Auteur: pieter

  • Een boer met een missie

    Interview: Marco in’t Veldt

     Johan Feitsma maakte deel uit van de handelsmissie van premier Rutte en minister Timmermans, die eind vorig jaar naar Israël en Palestina ging. “Wat me het meest trof, is de hoop.”

    Johan Feitsma 2
    Johan Feitsma boer en vredesactivist uit Grijpskerk

    Bijna had hij hier niet meer gezeten: slachtoffer van een bomaanslag. Johan Feitsma doet er nuchter over. “Die bom was niet voor mij bedoeld, maar ik was wel net in de buurt.” In de buurt waren niet alleen een hoge Hamas-ambtenaar maar ook een jonge bouwvakker en een moeder met kind. Die werden gedood door de bom. Afzender: Israël. Johan: “Misschien had die Hamas-man wel iets op zijn geweten, maar zo’n bouwvakker? Een moeder en kind?” Johan kwam met de schrik vrij en met een stukje metaal in zijn rug, dat later werd verwijderd door een Palestijnse arts. Had de Israëlische bommengooier zijn dodelijke wapen tien meter verderop geworpen, dan was er een vriendelijke oude Nederlandse man van 74 jaar omgekomen. Zo’n man waarvan je meteen ziet ‘die heeft het goede met de mensheid voor.’ Maar hoe komt een Groningse boer terecht in een conflict dat de wereld al vijfenzestig jaar gegijzeld houdt? Johan: “Mijn dochter werkte ooit een tijdje voor de VN in Jeruzalem en vroeg mij om ook te komen. Ik vroeg haar of ik mij als gewone akkerbouwer wel kon aanmelden. ‘Natuurlijk, papa,’ antwoordde ze, ‘en dan kun je mooi bij mij koffiedrinken.” Zo kwam Feitsma via United Civilians for Peace (UPC) in een wereld terecht waar hij als gelovig christen al veel van wist. Maar heel veel wist hij ook niet, en wat hij daarvan leerde tijdens zijn verblijf in Jeruzalem, deed hem de ogen open gaan. Sinds twaalf jaar is hij vredesactivist. In zijn tuin wapperen twee vlaggen naast elkaar in vrede, waar men die elders nooit zo zal zien.

    Johan: “Als christen dacht ik aan de Israëliërs als ‘het volk van God.’ Maar toen ik daar zag hoe ze met de Palestijnen omgingen dacht ik ‘ja, maar dit kan toch niet!’ Ik ben er toen drie maanden geweest, en in het totaal zes keer:vijf keer op de West Bank en één keer in Gaza. Als gewone boer krijg ik gemakkelijk contact met lokale boeren. Wat me trof: ze zijn zo vriendelijk en hebben nog steeds hoop. Hoop dat het vrede wordt. Heel anders dan in Israël. Dat is gewoon een Westers land. In de bus zitten mensen koud en zwijgend te kijken. Die Palestijnen ontvingen me heel warm en hartelijk. Ja, er gebeuren daar natuurlijk ook vreselijke dingen, het zijn geen heiligen, maar ik ben overal bijzonder vriendelijk ontvangen.”

    Tijdens zijn laatste reis had Johan hoog gezelschap: de premier en de minister. Feitsma: “Ik nam deel aan de voorbereidingen van de handelsmissie en werd vervolgens gevraagd zelf ook mee te gaan. Dat deed ik toen als zakenman in pootaardappelen. Met name Gaza is daar een erg goed gebied voor. Tijdens de reis heb ik de premier en Timmermans trouwens nauwelijks gezien. Er waren verschillende programma’s. Ja, er was het incident dat Rutte een scanner wilde aanbieden aan Israël. Officieel laten de Israëlisch namelijk haast geen vrachtwagens door de grens om veiligheidsredenen. Met die Nederlandse scanner zouden ze snel kunnen zien of vrachtwagens wapens of dergelijke smokkelden. Daardoor zou de im- en export van de Palestijnen wat normaler kunnen worden. Maar dat is natuurlijk helemaal niet de bedoeling van Israël! Die willen de Palestijnse economie zoveel mogelijk afknijpen.”

    Als vredesactivist deden Feitsma en zijn vrouw Aafke op eerdere reizen ook mee aan acties om olijfbomen te planten. Niet alleen omdat de Israëli’s die omhakken. Johan: “De Palestijnse boeren wonen niet op boerderijen maar in dorpen, vrij ver van hun land. De slechtste stukken grond bebouwen ze vaak niet meer. Officieel vervalt grond na drie jaar aan de staat Israël, als die niet bebouwd wordt. Daarnaast zijn er ook vaak acties van kolonisten die stukken grond inpikken. Die zetten daar stiekem een hek omheen en bewaken dat. Als de Palestijnen hun grond komen terugeisen, deinzen de kolonisten niet terug voor geweld. Vandaar dat we grond proberen te behouden voor de Palestijnen door daar olijfbomen op te planten. En daarmee geven we de mensen ook hoop, het gevoel dat de wereld hen niet vergeten is.”

    Johan FeitsmaThuis in zijn eigen kring moet Feitsma zich vaak verdedigen. Hij is ‘voor de Palestijnen.’ Johan: “Dat is helemaal niet zo. Ik heb een missie: ik ben voor de vrede. Voor het bouwen van bruggen. Daarom hangen die twee vlaggen ook in mijn tuin. Ik denk dat er één staat moet komen met gelijke rechten voor iedereen. Palestijnen hebben een slechte naam door de terreuraanslagen uit het verleden. Maar valt het u niet op dat die aanslagen er helemaal niet meer zijn? Het hek tussen Israël en de West Bank is nog lang niet af. Als je aanslagen wilt plegen, kun je daar zo over. Nee, het is zo dat de meeste Palestijnen er van overtuigd zijn geraakt dat er meer te bereiken valt met geweldloos verzet. Israël is bijvoorbeeld als de dood voor een economische boycot. Andersom houdt het geweld nog niet op, hoor. Ik lees net weer een stuk dat er een nieuw huis met kolonisten in Hebron komt. Daar wonen zo’n 800 kolonisten, omgeven door 2000 Israëlische soldaten.

    Ondertussen merk ik dat de houding in Nederland ook wel aan het veranderen is. Ja, zelfs in mijn eigen familie heb ik na twaalf jaar nog mensen die het helemaal niet met me eens zijn, maar in Nederland als geheel, wordt er in kranten bijvoorbeeld steeds eerlijker geschreven over de situatie daar.

    Wat mij altijd weer inspireert is de hoop van de Palestijnen zelf. Nederlanders zeggen wel eens ‘je verandert er toch niets aan,’ maar dan zeg ik ‘nietsdoen helpt helemaal niet.’ Ik zie die hele situatie daar trouwens niet als een conflict maar als een probleem. In Zuid-Afrika vocht je ook niet tegen blank of zwart, nee, het probleem was de Apartheid. Hier is het probleem dat de Palestijnse bevolking al 65 jaar door de staat Israël wordt onderdrukt. Steeds meer Israëliërs zien dat ook wel en willen verandering. Tijdens de afgelopen missie heb ik gesproken met Palestijnse en Israëlische boeren, die willen wel. Die zien ook wel dat het zo niet langer kan. Alleen mensen als Netanyahu – ik heb nog aangezeten tijdens een banket met hem, hij moest eens weten – willen dat niet. En de kolonisten. Die hebben onevenredig veel invloed in het leger, omdat ze veel kinderen hebben. Maar ik denk altijd maar: tot ’89 had ik nooit gedacht dat de Berlijnse muur zou vallen, dus je weet maar nooit wat er in het Midden-Oosten nog eens gebeurt.”

     

  • Bijeenkomst met Angela Goldstein over Bedoeïnen

     vrijdag 22 november bracht de Israëlische mensenrechtenactiviste  Angela Goldstein  een bezoek aan Groningen 

    downloadAngela zet zich al jaren in om bekendheid te geven aan de situatie waarin de Jahalin bedoeïnen moeten leven en om hun schreeuw om recht te ondersteunen. Veel mensen die de Palestijnse gebieden bezochten kennen Angela als een bevlogen rondleidster. Zij liet hen zien wat de Israëlische bezetting in de praktijk inhoudt. Nu bezoekt zij Nederland samen met vertegenwoordigers van de Jahalin bedoeïnen om de documentaire die zij over hun lot gemaakt heeft  te presenteren. (zie hieronder)

    kaart jahalinDe documentaire gaat over de plannen van de israelische regering om de Jahalin bedoeïnen gedwongen te verplaatsen. De Israelische regering beschouwt hen als illegalen die voor hun uitbreidingsplannen van Jeruzalem in de weg zitten. Volgens Goldstein is de enige manier om dit en de verdere kolonisatie van de Westbank tegen te houden internationale druk op Israel bijvoorbeeld door Europese politici aan te spreken op de economische samenwerking met Israel en door het bevorderen van BDS (Boycot Disinvestment en Sancties)  ”Het zijn de Europese burgers die de steun aan de Palestijnen betalen terwijl Israel de oorzaak is van hun ellende. Als het Israelische burgers geld gaat kosten omdat hun economie leidt onder de BDS maatregelen zal de steun voor het nederzettingenbeleid afbrokkelen.” aldus Goldstein

    “Nowhere left to go”

    Een documentaire over de Jahalin bedoeïnen

    Het leven van de Jahalin Bedoeïnen in de Negev-woestijn wordt ernstig bedreigd. Om als nomadisch volk een fatsoenlijk leven te kunnen leiden hebben zij met hun kudden bewegingsruimte nodig. Maar de Israëlische regering maakte een einde aan de mogelijkheid om hun leven als nomaden te leven door steeds meer van hun grond af te pakken en te bestemmen voor de bouw van nederzettingen. De omstandigheden waar ze nu in moeten leven zijn erbarmelijk, maar het kan nog slechter. Het “landje pik”gaat maar door.

     

    zie ook    www.jahalin.org

    zie ook aktie tegen Prawer plan

  • De ramp na de ramp

    Youssef Ghaben schreef in december een verslag van de overstromingen die het vluchtelingenkamp in Jabalya trof. Hieronder een vervolg over de ramp na de ramp. Over arme mensen die alles kwijtraakten dat ze hadden. 

    Soms lijkt een ramp op het eerste gezicht mee te vallen, maar blijkt de ernst ervan pas  als de gevolgen na enkele weken duidelijk worden. Dat lijkt ook het geval voor de acht dagen durende winter storm Alexa die de Gazastrook vanaf 10 december vorig jaar teisterde en grote overstromingen veroorzaakte onder andere in het Jabalya vluchtelingenkamp.

    floodingToen ik een rondgang maakte door de volledig overstroomde buurten en vooral in het Al-nafaq ” Tunnel” gebied  aan de zuidgrens van het vluchtelingenkamp, was ik echt geschokt.  Voor de inwoners van dit gebied betekende de overstroming  een extra ramp bovenop de al bestaande ellende en armoede.

    Ik sprak met geograaf Ahamed Nafez over deze ramp. ” Al-nafaq ligt 20 meter lager dan het omliggende gebied en door de zware dagenlange regenval is al het regenwater uit de omgeving naar dit gebied gestroomd,”  zo verklaart  Ahamed Nafez.

    Alnafaq“Dit gedeelte is volledig overstroomd. Op sommige plaatsen stond het water 5 meter hoog. Alleen de daken staken nog net  boven het water uit. Mensen konden zich ternauwe nood redden. Het leek wel alsof een grote dam het plotseling had begeven  zoveel water stroomde in korte tijd het gebied in” zei Sami Tawil, een 55-jarige vluchteling  die zich mengde in ons gesprek.

    Het kostte de autoriteiten 15 dagen voordat al het regenwater gemengd met riool- en afvalwater uit het Al-Nafaq gebied was weggepompt. Pas toen was het mogelijk om het gebied in te gaan en de schade op te nemen. Werkelijk, het was vreselijk. Muren zaten onder de schimmel en de stank van vocht overheerste alles. Alle spullen in de huizen waren beschadigd en overdag drong  in de huizen nauwelijks  licht door.

    (meer…)

  • Vrouwen en Mannen in het Zwart op zaterdag 2 augustus op de Grote Markt

    Vrouwen en Mannen in het Zwart staan op zaterdag 2 augustus op de Grote Markt om aandacht te vragen voor Palestina. Met een wake protesteren wij tegen het massale geweld tegen de burgerbevolking van Gaza. Al drie weken wordt Gaza gebombardeerd en hebben al 1300 Palestijnen het leven verloren. Dit moet stoppen!

    (meer…)

  • Oproep mensenrechtenorganisaties: Israel moet rechten gevangenen respecteren

     454

    Gezamenlijke verklaring vier mensenrechten organisaties: Israël moet internationale oproep over het respecteren van de rechten van Palestijnen in Israëlische gevangenissen ter harte nemen.

    Op 17 april 2014 herdenken Palestijnen over de hele wereld de Dag van de Gevangenen als uiting van solidariteit met de duizenden Palestijnse gevangenen in Israëlische gevangenschap.

    Ter gelegenheid van deze belangrijke dag roepen de vier mensenrechten-organisaties Adalah, Al Mezan, Physicians for Human Rights-Israel en het Public Committee against Torture in Israel in een gezamenlijke verklaring de internationale gemeenschap op om er bij Israël op aan te dringen om zich te houden aan de rechten die gevangenen moet beschermen in gevangenschap.

    Sinds 1967 heeft Israël meer dan 800.000 Palestijnen gevangen gehouden met als doel controle te houden over (de bevolking van) de bezette gebieden. Op dit moment worden volgens mensenrechten organisatie Addameer meer dan 5200 Palestijnen, inclusief vrouwen en kinderen, gevangenen van voor de Oslo akkoorden (1993) en gekozen parlementariërs gevangen gehouden in Israël in strijd met de vierde Geneefse conventie.

    (meer…)

  • Dr. Haidar Abd Al-Shafi kliniek

    Het gezondheidscentrum van de PMRS in Jabalya

     

    De Palestine Medical Relief Society (PMRS) is één van de grootste NGO’s op het gebied van de gezondheidszorg in Palestina en werkt vanuit vrijwilligersnetwerken in de gemeenschappen, zowel op de Westoever als in Gaza. De PMRS werkt samen met de UMWRA (VN-organisatie), het Palestijns ministerie van gezondheidszorg en andere NGO’s.

    1

    Organisatie

    In Gaza heeft de PMRS vijf eerste-lijnsgezondheidscentra (waaronder het Dr. Haider Abd Al-Shafi centrum) met 105 werknemers. Deze hebben een breed aanbod zoals spreekuren, gezondheids-programma’s voor vrouwen, kinderen en chronisch zieken, laboratorium onderzoek, revalidatieprogramma’s gericht op reïntegratie in de gemeenschap, noodhulpactiviteiten (mobiele klinieken, EHBO-trainingen, humanitaire hulp), en gezondheids-voorlichtingsprogramma’s (o.a. op scholen).

    De situatie in Gaza

    De Israëlische blokkade, die al zes jaar duurt, maakte de bevolking van Gaza afhankelijk van de invoer van goederen door de tunnels vanuit Egypte. Nu Egypte bezig is de tunnels te vernietigen en Israël de wapenstilstandsovereenkomst om de blokkade te versoepelen niet nakomt, ontstaan in Gaza tekorten aan brandstof, electriciteit en bouwmaterialen. Dit heeft grote negatieve gevolgen voor de verstrekking van basisvoorzieningen aan de bevolking, zoals gezondheidszorg. Maar het is ook rampzalig voor de economische situatie: duizenden mensen hebben de laatste tijd als gevolg van de tekorten hun bron van inkomsten verloren. Electriciteit is voor de inwoners van Gaza maar twaalf uur per dag beschikbaar. Door de sluiting van de grensovergang bij Rafah kunnen medische patiënten, die een behandeling buiten Gaza nodig hebben, het land niet uit.

    20130702_090058-450Gezondheidssector

    Gebrek aan brandstof treft ook de continuïteit in het werk van de ziekenhuizen. Instrumenten die worden aangedreven door elektrische generatoren zijn meer vatbaar voor defecten.

    Dr. Haidar Abd Al-Shafi centrum

    Dit centrum, dat bedoeld is voor medische hulp voor de 120.000 bewoners van het vluchtelingenkamp in Jabalya, heeft ook te lijden onder de bovengenoemde situatie. Maar het werk gaat door. De medische staf van ongeveer 20 personen werkt in twee ploegen. Patiënten worden in de kliniek behandeld, maar er zijn ook programma’s voor preventieve gezondheidszorg in het vluchtelingenkamp, gericht op jongeren, vrouwen en families, en het programma voor revalidatie binnen de gemeenschap. De eerste tien maanden van 2013 bezochten ongeveer 36.000 personen de kliniek. Dit jaar startte een prgramma gericht op huiselijk geweld tegen vrouwen, zowel op het gebied van onderzoek als preventie.

    (uittreksel uit verslag van Dr. Aed Yaghi, door Bert Giskes)

  • Exorbitante prijzen op de markt van Jabalya

    Door:  Tasneem Zayan

    (Vertaling: Marco in ’t Veldt)

    De plek lijkt uitgestorven. De straten die gewoonlijk gevuld zijn met rumoer van mensen, zijn stil. Mensen staan levenloos op hun plaats. Hamada probeert het te begrijpen. Aan haar gezicht is te zien dat ze twijfelt. Begrijpt ze het goed? Of zal ze gaan klagen?  Het gebrek aan voetgangers verraadt dat dit een plek is die je niet vaker bezoekt dan één keer per week. Je vraagt je af of mensen zich verborgen hebben, of dat mensen gewoon niets nodig hebben van de koopwaar die er wordt aangeboden.

    555987_10201076647586988_1279042480_nHet is de groente- en fruitmarkt van Jabalya. De markt waar iedere dag de kraampjes met koopwaar worden opgebouwd en weer afgebroken. En iedere dag zetten de handelaars ze in een andere volgorde neer, in de hoop dat ze nú meer klanten krijgen.  Er zijn meer groenten en fruit dan kopers op de markt te vinden. “En we bezwijken onder de woorden van bedelaars,” vertelt Abu Rami, eigenaar van een groentestalletje. Hij zegt: “De situatie is nu nog slechter dan eerst, vooral doordat de lokale productie erg minimaal is en we alles moeten importeren. En tijdens elke stap die we daarin nemen, moeten we geld betalen: belasting. En die moeten we sowieso betalen, of we nu verkopen of niet.”

    Abu Rami praat verder. Rami staat al meer dan vijfendertig jaar op de markt. Zijn woede is zichtbaar in de rimpels op zijn gezicht: “Het is heel moeilijk, omdat de plaats van de grensovergang werd veranderd, van Karni naar Kerem Shalom. (Karni was een grensovergang voor goederen. Hij werd in 1994 geopend na de Oslo-akkoorden en in 2011 definitief gesloten door Israël, red.) Wij lijden daaronder. Vroeger ging een handelaar naar Israël en kocht wat hij wilde en verkocht dat hier tegen de juiste prijs voor de consument. Nu komen er allerlei onkosten bovenop de prijs en de klanten klagen. Bij stiltes sluit de handelaar zijn kraampje soms voor bijna een half uur. Op hoge toon zegt Abu Rami: “Kijk naar mijn handel, ‘s morgens verkoop ik niets. Iedereen vraagt naar de prijs van het fruit of de groenten en klaagt dan over de prijs, die niet te wijten is aan hoge winst.” Ze zeggen dat ze hun benodigdheden wel willen meenemen, maar tegen een lagere prijs. Onverrichter zaken verlaten ze dan de markt.

    577528_10201076646506961_1945077587_nHij vertelt verder over de moeilijke levensomstandigheden van de mensen, en legt uit dat een heleboel mensen wachten tot het groene fruit er slechter uit gaat zien en de prijs daardoor wat lager wordt. “Mensen hebben vaak maar de helft van het bedrag dat tegenwoordig nodig is voor een kilo komkommers of tomaten.”  Abu Rami uit zijn frustratie over het gebrek aan lokale productie van citrusvruchten en groenten, en wijst op de grote impact van de sluiting van de grensposten en de smokkeltunnels. (De smokkeltunnels naar Egypte werden onlangs gesloten nadat het Egyptische leger de macht greep en president Morsi afzette, red.)   “Sinds de sluiting van die tunnels en de grenzen, vinden we het erg moeilijk om te importeren wat we willen aan groenten en fruit en we betalen het dubbele van wat we er vroeger voor betaalden.”

    Van hun kant hadden de burgers niet verwacht dat de prijs van groenten en fruit tot deze hoogte zou stijgen. Eén van de klanten: “Ik ben naar de markt gekomen met ongeveer veertig shekel, omdat ik dacht dat dat genoeg was, maar helaas. Ik ben helemaal verbaasd over de prijzen…” Haar woede is zichtbaar op haar gezicht: “Ik besloot om te kopen wat ik nodig heb aan groenten om mijn kinderen en mijn familie te eten te geven. Dan koop ik maar geen fruit, want dat is onbetaalbaar tegen deze prijs.”

    Terwijl ik over de markt dwaal stop ik bij Haj Ibrahim. Die probeert de prijs van een halve kilo appels met vijf shekel af te dingen. Hij onderbreekt zijn onderhandeling omdat hij weigert om de appels tegen de gevraagde prijs te kopen. Ik vraag hem waarom.  Haj Ibrahim: “De prijzen zijn geweldig hoog en ik kan niet aan alle levensbehoeften van mijn familie voldoen met groenten en fruit. Daarom geef ik mijn vijf shekels liever uit aan een bundel brood dan aan een halve kilo appels.”  Hij wijst er op dat hij nog maar één keer per maand op de markt komt voor groenten en fruit: “Met mijn salaris kan ik geen groenten en fruit meer kopen.”

    1459271_10201076643786893_193212545_nAan de andere kant zit handelaar Mohammed Kahil te kletsen met zijn buurman, die lange uren in zijn winkel staat. “Groenten zijn essentieel voor elk huishouden maar slechts een enkeling koopt het nog. Mensen kopen nu eerder iets dat snel kan worden gekookt, want dat kost niet veel gas, en dat gas is vaak afgesloten. Ik verkoop mijn groenten nu voor dezelfde prijs als waarvoor ik ze koop van de groothandel.”  Kahil wijst op zijn bloemkool waarvan hij hoopt dat hij die nog verkoopt, want ze blijven vaak lang liggen. Zijn gezicht staat zorgelijk: “De lokale productie in Gaza is erg minimaal, want je moet het water ervoor oppompen. De motor van de pomp werkt natuurlijk op elektriciteit, en die is er vaker niet dan wel. Gaza leeft in de duisternis. En wie elektriciteit (van een generator, red.) kan kopen betaalt op dit moment het dubbele van wat het normaal kost.  Verder vertelt Kahil dat de grond in Gaza slecht bruikbaar is geworden voor landbouw sinds er witte fosfor op kwam, in de oorlog van 2008. (Israël gebruikte toen fosforbommen, red.) Hij zegt: “Ook de gastoevoer is zeer beperkt. Na de sluiting van de grensposten is de gasprijs ook erg omhoog gegaan.” Daarmee is samengevat hoe de groente- en fruitproductie in de Gazastrook ondermijnd is.

    Een half uur ging voorbij en er kwam niet één klant om te kopen of zelfs om de prijs van de koopwaar te vragen. Kahil wijst er op dat het zo zelfs niet meer loont om te oogsten.

    soek jabalyaIn dezelfde context klaagt fruithandelaar Abu Imad Ashour dat er dagen voorbijgaan dat hij niet verkoopt door de slechte economische omstandigheden: “Hele dagen gaan voorbij zonder dat ik iets verkoop. De klant houdt niet van de huidige prijs van fruit, en wil pas kopen als het minder duur is.”  Hij vertelt bovendien dat hij de enige handelaar in de regio is die fruit verkoopt, maar zijn omzet is minimaal, omdat mensen door de omstandigheden alleen het aller-noodzakelijkste kopen, en groenten en fruit daarbij de sluitpost vormen.  Hij vervolgt: “We verkopen onbeschadigd en gaaf fruit voor dezelfde prijs aan de klant als wij er voor betalen aan de groothandel Beit Lahiya, maar klanten wachten tot het er een dag ligt en ongeschikt wordt voor verkoop, en proberen dan af te dingen.

    Het gebrek aan productie en consumptie op de markten van Gaza weerspiegelt in belangrijke mate het lijden van de gewone Palestijnse bevolking. Het enige dat mensen op de been houdt is hoop.

    Tasneem Zayan is lid van het Doha Centre for Media Freedom Palestine een journalistencollectief. Op ons verzoek schrijven zij een serie artikelen over de situatie in de Gazastrook.   Het vorige artikel dat in deze serie verscheen

     

     

  • presentatie studenten Nama’a College

    Dankzij een subsidie van de gemeente Groningen kunnen enkele jongeren uit arme families toch studeren aan het Nama’a College. In het filmpje stellen enkelen van hen zich voor

     

    http://www.youtube.com/watch?v=WfxVht4YuyA

  • Vrouwen en Mannen in het Zwart op zaterdag 18 januari op Grote Markt

    Vrouwen en Mannen in het Zwart staan op zaterdag 18 januari op de Grote Markt om aandacht te vragen voor Palestina.  Onder het motto ‘ STOP DE BEZETTING VAN PALESTINA’ vragen zij aandacht voor
  • Noodoproep voor hulp n.a.v. de winterstormen

    watersnood inzameling kleurenflyer dec 2013
    klik op plaatje om flyer te lezen

    Vanaf donderdag 12 december heeft een winterse storm, die zijn weerga niet kent, de regio van de Oostelijke Middellandse zee ge-geseld: vrieskou, hevige regen, sneeuw en wind teisterden het gebied. De storm was verreweg de hevigste winterstorm van de re-cente geschiedenis.  De laaglig-gende Gazastrook is in het bij-zonder zwaar getroffen door overstroming en stormvlagen. Dit, gecombineerd met de al bestaande humanitaire crisis, heeft geleid tot een humanitaire ramp van onge-kende omvang.

    Pompstations en wateropslag in de Gazastrip schoten tekort bij dit enorme overaanbod, en ook als gevolg van het gebrek aan brandstof (veroorzaakt door de recente sluiting van de tunnels naar Egypte). Veel woonbuurten verspreid over de hele Gaza staan onder water; wegen zijn ontoegankelijk voor voetgangers en autoverkeer en huizen onbewoonbaar.

    In het overstroomde vluchtelingenkamp Jabalya is het water tot twee meter diep, en gebruiken bewoners boten om langs hun verwoeste huizen te varen.

    Zevenduizend inwoners van de Gazastrook zijn geëvacueerd uit hun overstroomde huizen naar noodopvang of naar huizen van familie; maar dat aantal zal zeker snel stijgen. Bewoners kunnen nergens heen om te vluchten, en de situatie zal zeker verslechteren als gevolg van het smeltwater van de sneeuw van de hogere gebieden in Israël. (meer…)