Auteur: pieter

  • Revalideren in Jabalya

    door Lydia de Leeuw

    Afgelopen november, zo’n vier jaar naar de allesvernietigende ‘Operatie Gegoten Lood’,  voerde het Israëlische bezettingsleger weer een offensief uit op de Gazastrook. Daarbij werden ruim 100 burgers gedood en raakten zo’n 1.280 Palestijnen gewond, 98% van hen burger. Veel van de gewonden zullen nog lang zorg en revalidatie nodig hebben om er weer bovenop te komen.

    Het Palestinian Medical Relief Society (PMRS) is een NGO die aan deze slachtoffers medische hulpverlening biedt, waaronder revalidatietherapie, gehandicaptenzorg en  psychosociale hulp. Tijdens een bezoek aan het Palestinian Medical Relief Society (PMRS), enkele weken na de oorlog van november, wordt duidelijk voor welke uitdagingen slachtoffers en hun hulpverleners in de Gazastrook staan tijdens de lange weg naar herstel.

    IMG_7564
    De behandelruimte van het PMRS centrum in Jabalya

    “We lopen tegen veel problemen aan in ons werk”, zegt Bassam Zaqout, de Projectcoördinator van PMRS. “Er is bijvoorbeeld een tekort aan reserveonderdelen voor de medische apparatuur die we gebruiken in de behandeling van patiënten. Deze onderdelen kunnen niet geïmporteerd worden omdat Israël de Gazastrook al jaren afsluit. Meestal is er een afwijzing of een verlate goedkeuring wanneer we proberen goederen in te voeren. Ook is het moeilijk om rolstoelen de Gazastrook in te krijgen.” Het chronische tekort aan voorzieningen zorgt ervoor dat de centra van PMRS niet alle zorg kunnen bieden die nodig is.   Het team van PMRS biedt mensen zorg in revalidatiecentra en door middel van bezoeken aan huis. In het PMRS gebouw in Jabalya is het de hele dag een komen en gaan van patiënten en medewerkers. Mustafa Abed, manager van het revalidatieprogramma, geeft een rondleiding door de verschillende ruimtes. Er is een zaal met bedden waar wondverzorging en bewegingstherapie plaatsvindt. Daarnaast is een ruimte met eenvoudige fitnessapparatuur. Ook is er een speciale kamer ingericht voor kinderen. (meer…)

  • Delegatie uit Jabalya op bezoek in Groningen

     

    Van zondag 12 februari tot woensdag 15 februari brachten twee bestuurders van het Nama’a College for science en Technology uit Jabalya een bezoek aan Groningen.  Het gaat om Dr. Mo’een Al Borsh, de dean van de school en mr Salah A. Keshta, directielid externe betrekkingen. Het was voor het eerst sinds 2005 dat een delegatie uit Jabalya Groningen kon bezoeken.

    Het doel van het bezoek was de contacten met Groningen te herstellen door kennis te maken met Groningen en door samenwerkingsverbanden te zoeken met partners in Groningen vooral op het gebied van het onderwijs. Het Nama’a College denkt dan bijvoorbeeld aan uitwisseling van docenten of studenten. De relatie met Groningen is ontstaan omdat het gebouw waar het College nu in gehuisvest is gefinancierd is door de gemeente Groningen als onderdeel van het project “Jeugd in Jabalya”. Dat project kon destijds niet worden voortgezet vanwege de politieke situatie in de Gazastrook (o.a de disengagement in 2005 en de door Hamas gewonnen verkiezingen in 2006 die voor Israel aanleiding waren tot een bijna complete blokkade van de Gazastrook).

    Contacten met Jabalaya waren jarenlang uiterst moeilijk en minimaal. Maar de gemeente Groningen heeft altijd de bereidheid uitgesrpoken om, als de situatie zou verbeteren, verdere samenwerking met partners in Jabalya te heroverwegen. De delegatie heeft als eerste gesprekken gevoerd met de Stichting Groningen-Jabalya en bestuursleden van de Stichting. Het belangrijkste onderdeel was elkaar bijpraten m.b.t. de recente ontwikkelingen in Groningen en Jabalya, het bespreken van mogelijke perspectieven voor samenwerking en de voorbereiding van het programma. De delegatie toonde een aantal filmpjes over de gang van zaken op het College en de staat van het gebouw. De Stichting Groningen-Jabalya was blij verrast met de intensieve manier waarop van het gebouw gebruik wordt gemaakt.

    In een aantal contacten op de RUG werd gesproken over mogelijke samenwerking (lesgeven in Jabalya, samenwerking bij wetenschappelijke congressen). Met de Gemeente Groningen waren er kennismakingsontmoetingen op het niveau van ambtenaren en met wethouder Elly Pastoor. Ook was er contact met een aantal gemeenteraadsleden. Daarbij benadrukten de heren Al Borsh en Keshta dat zij mensen uit het onderwijs zijn en geen politici. Zij zoeken ondersteuning en contacten m.b.t. het onderwijs aan jongeren in Jabalya. Zo zijn er bijvoorbeeld in Jabalya jongeren die wel gekwalificeerd zijn om hbo-onderwijs te volgen maar die de kosten (U$ 1000,- per jaar) niet kunnen betalen. Ook wees de delegatie er op dat het gebouw nooit is afgebouwd en dat bijv. de lift (vrij essentieel in een samenleving met veel gehandicapten) ontbreekt. Er was ook een gesprek met Jan Arend Mulder, de architect van het gebouw. Daarbij kwamen een paar vragen m.b.t. bouw en inrichting aan de orde en werden bij de delegatie bestaande ideeën m.b.t. aanpassingen aan het gebouw getoetst. Op de Hanzehogeschool liet de delegatie zich uitgebreid voorlichten over wat de Hanzehogeschool het Nama’a College kan bieden m.b.t. mogelijke vervolgopleidingen voor studenten uit Jabalya, training van staf en docenten, ondersteuning m.b.t. beleidsontwikkeling etc. etc. Het verblijf in Groningen werd afgesloten met een bezoek aan de afdeling Techniek, ICT, en technologie (incl. multimediadesign) van het Alfa College.

    Het Stichtingsbestuur heeft als conclusie getrokken dat er weer mogelijkheden zijn voor nauwere contacten met de bevolking van Jabalya en zal dat de komende tijd verder in voorstellen uitwerken. Daarbij is een tegenbezoek aan Jabalya in de loop van dit jaar waarschijnlijk.

  • Steun de Palestijnen als consument

    Dat kan op 2 manieren 1. koop producten van Palestijnse boeren.
    Kijk hier voor verkoopadressen   en via webshops Propal  en Naar Ramallah 2.boycot Israelische produkten kijk hieronder welke merken het betreft

    welke-merken-boycotten-207x300
    klik voor grotere versie

     

    Waarom boycot?

    Anja Meulenbelt legt uit waarom Naomi Klein en anderen de  boycot van Israel bepleiten

    kijk ook naar het betoog van Haidar Eid waarom boycot, desinvestment en sancties zo belangrijk zijn.
    Lees hier ons protest naar aanleiding van het voornemen van Amsterdam om een stedenband aan te gaan met Tel aviv

    (meer…)

  • Voorbereid op een onzekere toekomst

    door Lydia de Leeuw

    Te midden van kleine zandwegen en woningen in Jabaliya staat het imposante nieuwe Nama’a College for Science and Technology. Deze onderwijsinstelling, gehuisvest in een modern gebouw met een sfeervolle tuin ernaast, biedt hoger onderwijs aan zo’n 300 studenten, voornamelijk afkomstig uit het noordelijke deel van de Gazastrook. Het gebouw werd ontworpen door de Nederlandse architect Jan Arend Mulder en gefinancierd door de gemeente Groningen, de zusterstad van Jabaliya.

    Ondanks het vernietigende offensief dat Israël in de winter van 2008/9 botvierde op de Gazastrook en de voortdurende illegale afsluiting en bezetting, ging Nama’a in 2009 van start. Het college biedt 2-jarige MBO/HBO-opleidingen in diverse vakgebieden: van fysiotherapie, prothesekunde, en medische techniek tot bouwtechniek, IT, administratie en media. De eerste lichting studenten studeerde afgelopen zomer af.

    “We houden contact met de studenten en zijn benieuwd waar de terecht zijn gekomen. Binnenkort gaan we dat in kaart brengen,” zegt Nahed, een administratief medewerkster van de school.

    Het bestuur van het college heeft veel hoop en ambities voor de toekomst: “Onze hoop is om ooit uitwisselingen te doen van studenten tussen Gaza en Nederland”, zegt Salah Keshta, de projectmanager van het college. Dr. Mo’een al Borsh, het hoofd van het college, voegt daaraan toe: “Vanwege de politieke situatie is samenwerken met het buitenland, waaronder Groningen, erg moeilijk. Nama’a is een onderwijsinstelling die het beste wil voor haar studenten en we hopen dan ook dat we snel weer aansluiting vinden met onze partners. We willen nog zoveel ontwikkelen in het college.”

    Eén van die plannen heeft betrekking op ruimte. Op dit moment ontbreekt het soms aan les –en practica lokalen. “Er zijn onvoldoende praktijktrainers en er zijn onvoldoende labs. We hebben meer ruimtes nodig,” zegt Mohammed Hassasna (23) wanneer hem naar zijn ervaringen als student gevraagd wordt. Mohammed studeert koeling en airconditioning en zit nu in het tweede en laatste jaar van zijn opleiding. Zijn studie bestaat voor het grootste deel uit praktijkgericht onderwijs. Samar Hassan (24) sluit zich bij Mohammed aan; “er zouden meer lessen zijn als er meer ruimte waren.” Samar volgt de opleiding tot fysiotherapie en zit ook in het laatste jaar. Ze loopt op dit moment stage in het Wafa’ ziekenhuis: “Ik werk graag met kinderen en jonge mensen en merk door mijn stage dat ik op de goede plek ben met mijn opleiding,” zegt ze tevreden.

    De praktische vaardigheden die studenten leren op het college, worden gezien als een belangrijke voorsprong bij het zoeken naar een baan. In de Gazastrook, waar ongeveer 42,5% van de bevolking werkeloos is, zoeken werkgevers jonge mensen met praktische ervaring.

    Mohammed was zich daar erg van bewust toen hij voor Nama’a koos: “Ik was lang op zoek naar een opleiding zoals deze. De werkeloosheid is erg hoog in Gaza en als je kans wil maken op een baan moet je praktische ervaring hebben,” zegt hij. Mohammed liep 2 dagen per week stage in al Shifa ziekenhuis in Gaza Stad, het grootste ziekenhuis in de Gazastrook. Zo’n 4 maanden lang werden hij en enkele medeleerlingen daar onder de hoede genomen door de vakmensen. “Het beviel me erg goed. Ik heb er veel kunnen leren”, zegt hij.

    Wafa’ al Haloul (21), die bekend staat als een van de topleerlingen op het Nama’a College, hecht net als Mohammed veel waarde aan de praktische ervaring die ze krijgt. “Dat geeft ons een meerwaarde in de samenleving. De vaardigheden die we hier leren, zijn hard nodig en de maatschappij, vooral bij non-gouvernementele organisaties. Ik had ook naar een universiteit kunnen gaan, maar koos heel bewust voor deze opleiding.” Wafa’ gaat met plezier naar haar opleiding administratie en wil zelfs in de vakantie doorstuderen: “de komende zomer zijn er ook trainingen te volgen hier en ik denk dat ik daar wel gebruik van zal maken. Ik vind de interactie tussen de leerlingen en studenten ook prettig.”

    Voor Fadi (23) Abu Mohadi was de betaalbaarheid van het onderwijs bij Nama’a belangrijk bij zijn studiekeuze; “ergens anders zou ik niet naar vervolgonderwijs kunnen. Hier is het lesgeld per studiepunt stukken lager, dus dat maakte het voor mij mogelijk om toch een opleiding te doen.” Fadi zit in het eerste jaar van de IT opleiding. Echt optimistisch over de toekomst is hij niet: “Er is geen toekomst in Gaza en als ik klaar ben met mijn opleiding wil ik hier weg.”

    Als gevolg van de voortdurende afsluiting en de gecreëerde massale werkeloosheid ontvangt zo’n 75% van de bevolking in de Gazastrook humanitaire hulp. Hoe de studenten van het Nama’a college terecht zullen komen, hangt niet af van de hulp die Gaza binnenkomt, maar juist van de opheffing van de illegale afsluiting die de lokale economie heeft doen instorten.

    Wanneer ik het viertal vraag naar hun leven buiten school, slaken ze allen een diepe zucht. “Mensen hier hebben geen leven. Er is geen elektriciteit, geen benzine, en onvoldoende schoon water. Dat is geen leven te noemen,” zegt Samar.

    Mohammed ziet nog een lichtpuntje: “Er is wel wat hoop in de Gazastrook, maar veel jongeren wijken noodgedwongen toch uit naar het buitenland omdat daar een betere toekomst is. Maar we blijven Palestijn en zullen altijd terugkomen naar hier.” Op de vraag wat zijn toekomstplannen zijn, verschijnt een voorzichtige glimlach op zijn gezight: “ideaal gezien, zou ik hier een bedrijf beginnen in airconditioning.”

     

    Eerdere artikelen van Lydia

    Voor straf in het donker

    Ter land, ter zee en ondergronds

  • Genade of straf? Het gebied dat leven en dood scheidt…. een bittere werkelijkheid

    Door Hiba Walim

    Het is niet eenvoudig om een stuk te schrijven over de grensgebieden van Gaza. Wij hebben met de auto in oostelijke richting gereden om zo dicht mogelijk bij de grens tekomen, bij Jahr Edik dat midden in het gebied ligt. Meer dan eens zijn we daarbij in levensgevaar geweest omdat wij zo dicht bij – zoals de Israëliërs dat noemen – het ‘geïsoleerde’ gebied kwamen.

    In eerste instantie ervaar je het gebied als leeg en verlaten, als gevolg van de gevaarlijke situatie. En toch, als je aandachtig kijkt, zie je licht afkomstig van huizen als lichtpuntjes in het donker of als vraagtekens zonder antwoord.
    Oneindig groene vlakten die je verrassen door hun schoonheid, maar meer nog door de dreiging die ervan uitgaat. In de verte zie je werktuigen, koepels en kazernes van het Israëlische leger en dan besef je het levensgevaar en voel je de dood dichterbij komen. Hoe kunnen mensen zo dicht bij deze grens wonen, bij een lijn die door sommigen de lijn des doods wordt genoemd en die hen slechts een paar meter van het Israëlische leger scheidt? Wat dwingt hen om dat te doen? Veel raadsels worden pas duidelijker als we dichter bij deze huizen komen.

    IMG_4707

    De familie Huthut, die op een paar kilometer van de grens woont, vertelt over de problemen die zij ondervinden als gevolg van het wonen aan de grens.  Met een bittere zucht, begint Oum Tarek Huthut te vertellen over wat zij en haar gezin hebben meegemaakt tijdens de laatste oorlog in Gaza. Zij zegt: ”Dat waren de ergste dagen van ons leven. Wij woonden zo dicht bij de grens dat elke beweging van ons in de gaten werd gehouden. Water en voedsel raakten op een gegeven moment op en ik moest mijn eigen leven en dat van de kinderen in gevaar brengen om in onze levensbehoeften te kunnen voorzien”. De kinderen gingen, tijdens de beschietingen tussen de tanks door met hun lege flessen op weg om ze, waar maar ook, te vullen met water. Oum Tarek vervolgde: “De omstandigheden waarin mijn gezin leefde waren erg moeilijk. Mijn man is ziek en bedlegerig en daarom was het moeilijk om hem te verplaatsen. Het was daarom onmogelijk om tijdens de oorlog naar buiten te gaan op zoek naar een veilig gebied. De buren om ons heen hadden allemaal het gebied verlaten en wij verwachtten elk moment gedood te worden.”

    foto 7

    Droevige kindertijd
    Amir Huthut, een kind van 12, onderbrak zijn moeder en schreeuwde verontwaardigd: “Maar ik ben niet bang… ik ben gewend aan de beschietingen, het is gewoon geworden”. Hij heeft zo vaak de aanvallen en bezettingen van hun huis door het Israëlische leger meegemaakt, dat hij gewend geraakt is aan het geluid van raketten, kogels en tanks. Dat is normaal voor hem geworden.  Plagerig voegde hij eraan toe: “Het is mogelijk dat de beschietingen en de aanvallen op ons huis nu plaats gaan vinden en dan zien jullie met eigen ogen wat dat betekent”.
    Wijzend op haar zoon Amir, wordt Oum Tarek verdrietig. Zo is mijn zoon Amir geworden, agressief en fel. Hij is mensenschuw en om het minste of geringste wordt hij boos en loopt dan weg naar het kerkhof om het graf van zijn vader te bezoeken. Hij is nog steeds heel sterk aan zijn vader gehecht. Het lukt mij niet meer om hem in bedwang te houden en machteloos zie ik met de dag zijn schoolresultaten verslechteren.
    Oum Tarek is er van overtuigd dat het dicht bij de grens wonen, de voortdurende confrontatie met oorlog en vijandelijke aanvallen maar vooral de laatste aanval op Gaza, de kinderen psychische hebben geschaad. Ongewild plassen ze in bed, leven ze in angst en gaan hun schoolresultaten zichtbaar achteruit.

    Stom van verdriet
    Wij reden verder langs de grens in het oosten van het gebied, tussen de beplante landerijen door, in een poging om ons onzichtbaar te maken voor de Israëlische oorlog toestellen. Maar wij wisten dat het gebied daarvoor te open is en dat wij onmogelijk aan het vizier van de Israëlische soldaten zouden kunnen ontsnappen. Zij bevinden zich immers slechts op enkele meters afstand van ons.
    Wij zagen een groepje kinderen oorlogje spelen. Ieder kind hield een houten stok in zijn hand en richtte dat op een ander kind, roepend: ‘ga dood, ga dood’. Randa Halas, 32 jaar oud en moeder van de kinderen, hield toezicht in een poging hen tegen het onverwachte te beschermen. Randa merkte op: “Ik voel dat ik voortdurend in een oorlog leef en hoe kan ik die verschrikkelijke dagen ook vergeten. Zelfs als ik dat al zou willen, zou ik daar nog niet in kunnen slagen. Mijn zoon Mohamed herinnert mij steeds weer aan deze verschrikkelijke dagen”.
    Zij omhelst haar zoon Mohamed en vervolgt: “Toen de aanval op Gaza begon, was ik in de zevende maand van mijn zwangerschap. De angstwekkende situatie waarin wij ons toen bevonden, de aantallen bommen en kogels en het vuur dat wij met onze eigen ogen zagen en dat ons belette om te vluchten naar veiligere gebieden, de angst van de kinderen, hun gehuil en geschreeuw, de voortdurende vrees om mijn kinderen te verliezen, dat heeft mij zeer geraakt en invloed gehad op mijn ongeboren kind”. Mohamed is drie maanden na de oorlog geboren en is nu vier jaar oud. Hoewel hij goed hoort en alles begrijpt wat om hem heen gebeurt, heeft hij nooit kunnen spreken. De arts heeft Mohamed herhaaldelijk onderzocht maar geen enkel fysiologisch gebrek kunnen constateren. Eens op een dag zal hij misschien toch kunnen praten.

    IMG_4988

    Waar moet ik naar toe?
    Randa vervolgt: “Mijn kinderen leven met een constant gevoel van angst ook als zij in hun eigen huis zijn, een plek waar een kind toch verondersteld wordt geborgenheid te voelen. Ze zijn bang om door de kogels geraakt te worden als ze thuis zijn. Dit angstgevoel is dagelijks aanwezig en niet alleen tijdens oorlog of tijdens het binnendringen van het leger in ons gebied. De kinderen durven ‘s nachts niet meer naar de WC te gaan, zo bang zijn ze geworden van het geluid van gewone kogels en van de lichtkogels die ‘s nachts door het Israëlische leger worden afgeschoten. Waar moet ik naartoe met mijn kinderen om hen een veilig gevoel te geven?” Randa hoopt ooit het gebied te kunnen verlaten en een huis ver van de grens te kunnen kopen, maar wie wil haar huis nu kopen en zo dicht bij de grens gaan wonen?

    Overlevingsdrang
    Wij hebben onze reis langs de grens voortgezet naar het uiterste noorden van Gaza en kwamen uit bij een landbouwterrein op 300 meter van de grens. Daar troffen wij een huisje dat van alle kanten beschoten was door vuurwapens en tankgranaten. Het bouwsel was zo ernstig beschadigd dat wij niet verwachtten dat het bewoond was en als dat wel het geval zou zijn, dan zouden de bewoners allang dood moeten zijn.
    Salah Hamran, 61 jaar en opzichter van de landbouwgrond aan de grens vertelde ons over de ontberingen die hij tijdens de oorlog in Gaza heeft doorstaan en waar hij nog dagelijks mee geconfronteerd wordt. Zijn situatie verschilt met die van de grensbewoners die wij eerder ontmoet hebben. Salah woont met zijn gezin in dit gevaarlijke gebied en in dit huis omdat het zijn bron van inkomsten is waarmee hij in de behoeften van zijn gezin kan voorzien.
    Abu Salah vertelde ons over de merkwaardige en onvergetelijke situaties die hij meegemaakt heeft. “Vier dagen voor het einde van de oorlog in Gaza”, vertelde hij, “was ik in ons huis opgesloten omdat er verschrikkelijke beschietingen overal rondom het huis aan de gang waren. Wij voelden ons meer dood dan levend. De situatie werd zo erg en uitzichtloos dat ik aan mijn kinderen vroeg om een laatste gebed op te zeggen, de shahada”. Bedroefd en wanhopig, zei Abu Salah: “Mijn leven hier is helemaal uitzichtloos, ik kan hier niet meer verder leven, maar elders kan ik geen centimeter grond kopen. Dagelijks maak ik moeilijke situaties mee en vaak hoop ik snel dood te gaan in plaats van op deze manier verder te leven. Op een keer werd mijn zoon ziek en kon hij nauwelijks meer ademen. Ik heb geprobeerd iemand te vinden die mij en mijn kind naar een hulpcentrum kon brengen”. Een traan viel op zijn wang terwijl hij beschreef hoe hij uiteindelijk, midden in de nacht, zich verschuilend tussen de bomen, de grote weg probeerde te bereiken om zijn kind te helpen. Maar het was een dilemma. Hij was namelijk ook ongerust over de andere leden van zijn gezin die hij nu alleen achterliet en die aangevallen hadden kunnen worden of dat hij zelf gepakt zou worden en hen dan niet meer zou kunnen bereiken. “Mijn lijden zal nooit ophouden, een ander huis heb ik niet en een andere baan zal ik niet kunnen krijgen’.
    Hetzelfde geldt voor Hashim Khater, een jonge man van 25 jaar. Hij gaat dagelijks naar Jahr Edik in het midden van Gaza, dicht bij de grens, om dagelijks zijn kost te verdienen als boer.

    foto 9

    De situatie is merkwaardig. Uit onderzoek blijkt namelijk dat 27 duizend dunum van dit gebied alleen onder gevaarlijke omstandigheden bereikt kunnen worden. Het gebied heeft te maken met aanvallen van de Israëliers en de kans is groot dat er doden en gewonden vallen onder de civiele bevolking. Bovendien is 30% van de landbouwgrond in Gaza niet te exploiteren vanwege het grote gevaar. Dat betekent niets anders dan een groot verlies aan inkomsten voor de bevolking.
    Hashim merkt op: “Het is moeilijk om dagelijkse te eten te krijgen en de economische situatie in het land is slecht. Dat dwingt mij om in de buurt van de grens te werken. Elke dag vertrek ik vroeg in de ochtend naar dat gebied en dan werk ik op één van de landbouwgronden die het dichtst bij de grens liggen. Ik wied en onderhoud de grond en verkoop het gras aan mensen die geiten en andere dieren houden. Vaak loop ik gevaar en kan op elk moment gedood worden. De Israëli’s waarschuwen niet. Het gebeurt regelmatig dat ik aan het werk ben en beschietingen hoor die ergens vandaan komen of word ik verrast door een offensief. Dan probeer ik eraan te ontsnappen en ren tussen de bomen door om mijn leven te redden.”
    Het Israëlische leger is heer en meester in dit ‘geïsoleerde’ gebied. De menselijke en financiële verliezen groeien gestaag. Statistieken van het Palestijnse Centrum voor Mensenrechten laten zien dat na de laatste grote aanval op Gaza, het Israëlische leger 166 aanvallen heeft uitgevoerd op dat gebied en op het gebied dat aan Egypte grenst.
    Gezinnen die daar wonen, leven voortdurend in angst, niet alleen in oorlogstijd, maar ook in perioden van wapenstilstand. Zij hebben echter de hoop niet verloren dat de wereld ooit een oplossing voor hun ondragelijke situatie zal vinden zodat ze zich in hun eigen huis veilig kunnen voelen en dat zij niet constant in gevaar hoeven te leven.

    Hiba Walim is medewerker van het Doha center for media freedom Palestine. Met enige regelmaat zullen bijdragen van dit collectief gepubliceerd worden op de site of in onze nieuwsbrief

    Eerdere artikelen van het Doha Centre

    Eigenaars van verwoeste huizen wachten nog steeds op wederopbouw

     

  • ”Ik denk niet dat er een volk is dat meer moet lijden dan wij”

    Door: Tasneem Zayaan

    Inleiding en vertaling: Marco in ’t Veldt

    Op 8 november 2012 openden Palestijnse militanten het vuur op Israëlische tanks en een bulldozer die de Gazastrook binnenreden. De tanks  schoten terug maar doodden daarbij een onschuldig kind van 12 jaar, dat toevallig in de buurt rondliep. Als wraak hiervoor schoot Hamas een aantal raketten op Israël af.  Tot zo ver niets bijzonders, ware het niet dat Israël een offensief had voorbereid en er nu een aanleiding was om dat op 14 november te beginnen: ‘Operatie Wolkkolom.’  Het Hebreeuwse woord dat Israëlische leger gebruikte voor Wolkkolom komt overigens rechtstreeks uit de Bijbel. Daar duidt het op de rook van de slachtoffers in de tempel in Jeruzalem, die opstijgt naar de hemel, en die gezien wordt als manifestatie van Jahweh.  Slachtoffers vielen er ook bij Operatie Wolkkolom, vooral onder de burgerbevolking van Palestina. 

    IMG_2881

    Abdallah Aldaloe. Zijn ogen zijn nog nat van de tranen en trillen door de pijn van zijn herinneringen. Zijn tengere lichaam toont de sporen van de verschrikkingen, zijn maag kan zelfs geen water verdragen. Zijn gebroken ziel verdraagt de gebeurtenissen niet; het trauma dat hij opliep toen een F16 van het Israëlische leger zijn huis in de Al-Nasserwijk in Gaza-Stad vernietigde tijdens de laatste aanval op de Gazastrook. Daarbij kwamen negen van zijn familieleden om.

    Geen reden meer om te leven

    Abdallah is een jongen van negentien jaar oud. Met zijn vader is hij de enige overlevende van zijn broers en en van zijn familie. Hij leek onder speciale bescherming van God te staan omdat hij en zijn vader op weg naar de moskee waren om te bidden. Na het gebed gingen ze naar de markt om een paar dingen te kopen die ze nodig hadden. Slechts een paar minuten later hoorde hij een luidde explosie in Gazastad. Hij voelde de aarde schudden: God had hem een nieuw leven geschonken. Maar zonder zijn broers!

    Ik voel hun ziel wonen in mijn lichaam

    Met stokkende stem en tranen van emotie zegt Abdallah: “Ik heb mijn moeder verloren. Mijn moeder was alles voor me. Nu zij er niet meer is, heb ik niets meer. Niets meer…”   Even is hij stil. Dan begint hij herinneringen aan zijn moeder op te halen:  “Ik sliep alleen maar in de schoot van mijn moeder en kende geen veiligheid behalve vlakbij haar. Nu is zij weg en met haar, ook haar warmte en tederheid. Ik kan alleen maar proberen om me haar te herinneren.”

    Abdallah voegt er nog aan toe dat hij haar aanwezigheid ieder moment voelt, alsof ze leeft in zijn ziel, en vervolgt: “Mijn broers, de jonge zoon van mijn broer en zijn vrouw zijn omgekomen. Ik had niet verwacht dat dit zou gebeuren omdat we bijna tegen de veilige zone aanwonen. De Israëlische aanval heeft ook de omliggende huizen enorm verwoest, zodanig dat je je afvraagt of het gebied is getroffen door een aardbeving. Ik vraag me af: wat hebben al die kinderen misdaan, die onder het puin zijn gedood?

    Sinds de gebeurtenissen ben ik niet bang meer, maar mijn hart is bij mijn familie. Eten heeft geen smaak meer sinds het niet meer is bereid door de handen van mijn moeder. Hoe zou iets me nu nog kunnen smaken? Mijn hele leven heeft haar smaak verloren. In de ogen van mijn vader zie ik alleen de dood en een diep verdriet. Aan zijn tranen lijkt geen einde te komen.”

    Als Abdallah door de tranen niet meer kan praten, vult zijn zus Riem hem aan. Zij woont in het huis achter het gebombardeerde huis, sinds ze uit niet meer bij het gezin woonde.“Mijn belangrijkste taak was het om de kinderen te troosten en op hun gemak te stellen omdat ze bang waren voor de geluiden. Maar toen hoorde ik plotseling een verschrikkelijk geluid zoals ik dat nog nooit gehoord had. De aarde onder het huis schudde en de ramen schudden uit hun sponningen. Ik had nooit verwacht dat ons familiehuis het doelwit was. Plotseling hoorde ik stemmen uit de straat, maar ik wist niet waar het over ging. Ik was in een onbeschrijfelijke shock en wilde gaan kijken wat er was gebeurd, maar mijn schoonmoeder hield me tegen. Ik verloor het bewustzijn en weet ik niet meer wat er daarna gebeurde.”

    IMG_2885

    Riem werd korte tijd later wakker in het Shifa-ziekenhuis waar haar man haar naartoe had gebracht: “Ze waren allemaal omgekomen.”  Na een moment van stilte herneemt Riem haar verhaal: “Ik zag hoe mijn zorgzame moeder en mijn geliefde broer werden vermoord. Dat laat een pijn in mijn hart achter dat de tijd niet zal uitwissen. Iedere keer als ik in de ogen van mijn vader kijk weet ik hoe erg zijn ogen branden.” Ze onderbreekt het gesprek omdat de tranen haar over de wangen biggelen. “God behoedt ze, God is barmhartig en zal ze bij de martelaren plaatsen.”

    Al voor de vierde keer

    De familie van Salah is al voor de vierde keer sinds de Israëlische bombardementen in de oorlog van 2008 getuige van de misdaden van de bezetting.  De familieleden waren er meerdere keren getuigen van dat huizen vernietigd werden en na het neerdalen van het stof, veranderd bleken in los verspreidde stenen, zoals bij de Israëlische slachtpartij die de familie nu overkwam.

    Nadat het stof van de raketten was neergedaald, geloofde niemand dat er ook maar één lid van de familie het onder het puin overleefd zou kunnen hebben. Dertig personen met gemiddeld tot ernstig letsel werden onder het puin van het twee verdiepingen hoge huis gehaald. Daarbij was een vrouw die gered werd door burgers, een uur nadat het gebouw met de grond gelijk was gemaakt, samen met twee kleinkinderen van de huiseigenaar. Die kinderen waren juist daar door hun moeder ondergebracht omdat er op hun eigen huis met granaten werd geschoten.

    Umm Mohammed Salah, die levend onder het puin vandaan kwam: “Alle leden van het huishouden sliepen toen we verrast werden door de harde klap die ons huis trof. We konden niet vluchten nadat het huis door de eerste raket van een F16 was geraakt omdat er meteen nog twee raketten volgden en de muren van het huis op ons vielen. Wij en onze kinderen konden ons niet meer bewegen.”

    Haar pijnlijke gezichtsuitdrukking onderstreept haar verhaal.”Mijn moeder viel onder mij. Ik wist niet dat het haar lichaam was dat onder me lag. , ik probeerde me te bewegen,, maar het mocht niet baten. Te veel puin en veel te zwaar. We moesten wachten tot de reddingswerkers ons met veel moeite van onder het puin wisten te halen.”

    Met moeite maakt Umm Mohammed haar verhaal af: “We brachten die nacht door in tenten en de nacht maakte ons bang.Vooral het constante geluid van de drones werd ondragelijk. Wat als er weer een oorlogsvliegtuig kwam om nog meer raketten op onze huizen af te schieten? Ons volk moet veel verdragen.”

    IMG_2816

    De bombardementen vernietigen mooie herinneringen

    Suleiman Salah, hoofd van de familie en leerkracht van het UNRWA: “Meer dan twintig jaar heb ik gezwoegd en gespaard om dit huis te bouwen en dan komt de bezetter en in één ogenblik is het huis vernietigd. Wij hebben niet eens de meest basale rechten voor de veiligheid van onze kinderen. Ze beschuldigen je om het even wat van een politieke activiteit en het huis worden beschoten met raketten. Wat is onze zonde? En wat hebben die onschuldige kinderen gedaan?”

    Suleiman besluit zijn verhaal met pijnlijke woorden: “Ik denk niet dat ik een nieuw huis ga bouwen, want onze vijand komt altijd om ons huis en onze mooie herinneringen te vernietigen. We leven vandaag en vertrouwen voor morgen op God. Ik denk niet dat er een ander volk is dat moet lijden zoals wij.”

    Misschien zijn de families Aldaloe en Salah het levende voorbeeld van wat de recente agressie betekent voor de onschuldige bevolking van de Gazastrook, waarbij 175 burgers de dood vonden en er 1500 gewonden vielen, vooral vrouwen en kinderen, zonder dat de wereldbevolking in opstand kwam.

     

    Eerdere artikelen van het Doha Center for media freedom Palestine

    Een dubbele ramp: blokkade en crisis

    Genade of straf?  Het gebied dat leven en dood scheidt…. een bittere werkelijkheid

    Eigenaars van verwoeste huizen wachten nog steeds op wederopbouw

     

  • Weer € 3.000,- voor de PMRS

    De inzamelingsactie “Help jabalya de winter door” heeft € 3.000,- opgebracht. Dit bedrag is inmiddels weer naar de Palestine Medical Relief Society in Jabalya overgemaakt.

    Het gezondheidscentrum in Jabalya – het dr. Haidar Abd Al-Shafi centrum genaamd – is in 1985 gesticht om eerstelijns medische zorg voor het vluchtelingenkamp in Jabalya te verzorgen. Inmiddels leven daar 120.000 mensen. Het centrum heeft een breed aanbod van dienstverlening zoals gezondheidszorg voor vrouwen en kinderen, omgaan met chronische ziekten, hulp bij ongevallen, tandheelkunde en zorg door specialisten. Daarnaast is er veel aandacht voor preventie door o.a. gezondheidszorg op scholen, gezondheidseducatie en trainingen voor eerste Hulp vrijwilligers. Jaarlijks zijn er ongeveer 40.000 patientcontacten. Het centrum heeft een staf van 20 personen die in twee-ploegendienst werken. Het Groningse geld zal gebruikt worden voor de aanschaf van medicamenten.

  • DOSSIER HET BELOOFDE LAND

    [et_pb_section bb_built=”1″][et_pb_row][et_pb_column type=”4_4″][et_pb_text]

    Het beloofde land

    In de maand februari organiseerde het Groninger Forum, samen met de Stichting GroningenJabalya, en Een Ander Joods Geluid een flinke handvol activiteiten onder de noemer Dossier: Het Beloofde Land.

    De reeks activiteiten opende op 9 februari met het aangrijpende toneelstuk Mijn Naam is Rachel Corrie gespeeld door Laura van Dolron. Zonder decor, wist Laura van Dolron beeldend het levensverhaal van Rachel te vertellen aan de hand van haar dagboeken, maar ook e-mailuitwisselingen met haar ouders. In deze laatste, bleef ze maar zeggen dat alles goed met haar was en dat ze zich veilig voelde. Woorden die schrijnen wanneer je weet dat ze haar dood vond tijdens haar activistische bezigheden. Na de slotscene werd de stille zaal mee genomen naar de tentoonstelling waar deze werd geopend en er nog lang nagepraat werd. De tentoonstelling – vijftien videogetuigenissen van Israëlische gevechtsveteranen die actief waren in de bezette gebieden – was al even indrukwekkend. Navrant waren sommige verhalen hoe moeilijk het is om als – op zich goedwillende – militair in de diensttijd je principes niet te verloochenen. De volgende dag werd de documentaire Heart of Jenin vertoond in ForumImages. Een mooie, meeslepende documentaire over een Palestijnse vader die de organen van zijn overleden zoontje doneert aan kinderen in Israel. Het nagesprek moest even op gang komen, maar Lejo Siepe, zelf documentairemaker, had zijn analyse klaar en benadrukte hierin het manipulatieve gebruik van de beelden en lichtte de stukken uit die zeer waarschijnlijk in scene gezet waren, waarna ook de zaal zijn mening deelde.

    Op donderdag 23 februari werd de reeks afgesloten met een bevlogen debat in ForumImages. De rol van Nederland in het conflict werd besproken door Ronny Naftaniel, Tineke Strik en Paul Brill. Gespreksleider Alfred Pijpers kon het niet laten om zijn eigen mening door te laten sijpelen tijdens het debat. Maar hij bleek wel de rust te kunnen bewaren, zelfs toen er activisten van Groningen-Jabalya voor in de zaal een spandoek ontvouwden. Conclusie: het onderwerp Israel verhit de gemoederen nog steeds. Dat is op zich niet verrassend en wel een teken van betrokkenheid. Maar, de posities in het debat lijken wel heel erg vast te liggen. Ook in Groningen zijn weinig mensen met een heel andere mening naar huis gegaan dan die waarmee ze kwamen.

    [/et_pb_text][/et_pb_column][/et_pb_row][/et_pb_section]

  • Eigenaars van verwoeste huizen wachten nog steeds op wederopbouw

    Drie jaar na de oorlog

    door Ola EL-Za’nun

    “Nooit heb ik me kunnen voorstellen dat er een dag zou komen waarop ik de dood met eigen ogen zou zien terwijl ik nog leef. Alles toont de gruwel van wat er gebeurde: huizen die volledig verdwenen zijn, alsof een enorme aardbeving de regio trof. Kinderen en vrouwen schreeuwen door de schok en van angst; lichaamsdelen verspreiden zich hier en daar; huizen storten in op de hoofden van de bewoners – kinderen, ouderen en vrouwen.”

    Met deze woorden begon de 72 jarige Gougha Abd Rabbo uit Jabalya haar verhaal als ze zich de verschrikkelijke momenten herinnert die zij heeft meegemaakt in de recente oorlog op de Gazastrook. Terwijl zij zich verplaatste van de ene plaats naar de andere ontweek ze de staccatos van kogels en projectielen. Na de bombardementen waren haar zonen en kleinkinderen ontheemd omdat hun huis volledig verwoest was.

    Abd Rabbo klaagt over verlies van hoop op het vervullen van de beloften over de wederopbouw van haar huis. Het huis gaf aan achtendertig van haar kinderen en kleinkinderen onderdak. Eén van hen is al acht jaar geleden overleden toen zij door een tankgranaat werd geraakt net voor de deur van het huis. Hajja (oude vrouw) Gougha woont nu in een oud lemen huis dat 150 jaar geleden in het Ottomaanse tijdperk is gebouwd. Het lijkt meer op een kelder. Er stijgt een verstikkende geur van vochtigheid uit op, een vochtigheid die kleeft aan de muren die er nat van lijken te worden. Een houten dak lijkt elk moment te kunnen gaan instorten. Als gevolg van de ouderdom van het huis zijn de muren gebarsten en is er geen dak boven de helft van het huis. Er zijn drie kamers, één voor elk van de gezinnen. Op een een kleine plek in elk van die kamers, waar enkele pannen en potten bij elkaar gebracht zijn, is voor elk gezin een keuken gecreëerd in de zelfde kamer.

    Het huis staat in het centrum van Jabalya, de stad die bekend is om haar smalle straatjes, hoge bevolkingsdichtheid, en slechte hygiëne, riolering en drinkwater.
    Hier staat Haj Rajab Abd Rabbo, tachtig jaar oud, alleen voor God te bidden. Ook zijn huis in Jabalya hebben de Israëlische gevechtsvliegtuigen drie jaar geleden vernietigd.

    Nog steeds wachten honderden huiseigenaren, wiens huizen tijdens de recente oorlog tegen de Gazastrook volledig werden verwoest, vol ongeduld op de wederopbouw van hun huizen. De materiële schade is echter nog verergerd door de grote financiële verliezen ten gevolge van betaling van huur voor vervangende huisvesting, zoals veel van de getroffenen ons verzekeren. Zij bezoeken bijna dagelijks de kantoren van de relevante instellingen en ministeries, hopend op een belofte of een overeenkomst voor de wederopbouw van hun huizen waardoor er een einde zou kunnen komen aan hun lijden.

    De oorlog heeft veel verdriet veroorzaakt omdat duizenden gezinnen werden ontheemd, vooral in het noordelijke deel van de gemeente Jabalya. De inwoners plotseling dakloos werden weer vluchtelingen nadat de Israëlische oorlogsmachine hun huizen vernietigde. Hajja Abd Rabbo beschrijft de afgelopen drie jaar als moeilijk en catastrofaal vanwege de psychologische en materiële lasten die zij en de leden van haar familie hebben geleden sinds die tijd.

    Asma’ Abd Rabbo, zevenendertig jaar oud en moeder van vijf kinderen verblijft met haar kinderen in een kamer van twaalf  vierkante meter. Ze zegt: “De woning is ongeschikt voor bewoning… Ik ben bang dat de muren zullen instorten en ik kan het niet verdragen om alleen binnen te blijven.”

    Ibrahim Abd Rabbo, tweeeenvijftig jaar oud en oudste zoon van Hajja Gougha, bevestigt dat “drie jaar na de oorlog tegen Gaza er niets positiefs te melden is over ons leven. Alleen het vluchten, de ontheemding en het lijden”. Hij verzoekt om zo spoedig mogelijk de wederopbouw van verwoeste huizen te voltooien om hun levens te redden van ontheemding en psychologische lasten.

    De situatie van Mahmoud Abd Rabbo is niet anders dan die van zijn broers en zusters. Hij vertelt dat hij gedwongen is een huis te huren. Hij geeft aan dat hij soms vele maanden lang de huur niet kan betalen vanwege de moeilijke economische omstandigheden als gevolg van de aan de Gazastrook opgelegde blokkade. Hij betreurt het erg dat de familie is ontheemd en verspreid na de vernietinging van het gebouw dat ze bewoonden. Hij vervolgt: “ik heb me nooit kunnen voorstellen dat mijn eenvoudige leven op een dag in een nachtmerrie kon veranderen. Een nachtmerrie die ons overal achtervolgt. Met het vernietigen van mijn huis is alle vreugde deel van het verleden geworden; het heden heeft geen karakterisering nodig, zie de beelden van ontheemding van mij en mijn gezin.” Abd Rabbo vervolgt verder: “Zullen wij nog langer moeten wachten tot de wederopbouw van start gaat? Is deze wereld niet bewust van ons bestaan? Hebben hun ogen niet de onderdrukking die wij dagelijks beleven kunnen zien? Hebben al de solidariteitsdelegaties en juridische instellingen niet onze ellendige levensomstandigheden overgebracht? Begrijpen deze mensen wat het betekent om apart te leven van je kinderen omdat je geen stenen hebt om een huis te bouwen?” En hij voegt toe: “we werden dakloos en de wereld moet actie ondernemen om ons te redden van de situatie waar wij ons in bevinden. Hoe kunnen we leven in dergelijke omstandigheden? We vragen de Verenigde Naties en de verschillende actoren om rechtvaardigheid en hulp zodat we zelf aan de wederopbouw kunnen beginnen. Onze materiële en financiële omstandigheden zijn zeer moeilijk. Wij kunnen geen huizen huren en zelfs onze kinderen niet voorzien van voedsel.”

    Hajja Gougha hoopt haar huis opnieuw te zien na wederopbouw, mede omdat zij lijdt onder de dit jaar zeer koude winter, terwijl haar kinderen zijn verspreid over de huurhuizen en het lemen huis dat niet geschikt is voor bewoning zoals zij beschrijft. Zij verzoekt de internationale en juridische instellingen zo spoedig mogelijk een oplossing te vinden, voor haar, haar familie en alle eigenaren van verwoeste huizen. Met een gewurgde stem voegt zij aan toe: “De wereld moet kijken naar onze situatie en de slechte omstandigheden. Zij moeten een oplossing voor ons vinden en ons huis weer opbouwen. We willen huizen die ons kunnen beschermen tegen het koude en warme weer en ons bij elkaar brengen zoals dat voor de rest van de mensheid mogelijk is.”

    Ola EL-Za’nun is medewerker van het Doha center for media freedom Palestine. Met enige regelmaat zullen bijdragen van dit collectief gepubliceerd worden op de site of in onze nieuwsbrief

     

  • Voor straf in het donker

    door Lydia de Leeuw

    Je hebt het vast weleens meegemaakt: je bent op een camping en wil een douche nemen. Je stopt een douchemuntje in het automaat, gaat onder de douche staan en doet shampoo in je haar. Wanneer de shampoo in een berg schuim verandert die zich langzaam richting je ogen beweegt, houdt het water ermee op. Je drukt wild op alle knoppen, toeters en bellen, maar het water komt niet meer: frustratie.

    Stel je voor dat je tenminste een keer per dag met datzelfde gevoel geconfronteerd wordt. Niet omdat je te weinig muntjes gekocht hebt, maar omdat je onderworpen wordt aan een collectieve straf van je bezetter. In de Gazastrook wordt de elektriciteit van de Palestijnen iedere dag urenlang afgesloten doordat Israël de stroomtoevoer beperkt. Vier jaar geleden stelde Israël het inperken van de stroomtoevoer officieel in als strafmaatregel voor de Gazastrook, volledig in strijd met internationaal recht. Opgaaf van redenen: de raketten die vanuit de Gazastrook op Israël worden afgevuurd. Een jaar eerder had het Israëlische leger alle zes transformatoren van Gaza’s enige elektriciteitscentrale kapotgebombardeerd, in reactie op de gevangenneming van soldaat Gilad Shalit, met alle gevolgen voor de burgerbevolking van dien.

    “Eergisteren was ik in de keuken bezig om brood te bakken. Ik had vijftig stukjes in de oven liggen toen ineens de stroom wegviel”, vertelt Hania (Um Kamal) zittend temidden van haar man en vier zoons, in hun bescheiden huis in Jabalia vluchtelingenkamp. Ze praat verder; “vervolgens heb ik al mijn broers en zelfs mijn oma gebeld. Uiteindelijk vond ik een plek om het brood af te bakken. Gelukkig maar, want anders hadden we veel geld voor niks uitgegeven.” En zo loopt ze dagelijks aan tegen de problemen van het schrijnende tekort aan elektriciteit in de Gazastrook. “Tussen 5.30u en 16.00u hebben we vaak geen elektriciteit, maar de tijden kunnen nogal wisselen en je weet dus nooit zeker wanneer je stroom zult hebben,” legt ze uit.

    Hania en haar familie wonen in een donkere woning in het midden van Jabalia kamp. Er zitten vochtplekken op de muren en het is koud binnen. Marwan (Abu Kamal), de vader van het gezin, geeft aan dat ze allemaal wat grieperig zijn. Echt verbazingwekkend is het niet; de wind waait binnen via de openingen tussen het dak –gemaakt van (asbest) golfplaten- en de muren. Geld of elektriciteit voor een kacheltje is er niet.

    “Drie maanden geleden, tijdens de Ramadan, kregen we de kans om een kleine generator te kopen. In de Ramadanmaand speelt het leven zich vooral ’s avonds en ’s nachts af, tussen zonsondergang en zonsopkomst. We hadden elektriciteit nodig voor het licht.” Tot die tijd gebruikte het gezin een oude kerosinelamp, maar gaf niet genoeg licht. De generator geeft alleen genoeg stroom voor de verlichting in de drie kamers en keuken en voor de televisie. “Wanneer er geen elektriciteit is, kunnen we andere apparaten niet gebruiken en hebben we bijvoorbeeld geen warm water,” zegt Hania geërgerd.

    Te midden van alle ellende zit de jongste van het gezelschap, de drie jaar oude Mohammed, met een stralende glimlach. Hij vindt het één grote belevenis; een buitenlandse die bij hen thuis op visite komt. Wanneer hij ziet dat ik een camera bij me heb, kan de avond voor hem helemaal niet meer stuk en wil hij iedere vijf seconden op de foto. Hij maakt zijn oudere broers Kamal (20), Youssef (17) en Wasseem (15) aan het lachen met acrobatische kunsten die hij op tv heeft gezien in het hier oh zo populaire ‘American wrestling’.

    Marwan en Mohammed

    Na een uurtje kletsen en thee drinken, zijn onze vele lagen kleding niet meer voldoende. Hania staat bibberend op en komt even later terug met een grote dikke deken. Ze gooit deze over mij en Mohammed heen en kruipt er vervolgens zelf ook onder. Ondertussen is Marwan bezig eten klaar te maken op een vuurtje in de ruimte tussen de kamers. “We koken geregeld op hout omdat het gas drie keer zo duur als voor de blokkade,” legt Marwan uit.

    Ondanks dat de familie blij is met de extra uren verlichting in huis, is de situatie nog verre van ideaal. “Als de generatoren in het kamp draaien, trilt alles; de vloer, de muren, het voelt alsof zelfs de lucht meetrilt. Ik wen niet aan het akelige gevoel,” zegt Hania. Marwan ergert zich vooral aan de stank; “de geur van benzine dringt door in ons hele huis wanneer de generatoren aan staan. De herrie is ook ondraaglijk; het is een geluid om gek van te worden.” Behalve overlast, legt de generator ook druk op de financiële situatie van het gezin. “We zijn iedere maand veel geld kwijt aan brandstof voor de generator en het apparaat is om de haverklap stuk. De reparaties zijn ook niet voor niks,” zegt Marwan met een zucht.

    De straten in het kamp zijn erg nauw en er is dus weinig ruimte om de generatoren een plek te geven. “Toen wij nog geen generator hadden, plaatsten onze buren die van hen in de steeg tussen onze huizen in, naast ons slaapkamerraam. We werden er helemaal gek van,” vertelt Marwan. “Nu we zelf een generator hebben, zijn we genoodzaakt hetzelfde te doen en onze buren overlast te bezorgen; ons dak kan het toestel niet dragen.”

    Youssef en Wasseem laten de generator zien

    Sinds het begin van de blokkade is er een enorme handel in allerhande generatoren via de smokkeltunnels met Egypte. Wanneer ik vraag of er in hun omgeving weleens ongelukken mee gebeuren, begint iedereen door elkaar te praten; ik vang iets op over een buurman, een vriend en een man die verderop in het kamp woont. Het ene verhaal na het andere wordt verteld. “Gisteren explodeerde de generator van een vriend van me. Hij had hem net aangezet en liep terug zijn huis in. Toen ontplofte het apparaat. Hij heeft geluk gehad,” vertelt Marwan. Youssef legt uit hoe een van zijn vrienden enkele dagen geleden werd geëlektrocuteerd door een stroomdraad van een generator. Hij kan het gelukkig navertellen, maar ligt nog in het ziekenhuis. Iedereen is zich bewust van de gevaren van de generatoren, zoals elektrocutie, koolmonoxidevergiftiging en explosies, maar niemand heeft een keuze; zonder generator, geen stroom.

    “De Israeliërs sluiten de elektriciteit af om ons als een volk te straffen,” zegt Marwan. “Wat vinden ze in Nederland van de situatie hier?” vraagt hij? “Staat Nederland achter de bezetter?” Die twee vragen gaven genoeg gespreksstof voor de rest van de avond.

      

    Eerdere artikelen van Lydia

    Ter land, ter zee en ondergronds