Auteur: pieter

  • Verklaring Al Mezan: Israël gaat door met aanvallen op vissers en boeren

    355

    Al Mezan veroordeelt Israelische escalatie en roept de internationale gemeenschap op burgers te beschermen en te zorgen voor  het respecteren van het internationaal recht

    De Israëlische bezettingsmacht (IOF) heeft zijn aanvallen tegen burgers in de Gazastrook opgevoerd. Het blijft mensen aanvallen en arresteren die op vogels jagen of picknicken in het grensgebied met Israël. De IOF voerde ook aanvallen uit op vissers. Bij verschillende gelegenheden werd het vuur op hen geopend en werden een aantal van hen gearresteerd.

    Sinds het staakt-het-vuren op dinsdag 26 augustus lanceerde de IOF 22 aanvallen tegen vissers, waarbij 10 personen gewond raakten en 30 vissers gearresteerd werden en 13 vissersboten in beslag werden genomen. In 18 gevallen opende het IOF het vuur op Palestijnse burgers. Als resultaat werd een jager op vogels gedood en raakten nog eens 18 mensen gewonden waaronder vijf kinderen. De IOF arresteerde vijf mensen, onder wie vier kinderen, in gebieden dicht bij de grens. De IOF arresteerde 12 andere Palestijnen, waaronder vier kinderen omdat ze volgens de IOF pogingen ondernamen om de oostelijke en noordelijke grens te passeren.

    Om ongeveer half zeven ’s avonds op zaterdag 6 december, openden Israëlische kanonneerboten het vuur op Palestijnse vissersboten voor de kust ten westen van Beit Lahiya in het district Noord-Gaza. Een aantal Palestijnse boten werden omsingeld en men arresteerde 10 vissers. Al Mezan heeft hun namen als volgt vastgesteld:

    Ahmed Mohammed Zayed, 30 jaar

    · Zijn broer Mahmoud, 29 jaar

    · Safwat Abdel Malek As-Sultan, 30 jaar

    · Sa’ed Zayed Zayed, 32 jaar

    · Yaser Othman Meqdad, 39 jaar

    · Zijn broer Adham, 27 jaar

    · Bahaa Al Din Ziyad An-Najjar, 19 jaar

    · Mahmoud Nasser Mahfouz, 24 jaar

    · Sfiyan Ahmed Abu Msameh, 18 jaar

    · Belal Izzat Abi Oda, 32 jaar

    De heftige Israëlische beschieting dwong de vissers hun netten op zee achter te laten en direct aan land te gaan. Als gevolg hiervan verloor Raed Saleh Abu Warda acht visnetten en Subhi Mohammed Sa’adallah zes netten.

    Op dezelfde dag om ongeveer negen uur ’s avonds openden Israëlische kanonneerboten het vuur op Mohammed Ameen Abu Warda, 22 jaar en zijn broer Yousif 19 jaar terwijl ze proberen om hun visnet terug te krijgen. Volgens ooggetuigen, omsingelden zeven Israëlische boten de twee vissers en dwong men hen zich uit te kleden, in zee te springen en naar hen toe te zwemmen waarna ze gearresteerd werden. Bij deze twee incidenten nam de IOF vijf vissersboten en 45 visnetten inclusief apparatuur in beslag. Het is vermeldenswaardig dat dit alles gebeurde op 1,5 nautische mijl uit de kust en dus binnen de toegestane zone waar gevist mag worden.

    Het Al Mezan Mensenrechten Centrum vind het zorgwekkend dat deze schendingen worden geaccepteerd omdat Israël verklaard dat ze plaatsvinden om veiligheidsredenen. Het accepteren van een dergelijk onjuist argument betekent dat we ons neerleggen bij de praktijk van collectieve straf die tot doel heeft om Palestijnse burgers hun recht te ontzeggen op leven, (fysieke) veiligheid, arbeid en de vrijheid van verkeer en toegang.

    Al Mezan herhaalt zijn krachtige veroordeling van de voortdurende Israëlische aanvallen op Palestijnse burgers. Palestijnse vissers en boeren moeten hun beroep in vrijheid kunnen uitoefenen zonder angst voor onwettige aanvallen. Deze aanvallen, in strijd met de regels van het internationaal humanitair recht, ontnemen hen het recht op levensonderhoud en een adequate levensstandaard. Deze aanvallen hebben geleid tot arrestatie, letsel en het doden van de vissers.

    Daarom herhaalt Al Mezan zijn oproep aan de internationale gemeenschap om snel in te grijpen om de Israëlische mensenrechtenschendingen te beëindigen. Volgens Al Mezan is de Gazastrook deel van de bezette Palestijnse gebieden (OPT). De overeenkomsten tussen Israël en Palestina, waaronder de Oslo-akkoorden, geven de IOF geen vrijstelling van zijn verplichtingen uit hoofde van de internationale wetgeving. Israël is verplicht om zijn schendingen te beëindigen en om de mensenrechten van de Palestijnen in de bezette gebieden te respecteren.

     

    GAZA2014banner (1)
    klik op banner voor meer informatie

  • Palestina/Israel bij studium generale

    Palestine-Israel_0

    Op 1 en 8 december waren er bijeenkomsten over het thema Israel/Palestina bij Studium generale. Voor wie de bijeenkomst niet kon bijwonen een videoverslag van de bijeenkomst op 1 december

  • De ruggengraat van de economie van Gaza is gebroken

    Over de wederopbouw van Gaza

    Wat zal de toekomst zijn van de Gazastrook? De Amerikaanse wetenschapper Sara Roy betwijfelt of er een toekomst is voor Gaza en haar bewoners na het recente Israëlische offensief. Bettina Marx doet verslag.

    “Alles is anders deze keer,” zegt Sara Roy. Deze keer, zegt ze, kan de Gazastrook gewoon niet worden herbouwd; de wonden van deze laatste oorlog zijn te erg om te genezen. De 1,8 miljoen inwoners van deze dunne kuststrook hebben geen hoop op onmiddellijke verbetering van hun situatie na de Israëlische militaire offensief van deze zomer bekend als “Protective Edge”.

    Als gevolg daarvan vindt er voor het eerst in de recente geschiedenis een ware exodus plaats. Honderden Palestijnen zijn al gevlucht uit de Gazastrook. Ze hebben via tunnels onder de grens met Egypte de strook verlaten, waar ze per schip de Middellandse Zee zijn overgestoken. “Mensen verlaten de Gazastrook op de vlucht voor de onhoudbare situatie in Gaza,” zegt de academica uit Boston.
    Vorige week nog zonk een schip met 500 passagiers, velen van hen Palestijnen uit Gaza, voor de kust van Malta. “Dit is nog nooit eerder gebeurd”, benadrukt Roy. “Zelfs in de slechtste tijden overwogen de inwoners nooit om het op te geven.” Nu, echter, verlaten Palestijnen uit alle sociale lagen van de bevolking de kuststrook. Zelfs leden van Hamas en de Islamitische Jihad zijn gevlucht om hun kinderen in het buitenland de kans op een betere toekomst te geven.

    De vernietiging van de middenklasse

    Sara Roy is een senior research scholar aan de prestigieuze Harvard University Center for Middle Eastern Studies in Boston. Ze kent de Gazastrook beter dan vrijwel elke andere buitenstaander. Al meer dan 30 jaar richt ze haar onderzoek op de economische en sociale structuren van de Palestijnse enclave aan de Middellandse Zee. Ze schreef talloze artikelen en vele boeken over het onderwerp, met inbegrip van een standaardwerk over de economie van de Gazastrook en een boek over Hamas.
    Ze werd uitgenodigd naar Berlijn door de Heinrich Böll Foundation om deel te nemen aan een paneldiscussie over de situatie in Gaza. Echter, de andere geplande sprekers, Issam Younis van het Mezan Centrum voor de Rechten van de Mens en de blogger Asmaa al-Ghoul, hebben het niet gehaald. Het lukte hen niet om de Gazastrook te verlaten. Egypte sloot opnieuw de grens.
    De laatste keer dat Sara Roy in Gaza was, in mei dit jaar, was slechts enkele weken voor de start van het Israëlische militaire offensief. Zelfs toen voelde je al de wanhoop, meldt ze. Na bijna acht jaar van blokkade, had de economie al een dieptepunt bereikt, met een werkloosheid van rond de 40 procent en een jeugdwerkloosheid van meer dan 60 procent. De oorlog heeft die situatie verder verslechterd. Nu wordt de werkloosheid geschat op ruim 50 procent.

    Minstens 175 fabrieken werden verwoest tijdens de aanval, waaronder middelgrote bedrijven zoals de enige asfaltproducent in Gaza, de enige korenmolen en een koekjesfabriek. De ondernemers, die duizenden mensen werk gaven, en zorgden voor een bestaan voor tienduizenden, zijn zelf in armoede vervallen en zijn afhankelijk geworden van humanitaire hulp als gevolg van de vernietiging van hun bedrijven en woningen.
    “De middenklasse is grotendeels weggevaagd”, zegt Roy. Dit, voegt ze eraan toe, heeft de ruggegraad van Gaza’s economie kapot gemaakt. Ze zegt verder dat de oorlog de klassenverschillen heeft weggenomen. Iedereen is nu gelijk, omdat de hele bevolking nu in absolute armoede leeft. Er zijn nu nauwelijks nog rijke mensen over in de Gazastrook. Het unieke sociale netwerk, dat de verarmde bevolking in staat stelde zowel sociaal als economisch het hoofd boven water te houden, is vernietigd.

    GAZA2014banner (1)

     

    (meer…)

  • Ooggetuige van de Horror – dr Mustafa Barghouti

    Op dinsdag 9 september hield dr Mustafa Barghouti de oprichter van de Palestine medical Relief Society een toespraak voor een publiek van honderden Palestina activisten over de recente Israelische aanval op Gaza. Het was een ooggetuigeverslag. Zijn verhaal en de beelden zijn extreem schokkend

     

     

     

    GAZA2014banner (1)

     

     

     

     

     

  • Protestbrief betreffende voorgenomen stedenband Amsterdam-Tel Aviv

     

    De heer E. van der Laan

    Burgemeester

    Stadhuis

    Postbus 202

    1000 AE Amsterdam

     

    Betreft: Samenwerking Amsterdam-Tel Aviv

     

    Geachte heer van der Laan

     

    In deze brief gaat de Stichting Groningen-Jabalya in op het plan van de gemeente Amsterdam om een samenwerking met de stad Tel Aviv aan te gaan. Dit plan is in de media bekend gemaakt en is terug te vinden op de internetsite van uw gemeente onder de rubriek ‘Herijking Internationaal Beleid Amsterdam 2014-2018’. Voor het nemen van een beslissing over deze samenwerking is door u en het college gewacht op de beëindiging van het gewapende conflict dat deze zomer tussen het Israëlische leger en Gaza heeft gewoed.

    Onze Stichting is ernstig bezorgd over de geplande samenwerking vanwege de betekenis die het heeft voor allen die vrede en rechtvaardigheid in het conflict tussen Israëli’s en Palestijnen nastreven.

    Wellicht rijst bij u de vraag om welke reden een Stichting die voornamelijk in het noorden van het land actief is, belangstelling heeft in het internationaal beleid van Amsterdam. Het antwoord op deze vraag is terug te vinden in de notitie Internationaal Beleid 2014-2018. Amsterdam Internationaal Verantwoordelijke Hoofdstad’ die door de Amsterdamse gemeenteraad unaniem is aangenomen op 13 maart 2014. De rode draad in deze notitie is de verantwoordelijkheid van de hoofdstad in haar internationaal beleid. De Stichting Groningen-Jabalya omarmt deze zienswijze en is daarom van mening dat de betekenis en de gevolgen van het handelen van Amsterdam op internationaal niveau veel verder rijken dan de grenzen van de stad zelf.

     

    Notitie Internationaal Beleid 2014-2018. Amsterdam Internationaal Verantwoordelijke Hoofdstad

    Uit de hiervoor genoemde notitie blijkt dat de steden waarmee Amsterdam samenwerkt, gezocht worden in Europa, in de herkomstlanden van migranten en in acquisitielanden. Op enkele uitzonderingen na wordt gepleit voor voortzetting van de bestaande samenwerking met deze steden. Daarnaast wordt ruimte open gehouden voor ‘een samenwerking met nieuwe partners’ aan te gaan ‘als zich kansen voordoen’. Depijler Amsterdam Internationaal Verantwoordelijke Hoofdstad moet [namelijk] zodanig ingericht zijn dat daarmee ook samenwerking met andere steden mogelijk moet blijven(Notitie par. 4.4.4).

     

    De notitie die unaniem door de gemeenteraad is aangenomen op 13 maart 2014 bevat nergens een aanwijzing van nieuwe steden die voor samenwerking in aanmerking komen. Het heeft ons daarom verbaasd dat op de internetpagina van de gemeente waarop een samenvatting van de notitie is gepubliceerd, tot twee maal toe de samenwerking met de stad Tel Aviv wordt vermeld. Ten eerste worden in deze samenvatting ‘Tel Aviv en het Syrische vluchtelingenkamp Al Zaatari in Jordanië’ als voorbeelden genoemd. Even verder wordt opnieuw vermeld dat ‘als verantwoordelijke hoofdstad bouwt Amsterdam ook aan samenwerking met Tel Aviv’.1

     

    Procedurele aspecten

    De Stichting Groningen-Jabalya is op de hoogte van het verzoek van enkele gemeenteraadsfracties om een samenwerking van Amsterdam met Tel Aviv aan te gaan.

    De vermelding hiervan op de internetsite van de gemeente op 18 maart j.l. is echter in strijd met de bestuursrechtelijke procedure voor het aangaan van een nieuwe samenwerking zoals in de notitie is beschreven. De notitie is in paragraaf 4.5 duidelijk hierover:Een verzoek voor een nieuw samenwerkingsverband dat buiten de nieuwe geografische keuzes valt, dient vooraf ter goedkeuring via de portefeuillehouder internationaal beleid aan het College te worden voorgelegd’. Goedkeuring is dus ook vereist voor een eventuele samenwerking met de stad Tel Aviv en mocht niet als een reeds genomen beslissing op de site van de gemeente worden vermeld.

    De Stichting vraagt zich af of de mededeling op de site van de gemeente dat Amsterdam ‘als verantwoordelijke hoofdstad’ ook aan samenwerking met Tel Aviv bouwt,bedoeld is om een voldongen feit te creëren waarop de burgemeester als portefeuillehouder internationaal beleid en het College moeilijk terug kunnen komen.

     

    Keuze voor samenwerking met Tel Aviv of het zoeken naar een ´balans´

    De Stichting Groningen-Jabalya heeft bedenkingen over de motieven voor het aangaan van een samenwerking met Tel Aviv door een stad die zichzelf als een ‘verantwoordelijke stad’ beschouwt. In de samenvatting van de notitie ‘Internationaal Beleid Amsterdam 2014-2018’ die op 18 maart 2014 op de site van de gemeente is geplaatst, wordt Tel Aviv in een adem genoemd met het vluchtelingenkamp Alzaatari in Jordanië. Uit ingewonnen informatie over dit onderwerp blijkt dat voor sommige fracties een ‘balans’ gecreëerd moet worden tussen de twee beoogde samenwerkingsverbanden namelijk dit vluchtelingenkamp en Tel Aviv. Dit blijkt tevens uit discussies over deze kwestie in een van de laatste commissievergaderingen van de gemeenteraad waar herhaaldelijk gewezen wordt op de ‘balans’ die moet bestaan tussen samenwerking met Alzaatari en Tel Aviv.

    De ernstige politieke en humanitaire situatie waarin Gazanen en Israëli’s zich bevonden in juli en augustus van dit jaar hebben uiteindelijk tot de beslissing geleid om met het afhandelen van deze kwestie te wachten tot het einde van de gewapende aanvallen door beide partijen. Verwacht wordt dat het onderwerp zeer binnenkort opnieuw op de agenda van de Raad geplaatst zal worden.

    De Stichting Groningen-Jabalya heeft bedenkingen over de gezochte ‘balans’ tussen beide samenwerkingsverbanden.

     

    Ontstaan en betekenis van de samenwerking met het vluchtelingenkamp Alzaatari

    Alzaatari is een toevluchtsoord voor meer dan 100.000 Syrische vluchtelingen die naar Jordanië zijn gevlucht als gevolg van de burgeroorlog in Syrië. Deze vluchtelingen hebben tot nog toe weinig zicht op terugkeer naar hun land waardoor Alzaatari steeds meer de kenmerken van een stad aanneemt.2 Het vluchtelingenkamp bezit echter niet de noodzakelijke infrastructuur om als een stad te functioneren.

    In 2013 heeft het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken de VNG verzocht om Alzaatari op te nemen in haar internationale projecten en met de VN organisatie UNHCR samen te werken bij het verlenen van hulp aan het vluchtelingenkamp. Op 11 november 2013 heeft een delegatie van ambtenaren uit Amsterdam deelgenomen aan een ‘scoping mission’ naar Alzaatari om zich te oriënteren op de aard van de steun die aan het kamp verleend kan worden. Uit persberichten en uit informatie op de site van VNG International blijkt dat Amsterdam inderdaad als partner van de VNG deel zal nemen aan de uitvoering van het VNG-project in Alzaatari.3

    In ´Nederlands Times´ heeft u bekend gemaakt dat de expertise van Amsterdam heel waarschijnlijk gericht zal zijn op het water management en op het creëren van een infrastructuur voor het verzamelen van afval.4 Unicef heeft zich onlangs bij het project gevoegd om hulp aan kinderen van het Alzaatari vluchtelingenkamp te bieden door zorg te dragen voor schoonwater en voor het bouwen van een sanitaire infrastructuur.

    Voor het project in Alzaatari heeft het ministerie van Buitenlandse Zaken een miljoen euro vrijgemaakt. De door de gemeente Amsterdam te bieden expertise wordt uit dit bedrag bekostigd.

     

    Enkele vragen over de gezochte ‘balans’

    Wij zijn van mening dat het baseren van de samenwerking van Amsterdam met Tel Aviv op de noodzaak om een ´balans´ te creëren met het verlenen van expertise aan het vluchtelingenkamp Alzaatari, uiterst dubieus is. Kennelijk zijn de fracties die om deze samenwerking hebben gevraagd zich ervan bewust dat een motief gevonden moet worden voor een weinig aanvaardbare samenwerking met Tel Aviv, de effectieve hoofdstad van Israël.5

    – Het is ons onduidelijk hoe coherent de redenering is volgens welke de samenwerking met de VN organisaties UNHCR en UNICEF met het doel expertise aan het vluchtelingenkamp Alzaatari te leveren, tot compensatie aan Israël moet leiden door het aangaan van een samenwerking met Tel Aviv.

    Als de fracties een samenwerking met de VN organisaties in Alzaatari verwerpelijk vinden omdat dit kamp zich in een Arabisch land bevindt en daarmee humanitaire steun aan “Arabieren” biedt, dan moeten zij dit argument openlijk gebruiken en de hulp aan Alzaatrari afwijzen. Deze fracties gebruiken echter de samenwerking met Alzaatari als excuus om Israël te laten profiteren van de herijking van het internationaal beleid van Amsterdam.

    Moet een Israëlische stad met samenwerking gecompenseerd worden elke keer dat Amsterdam humanitaire hulp zal bieden aan een project dat in een Arabisch land uitgevoerd wordt? Vandaag Alzaatari vluchtelingenkamp in Jordanië versus Tel Aviv, morgen een Soedanees vluchtelingenkamp of een gemeente in het noorden van Soedan (dat deel uitmaakt van de Arabische Liga) versus Haifa en overmorgen een Libanese gemeente die de expertise van Amsterdam vraagt bij bestuurlijke innovatie versus een Israëlische nederzetting?

    – De ‘verantwoordelijkheid van Amsterdam’ in haar buitenlands beleid houdt in dat rekening gehouden wordt met het internationaal recht. Daar is de gemeente Amsterdam zich van bewust. In 2012 heeft de schending van mensenrechten door Suriname geleid tot de verbreking van de samenwerking met dat land. Bovendien wordt het respect voor mensenrechten in de notitie Internationaal Beleid 2014-2018 als uitgangspunt van het internationaal beleid van de stad aangewezen. Dit wordt als volgt verwoord:

    Gezien het profiel van Amsterdam en onze rol als internationaal verantwoordelijke hoofdstad adviseert ons College om “mensenrechten” een integraal onderdeel te laten zijn van het internationale beleid van de stad’ (par. 4.3).

     

    De Stichting Groningen-Jabalya wijst erop dat samenwerking met Tel Aviv niet anders kan worden gezien dan als steun aan de politiek van Israël ten aanzien van de Palestijnen. De lijst van schendingen van het internationaal recht door Israël is te omvangrijk om hier in haar geheel vermeld te worden. Wij kunnen ons beperken tot enkele voorbeelden zoals het negeren door Israël van honderden resoluties van de VN Veiligheidsraad met betrekking tot de rechten van Palestijnse vluchtelingen en de aanhoudende bouw van nederzettingen in de westelijke Jordaanoever die het stichten van een leefbare Palestijnse staat onmogelijk maakt. Deze daden zijn onder meer in de opinie van het Internationale Hof van Justitie in Den Haag in 2004 veroordeeld, echter zonder enig invloed op de politiek van Israël.6 De bevindingen van het Hof zijn tot nu toe, tien jaar naar de publicatie ervan nog volledig van toepassing op de huidige situatie. Daarnaast vormen de herhaalde aanvallen op Gaza met als gevolg duizenden doden en gewonden en de volledige verwoesting van de infrastructuur van de Gazastrook schendingen van het internationaal recht die door onder ander de VN commissie voor de mensenrechten zijn veroordeeld.7

    Met de discussie over het aangaan van een samenwerking met Tel Aviv, zou in uw gemeente gewacht worden met de beëindiging van het gewapende conflict tussen Israël en Gaza. Sinds enkele weken is een wapenstilstand tussen beide partijen van kracht. Dit kan echter niet worden beschouwd als een beëindiging van het conflict die een hervatting van de discussie in de gemeente over samenwerking met Tel Aviv rechtvaardigt. De verwoestende gevolgen van de aanvallen op Gaza zijn op menige internetsites te zien.8 De blokkade van Gaza in de zee, op de grond en in de lucht is nog steeds van kracht en zal ongetwijfeld tot nieuwe gewapende uitbarstingen leiden. Israël heeft direct na de wapenstilstand aangekondigd Palestijnse grond te confisqueren voor de bouw van nog meer nederzettingen.

    Deze daden mogen niet worden beloond met het aangaan van een samenwerking met Tel Aviv.

     

    Conclusies

    Het argument dat een ´balans´ gezocht moet worden tussen samenwerking met het vluchtelingenkamp Alzaatari en de stad Tel Aviv is volkomen uit de lucht gegrepen. Het betreft immers compleet verschillende projecten waarbij het ene volstrekt humanitair van aard is en het andere een zuiver politieke betekenis en doel heeft.

    Het aangaan van een samenwerking met Tel Aviv is in strijd met het uitgangspunt dat Amsterdam in haar buitenlands beleid een verantwoordelijke hoofdstad moet zijn, een hoofdstad die oog voor mensenrechten heeft en deze rechten hoog in de wandel heeft.

    De samenwerking met Tel Aviv zal bovendien als een ernstige uiting van minachting voor de rechten van het Palestijnse volk worden uitgelegd.

     

    Wij hopen van harte dat u rekening zult houden met de inhoud van deze brief bij het nemen van een beslissing.

     

    Met de meeste hoogachting,

     

    Stichting Groningen-Jabalya

    Namens deze:

    mr dr. L. Jordens-Cotran

    Groningen, 14 september 2014

    2De uitzichtloze situatie van Syrische vluchtelingen in de Alzaatari vluchtelingekamp in Jordanië wordt beschreven in de krant Jordan Times waar de VNG naar verwijst. Zie: http://jordantimes.com/largest-camp-for-syrian-refugees-becoming-a-city

    3http://www.vng-international.nl/our-projects/projects/project/Jordan_Municipal_Assistance_to_Al_Zaatari_Refugee_Camp_and_Local_Governments_in_Al_Mafraq_Govern.html

    4 www.nltimes.nl/2014/03/17/amsterdam-aids-syrian-un-camp

    5Ondanks de annexatie van Oost Jerusalem en de wet van 13 mei 2007 waarin is vastgelegd dat alle ministeries en overheidsinstellingen binnen acht jaar naar Jeruzalem moeten verhuizen, zijn de meeste regeringskantoren nog steeds in Tel Aviv gevestigd. Nieuwe regeringsgebouwen worden voornamelijk in Tel Aviv gebouwd, waar ook de premier van Israël blijft wonen, http://israeltoday.nl

    6De opinie van het Hof is te raadplegen op: http://www.icj-cij.org/docket/files/131/1677.pdf

    7 Verwezen wordt bovendien naar de rapporten van Human Rights Watch met betrekking tot de herhaalde Israëlische aanvallen, www.hrw.org

    8 O.a. te zien op : http://www.bing.com/images/search?q=devastation+gaza+fotos&qpvt=devastation+gaza+fotos&FORM=IGRE

    antwoord gemeente a'dam over stedenband met Tel aviv
    antwoord gemeente a’dam

     

  • Tijd voor daden in Gaza

    23 augustus, 2014

    De Palestijnen waren geschokt toen Israel na een acht dagen durend staakt het vuren haar aanvallen weer hervatte. Tijdens het staakt het vuren heeft de gemeente Jabalya de gevolgen onderzocht van het grondoffensief met name voor de gebieden aan de grens. Deze invasie veroorzaakte urgente humanitaire noden. Al eerder stuurde de gemeente enkele noodoproepen. Sommige internationale organisaties en partnergemeenten reageerden op de oproep. Anderen kozen er echter voor om te wachten op het einde van de oorlog zodat de grensovergangen open zouden zijn om de behoeften te lenigen. Toch zal uitstel de situatie in Gaza, die al is verslechterd als gevolg van de hervatting van de oorlog, alleen maar verergeren. Het is tijd voor alle betrokkenen om alles in het werk te stellen om ons te helpen om de gevolgen van deze voortdurende oorlog te verlichten.

    Onze prioriteit is nu om de diensten die wij gewend waren te verlenen aan de burgers van Jabalia weer te kunnen bieden. Als een wapenstilstand wordt bereikt zullen veel gevluchte burgers terugkeren naar hun huizen. Dit verplicht de medewerkers van de gemeente om weer klaar te staan voor het verlenen van de gemeentelijke diensten. Deze diensten zijn afhankelijk van elektriciteit die herhaaldelijk wegvalt als gevolg van de schade aan de belangrijkste energiecentrale. Herstel of nieuwbouw van de centrale zal zeker een jaar duren

    Verschillende organisaties hebben een aantal generatoren ter beschikking gesteld inclusief de brandstof die nodig is om ze te bedienen, maar de gemeente heeft meer hulp nodig. We hebben middelen nodig voor het verwijderen van het puin van de verwoeste huizen en technische meetapparatuur die nodig is om exact de lokatie van de huizen te bepalen die werden weggevaagd door de Israëlische oorlogsmachine.

    Wij doen een beroep op u om het Palestijnse volk te steunen om deze acute benarde situatie te overleven. De mensen zijn standvastig, maar hoe meer ondersteuning ze ontvangen hoe meer standvastig ze zullen zijn.

    Uw steun, onze standvastigheid

    met vriendelijke groet,

    burgemeester Issam .M .Jouda

     

  • Ali Abu Afash ( 1978- 2014) journalist in Gaza

    1148807_295003563984175_1699650381_n

    “Dear my dearest brother Lejo,

    Thanks for asking.. don’t worry about us we will be fine.. we r palestinian we used to be under attack but we never death.

    Regards,
    Ali “.

    Deze mail stuurde Ali Abu Afash mij op tien augustus 2014. Drie dagen later was hij dood. Palestijnse bomspecialisten probeerden tijdens een wapenstilstand van de juli oorlog in Gaza niet ontplofte Israëlische munitie onschadelijk te maken. Ali bezocht met de Italiaanse tv-journalist Simone Camilli ( 35) de plek om de ontmanteling te registeren. Toen ging er iets gruwelijks mis. De Israëlische bom ontplofte en doodde zes mensen, waaronder Ali. Hij was journalist, vertaler en fixer voor buitenlandse media en werkte vanuit het Palestine Centre for Media Freedom.

    Ali Abu Afash werkte al jaren als journalist in Gaza stad. Ik leerde hem kennen toen ik in de zomer van 2012 in opdracht van het Doha Centre for Media Freedom in Qatar een workshop radio journalistiek gaf aan Palestijnse journalisten. Hij ving me op bij de zwaarbewaakte grensovergang Eretz, op de grens van Gaza en Israël. Een joviale goedlachse man. Hij bracht me naar het Palestijnse persbureau waar ik twee weken lang les zou geven. Hij was aangesteld als mijn beschermheer. S ’ochtends haalde hij me op, s’ middags trokken we door Gaza stad, bezochten de markt, de hamman en maakten samen met collega journalisten uitstapjes. Ali kende jan en alleman in Gaza. En hij onderhield goede contacten met buitenlandse journalisten want hij sprak redelijk goed Engels. Gedurende de heftige oorlog in augustus 2014 begeleidde hij als fixer ondermeer een Nederlandse verslaggever van het tv-programma Een Vandaag. Ook maakte hij voor de nieuwsbrief van Stichting Groningen- Jabalya verschillende verhalen over het leven in Gaza.

    De heftige oorlog tussen Hamas en Israël in de zomer van 2014 liet grote sporen na in Gaza. Ali was op zijn hoede, zo bleek uit onze correspondentie. Hij wist van de gevaren en dat Palestijnse journalisten met name doelwit waren van de Israëliërs. Sinds begin juli hadden al dertien Palestijnse reporters de dood gevonden in het bloedige conflict. Toch vond Ali het zeer van belang om de buitenwereld de vernietiging van Gaza te tonen. Dat deed hij met veel inzet. Hij was betrokken, maar had ook iets van afstand. Hij had humor zonder te vervallen in cynisme. En hij vertrouwde op zijn summoud, de kracht die Gazanen hebben ontwikkeld om met tegenspoed en rampen om te gaan. “We zullen nooit sterven “schrijft Ali in zijn laatste mail aan mij. Toch is dat noodlot hem overkomen. Hij laat een vrouw en twee kleine kinderen achter.

    Lejo Siepe