Auteur: pieter

  • Brief aan minister Verhagen

    Stichting stuurt Minister Verhagen brief over Palestina beleid

    Als Stichting Groningen-Jabalya hebben we in het Paasweekeinde bijgaande brief gestuurd aan minister Verhagen van Buitenlandse Zaken met een CC aan zijn collega Bert Koenders van Ontwikkelingssamenwerking. De brief dringt aan op hervatting van de relaties en de hulp aan de Palestijnse Autoriteit.

    Aan: Drs. M.J.M. Verhagen
    Minister van Buitenlandse Zaken
    Postbus 20061
    2500 EB Den Haag

    Cc. de Minister van Ontwikkelingssamenwerking drs. A.G. Koenders

    Groningen, 6 april 2007.

    Geachte heer Verhagen,

    De gemeente Groningen ondersteunt sedert een aantal jaren een project in de gemeente Jabalya (Gazastrook) voor de bouw en de totstandkoming van een jeugdcentrum. De Stichting Groningen-Jabalya zet zich in om de bevolking van Groningen te betrekken bij het project in het bijzonder en bij de humanitaire situatie in Jabalya in het algemeen.

    De situatie in onze zusterstad is zeer zorgwekkend. Al vanaf januari 2006 staakten de EU en ook Nederland de directe steun aan de door Hamas geleide Palestijnse overheid. Israël kon zonder dat de EU en Nederland in het geweer kwamen de afdracht van belastinggeld, dat wettelijk de Palestijnse Autoriteit toekwam, stoppen. En dat terwijl de door de EU en Nederland gewenste verkiezingen onbetwist eerlijk en democratisch zijn verlopen. Maar nu deze verkiezingen tot een ongewenste uitslag hebben geleid namen de EU en Nederland economische en diplomatieke maatregelen tegen de Palestijnse regering. Deze politiek heeft de sociale en economische crisis in de Palestijnse gebieden verder op de spits gedreven en lijkt het vredesproces niet vooruit te hebben gebracht.

    Het speciaal mechanisme waarbij EU-hulpgeld de afgelopen maanden werd ingezet voor hulp aan individuele Palestijnen, nutsbedrijven enzovoorts, heeft de nood niet of nauwelijks kunnen lenigen. Deze hulp heeft de afhankelijkheid van de Palestijnse bevolking verder vergroot en de basisvoorzieningen niet op peil kunnen brengen.

    Wij vragen uw speciale aandacht voor de precaire humanitaire situatie in de bezette gebieden en in het bijzonder in Gaza. Het percentage van de bevolking dat onder de armoedegrens leeft is gestegen tot boven de 80%. De Palestijnen zijn de EU tegemoet gekomen door het instellen van een regering van nationale eenheid, waarin alle belangrijke facties vertegenwoordigd zijn. Nu is het moment gekomen dat Nederland, alleen of in EU-verband, ook een stap moet zetten en de bilaterale banden met de Palestijnse Autoriteit moet herstellen.
    Wij verzoeken u om alles in het werk te stellen dat Nederland en de EU de reguliere hulp via de Palestijnse autoriteit aan de bevolking hervatten.
    De Israëlische politiek van uithongering van de Palestijnse bevolking om hen tot politieke concessies te dwingen is in strijd met de mensenrechten. Dit mag toch niet het uitgangspunt zijn van het Nederlands buitenlands- en ontwikkelingsbeleid?

    Namens het bestuur van de Stichting Groningen-Jabalya

    Jan Keulen
    voorzitter

  • Ruim €11.000 voor PMRS

    Ruim €11.000 ingezameld voor het Palestine Medical Relief Society    

    Op zondagmiddag 25 maart is tijdens de benefietmanifestatie het eindbedrag onthuld dat is ingezameld ten behoeve van de Palestine medical Relief Society.(zie hieronder)  Aan wethouder Peter Verschuren de eer dit bedrag bekend te maken. De opbrengst kwam in totaal uit op ruim €11.000. Dat was mede te danken aan de wethouder die namens de gemeente met een donatie van €2.500 ook een flinke duit in het zakje deed. Daarna overhandigde hij het geld symbolisch aan de voorzitter van de Palestijnse gemeenschap de heer Zaid Tayem. Tijdens de manifestatie benadrukten verschillende sprekers o.a. stichtingsvoorzitter Jan Keulen en de Palestijnse ambassadeur Mevr Somayya El Barghouti de extreme situatie waarin de bevolking van Gaza op dit moment verkeert. Tachtig procent van de mensen leeft onder de armoedegrens als gevolg van de internationale boycot van de Palestijnse regering. Elke hulp is dan ook zeer welkom.

    De heer Weijenberg oud- ambassadeur in het Midden- Oosten, uitte scherpe kritiek op de westerse media. Israel wordt stelselmatig voorgesteld als een beschaafd westers land met een legitieme veiligheidsbehoefte.  Dat zij structureel het internationale recht schenden door de bezetting van Palestijns gebied en door collectieve strafmaatregelen tegen een heel volk, heeft geen gevolgen voor dat positieve imago. Volgens Weijenberg is dat het gevolg van bewust PR beleid van Israelische kant. Ze worden daarbij geholpen door het feit dat in de Verenigde Staten er een taboe bestaat op  kritiek op Israel. Geen enkele nieuwsredactie zal het aandurven om een ander verhaal te brengen dan het traditionele beeld van de enige democratie in de regio die bedreigd wordt door extremisten.

    Na de pauze liet Harry Cock, fotograaf bij het Dagblad van het Noorden en de Volkskrant, de foto’s zien die kinderen in Gaza van hun eigen leefwereld hadden gemaakt door ze een fotocamera mee te geven. Veel foto’s tonen huiselijke taferelen en ook veel huisdieren. Volgens Cock ben je als fotograaf niet in de gelegenheid om zulke foto’s te maken. Het levert een heel ander beeld op van het dagelijks leven dan de harde nieuwsfoto’s of foto’s van het openbare leven.

    Waarom een benefiet voor de PMRS?

    In 2005 heeft een delegatie van de Stichting een werkbezoek gebracht aan Jabalya. Daarbij hebben ze een aantal onafhankelijke organisaties bezocht. Eén daarvan was de Palestine Medical Relief Society (PMRS). De PMRS verzorgt in Jabalya een groot aantal medische voorzieningen waaronder eerstelijns gezondheidszorg, speciale programma’s voor vrouwen en jeugd, mobiele klinieken voor noodsituaties en fysiotherapie en gehandicaptenzorg. De benadering is niet alleen puur medisch, maar behelst ook aandacht voor hygiëne, sport, kunst en muziek. Omdat de reguliere medische hulp via het Ministerie van Gezondheid door de blokkade van de financiële geldstromen aan de Hamas-regering en de afsluiting van Gaza voor een groot deel wegvalt, is bij de PMRS de vraag naar noodhulp enorm toegenomen. De Israëlische aanvallen versterken die vraag nog meer. Ook de PMRS heeft daardoor gebrek aan middelen. Uit alle macht probeert men de noodhulp overeind te houden. Daarvoor heeft de PMRS behoefte aan generatoren om de medische hulpposten in Jabalya in werking te houden; aan medicijnen en verband voor eerste hulp. Verder is er veel geld nodig voor ambulances en mobiele klinieken. Vanuit Groningen wil de stichting de PMRS daarin ondersteunen. U kunt storten op Giro 66 87 678 t.n.v. St Groningen-Jabalya o.v.v. “PMRS”. Voor meer informatie over de Palestine Medical Relief Society bezoek de website

    Wethouder Peter Verschuren toont eerst het bedrag dat de stichting bijeengebracht heeft en maakt dan tot veler verrassing de bijdrage van de gemeente bekend 

    Stichtingsvoorzitter Jan Keulen (links) en de Palestijnse ambassadeur mevr Somayya El Barghouti uitten beiden hun zorg over de humanitaire nood van de Gazanen.

    oud-ambassadeur Jan Weijenberg toont het verlies van Palestijns grondgebied sinds 1948

    Het culturele gedeelte werd verzorgt door stadsdichter Rense Sinkgraven en door een optreden van Hanien die Palestijnse muziek ten gehore bracht

    In de pauze werd er nog geld ingezameld o.a door de verkoop van lootjes. Ook waren er sieraden en andere produkten uit Palestina te koop

    Fotojournalist Harry Cock vertelt over zijn fotoproject met kinderen uit Gaza                 

    De trekking van de lootjes die in de prijzen vielen


     

  • bijeenkomst 3 maart

    bijeenkomst met 3 jonge Palestijnse journalisten

    Het gaat om Omar Karmi, Shireen Abu Aqleh en Yasmin Abu El-Assal. Ondanks haar jeugdige leeftijd is Shireen Abu Aqleh, TV correspondente voor Al Jazeera in Ramallah en Jeruzalem, in het Midden-Oosten al een beroemdheid. Opgroeiende meiden zien haar als rolmodel. Omar Karmi werkt o.a. voor Jane’s (een gerenommeerd Brits onderzoeksinstituut) en de Jordaanse “Times”. Yasmin Abu El-Assal is verbonden aan het Media en Communicatie Centrum in Jeruzalem en werkte in het verleden voor de Israëlische Televisie.
    Doel van hun reis naar Nederland is een kennismaking met en een oriëntatie op de Nederlandse (Westerse) media. Waarom lukt het Israël zo goed om de Nederlandse media te bespelen en komen de Palestijnen zo slecht over? Wat doen Palestijnen verkeerd en hoe kunnen ze dat veranderen? In hun lezingen vertellen zij ook over hoe Palestijnse jongeren hun toekomst zien. Wat betekent een vrij Palestina voor hen? Hoe ziet dat er uit en hoe werken zij daar aan? De drie zijn in Nederland op uitnodiging van het NIPI (Nederlands Instituut Palestina-Israël) en de St. Groningen-Jabalya heeft bemiddeld bij hun komst naar Groningen.

     

  • Verslag Gaza reis 2005

    stichtingsdelegatie brengt eerste bezoek aan jabalya

    P1010061
    Ons appartement in Gaza stad

    Eindelijk kwam het er dan van. Natuurlijk is Dick Smit al vele malen in Jabalya geweest en ook andere gemeenteambtenaren en betrokkenen bij het Jeugdcentrum bezochten deze stad al. Maar voor het particulier initiatief, de Stichting Groningen-Jabalya, was het de eerste keer. Van 11 mei tot 17 mei waren bestuursleden Fennie Stavast, Pieter van Niekerken en Bert Giskes in Gaza. Als enige verbleef Fennie daarna nog twee weken bij familie van vrienden in Beit Hanoun, een buurgemeente van Jabalya. Wij hadden als taak de mogelijkheden voor een verbreding van de contacten tussen Groningen en Jabalya te onderzoeken. We hebben veel profijt gehad van het feit dat Dick Smit gedurende dezelfde periode in het kader van de voortgang van het gemeentelijk project voor het opzetten van een jeugdcentrum ter plekke moest zijn zodat we samen op konden reizen en van zijn ervaring en relaties profiteren. Voor de contacten die we uiteindelijk met onafhankelijke NGO’s gelegd hebben was echter de hulp van Yousef Ahmed, Nederlander van Palestijnse afkomst, onontbeerlijk. Zonder hem hadden we niet in zo korte tijd zo veel en zo’n divers gezelschap maatschappelijke organisaties te spreken kunnen krijgen. Yousef is in een vluchtelingenkamp bij Jabalya opgegroeid en combineerde familiebezoek (voor het eerst sinds jaren) met het begeleiden van ons drieën. Van ons bezoek zal binnenkort een chronologisch feitelijk verslag verschijnen dat voor geïnteresseerden beschikbaar zal zijn. In dit artikel geef ik een aantal hoofdzaken per thema weer.

     

    gaza oktober 2010 496-450
    De grenspost bij Erez: veel beton en hekwerk

    De reis was al typerend: de Nederlanders Fennie, Dick, Pieter en Bert kregen dankzij de Nederlandse vertegenwoordiging in Ramallah toestemming om comfortabel via Tel Aviv en Erez naar Gaza te gaan, de Nederlander Yousef kreeg die toestemming niet noch maakte de vertegenwoordiging zich daar hard voor en moest met z’n twee kleine kinderen de oncomfortabele (woestijn), lange tocht via Egypte maken. Omdat wij in een periode van relatieve ontspanning reisden hadden we weinig problemen. Niettemin deden de bureaucratische procedures, het machtsbewustzijn van de Israëlische functionarissen en hun pesterijen me denken aan de periode voor de val van de muur toen ik wel eens op doorreis naar West-Berlijn vergelijkbare ervaringen opdeed bij de Oost-Duitse grens- en controleposten. Grote verschil: als je eenmaal in Berlijn was, was je van de Oost-Duitsers af; in Gaza is Israël onzichtbaar allesbepalend aanwezig.

    Leven in Jabalya

    Zoals de trouwe lezers van ons blad weten is Jabalya administratief verdeeld in het vluchtelingenkamp en de gemeente, officiëel Jabalya-Nazla genaamd. Naar schatting wonen er zo’n 160.000 mensen, waarvan de grootste “helft” in het vluchtelingenkamp. Voor hun basisbehoeften zijn de vluchtelingen vrijwel geheel afhankelijk van de hulp van de UNWRA, de VN-organisatie voor vluchtelingen. Vrees die hulp te verliezen is een van de redenen waarom mensen liever in het kamp blijven wonen in plaats van te verhuizen naar een door de Gemeente nieuw gebouwde woning. Zestig procent van de bevolking van Jabalya is onder de 16 jaar. In het verleden werkten veel inwoners van Jabalya in Israël. Doordat de grens voor de meeste van hen gesloten werd (rond Gaza staat al zo’n afscheiding zoals Israël nu bouwt rond de Westbank) is er een enorme werkeloosheid ontstaan. De regelmatige aanvallen en invallen door het Israëlisch leger (inclusief de radiografisch bestuurde vliegtuigjes die vanuit de lucht spioneren en ingezet worden om mensen te doden – op de dag van ons vertrek was er ook zo’n executie) maken dat de bevolking zich onveilig voelt. De maatschappij en de economie worden hierdoor nog meer ondermijnd. Indicaties van de economische nood zijn o.a. dat mensen hun huizen verlaten en bij familie in gaan wonen, dat scholieren en studenten stoppen met hun studie omdat die niet meer betaald kan worden, dat het verschijnsel kinderarbeid en straatkinderen de kop op steekt. Een van de basisbehoeften waar de Gemeente wel in voorziet is: water. Maar omdat veel mensen te arm zijn om voor het water te betalen mist de Gemeente een belangrijke bron van inkomsten en heeft ze te weinig geld voor andere taken. Het gebrek aan veiligheid is een van de zaken die de Palestijnse Autoriteit (dus Fatah) verweten wordt en een van de redenen waarom veel mensen hun heil zoeken bij Hamas. In Jabalya is weinig “vertier” te vinden. Voor hotels, restaurants, café’s e.d. moet je al gauw naar het naburige Gaza. Voor de jeugd is er helemaal weinig: binnenkort “ons” jeugdcentrum; wij bezochten verder een cultureel centrum (capaciteit enige tientallen) en een sportcentrum annex park dat echter bij de laatste Israëlische aanval in oktober vorig jaar grotendeels verwoest is. Wat jongeren dan wel doen? Vliegeren. En je hebt het strand waar ze op sommige plekken de zee in kunnen. En verder…dat is ons niet duidelijk geworden. Als de scholen uitgaan overspoelen jongeren het straatbeeld, maar daarvoor en daarna zijn ze niet duidelijk aanwezig.

    Gemeente en gemeenteraadsverkiezingen

    In de meeste gemeenten in de Gazastrook zijn al verkiezingen geweest, maar in de grootste gemeenten (waar Jabalya toe behoort) nog niet. In veel gemeenten heeft Hamas de verkiezingen gewonnen. Daar hebben we verschillende verklaringen voor gehoord, zoals de corruptie en het nepotisme van de Palestijnse Autoriteit en de gemeentebesturen, waar Fatah de dienst uitmaakt(e). Maar we hoorden ook dat Hamas veel aanhang verwerft omdat de organisatie over veel geld kan beschikken dat bijv. gebruikt wordt om jongeren gratis kleding en schoeisel te geven waarvoor ze alleen maar hoeven te bidden. Echter ook de aanvallen van Israël op de leiders en de milities van Hamas kweken veel goodwill bij de bevolking. Kennelijk neemt de vijand (Israël) alleen hen serieus. Vergeten is dat Hamas in het verleden door Israël ondersteund is om El Fatah te ondermijnen. De huidige burgemeester van Jabalya, dhr Samarah, is van Fatah. Over hem hebben we veel positieve verhalen gehoord. Kennelijk heeft hij wel vertrouwen. Maar hij stelt zich – tot verdriet van Fatah – bij de volgende verkiezingen niet herkiesbaar. Nog onzekerder is de uitslag omdat bij deze verkiezingen voor het eerst de inwoners van het vluchtelingenkamp mee mogen stemmen. Tot nog toe vielen zij volledig onder UNWRA. De meeste van onze gesprekspartners schatten in dat de “kampers” in meerderheid pro-Hamas zijn. Tegelijkertijd wordt vermoed dat velen niet zullen gaan stemmen omdat zij bang zijn hun aparte status (en daarmee de steun van UNWRA) te verliezen. Waarschijnlijk kan Fatah alleen winnen als ze bereid zijn om voor de verkiezingen een coalitie te sluiten met kleinere partijen, maar dat vraagt wel een mentale omslag bij Fatah. Voorlopig zijn de verkiezingen uitgesteld en blijft het spannend met wat voor gemeentebestuur Groningen na de verkiezingen te maken krijgt. Mocht Hamas overigens winnen, dan is dat wel een democratische beslissing van de inwoners zelf die gerespecteerd moet worden. Bovendien lijkt Hamas zich heel pragmatisch op te stellen. In Beit Hanoun, waar al wel verkiezingen zijn gehouden en waar Hamas gewonnen heeft, zag Fennie dat een Cultureel centrum met VS-hulp gebouwd werd. US-Aid stelt als voorwaarde voor hulp dat een verklaring ondertekend wordt. Alle in onze ogen bonafide NGO’s weigerden te tekenen, maar de P.A. en de islamitische organisaties tekenden wel. Dat geeft de vreemde situatie dat momenteel alle Palestijnse islamitische NGO’s door US-Aid gesteund worden en de onafhankelijke niet.

    Het maatschappelijk middenveld en voorzieningen

    Voor de Oslo-akkoorden had je de Israëlische bezetting van de Gazastrook, maar dat wilde niet zeggen dat er geen Palestijnse organisaties waren die opkwamen voor de bevolking. Integendeel, er was een sterk “maatschappelijk middenveld”. Na de akkoorden kwam de PLO uit ballingschap terug en vormde de Palestijnse Autoriteit (P.A.) Er ontstond een nieuwe situatie waarin een modus vivendi gevonden moest worden tussen “het verzet” dat altijd in Palestina gebleven was en “het verzet” dat uit het buitenland geopereerd had en nu de P.A. werd. In de huidige situatie heeft zich dat zo uitgekristalliseerd dat een coalitie van NGO’s samenwerkt om druk uit te oefenen op de P.A. om te komen tot goede wetgeving. Het gaat daarbij o.a om. de arbeidswetgeving, de wetgeving m.b.t. de verkiezingen, verbetering van de positie van vrouwen, enz. Ook in Jabalya zijn veel van die NGO’s actief. Wij zijn op bezoek geweest bij een aantal van hen.

    De Palestinian Medical Relief Society (PMRS ) verzorgt een groot aantal medische voorzieningen m.b.t. eerstelijns gezondheidszorg, speciale programma’s voor vrouwen en jeugd, mobiele klinieken voor noodsituaties en fysiotherapie en gehandicaptenzorg. De kliniek in Jabalya is spiksplinternieuw. Voor kinderen en jongeren voor de leeftijd van 0 tot 18 jaar zijn er 2 programma’s. Een voor kinderen tot 5 jaar (vergelijkbaar met onze consultatiebureaus) en een voor kinderen vanaf 5 tot 18 jaar Benadering is niet alleen puur medisch maar ook breder. Het programma behelst ook aandacht voor sport, kunst en muziek. In samenwerking met het Ministerie brengt men gezondheidseducatie op school. Op alle scholen bestaan democratisch gekozen gezondheidscomités. Afgevaardigden van die comités gaan ieder jaar in juli op educatief zomerkamp. Ze leren veel over hygiëne. Na terugkeer geven zij de kennis door aan hun medeleerlingen via maandelijkse bijeenkomsten op school. De PMRS doet ook gezondheidsonderzoek onder kinderen. Voorbeeld: 68% lijdt aan bloedarmoede. Er is een duidelijk verband met armoede aangezien er een verschil bestaat tussen de kinderen uit het kamp en de rest van de gemeente waar bloedarmoede minder voorkomt. Op 7 april j.l. (Internationale gezondheidsdag) is er door de kinderen een demonstratie georganiseerd om de Gemeente te vragen het rioolwater af te voeren. Zonder een goede riolering is er geen toegang tot veilig drinkwater. In het gebouw van het Community Based Rehabilitation Programm (CBRP) is een ruimte voor fysiotherapie. Maar meestal werken de gezondheidswerkers bij de gehandicapte aan huis. Doel is het bestrijden van schaamte en vooroordelen rond gehandicapte kinderen door te stimuleren dat deze kinderen zoveel mogelijk participeren in hun omgeving. Men heeft door middel van buurt-onderzoek huis-aan-huis zoveel mogelijk gehandicapte kinderen opgespoord. Prioriteit hebben de kinderen die de schoolgaande leeftijd hebben. Mogelijk maken dat zij naar school gaan is een goede manier van integratie. De ouders worden zoveel mogelijk actief betrokken bij de therapie. De fysiotherapeuten, logopedisten enz. bezoeken de kinderen aan huis en trainen de moeders om hun kinderen verder te helpen in hun ontwikkeling. Zelf gingen we ook mee met een aantal huisbezoeken.

    Ook pal naast het kamp staat het gebouw van de mensenrechtenorganisatie Al Mezan.  Hier kunnen Palestijnse burgers terecht voor (gratis) rechtsbijstand en juridische ondersteuning niet alleen als zij slachtoffer zijn van acties van de Israëlische autoriteiten, maar ook wanneer de P.A hen onrecht aandoet. Verder heeft Al Mezan vele programma’s gericht op bewustwording van de bevolking wat betreft hun politieke sociale en economische rechten. Ze geven bijvoorbeeld trainingen aan universiteitsstudenten met de bedoeling dat zij de opgedane kennis weer doorgeven aan de mensen in de gemeenschappen. Zij werken daarbij samen met de universiteiten in Gaza behalve de Islamitische universiteit. Studenten van die laatste universiteit doen wel op individuele basis mee aan de trainingen. Ook is er een programma dat leraren bijschoolt m.b.t. mensenrechten, dat als thema in het curriculum is opgenomen. Door middel van het programma ‘face the public’ wordt de autoriteiten gewezen op het belang van het afleggen van verantwoording over beslissingen en wordt men direct aangesproken op dagelijkse problemen die om een oplossing vragen. Om de kloof tussen de politieke elite en de mensen te dichten wordt getracht de politici aan te zetten tot meer transparantie. Er wordt elk jaar een discussie georganiseerd over de begroting om te bevorderen dat er meer openheid komt over de besteding van het geld en daarmee ook over de prioriteiten Centrale uitgangspunt is in hoeverre het geld wordt besteed aan behoeften die leven onder de bevolking. We hebben ook een bezoek gebracht aan de hoofdkantoren in Gaza van het Women’s Affair Center, de vakbondsfederatie PGFTU en de DWRC (Democracy & Workers’ Rights Center). Bij een volgend bezoek hopen we hun werk in Jabalya te leren kennen.

    Israëlische terugtrekking – vrede voor Gaza? Door taalproblemen was het ons niet mogelijk een goed gesprek te hebben met ‘de man in de straat’. Een maal spraken we met vissers op het strand (waarvan er een universitair geschoold was en goed Engels sprak) en toen proefde ik wel enige hoopvolle verwachting. Maar bij onze overige gesprekspartners was er geen hoop op verbetering van de situatie na de ontruiming van de Israëlische nederzettingen. Allereerst heerste de opvatting: “eerst zien, dan geloven”. Maar verder wees men er op dat dit geen einde betekent aan de bezetting door Israël, maar alleen een andere invulling. Terwijl tegelijkertijd de situatie in de Westbank sterk verslechtert. Dat wil niet zeggen dat de terugtrekking geen thema is: de PNGO (koepel van Palestijnse NGO’s – www.pngo.net) heeft net een congres over de terugtrekking georganiseerd en zal een speciale website daarover inrichten.

    Hoe verder?

    Het bestuur van Groningen-Jabalya is hard bezig om de resultaten van dit bezoek te bespreken. We denken daarbij niet zo zeer aan het zelf steunen van projecten maar aan het leggen van contacten. Tegelijk zal het door de Gemeente gefinancierde jeugdcentrum binnen enkele maanden beginnen te functioneren. We gaan er van uit dat de Gemeente projectmatig betrokken blijft bij Jabalya. We zullen ook met de Gemeente overleggen welke nieuwe contacten dat het best kunnen versterken. Want dat er mogelijkheden liggen en dat veel organisaties in Jabalya openstaan voor contacten met partners in Groningen is wel duidelijk geworden.

    Bert Giskes

     

    P1010054
    zicht op de vissershaven vanuit ons appartement
    DSCN1278
    burgemeester Samarah toont ons zijn fruitbomen
    DSCN1246-450
    op bezoek bij gemeenteambtenaar Maher
    P1010021
    Ezelskarren zijn een veel gebruikt vervoermiddel
    P1010062-450
    zonsondergang aan de kust van Gaza

     

     

     

     

     

  • Column maart 2005

    Yasser Arafat: vertrek, ballingschap, terugkomst  maart 2005

    Twee weken voor de dood van Yasser Arafat zat ik in het vliegtuig van Tel Aviv naar Nederland. Het was een nachtvlucht en veel van de passagiers waren Israëli’s. De reizigers gristen met ongekende gretigheid de ochtendbladen –waarvan de inkt amper droog was- uit de handen van de stewardess. In de kranten stonden levensgrote foto’s van de oude man in pyjama met een ijsmuts op zijn hoofd. Hij probeerde te glimlachen en wierp handkussen naar de uitzwaaiers in Ramallah. Het zou de laatste acte zijn van een leven barstensvol theatrale elementen.
    Het vertrek van Yasser Arafat naar Parijs op 29 oktober bracht herinneringen terug aan eerdere dramatische reizen van de Palestijnse leider. Als correspondent in Beiroet was ik er bij geweest toen Arafat de Libanese hoofdstad verliet op 30 augustus 1982. Maandenlang was West-Beiroet, waar het PLO-hoofdkwartier gevestigd was, belegerd door het Israëlische leger. “Ik verlaat deze stad, maar mijn hart zal altijd in Beiroet zijn”, riep Arafat, terwijl hij zijn V-teken boven zijn hoofde maakte. Het had tienduizenden doden en gewonden gekost, maar Arafat wist te voorkomen dat zijn militaire nederlaag ook een politieke vernedering werd.
    Een jaar later was Arafat terug Libanon, in het noorden van het land. Het Syrische regime wilde niet dat Arafat er zijn hoofdkwartier zou inrichten en begon een bloedige strijd tegen de manschappen van de PLO. Uiteindelijk moesten Aboe Ammar en zijn collega’s, onder dekking van Franse oorlogsvliegtuigen, geëvacueerd worden uit de haven van Tripoli.
    Enkele dagen eerder had ik een ontmoeting met “de oude”. Hij had het over de feniks die uit de as zou herrijzen. De feniks was natuurlijk de Palestijnse nationale beweging, de PLO, die al zo vaak op sterven na dood was geweest, maar uiteindelijk terug zou komen. Dat leek toen onwaarschijnlijk maar het bleek later wel uit te komen.
    Arafat refereerde in dat gesprek aan de apostel Petrus. “Lang geleden was Palestina onder Romeinse bezetting. Weet je hoe we de Romeinen overwonnen? Door hun harten te stelen. We zonden een Palestijnse visser naar Rome. En de heilige Petrus wist de harten van de inwoners van Rome voor zich te winnen.”
    Het was bizar om de gelovige moslim Arafat over Petrus te horen praten alsof het een PLO-apostel was, terwijl angstig dichtbij het gebulder klonk van Syrische kanonnen. Achteraf is het trieste misschien dat Arafat er nooit in geslaagd is de hearts and minds in het hedendaagse imperium, de Verenigde Staten, te winnen.
    Vertrek, ballingschap, terugkomst: het is de rode draad in het leven van Arafat. En moed, ijzingwekkend veel moed. Arafat had in Israël uiteraard een formidabele en in veel opzichten superieure tegenstander. Maar hij moest óók overleven temidden van vijandige Arabische regimes die in hem en zijn beweging een existentieel gevaar zagen. Niet alleen Ariel Sharon was tientallen jaren zijn grote tegenspeler, maar ook met de Jordaanse koning Hussein en de Syrische president Hafez al-Assad heeft hij een jarenlange strijd op leven en dood gevoerd. Arafat heeft het politieke schaakspel op het Arabische toneel lang niet altijd foutloos gespeeld. Zo heeft hij -en met hem het Palestijnse volk- zwaar moeten boeten voor zijn politieke vriendschap met Saddam Hussein.
    Dat zijn de verhalen die mij de afgelopen 25 jaar als journalist voortdurend bezig hielden. Ik realiseer me dat er weinig dagen zijn geweest waarop ik de naam Arafat niet heb geschreven, uit heb gesproken of aan hem gedacht. Vanaf het eerste interview in de zomer van 1980, afgenomen tijdens de vroege ochtenduren bij een ontbijt in zijn kantoor in Beiroet, toen hij tegen mij schreeuwde: “Weet je wel wie ik ben? Ik ben de leider van vijf miljoen Palestijnen”, tot nu, nu de balans van zijn leven door voor- en tegenstanders wordt opgemaakt.
    Woedeuitbarstingen, vragen die met retorische tegenvragen werden beantwoord en weinig correcte of concrete informatie: Arafat was een harde noot om te kraken voor journalisten. “We vragen niet om het onmogelijke. We vragen niet om de maan. We willen zelfbeschikking”, was het eeuwige antwoord op een vraag naar de volgende stap in het eindeloze vredesproces.
    Arafat is voor mij altijd een puzzel gebleven. De corruptie en vriendjespolitiek, waarom hij door velen werd bekritiseerd, was niet alleen van de laatste jaren in Gaza en Ramallah maar bestond ook al toen de PLO heer en meester was in Libanon. Het sanctioneren van wangedrag en geweld door de PLO in Jordanië in de jaren zestig en zeventig en later tijdens de burgeroorlog in Libanon, valt hem zeker aan te rekenen. In feite heeft Arafat, toen niet en ook de laatste jaren niet als president van de Palestijnse Autoriteit, totale controle kunnen uitoefenen op allerlei groepen en personen die in naam van de Palestijnse zaak vaak zeer schadelijke acties ondernamen.
    Het is een cliché: Arafat belichaamde de Palestijnse zaak. De hoofddoek, het vale pak met speldjes en balpennen, zijn verzameling terugkerende uitspraken (“de berg kan niet bewogen worden door de wind”), zijn zeer eigen stijl van leiderschap, zijn durf: een “zaak belichamen” is lastig te benoemen maar het was in dit geval ontegenzeggelijk waar. Die belichaming was ook hachelijk. Hij werd door zijn tegenstanders verantwoordelijk gehouden voor alles wat in naam van die Palestijnse zaak gebeurde: terreur, zelfmoordaanslagen enzovoorts. Tegelijkertijd kon de man die de neiging had alles te controleren en alle beslissingen zelf te nemen dat in feite helemaal niet, want er was geen centrale beweging en de Palestijnse staat moest feitelijk nog worden geboren. De belichaming van de Palestijnse zaak werd in zekere zin Arafats’ val en leidde naar zijn isolatie.
    In juni 1994 stond ik, met andere journalisten, vooraan toen Arafat terugkeerde naar Palestijnse bodem en aankwam in Gaza. Achteraf was die tumultueuze terugkeer een kortstondige triomf, die niet heeft geleid naar een onafhankelijke Palestijnse staat met Oost-Jeruzalem als hoofdstad. Paradoxaal is in 2004 de tweestaten-oplossing verder weg dan ooit.
    Een groot redenaar was hij niet, hij was geen bespeler van mensenmassa’s zoals bijvoorbeeld Nasser was geweest, maar in ontmoetingen met gasten -en hij ontving zijn hele leven een niet eindigende reeks Palestijnen en buitenlanders- was Arafat in zijn element. Hij was een charmeur, humoristisch en met een geweldig geheugen.
    Vertrek, ballingschap en terugkeer: dit is het drievoudige leitmotiv van de geschiedenis van het Palestijnse volk in meer dan een eeuw conflict. Het is ook de rode draad in het complexe leven van Yasser Arafat. Zelfs nu hij te ruste wordt gelegd is hij nog niet op zijn eindbestemming aangekomen. Hoe lang zal het nog duren voordat hij kan worden begraven in Jeruzalem? Dag held van Beiroet, dag leeuw van Ramallah, goede reis.

    Jan Keulen

    Andere columns van Jan Keulen

    Een nieuwe Palestijnse catastrofe (juni 2007)

  • Column mei 2004

    Hoop en wanhoop in Gaza  mei 2004

    Het is nu tien jaar geleden dat het Midden-Oosten een zeldzaam moment van optimisme kende. In mei 1994 trok het Israëlische leger zich terug uit Gaza Stad en andere Palestijnse bevolkingscentra van de Gazastrook. De Palestijnse Nationale Autoriteit nam het bestuur van de Israëli’s over en militaire eenheden van de PLO kwamen uit alle hoeken van de Arabische wereld om politietaken op zich te nemen. In juli 1994 kwam Yasser Arafat vanuit Tunis in Gaza aan om –na tientallen jaren ballingschap buiten Palestina- de politieke leiding ter plekke op zich te nemen.
    De meeste Palestijnen in Gaza zagen wel dat er heel wat schoonheidsfoutjes kleefden aan de deal die gemaakt was met de Israëlische regering. Het Israëlische leger was weliswaar uit het zicht in de vluchtelingenkampen en steden, maar was nog wel degelijk aanwezig. Op de doorgaande wegen waren nog steeds Israëlische controleposten. En de joodse nederzettingen, zoals Kfar Darom en Gush Katif, bleven bestaan. Deze illegale settlements waren de Gazanen een doorn in het oog, al was het alleen maar omdat ze een buitenproportioneel groot deel van de (landbouw-)grond opslokten van het overbevolkte Gaza, dat de grootte heeft van een Nederlands waddeneiland.
    De Israëlische oppositie was destijds ook sceptisch, zo niet faliekant tegen het Oslo-akkoord, dat ten grondslag lag aan de Palestijnse autonomie. Oppositieleider Ariël Sharon noemde de kersverse Palestijnse politie “terroristen in uniform”. Sharon zag in Arafat geen vredespartner, maar een oude, sluwe tegenstander met bloed aan zijn handen, die uit was op de vernietiging van Israël. Het is misschien goed om dat “Israël” van Sharon te definiëren: het is een groot Israël, dat –behalve de staat Israël van 1948 ook grote stukken van de Westoever beslaat, inclusief het in 1967 bezette Oost-Jeruzalem.
    Zoals bekend is het met het Israëlisch-Palestijnse vredesproces sinds 1994 helemaal mis gegaan. In het najaar van 2000 brak de tweede intifada uit, nadat bleek dat Israël niet van zins was zijn kolonisering van de Westelijke Jordaanoever te stoppen en zich te houden aan het interim akkoord (Oslo) met de PLO. Bloedige aanslagen van Hamas en de Islamitische Jihad speelden de ultra rechtse partijen in Israël in de kaart en de nieuwe machthebbers als Netanjahu en nu Sharon hadden geen boodschap aan een tweestaten oplossing, waarbij er een levensvatbare Palestijnse staat zou komen naast Israël.
    Het is nog maar tien jaar geleden maar het lijkt wel prehistorie: de dagen dat gedroomd werd over Gaza als het toekomstige Singapore of Hong Kong van het Midden-Oosten. Het buitenland, met name de Europese Unie, bleef er lang in geloven, al was dat –achteraf gesproken- misschien een wishful thinking. Gaza’s strategische ligging, haar redelijk goed opgeleide, hard werkende en ondernemende bevolking waren de ingrediënten van een potentieel succesverhaal. Miljoenen dollars aan hulp moesten Gaza er bovenop helpen en tegelijkertijd als cement dienen voor het vredesproces.
    Er werd een vliegveld gebouwd en voorbereidingen getroffen voor het aanleggen van een haven. Het Palestijns bestuur werd gefinancierd en er werd veel geld gestoken in het herstel van de verwaarloosde infrastructuur van Gaza.
    Het belangrijkste ingrediënt voor succes bleef echter uit: vrede. In plaats van het Hong Kong van het Midden-Oosten veranderde Gaza in het grootste concentratiekamp van de regio. Haven in aanbouw en vliegveld werd kapot gebombardeerd, het Palestijns bestuur werd voor een groot deel ontmanteld, de Gazanen mochten het gebied niet meer uit om te werken in Israël of om op bezoek te gaan naar Egypte, Jordanië of andere delen van Palestina.
    Behalve economische schade, richtte Israël ook grote psychologische –en dus politieke- schade aan in Gaza. Het vredesproces werd een vernederingsproces, waarvan de lugubere bekroning waarschijnlijk wel is de systematische politiek om Palestijnse leiders te vermoorden.
    En dan nu, als een duveltje uit een doosje, komt Sharon met het plan om Gaza te verlaten en de joodse nederzettingen te ontmantelen. Bush omarmde het idee, maar geen Palestijn die gelooft dat Sharon iets goeds voor hen in petto heeft. Overigens: als die nederzettingen zomaar kunnen worden opgeheven, waarom dat dan niet tien jaar geleden gedaan? Dat had in ieder geval enkele duizenden Palestijnse doden in Gaza gespaard.
    Maar dat is uiteraard een naïeve gedachte. Het opgeven van Gaza moet als wisselgeld dienen voor de inlijving van grote stukken van de Westoever. President Bush heeft aangegeven dat een uitstekend plan te vinden. In Palestijnse kringen wordt al gesproken van een tweede Balfour-verklaring: wéér geeft een Westerse mogendheid een stuk Palestina weg aan joodse kolonisten.
    En wordt Gaza er inderdaad beter van als de nederzettingen worden ontmanteld en het Israëlische leger vertrekt? In 1999, het laatste jaar dat er nog sprake was van grootscheepse buitenlandse hulp om het vredesproces te ondersteunen, stak de Europese Unie meer dan een miljard euro steun in Gaza. Die steun zal niet worden hervat als er geen garanties zijn dat Israël niet met de grond gelijk maakt wat met Europees belastinggeld wordt opgebouwd. En die garanties zijn er niet.
    Gaza blijft, ook na het vertrek van de kolonisten, geïsoleerd. Kustwateren en luchtruim blijven gecontroleerd door het Israëlische leger en de grenzen blijven gesloten. 75% van de 1,4 miljoen Gazanen leeft in bittere armoede; een armoede die alleen effectief kan worden bestreden als Gaza wordt opengesteld en de Gazanen vrijelijk kunnen werken in Israël en handel kunnen drijven in de regio.
    Het is een droevig vooruitzicht: Gaza als reservaat, óók als dit reservaat door Sharon judenfrei wordt gemaakt…

    Jan Keulen

    Andere columns van Jan Keulen

    Yasser Arafat: vertrek, ballingschap, terugkomst (maart 2005)

    Een nieuwe Palestijnse catastrofe (juni 2007)

  • Column April 2003

    De bulldozer reed door…   April 2003

    Als hij haar in een disco in Tel Aviv had ontmoet, had hij haar misschien geprobeerd te versieren. Maar ze zat hier in Rafah, Gaza, in de modder. Tegenover zijn bulldozer. Een knappe jonge vrouw, met een fel gekleurd windjack aan. En hij was gekleed in een militair uniform. Zijn opdracht was simpel: verniel dat huis van die terrorist. Ze zwaaide met haar armen. Acht andere vredesactivisten die vlakbij stonden, zwaaiden ook om de aandacht te trekken en riepen: stop, stop, stop. Een van de vredesactivisten had een luidspreker en schreeuwde zo hard hij kon: in Godsnaam stop. Maar de voet van de soldaat bleef het gaspedaal indrukken.
    De schuif van de militaire bulldozer tilde haar op. Ze zat boven op een hoop zand en puin. Misschien was er een seconde oogcontact tussen de Israëli en de Amerikaanse studente. Hij moet haar in ieder geval gezien hebben. Maar hij reed door. De schuif duwde het zand, het puin en de vredesactiviste naar voren terwijl de bulldozer optrok. Als de soldaat op dat moment gestopt was, waren misschien alleen haar beide benen gebroken. Maar hij reed door en verbrijzelde haar rug, verpletterde haar benen, verwondde haar knappe gezicht. Hij reed door en toen zij was verdwenen onder het zand en het puin zette hij de bulldozer in de achteruit en reed nogmaals over haar heen. Alsof hij er zeker van wilde zijn dat dit obstakel in de strijd tegen het terrorisme daadwerkelijk het zwijgen op was gelegd.
    Rachel Corrie was 23 jaar toen zij, op 16 maart, werd vermoord door het Israëlische leger. Vermoord. Want hoe moet je het anders noemen? Rachel Corrie, een studente uit Olympia in de staat Washington, was lid van de “International Solidarity Movement”. Deze beweging, voornamelijk bestaande uit Britse en Amerikaanse vredesactivisten, probeert met geweldloze acties de Palestijnen te ondersteunen. De groep verzet zich met name tegen het vernielen van Palestijnse huizen door het Israëlische leger.
    Op dezelfde dag van Rachels’ dood werd, in een ander deel van Rafah, een Palestijnse jongen `per ongeluk’ doodgeschoten door een Israëlische tank. Het is zo gewoon geworden in Gaza dat een dode hier, of een dode daar, niet meer het nieuws haalt.
    Joseph Smith, een vriend van Rachel en net als zij lid van de International Solidarity Movement, schreef in een e-mail dat een Palestijn na Rachels’ dood tegen hem zei: `Je bent één van ons geworden. Je was een buitenlander, maar je begrijpt nu echt wat het betekent om Palestijn te zijn.’
    Rachel Corrie geloofde in geweldloze actie. Ze was diep onder de indruk van het dagelijkse geweld in Gaza. Enkele weken voor haar dood schreef ze haar ouders. `Ik ben nu twee weken en een uur in Palestina en ik kan nog steeds geen woorden vinden voor wat ik zie. Het is moeilijk voor mij om te beschrijven wat hier aan de hand is. Hebben hier ooit kinderen bestaan, die niet gewend waren aan kogelgaten in hun huizen en aan de uitkijktorens van een bezettingsleger dat hen voortdurend in de gaten houdt?’
    `Ik vermoed, hoewel ik er niet helemaal zeker van ben, dat zelfs de kleinste kinderen hier weten dat het leven er niet overal zo uit ziet. Twee dagen voor ik hier aankwam werd een achtjarig jongetje gedood door een Israëlische tank. Veel kinderen hebben me verteld hoe hij heet: Ali. Of ze wijzen op zijn foto, op posters die aan de muren zijn geplakt. De kinderen zijn er ook dol op mij Arabisch te leren. Ze vragen me dan kaif Sharon, kaif
    Bush? En ze lachen als ik antwoord Bush majnoon, Sharon majnoon (hoe gaat het met Sharon, hoe gaat het met Bush? Bush is gek, Sharon is gek).
    Daags na Rachels’ dood werd er een leus geschilderd op een muur in Rafah: `Rachel Corrie, een Amerikaanse met Palestijns bloed’.

    Jan Keulen

    Andere columns van Jan Keulen

    Hoop en wanhoop in Gaza (mei 2004)

    Yasser Arafat: vertrek, ballingschap, terugkomst (maart 2005)

    Een nieuwe Palestijnse catastrofe (juni 2007)

  • Column november 2002

    Nu is Gaza aan de beurt November 2002

    We raken gewend aan het geweld in Israël en Palestina. Vaak halen de incidenten niet eens meer de krant, radio of tv. Jasser Arafats’ hoofdkwartier in Ramallah werd in september wederom belegerd door het Israëlische leger. Dat was de derde keer in een half jaar. Ook daar raken we aan gewend. En Arafat kwam er vermoeid maar glimlachend, het victorieteken makend, uit. Beelden die een droef gevoel van déjà vu opriepen.
    De dramatische ontwikkelingen rond Arafat, het uitblijven van politieke ontwikkelingen (er wordt al bijna twee jaar niet meer onderhandeld tussen Israëli’s en Palestijnen), en de aandacht in de media voor Irak, hebben tot gevolg dat de dreiging van een grootscheepse Israëlische aanval op Gaza onderbelicht blijft. Nu de Westelijke Jordaanoever feitelijk herbezet is, met ontwrichtende uitgaansverboden in de meeste steden, is de volgende logische stap: Gaza.
    Eind september voerde Israël de frequentie en intensiteit van de aanvallen in Gaza op. De operaties worden vaak ‘s nachts uitgevoerd, met gebruik van F-16’s, helikopters, tanks en pantservoertuigen. Doelwit zijn activisten van Hamas of de Islamitische Jihad, werkplaatsen waar wapens zouden worden gemaakt of huizen van reeds gedode `terroristen’. Dat de meeste slachtoffers van deze aanvallen burgers zijn wordt door Israël op de koop toe genomen. Zo werden op 6 en 7 oktober in Khan Younis dertien burgers door het Israëlische leger gedood en vielen er 89 gewonden.
    De herovering van Gaza zou betekenen dat teruggaan wordt naar de situatie van voor de Oslo-akkoorden van 1993. Van 1967 tot 1993 werden de Westelijke Jordaanoever en Gaza volledig door het Israëlische leger gecontroleerd. Volgens premier Sharon kan er maar op één manier een einde gemaakt worden aan de terreur, namelijk met militair geweld. Sharon is tegen een politieke oplossing want dat zou betekenen dat er uiteindelijk concessies gedaan zouden moeten worden aan de Palestijnen.
    `Als de dag komt dat we de benodigde manschappen bijeen kunnen krijgen, zullen we zeker optreden om de terroristische structuur in de Gazastrook een slag toe te brengen’, zei Sharon eind september. Gaza aanpakken is, in de Israëlische optiek, een logisch gevolg van de militaire operaties in de Westelijke Jordaanoever. Nu de Palestijnse Autoriteit praktisch is opgerold, is het tijd Hamas en de Islamitische Jihad aan te pakken.
    Hoewel tot dusver geen van de zelfmoord-activisten uit Gaza kwam (de strook is hermetisch afgesloten door het Israëlische leger) wonen de meeste leiders van Hamas en de Islamitische Jihad wel in de Gazastrook. De twee fundamentalistische organisaties hebben aangekondigd de gewapende strijd tegen Israël door te zetten.
    De fundamentalisten zijn er vast van overtuigd dat Sharon hen zal proberen uit te schakelen en dat Israël uiteindelijk zich genoodzaakt zal voelen Gaza binnen te vallen. `Sharon kan hier rekenen op felle tegenstand en hij zal grote verliezen lijden’, zei Hamas-leider Mahmoud Zahar. `Hij is welkom hier. De mensen zullen verzet plegen en ze zijn bereid te sterven. Ik betwijfel of Sharon in staat zal zijn die verliezen te incasseren.’
    Feit is dat het geen gemakkelijke opgave zal zijn voor de Israëlische militairen het zeer dicht bevolkte Gaza op de knieën te dwingen. Maar het is ook een feit dat de tol van een oorlog in Gaza voor de Palestijnse burgerbevolking zeer hoog zal zijn en dat een politieke oplossing van het Israëlisch-Palestijnse conflict er waarschijnlijk niet dichterbij mee zal worden gebracht.
    Ironisch genoeg is het tot dusver vooral de oorlogsdreiging rond Irak die heeft voorkomen dat de situatie in Gaza niet verder is geëscaleerd. De Verenigde Staten hebben op dit moment behoefte aan `rust’ in Israël en de Palestijnse gebieden. Een gewelddadige Israëlische herbezetting van Gaza, met grote aantallen slachtoffers onder de Palestijnse bevolking, zou tot onlusten kunnen leiden in landen als Egypte, Jordanië en Saudi-Arabië. Daar zit Washington op dit moment niet op te wachten, nu alle aandacht geconcentreerd moet zijn op de eliminatie van het regime van Saddam Hussein. De Amerikanen doen dus hun best hun bondgenoot Sharon een beetje koest te houden. For the time being….

    Jan Keulen

    Andere columns van Jan Keulen

    De bulldozer reed door( april 2003)

    Hoop en wanhoop in Gaza (mei 2004)

    Yasser Arafat: vertrek, ballingschap, terugkomst (maart 2005)

    Een nieuwe Palestijnse catastrofe (juni 2007)

  • Columns Jan Keulen

    Hoe begin je een opstand?    Oktober 2001

    Wek grote verwachtingen. Laat Arafat en Rabin handen schudden in de tuin van het Witte Huis. Laat hen toespraken houden waar je tranen van in je ogen krijgt: `geen oorlog meer, geen bloedvergieten, onze kinderen zullen in vrede leven…’ Hou het vredesproces gaande met geheime onderhandelingen, afgewisseld met grandioze `successen’ die breed worden uitgemeten in de media: Oslo, Washington, Parijs, Cairo, Wye, Stockholm, Amman, Camp David, Sharm al Sheik. Laat de wereld telkens de beelden zien van handen die worden geschud, laat haar telkens de mooie toespraken horen.

    Zorg ervoor dat je in de onderhandelingen altijd aan het langste eind trekt. Trek je niets aan van de internationale wetten, mensenrechtenhandvesten en VN-resoluties. Voor de zekerheid maak je je strategische bondgenoot, het sterkste land ter wereld dat jou altijd door dik en dun steunt en van wapens voorziet, tot bemiddelaar.

    Terwijl je over vrede praat in Oslo, Washington, Parijs, Cairo, Wye, Stockholm, Amman, Camp David en Sharm el Sheik schep je zoveel mogelijk voldongen feiten, die ervoor zorgen dat je in controle blijft. Zo verdeel je de Westelijke Jordaanoever in een gebied A, een gebied B en een gebied C. De Palestijnse Autoriteit krijgt volledige controle over slechts 18% van de Westoever. Het kleine Gaza verdeel je in gele, witte, blauwe en groene gebieden. Je behoudt de controle over de wegen en 6.000 kolonisten krijgen 40% van het grondgebied van Gaza. Op de resterende 60% van Gaza mogen de meer dan een miljoen Palestijnen hokken. Oost-Jeruzalem sluit je volledig van de andere Palestijnse gebieden af.

    Tijdens de zeven jaar onderhandelingen onteigen je 200 vierkante kilometers Palestijnse landbouwgrond voor je nederzettingen, wegen en infrastructuur. 80.000 olijf- en fruitbomen, die in de weg staan van je nederzettingen en wegen, hak je eenvoudigweg om. Wat geeft het dat de Palestijnse eigenaren daardoor verder verarmen? Ze kunnen als dagloners toch werk zoeken in Israël, als de Palestijnse gebieden tenminste niet zijn afgesloten?

    Je moet onderhandelen over nederzettingen maar bouwt er ondertussen 30 nieuwe settlements bij, waaronder steden als Kiryat Sefer en Tel Zion. Je bouwt 90.000 nieuwe huizen in bezet Oost-Jeruzalem. De huizen zijn alleen bestemd voor joodse burgers, dat spreekt vanzelf. Tegelijkertijd vernietig je, terwijl je over vrede onderhandelt, 1200 Palestijnse huizen die `zonder vergunning’ zijn gebouwd. Bij het begin van het Oslo-proces, in 1993, waren er ongeveer 200.000 joodse kolonisten. In 2000 waren dat er 400.000. Van te voren heb je al besloten dat die nederzettingen deel blijven uitmaken van Israël, ondanks dat over dit thema eigenlijk moet worden onderhandeld. Je verbindt de nederzettingen met elkaar en met Israël door middel van een grootschalig wegennet, dat uiteraard onder jouw controle blijft. De wegen doorsnijden het land van je vredespartner, delen het op in een ontelbare hoeveelheid kleine `eilandjes’. Zo ben je er in ieder geval zeker van dat er geen levensvatbare Palestijnse staat zal ontstaan.

    Leg een permanente sluiting op van de Palestijnse gebieden. Dat betekent weliswaar dat de Palestijnse boeren en landarbeiders, die thuis geen werk meer hebben omdat ze hun land kwijt zijn geraakt, in Israël niet meer aan de slag kunnen, maar wat geeft het? Gastarbeiders uit Roemenië en Thailand zijn goedkoper. De afsluiting betekent ook dat de Palestijnen niet meer naar Jeruzalem kunnen, eens het sociale, culturele centrum van de Palestijnse samenleving en de plaats waar de belangrijkste islamitische en christelijke heiligdommen zijn.

    Steel hun water. De Palestijnen in de Westoever en Gaza mogen dorstig zijn, als jij maar genoeg te drinken hebt en je zwembaden kunt vullen. Al is het met water dat voor 25% uit de ondergrondse reserves van de Palestijnse gebieden komt. Maak het landschap en het milieu kapot. Het breekbare historische landschap van Palestina is nauwelijks meer te herkennen met al die nederzettingen en wegen.

    Als de bezetting nauwelijks meer terug te draaien is deel je mee dat jouw concept van vrede `separatie’ is. Je sluit de Palestijnen op in een soort Bantustans, ontneemt hen de hoop op een betere toekomst en op een levensvatbare staat. Je voert de controle op, vernedert hen en valt hen telkens lastig en eindelijk ben je geslaagd in je opzet: de opstand breekt eindelijk uit.

    Dan vertel je de wereld hoe je probeerde te onderhandelen, hoe graag je vrede wilde en hoe teleurgesteld je bent dat ze je hebben laten stikken. Hoe ze jouw goede bedoelingen beantwoordden met stenen. Ze zijn kennelijk nog niet klaar voor de vrede, ze hebben je genereuze voorstellen in de wind geslagen. En nu, totdat ze beloven met het geweld op te houden en naar de onderhandelingstafel terug te keren, ben je wel gedwongen hen te vuur en te zwaard te bestrijden. Je verdedigt je, meer niet, zij zijn immers de agressors? Dus sta je in je recht de meest geavanceerde Amerikaanse wapens te gebruiken, dorpen en steden af te sluiten, honderden huizen en duizenden hectares landbouwgrond te verwoesten. Totdat ze hun lesje geleerd hebben.

    Jan Keulen.

    (met dank aan Jeff Halper)

    Jan Keulen is freelance journalist en was jarenlang correspondent in het Midden-Oosten. Hij was enkele jaren voorzitter van de Stichting Groningen-Jabalya

    Andere colums van Jan Keulen over Palestina/Israel

    Nu is Gaza aan de beurt (november 2002)

    De bulldozer reed door( april 2003)

    Hoop en wanhoop in Gaza (mei 2004)

    Yasser Arafat: vertrek, ballingschap, terugkomst (maart 2005)

    Een nieuwe Palestijnse catastrofe (juni 2007)

    Groningen, Jabalya en de oorlog in Gaza ( 2010)

  • Schrijfproject i.s.m. Nieuwsblad van het Noorden

    Jongeren schrijven over dagelijks leven in Jabalya

    In 2001 werd het initiatief genomen om enkele jonge inwoners van Jabalya  te vragen hoe hun dagelijks leven eruit zag. Deze verhalen werden als serie gepubliceerd  in het Nieuwsblad van het Noorden

     

    Adel-yoesef

    Khalid Hamouda

    Leila Awaad

    Tariq Basheer

    anoniem