNRWA, aan Al Jazeera.
    Onder dekking van de duisternis trekt het Israëlische leger de strop nog strakker aan en sluit alle in- en uitgangen van het kamp af met zandbarrières en tanks. Met grondtroepen en drones krijgen ze volledige controle over elke straat en steeg.

    Dit is ons land
    Duizenden families zitten nu zonder een druppel water of een kruimel brood, verdrinken in totale duisternis en zijn wanhopig op zoek naar medische behandeling. Het enige ziekenhuis in het gebied, Kamal Adwan, functioneert nauwelijks en het leger heeft alle medewerkers en patiënten bevolen om te evacueren.

    De mensen zijn ziek, hongerig en wanhopig.

    En toch weigeren velen te vertrekken. Een getraumatiseerd volk leert lessen uit de geschiedenis. We herinneren ons nog goed hoe twee derde van het Palestijnse volk in 1948 etnisch werd gezuiverd en nooit meer mocht terugkeren.
    “In het afgelopen jaar ben ik 18 keer ontheemd geweest,” vertelde Salsabel, een vriendin in Jabaliya, me vorige week toen ze even verbinding kon maken met internet. “Ze hebben onze huizen verwoest, voedsel, internet, elektriciteit en toegang tot medische zorg afgesneden. Ze hebben hele gebouwen boven onze hoofden gesloopt. Toch, vertelde ze aan The Electronic Intifada, weigeren ze te vertrekken. “Na alles wat we hebben meegemaakt, kunnen ze ons nooit dwingen ons land te verlaten. Dit is ons land. Het zal van ons blijven.”

    Esraa Abo Qamar is schrijfster in Gaza

  • Daybreak in Gaza, een bundel getuigenissen uit Gaza

    Wie ben ik in deze oorlog? Voor de wereld ben ik slechts een nummer, opgeteld op een lijst van mensen die ontheemd zijn, die gewond zijn, die honger en dorst lijden. En als de volgende bom op mij valt, ben ik een ander nummer dat wordt opgeteld op de lange lijst van vermoorde mensen in deze genocide. En daarna ben ik vergeten.

    Een citaat van Hiba Almaqadama, een jonge vrouw, student en schrijver in Gaza. Haar gewone dagelijkse leven werd ruw verstoord op 10 oktober 2023 en daarna was niets meer hetzelfde. Alles wat vertrouwd was voor haar en haar familie, was in een klap voorgoed voorbij. Hiba, en met haar vele anderen willen hun verhaal delen, vertellen hoe Gaza was, hoe het nu is en hoe het wellicht nooit meer zal worden. Ze willen geen nummer zijn, geen statistiek en geen karikatuur.

    Het verhaal van Hiba is opgenomen in Daybreak in Gaza, een bundel van ruim honderd getuigenissen van mensen uit Gaza die vertellen wat hen is overkomen voor en tijdens de voortdurende Israelische bombardementen. De bundel laat zien dat Gaza een gebied is vol menselijkheid en creativiteit, rijk in diversiteit van culturen en tradities. In Daybreak in Gaza komen alle generaties aan het woord, we lezen de verhalen van winkeliers en ambachtslieden, docenten en kunstenaars, vaders en moeders. Juist nu er zo veel vernietigd is, is het van het grootste belang om deze beelden, herinneringen, ervaringen en gevoelens vast te leggen en beschikbaar te stellen voor de toekomst. Tegen uitroeien en vergeten.

    Grote urgentie

    Samenstellers Mahmoud Muna uit Jeruzalem en Matthew Teller uit Groot-Brittannië hebben in de periode van maart t/m mei 2024 zoveel mogelijk getuigenissen verzameld. Schriftelijk, telefonisch, via online gesprekken en via al eerder gepubliceerde bronnen. Ze hebben verzameld, geselecteerd, vertaald en toegelicht. Bij dit werk voelden ze een grote urgentie en verantwoordelijkheid om zoveel mogelijk verschillende stemmen aan het woord te laten. Ze werden geholpen door Juliette Touma, directeur communicatie bij UNRWA (United Nations Relief and Work Agency for Palestinian Refugees) en door journalist Jayyab Abusafia, zelf afkomstig uit Jabaliya vluchtelingenkamp in Gaza.

    Verrassende historische feiten

    In deze bundel Daybreak in Gaza zijn de hedendaagse getuigenissen mooi verweven met historische toelichtingen over de lange geschiedenis van Gaza (ruim 5000 jaar bewoond door vele volken), de verschillende bloeiperiodes en bezetters, het bezoek van Che Guevara en Malcolm X aan Gaza (!) en andere historische feiten die de meeste lezers volkomen zullen verrassen. Daarnaast is informatie te vinden over de Gazaanse keuken, over kunstvormen als dans, acrobatiek, borduurkunst, beeldende kunst en fotografie. In het boek is ook een selectie van oudere en meer recente foto’s opgenomen.

    Monument van verzet

    Daybreak in Gaza is een monument van verzet tegen vernietiging en uitwissing, tegen bruut geweld en het recht van de sterkste. Een boek dat ontroert en raakt, dat je laat lachen en huilen en dat vooral het kenmerkende levendige dagelijkse bestaan in Gaza heel dichtbij brengt.

    Boekpresentaties in Nederland

    Matthew Teller en Mahmoud Muna komen naar Nederland voor een aantal boekpresentaties. Van maandag 4 t/m donderdag 7 november zijn zij in Nijmegen, Groningen, Wageningen, Leiden, Tilburg, Utrecht en Amsterdam om over hun boek te vertellen en in gesprek te gaan met belangstellenden. Kijk voor het volledige programma op:

    https://marcada.nl/podiumvoorpalestina/book-presentations-in-the-netherlands/

    Bij deze bijeenkomsten is het boek te koop en kan het worden gesigneerd. Opbrengsten van de boekverkoop gaan naar MAP (Medical Aid for Palestinians). Alle bijeenkomsten zijn gratis toegankelijk, de voertaal is Engels. Voor de avondbijeenkomsten even vooraf aanmelden.

    Marianne Dagevos

    www.podiumvoorpalestina.nl

     

  • ‘Mensen verlangen naar de dood om verlost te worden van de verschrikkingen’

    ‘Mensen verlangen naar de dood om verlost te worden van de verschrikkingen’

    Sadi Daboor is ambtenaar van de gemeente Jabalya. In 2022 was hij nog op bezoek in Groningen om te overleggen over toekomstige samenwerking tussen de gemeente Groningen en Jabalya. In februari publiceerde we al een verslag van hem over wat hij toen meemaakte. Nu bericht hij over Jabalya waar het Israelische leger een verschrikkelijk offensief uitvoert in een poging om het hele Noorden te ontvolken. Hieronder zijn verslag

    De delegatie uit Jabalya wordt in 2022 door burgemeester Schuiling ontvangen. Tweede van links Sadi Daboor

     

    Vijftien dagen onafgebroken belegering van de stad Jabalya.

    Wat er nu in de stad Jabalya gebeurt, gaat elke beschrijving en verbeelding te boven: verschrikkingen, vuur, bloed, lichaamsdelen, honger, dorst en gebrek aan medicijnen. Alle dagen zijn op die manier verstreken en dat sinds het begin van de oorlog die al een jaar aan de gang is. Mensen in Gaza zijn verdwaald en verscheurd en weten niet wat ze moeten doen door het ontbreken van een toekomst. De Israëlische bezetting vraagt ​​hen om Jabalya en heel Noord-Gaza te evacueren om zijn nederzettingsplan uit te voeren, zoals gerapporteerd in de Israëlische kranten en volgens het plan van de generaals, het plan dat de normen van het internationaal humanitair recht en de mensenrechten schendt en overtreedt. 

    400 mensen werden 15 dagen geleden martelaars in Jabalya en het noorden van Gaza, van wie de meerderheid kinderen, vrouwen en ouderen waren. Duizenden gewonden wachten nog steeds op een behandeling die nog niet beschikbaar is. 60% van de bevolking van Jabalya en Noord-Gaza werd gedwongen te vluchten naar Zuid-Gaza.

    verwoestingen in de wijk in Jabalya waar Sadi Daboor zijn huis had

    Afgelopen zaterdagochtend werd ik wakker met het nieuws van de verwoesting van ons huis in de stad Jabalya. Het veroorzaakte een zeer moeilijke psychologische crisis voor mij en mijn familie. De waarheid is dat ik niet alleen huilde om mijn huis, maar om het leven daar in heel Noord-Gaza. Alle huizen in de wijk waar ik woonde zijn verwoest en de mensen raakten ontheemd, en veel van hen zijn dood of gewond. Ik huil nu om de stad Jabalya en het hele noorden van Gaza, in plaats van alleen om mijn huis. Wat we jullie vertellen is dat Jabalya is vernietigd en dat niemand iets doet, en dat mensen naar de dood zijn gaan verlangen om verlost te worden van de verschrikkingen van de oorlog. Dit is ons leven… dit is Jabalya

    Bijna 300 duizend mensen worden nu belegerd in de stad Jabalya en het Noorden van Gaza, zonder voedsel of water, afgezien van het weinige dat door de families wordt bewaard, om nog maar te zwijgen over de intensivering van de gewelddadige bombardementen van vliegtuigen, tanks en zware artillerie die worden ingezet om zonder genade huizen te slopen en mensen te vernietigen.

    65% van de huizen en openbare voorzieningen in de stad Jabalya en het hele noorden van Gaza werd gesloopt, naast de vernietiging van levensvoorzieningen, zoals ziekenhuizen, waterputten, rioolwaterzuiveringsinstallaties, water-ontziltingsinstallaties en zonne-energie installaties. Verder werden openbare straten, bomen, tuinen, enz. platgewalst. Al deze aanslagen vallen binnen de reikwijdte van genocide. Of zoals de woordvoerder van UNICEF hieraan toevoegde: De situatie is voor kinderen in de Gazastrook een hel geworden.

  • We worden van alle kanten belegerd’: Israëlische aanvallen op Noord-Gaza gaan door

    We worden van alle kanten belegerd’: Israëlische aanvallen op Noord-Gaza gaan door

    Al ruim een week belegert het Israëlische leger het noorden van Gaza, waaronder het vluchtelingenkamp Jabalia, en voert luchtaanvallen uit. Tienduizenden mensen zitten vast in hun huizen of schuilplaatsen. Het gebied is bovendien afgesloten van hulpgoederen. 

    door Lucia Admiraal

    In de schaduw van de oorlog in Libanon is het Israëlische leger bezig met een nieuwe invasie van de noordelijke Gazastrook. Al ruim een week concentreren de aanvallen zich met name op het vluchtelingenkamp Jabalia, maar ook het nabijgelegen Beit Hanoun en Beit Lahia worden belegerd en bestookt met luchtaanvallen.

    Het leger heeft de bevolking van het noorden bevolen om naar het zuiden te vertrekken, naar de kuststrook al-Mawasi, waar al honderdduizenden ontheemden verblijven. Volgens het ministerie van Gezondheid in Gaza zijn door de recente Israëlische aanvallen op het noorden tot nu toe al zeker tweehonderd mensen gedood, onder wie kinderen, vrouwen en ouderen.

    Israël zegt dat Hamas zich heeft gehergroepeerd in het noorden van Gaza, en dat Hamas-strijders het doelwit waren van de aanvallen. De militaire tak van Hamas, de al-Qassam Brigades, plaatste op Telegram een bericht over een aanval op Israëlische soldaten die een huis in Jabalia bestormden. De Israëlische krant Haaretz meldt echter, op basis van anonieme leger- en veiligheidsbronnen, dat het leger niet direct Hamasstrijders trof toen het Jabalia binnenging.

    Steeds minder journalisten
    Ondertussen zijn er steeds minder journalisten in Gaza die de situatie in het noorden kunnen verslaan. Ruim honderdtwintig journalisten zijn gedood door de Israëlische aanvallen op Gaza. Buitenlandse pers mag nog steeds de Gazastrook niet in. Vorige week werd de Al Jazeera-cameraman Fadi al-Wahidi in zijn nek geschoten terwijl hij verslag deed van het beleg van Jabalia. Hij verkeert momenteel in kritieke toestand.

    De weinigen die nog verslag doen in de regio, omschrijven de belegering van het noorden als een van de meest hevige aanvallen tot nu toe. Journalisten en andere ooggetuigen in het noorden zeggen dat er doden en gewonden op straat liggen, die niet bereikt kunnen worden door hulpdiensten.

    „Het gebrek aan medische middelen en goede behandelingsmogelijkheden maakt het onmogelijk om de meeste gewonden te redden”, schreef Al Jazeera-journalist Anas al-Sharif, die vanuit Jabalia verslag doet, zaterdag op X.

    „We blijven hier”
    In het noorden van Gaza zijn nog drie functionerende ziekenhuizen. Een daarvan is het Kamal Adwan-ziekenhuis in Beit Lahia. „Noord-Gaza wordt van alle kanten volledig belegerd”, vertelt Hussam Abu Safia, de directeur van het ziekenhuis, telefonisch vanuit Beit Lahia. „Er is geen coördinatie [met het leger] voor ambulances. Er moet worden geïmproviseerd.”

    Alleen al tussen zaterdag en zondagochtend telde het ziekenhuis vijftien doden en meer dan zestig gewonden, vertelt Abu Safia, waaronder kinderen en ouderen. Op de intensive care voor kinderen liggen nu ook volwassenen, omdat er geen andere plek voor hen is. „De situatie is catastrofaal”, zegt Abu Safia, mede door de totale blokkade van het gebied.

    Vorige week kreeg het ziekenhuis, net als de andere twee ziekenhuizen in Noord-Gaza, een „evacuatiebevel” van het Israëlische leger. „Er is geen andere plek waar we onze diensten kunnen verlenen. We blijven hier”, zegt Abu Safia.

    In een recent gepubliceerd rapport schrijft de VN dat Israël als onderdeel van de bredere aanvallen op Gaza beleidsmatig de medische infrastructuur vernietigt, en spreekt van „meedogenloze en doelbewuste aanvallen op medisch personeel en medische faciliteiten” waarmee „oorlogsmisdaden worden gepleegd” en sprake is van „uitroeiing als misdaad tegen de menselijkheid”.

    Gedwongen vertrek
    Afgelopen weekend gaf het Israëlische leger opnieuw bevelen aan Palestijnen in Noord-Gaza om te vertrekken. Journalisten ter plaatse wijzen erop dat het ondanks de „evacuatiebevelen” niet mogelijk is om vanuit het noorden naar het zuiden te gaan. Al Jazeera berichtte op zondag dat duizenden mensen vanuit Jabalia te voet naar Gaza-Stad vluchtten, maar dat het leger volgens ooggetuigen zandbarrières heeft opgeworpen op de weg naar Gaza-Stad.

    Daarmee is de Gazastrook door het Israëlische leger niet alleen doormidden gesplitst door de ‘Netzarim corridor’, maar lijkt het uiterste noorden ook afgesloten van Gaza-Stad. Vorige week zeiden inwoners die wel probeerden te vluchten tegen CNN dat zij werden beschoten door het Israëlische leger.

    Ook zeggen inwoners in het grotendeels verwoeste noorden – naar schatting van de VN verblijven er circa 400.000 mensen – niet te willen vertrekken, omdat het elders ook niet veilig is.

    Ibrahim al-Kharabishy, een advocaat en vader van drie kinderen uit Jabalia, zei tegen de Financial Times dat hij ondanks oproepen van het leger thuisblijft. „Het is het enige toevluchtsoord dat we hebben”.

    Geen voedselhulp
    De hernieuwde aanvallen en de herhaalde bevelen aan de bevolking om te vertrekken, leiden tot nieuwe internationale zorgen over gedwongen ontheemding en etnische zuivering. Haaretz sprak met Israëlische ambtenaren van Defensie die menen dat het politieke leiderschap aandringt op geleidelijke annexatie van grote delen van de Gazastrook.

    De belegering en de „evacuatiebevelen” voor dit gebied suggereren dat het Israëlische leger het zogenaamde „generaalsplan” – geheel of ten dele – implementeert. Dat „generaalsplan” verwijst naar een plan van oud-legerleiders, onder wie voormalig generaal Giora Eiland, waarbij de bevolking van Noord-Gaza of zou worden gedwongen te vertrekken, of zou verhongeren door de blokkade, of zich zou overgeven. Wie er achterblijft zou bovendien als Hamas-strijder worden beschouwd.

    De Israëlische nieuwswebsite Yedioth Ahronoth spreekt van een „kleinere en voorlopige versie” van dit „plan” in Jabalia. Eiland zelf zei tegen CNN dat de huidige belegering geïnspireerd is door zijn plan, maar op punten afwijkt. In Noord-Gaza is hoe dan ook sinds het begin van oktober helemaal geen humanitaire hulp meer binnengekomen, meldt het Wereldvoedselprogramma (WFP). Bovendien zijn enkele centrale bakkers door de aanhoudende luchtaanvallen gesloten. „Deze mensen kunnen nergens heen en het WFP kan ze nauwelijks bereiken”, schrijft WFP. De organisatie is „niet langer in staat om voedsel in welke vorm dan ook uit te delen aan gezinnen die het hard nodig hebben.”

    bron:  ‘We worden van alle kanten belegerd’: Israëlische aanvallen op Noord-Gaza gaan door – NRC

    Een versie van dit artikel verscheen ook in de NRC van 14 oktober 2024.

  • ‘Overal lijken’ in vluchtelingenkamp Jabalya terwijl Israël het noorden van Gaza belegert

    ‘Overal lijken’ in vluchtelingenkamp Jabalya terwijl Israël het noorden van Gaza belegert

    Gazanen in het noorden zitten vast in hun huizen terwijl Israël een nieuwe militaire operatie start, waarbij ziekenhuizen worden bedreigd en op vluchtende inwoners wordt geschoten.

    Door Ibrahim Mohammad en Mahmoud Mushtaha 10 oktober 2024

    Het Israëlische leger heeft een groot nieuw offensief gelanceerd in het noorden van Gaza, waarbij de drie meest noordelijke steden van de Strook en hun omgeving worden belegerd. Vroeg op zondagochtend gaf het leger de ongeveer 400.000 inwoners die nog in het noorden van de Strook wonen, opdracht om naar het zogenaamde “humanitaire gebied” in het zuiden te verhuizen, ter voorbereiding op een nieuwe militaire operatie. Velen weigerden hun huizen te verlaten en inwoners van Jabalya, Beit Hanoun en Beit Lahiya worden sinds zondagmiddag zwaar gebombardeerd, afgesneden van Gaza-Stad in het zuiden, terwijl tanks en drones schieten op mensen die proberen te ontsnappen.

    Meer dan 120 Palestijnen zijn al gedood in het gebied sinds de laatste operatie begon als gevolg van luchtaanvallen, artillerievuur en beschietingen door Israëlische soldaten en quadcopter-drones. Er komt geen humanitaire hulp binnen in de belegerde gebieden en Israël heeft de laatste werkende bakkerij van Jabalya gebombardeerd.

    Het leger heeft ook de evacuatie bevolen van al het medisch personeel en de patiënten uit de drie belangrijkste medische faciliteiten in het gebied: het Kamal Adwan ziekenhuis en het Indonesische ziekenhuis in Beit Lahiya, en het Al-Awda ziekenhuis in Jabalya. Inwoners van het vluchtelingenkamp Jabalya, het epicentrum van de huidige grondinvasie van het leger, melden dat de lichamen over de straten verspreid liggen en dat ambulances ze niet kunnen ophalen.

    “Quadcopter drones zweven laag over de straten en schieten op alles wat beweegt,” vertelde Mohammed Shehab, een 27-jarige inwoner, aan +972 Magazine vanuit het kamp. “Snipers staan ​​op daken en richten zich op iedereen die naar buiten stapt. Tegelijkertijd zijn soldaten en tanks het kamp binnengedrongen, huizen verwoest en wegen en velden met bulldozers verwoest.”

    Het Israëlische leger, dat vuur uitwisselt met Hamas-troepen in het gebied en meerdere slachtoffers heeft geleden, verklaarde dat de nieuwe operatie is ontworpen om de pogingen van de groep om zijn operationele capaciteiten in het noorden van de Strook te herbouwen, de kop in te drukken. Maar het offensief komt slechts enkele weken nadat er berichten waren dat premier Benjamin Netanyahu een voorstel overwoog, bekend als het Generals’ Plan, om heel Noord-Gaza etnisch te zuiveren door middel van een campagne van uithongering en uitroeiing. Daarom zijn er wijdverbreide zorgen — ook onder Gazanen die met +972 spraken — dat Israël dat plan nu in werking zou kunnen stellen.

    “Zondagmiddag begonnen er plotseling zware bombardementen”, vertelde Shehab. Hij was op dat moment thuis met zijn vriend Abdel Rahman Bahr en Bahrs broer Mohammed. “Abdel Rahman ging kijken wat er was gebeurd – hij dacht dat ze een school of een schuilkelder hadden gebombardeerd. Hij kwam nooit meer terug.

    “Uren later gingen Mohammed en ik op zoek naar hem”, vervolgde Shehab. “Plotseling begonnen drones op ons te schieten. Mohammed werd geraakt en ik wist te ontsnappen. Ik weet nog steeds niet wat er met Mohammed of Abdel Rahman is gebeurd.”

    Israëlische troepen hebben ook Palestijnse journalisten aangevallen die verslag deden van de inval van het leger in Jabalya. Op woensdag werd Al-Aqsa TV-journalist Mohammad Al-Tanani gedood bij een luchtaanval en raakte zijn collega Tamer Lubbad gewond. Een Israëlische sluipschutter schoot ook Al Jazeera-fotojournalist Fadi Al-Wahidi in de nek; zijn collega’s slaagden erin hem naar een ziekenhuis te evacueren, waar hij nog steeds in kritieke toestand verkeert. Dit gebeurt slechts enkele dagen nadat een andere journalist, de 19-jarige Hassan Hamad, werd gedood door een luchtaanval die gericht was op zijn huis in het vluchtelingenkamp Jabalya. Volgens het Palestinian Journalists Syndicate komt het totale aantal journalisten dat sinds 7 oktober in Gaza is gedood op 168.

    “Ze willen dat we naar het zuiden gaan, maar is het daar echt veilig?” vroeg Shehab. “Mijn broer werd gedood bij de Israëlische aanval op Al-Mawasi [waar ontheemden uit het noorden naartoe worden gestuurd]. Heel Gaza is een slagveld.”

    ‘Ik weet niet of we het zullen overleven’

    Voor de derde keer sinds de Israëlische grondinvasie van Gaza eind oktober 2023 begon, rukken Israëlische troepen op door het vluchtelingenkamp Jabalia. Ze trekken vanuit het oosten, met tanks die ook zijn gestationeerd bij de rotondes Al-Tawam en Abu Sharkh in het westen, waardoor bewoners in hun huizen worden opgesloten. Een journalist in het kamp zei dat bewoners Abu Sharkh nu omschrijven als “het kruispunt van de dood”, waarbij Israëlische troepen op iedereen schieten die in het gebied wordt gezien.

    “We worden belegerd in ons appartement”, vertelde Madah Abu Warda, 55, dinsdag aan +972. “Er liggen lichamen op straat en het geluid van tanks is heel dichtbij. We weigeren al sinds het begin van de oorlog ons huis te verlaten. Hoe kunnen we nu weggaan, na alle verschrikkingen die we hebben gezien? Ik ben hier met zeven leden van mijn familie en ik weet niet of we het zullen overleven.”

    In een wanhopige poging om in veiligheid te komen, hebben sommige bewoners geprobeerd te ontsnappen aan de binnenvallende Israëlische troepen. Mohammed Shehada, een 29-jarige uit Jabalya, probeerde met zijn familie te vluchten naar de wijk Al-Rimal in Gaza-Stad, maar ze werden onderweg beschoten. “Er klonk geweervuur ​​om ons heen”, vertelde hij. “Mijn jongste zusje, Aya, die pas 12 jaar oud is, werd in haar been geschoten door een drone.

    “De ambulances waren ver weg vanwege het gevaar om aangevallen te worden, en ik wist dat ze ons niet zouden kunnen bereiken, dus ik droeg mijn zus naar het dichtstbijzijnde medische punt,” vervolgde Shehada. “Hoe dichterbij we kwamen, hoe meer angst ik voelde, maar ik kon haar niet achterlaten. Mijn hart bonsde van bezorgdheid terwijl ik probeerde haar leven te redden.” Shehada slaagde er uiteindelijk in om Aya naar het Al-Ahli-ziekenhuis in Gaza-Stad te brengen, waar ze werd behandeld.

    Een andere kampbewoner, de 22-jarige Hamza Salha, zag zijn grootvader sterven aan een granaatscherfwond nadat Israël maandag “willekeurig” het gebied rond zijn huis begon te bombarderen. “Hij stierf daar voor onze ogen,” zei Salha. “Zijn lichaam lag de hele dag op de grond omdat we te bang waren om te bewegen [voor het geval Israëlische soldaten hen zouden zien en het vuur zouden openen]. Toen de soldaten eindelijk hun aandacht naar een ander gebied verlegden, konden we hem bij het huis begraven. Het was een moment van onbeschrijfelijke pijn en hulpeloosheid.”

    Daarna maakte Salha gebruik van een kort moment van stilte om het kamp te ontvluchten, terwijl de rest van zijn familie van plan was hem te volgen — maar ze kwamen nooit. “Ik ben alleen ontsnapt en nu heb ik geen idee waar mijn familie is,” zei hij.

    Zelfs in het licht van deze gevaren blijven veel bewoners in hun huizen. Ahmed Nasser, 43, zit sinds zondag met zijn gezin vast in het kamp zonder toegang tot voedsel of water. “Ik ga niet weg”, vertelde hij aan +972. “Ik zal mijn huis of het kamp waar ik ben opgegroeid niet verlaten, ondanks de verwoesting en wat voelt als hongersnood om ons heen.”

    Nasser beschreef de scène in het kamp en zei dat er “overal lijken liggen en de gewonden op straat liggen zonder dat iemand hen kan helpen. Het is moeilijk om ergens heen te gaan, omdat het kamp vol ligt met puin van verwoeste huizen en auto’s, en Israëlische sluipschutters op hoge gebouwen zijn gepositioneerd.”

    Toch zei hij: “Ik weiger de dood te verlaten voor meer dood. Er is geen veilige plek, niet in het noorden en niet in het zuiden. De bezetting probeert zijn plan uit te voeren om Noord-Gaza volledig te evacueren en het in een militaire zone te veranderen. Onze standvastigheid zal hen dwarsbomen.”

    Abir Madi, 51, verloor haar twee zonen toen haar huis in het kamp op 14 mei werd beschoten, en ook zij weigert te evacueren. “Waarom zouden we ons kamp moeten verlaten en naar het zuiden gaan, zoals de bezetter wil? Dit is ons land; ik zal alleen naar de lucht vertrekken,” zei ze. “Het heeft geen zin om mijn huis te verlaten om vervolgens in een tent in het zuiden te worden vermoord. De bezetting geeft niets om burgerlevens; ze viseert ze overal.

    “Herhaal niet de fout van degenen die eerder zijn gevlucht,” riep ze haar medebewoners op. “Ga niet weg. Blijf in noordelijk Gaza en sterf daar.”

    ‘Een doodvonnis voor duizenden patiënten’

    Dinsdagavond meldde het ministerie van Volksgezondheid van Gaza dat het Israëlische leger de evacuatie had bevolen van het Kamal Adwan-ziekenhuis, het Indonesische ziekenhuis en het Al-Awda-ziekenhuis. Een ander ziekenhuis in Jabalya, Al-Yemen Al-Saeed, was het doelwit van luchtaanvallen waarbij minstens 16 mensen omkwamen die in tenten schuilden.

    Op woensdag begon het personeel van Kamal Adwan met het evacueren van premature baby’s en andere patiënten toen Israëlische tanks en soldaten het ziekenhuis naderden en dreigden te vernietigen. Hussam Abu Safiya, de algemeen directeur van het ziekenhuis, plaatste vandaag een update waarin hij waarschuwde voor de catastrofale omstandigheden in de faciliteit als gevolg van een tekort aan medisch personeel, benodigdheden en brandstof.

    Dr. Marwan Al-Sultan, de algemeen directeur van het Indonesische ziekenhuis in Beit Lahiya, vertelde woensdag aan +972 dat het besluit van het leger om ziekenhuizen in het noorden van Gaza met geweld te evacueren “gelijkstaat aan een doodvonnis voor duizenden patiënten en gewonden die continue medische zorg nodig hebben.”

    Al-Sultan benadrukte dat “het ziekenhuis nog steeds patiënten en gewonden bedient, en dat we het nog niet hebben geëvacueerd. Er zijn 28 patiënten die worden behandeld, waaronder twee op de intensive care, vergezeld door 17 medisch personeel. We weten echter niet wat de komende uren zullen brengen, en we kunnen elk moment gedwongen worden te evacueren.” Hij riep op tot dringende druk op Israël om zijn evacuatiebevel in te trekken, de levering van brandstof en voedselvoorraden aan het noorden te verzekeren en ziekenhuizen en medisch personeel te beschermen.

    Dr. Mohamed Salha, directeur van het Al-Awda-ziekenhuis in Jabalya, bevestigde woensdag ook aan +972 dat “het ziekenhuis ondanks Israëlische dreigementen doorgaat met zijn activiteiten en dat we het onder geen enkele omstandigheid zullen evacueren. Het ziekenhuis zit overvol met gewonden en vrouwen die moeten bevallen en een keizersnede moeten ondergaan. Achtenveertig gewonde patiënten worden nog steeds behandeld in het ziekenhuis en hebben voortdurende medische zorg nodig. De verwondingen die we oplopen, overstijgen de capaciteit van het ziekenhuis.”

    Obeida Al-Shawa, een functionaris van het ministerie van Volksgezondheid, uitte dringende zorgen over de verslechterende situatie in het Kamal Adwan-ziekenhuis. “Dinsdagavond gaf het Israëlische leger het ziekenhuismanagement een strikt ultimatum van 24 uur om volledig te evacueren”, legde hij uit. “Dit is een angstaanjagende maatregel die het hele gezondheidssysteem in het noorden dreigt te laten instorten, dat al tot het randje is gedreven.

    “Het evacueren van het Kamal Adwan-ziekenhuis is onmogelijk onder de Israëlische belegering, omdat ze alles aanvallen wat beweegt,” vervolgde Al-Shawa. “We ontvingen telefoontjes van collega’s die zeiden dat het leger tot nu toe heeft geweigerd om een veilige doorgang te coördineren voor ambulances om de gewonden te evacueren en over te brengen naar een ander ziekenhuis.”

    En voor Al-Shawa onderstreept de wanhopige situatie waarin degenen die vastzitten in Jabalya zitten alleen maar de noodzaak dat de ziekenhuizen operationeel blijven. “We hebben getuigenissen ontvangen van overlevenden van de belegering die aangeven dat er tientallen lichamen op de grond liggen [in het kamp]. Medische teams zijn niet in staat geweest om deze personen te bereiken omdat het gebied volledig omsingeld en belegerd is.”

    +972 benaderde de woordvoerder van het IDF voor commentaar op het bevel van het leger om ziekenhuizen te evacueren, het aanvallen van journalisten en getuigenissen over lichamen die de straten bezaaien en sluipschutters en drones die op burgers schieten die proberen te vluchten. Hun reactie zal worden toegevoegd zodra deze is ontvangen.

    Ibrahim Mohammad is een onafhankelijke Palestijnse journalist uit Gaza-Stad die humanitaire en sociale kwesties behandelt. Hij heeft een BA in journalistiek en media van de Al-Aqsa-universiteit.

    Mahmoud Mushtaha is een freelance journalist en mensenrechtenactivist uit Gaza, momenteel woonachtig in Caïro.

    Dead bodies everywhere’ in Jabalia as Israel besieges north Gaza (972mag.com) 

  • Stichting mede eiser in kort geding tegen de Staat

    Stichting mede eiser in kort geding tegen de Staat

    Een coalitie van Palestijnse en Nederlandse maatschappelijke organisaties klaagt de Nederlandse staat aan voor het niet voorkomen van genocide in Gaza en van andere Israëlische schendingen van het internationaal recht.

    Momenteel wordt onze zusterstad Jabalya al voor de zoveelste keer door het Israëlische leger aangevallen en gebombardeerd, terwijl de Nederlandse regering deze genocide faciliteert in plaats van tracht te voorkomen. Alle reden voor Groningen-Jabalya om in deze zaak op te treden als mede-aanklager, net als de in Jabalya gevestigde Palestijnse mensenrechtenorganisatie Al Mezan. Verder bestaat de coalitie uit Al-Haq, Een Ander Joods Geluid (EAJG), het European Legal Support Center (ELSC), SOMO, Stichting Kifaia en Stichting Palestina. De zaak wordt ondersteund door Erev Rav en Plant een Olijfboom. In hun procedure voor de rechtbank wordt de coalitie vertegenwoordigd door advocaten van Global Justice Association.

    het interview in DVHN met voorzitter Bert Giskes over het initiatief van het proces. klik op afbeelding voor leesbare versie

    De belangrijkste eisen van de coalitie aan de Nederlandse civiele rechter zijn een verbod op de export en doorvoer van wapens, wapenonderdelen en dual-use artikelen naar Israël en een verbod op alle Nederlandse handels- en investeringsrelaties die Israëls illegale bezetting van en nederzettingen in Palestijns gebied in stand helpen houden.
    Het Genocideverdrag, dat door Nederland ondertekend is, verplicht ondertekenaars te voorkomen dat genocide plaatsvindt. Desondanks heeft Nederland, dat zich consequent opstelt als politieke bondgenoot van Israël, nagelaten actie te ondernemen om genocide in Gaza te voorkomen, zelfs nadat het Internationaal Gerechtshof (ICJ) in januari 2024 oordeelde dat het aannemelijk is dat Israël genocide pleegt tegen Palestijnen in Gaza. Behalve het Genocideverdrag verplichten ook de Geneefse Conventies staten om het internationaal humanitair recht te respecteren en te doen respecteren.

    In februari 2024 oordeelde het Internationaal Gerechtshof in Den Haag dat er een duidelijk risico bestaat op ernstige schendingen van het internationaal humanitair recht door Israëlische troepen in Gaza. In dezelfde maand waarschuwden VN-deskundigen dat elke levering van wapens aan Israël die in Gaza zouden kunnen worden gebruikt, waarschijnlijk in strijd is met het internationaal humanitair recht en moet worden stopgezet. Desondanks blijft Nederland betrokken bij de levering van wapenonderdelen en dual use goederen aan Israël. En bovendien heeft Nederland, ondanks het feit dat de aanklager van het Internationaal Strafhof (ICC) heeft verzocht om arrestatiebevelen uit te vaardigen tegen de premier en minister van Defensie van Israël, een militaire delegatie op topniveau gestuurd om het Israëlische leger te ontmoeten en de president van Israël uitgenodigd naar Nederland te komen. Veel van zijn ophitsende uitspraken stonden toen al in de aanklacht van Zuid-Afrika bij het ICJ. Eén van de eisen van de coalitie is dat Nederland alle export en doorvoer van wapenonderdelen en dual use goederen naar Israël moet verbieden – en andere landen moet aansporen hetzelfde te doen.

    Het bevestigde dodental in Gaza sinds oktober 2023 is bijna 42.000, terwijl naar schatting meer dan 200.000 mensen zijn gestorven als gevolg van verwondingen, te voorkomen of behandelbare ziekten en een gebrek aan voedsel, water en medische behandeling.1

    Structurele schendingen van het internationaal recht

    De zaak die is ingediend beperkt zich niet tot de passiviteit van de Nederlandse staat in het licht van de brute aanval van Israël op Gaza. De aanklacht gaat ook in tegen het tekortschietende beleid van Nederland als het gaat om Israëls structurele schendingen van het internationaal recht – sinds lang voor oktober 2023 – in zowel Gaza als de Westelijke Jordaanoever, inclusief Jeruzalem. Israëls aanwezigheid in de bezette Palestijnse gebieden, inclusief de militaire bezetting en nederzettingen, is onrechtmatig en moet volgens het ICJ eindigen.
    In juli 2024 bepaalde het ICJ dat alle staten verplicht zijn om economische transacties die het illegale beleid en de illegale praktijken van Israël in de bezette Palestijnse gebieden ondersteunen, te voorkomen en zich hiervan te onthouden. De rechtszaak die is aangespannen wil een einde maken aan Nederlandse handels- en investeringsrelaties die de illegale bezetting, segregatie en kolonisatie door middel van nederzettingen in stand helpen houden. Nederland moet hiertoe effectieve maatregelen nemen en andere staten aansporen hetzelfde te doen.

    Geen aanwijzingen voor het nemen van maatregelen
    Er zijn geen aanwijzingen dat de Nederlandse staat van plan is maatregelen te nemen om de genocide in Gaza te voorkomen of de Nederlandse economische banden met Israëls illegale aanwezigheid in de bezette Palestijnse gebieden aan te pakken. De nieuwe Nederlandse regering heeft zich nog dichter naast Israël gepositioneerd, terwijl dat land doorgaat met het bombarderen, uithongeren en het gedwongen verplaatsen van Palestijnen zonder dat het einde daarvan in zicht is.
    Daarom heeft de coalitie besloten de Nederlandse staat voor de rechter te dagen. Het is aan de Nederlandse rechter om de wettelijke verplichtingen waaraan de staat zich heeft gecommitteerd af te dwingen.

    1 “Counting the dead in Gaza: difficult but essential” in The Lancet.

    zie ook BREAKING – Dutch and Palestinian NGOs sue Dutch state for failing to prevent genocide in Gaza and to ensure Israel respects international law (elsc.support)

    zie ook bericht bij NOS

    Het is mogelijk om financieel bij te dragen aan het proces via deze crowd funding pagina