DAGBOEK GAZA | Nu Israël Gaza-Stad binnenvalt moet ook journalist Malak Hijazi (26) haar huis verlaten. Ze probeert alles in haar geheugen op te slaan: de stad, haar huis, haar bed, haar dagboeken, haar favoriete hoodie. Voor OneWorld beschrijft ze haar leven in Gaza. ‘Ik heb mijn grootouders nooit gevraagd hoe je een huis in een tas stopt.’
Ik ben een vluchteling. Dat wist ik al vanaf mijn allereerste schooldag in 2005. Ik herinner me dat ik mijn zus vroeg om de woorden op de muur voor te lezen: ‘لاجئات’ – vrouwelijke vluchtelingen. Dat label plakte zich op mij nog voordat ik het op mezelf kon plakken: in mijn eerste schoolweek vroegen ze me mijn oorspronkelijke geboortestad niet te vergeten. Ik ben geboren in een gemoderniseerd deel van vluchtelingenkamp Jabalia, waar mijn vaders grootouders in 1948 naartoe vluchtten. Ik was geschokt toen ik besefte dat wat ik thuis noemde, niet mijn ‘oorspronkelijke’ thuis was.
Verdreven
Tijdens de Nakba in 1948 werden mijn overgrootouders door zionistische milities uit hun dorp Dayr Sunayd verdreven, slechts 12 kilometer van Gaza-Stad. Net als honderdduizenden andere Palestijnen werden ze ontheemd, beroofd van hun land, hun bezit, en hun recht om ooit terug te keren op basis van Israëls Wet op Afwezig Eigendom.
De oma van mijn moeder, Mahbouba, verloor haar 10-jarige zoon in de chaos. Ze evacueerden te voet, namen alleen mee wat ze konden dragen. Ze zocht nog naar haar kind, maar hij was verdwenen. Tot op de dag van vandaag weten we niets over de oom van mijn moeder.
Mijn eigen oma, Widad, zat nog in de buik van haar moeder toen ze Gaza bereikten. Ze werd zwak geboren in Deir al-Balah, waar een familie hen kosteloos opving. Ze leefden in diepe armoede, en voedsel was schaars.
Mijn vader, Nabil, werd geboren in het vluchtelingenkamp Jabalia in het noorden van de Gazastrook. Toen hij twee was, in 1967, bezette Israël de Gazastrook. Mijn opa, die in Egypte werkte, mocht niet meer terug naar Gaza. Als Palestijnen eenmaal hun huis verlaten, mogen ze zelden terugkeren. Zo zijn de regels van Israël. Mijn vader ontmoette zijn vader pas weer als volwassene, toen hij studeerde en eindelijk mocht reizen.
De oma van mijn vader, Maryam, liet haar sieraden achter in haar huis. Ze was ervan overtuigd dat ze terug zou keren zodra de bombardementen ophielden. Ze rende om te overleven. Ze overleefde, maar keerde nooit meer terug, en kon nooit meer afscheid nemen van haar huis.
Op de rand van overleven
Generaties lang leeft mijn familie op de rand van overleven, en draagt ze het gewicht van verlies en herinnering. Elke keer dat we dachten dat het ergste voorbij was, kerfde een nieuwe laag van ballingschap, oorlog of bezetting zich in ons leven; littekens achterlatend die nooit volledig genezen. We leven in cirkels, we vertellen steeds hetzelfde verhaal met andere data, namen en plaatsen. Intergenerationeel trauma is voor mij geen abstractie: het leeft in mijn lichaam, mijn botten, en in de manier waarop ik door de wereld beweeg.
Onlangs kondigde Israël aan van plan te zijn om de volledige controle over Gaza-Stad te nemen, waar ik nu woon in mijn deels verwoeste huis. Die aankondiging dwingt bijna een miljoen mensen te vluchten onder onmogelijke omstandigheden. De Gazastrook is slechts 365 vierkante kilometer groot (ter vergelijking: dat is ongeveer twee keer het eiland Texel, red.) en er wonen meer dan 2 miljoen inwoners. Israël zegt al ongeveer 75 procent van dat gebied te controleren. Ongeveer 92 procent van de gebouwen daar is beschadigd of vernietigd. Wat overblijft is nu al te weinig om in te overleven, om thuis te noemen, of om te ontvluchten, maar Israël is niet van plan te stoppen met elke mogelijkheid tot leven te vernietigen.
Ik voel me verschrikkelijk sinds Israël aankondigde Gaza-Stad te willen bezetten. Israël heeft mijn ouderlijk huis in Jabalia al vernietigd, het heeft zelfs het hele kamp weggevaagd. Hetzelfde dreigt voor het gebied waar ik nu woon, in het westen van de Gazastrook. Ik kan niet bevatten welke toekomst mij en mijn familie te wachten staat; waar we heen moeten, of waar we misschien een veilige plek kunnen vinden om te wonen.
Je ziel verliezen
Vandaag liep ik door de straten. Waar ooit huizen stonden is het bezaaid met tenten. Sommige gebouwen zijn gedeeltelijk verwoest, andere volledig verdwenen, en een paar staan nog koppig overeind. Ik probeerde me de stad te herinneren zoals ze ooit was, haar in mijn geheugen vast te leggen zoals ze nu is, om zo niet te hoeven denken aan wat ze mogelijk wordt.
Ik hou mezelf voor dat ik niet beter ben dan de talloze anderen die al langer geen huis meer hebben en in tenten leven. Een huis verliezen is in elk geval minder verwoestend dan je ziel verliezen; ik leef nog. Ik herhaal dit keer op keer om mijn verdriet een plaats te geven, om te voorkomen dat de pijn me opslokt, zodat ik tenminste mijn dagelijkse taken nog kan uitvoeren. Toch blijft het knagen: wat betekent het om je stad voorgoed te verliezen? Dakloos te zijn, nergens meer heen te kunnen? Waarom moeten sommigen van ons vluchten en steeds opnieuw ontheemd raken? Wie heeft daar iets aan?
Ik keek naar mijn eigen huis, probeerde het vanuit elke hoek te zien en me de dingen te herinneren waar ik van hield: mijn boeken, mijn bed, mijn middelbareschool dagboeken, mijn favoriete hoodie. Afscheid nemen van alles wat ooit iets voor je betekende, voelt als een leven dat je door de vingers glipt.
Ik heb mijn grootouders nooit gevraagd hoe je een huis in een tas stopt, hoe je kiest tussen een foto en een deken, of hoe je je ogen nog één keer laat rusten op de amandelboom voordat je weggaat. Ik heb hen nooit gevraagd wat je moet meenemen als je wordt opgedragen te evacueren, hoe je je adem in toom houdt als de weg voor je eindeloos lijkt. Ik heb hen nooit gevraagd hoe je een zoon verliest zonder een graf om te bezoeken, hoe je honger doorstaat als er zelfs geen brood meer is, of hoe je in de ogen moet kijken van degenen van wie je houdt, terwijl je elke seconde vreest dat je hen zult verliezen. Ze hebben me nooit geleerd hoe je keuzes maakt als elk pad doodloopt, en als er in het hele land geen zachte plek te vinden is om te rusten.
Maar ik weet het nu, het is me met geweld bijgebracht.
Soms benijd ik hen bijna. Zij hoefden hun tragedie niet onder de felle gloed van camera’s te beleven. Niemand filmde hun tranen die opdroogden op hun wangen, of hun lege potten terwijl ze in eindeloze rijen stonden. Niemand vroeg: “Wat is jouw boodschap aan de wereld?” Ze hoefden niet toe te zien hoe hun lijden veranderde in krantenkoppen, of hoe hun herinneringen zich samenpersten tot bijschriften waar vreemden gedachteloos langsscrollen.
60.000 mensen vermoord. Onder hen 17.000 kinderen. En het aantal loopt per minuut op. In Gaza voltrekt zich een ramp van onvoorstelbare omvang. En de wereld kijkt toe.
Palestijnen worden uitgehongerd, geblokkeerd en gebombardeerd. Gaza wordt onleefbaar gemaakt. Voedselhulp ligt klaar, maar wordt doelbewust tegengehouden. Dit is geen oorlog meer. Dit is uitroeiing. Israël maakt dit mogelijk – en westerse landen, waaronder Nederland, laten het gebeuren.
Ook het kabinet-Schoof weigert deze gruwelijke situatie ‘genocide’ te noemen. Maar wij weigeren stil te blijven.
💥 Daarom trekken wij op zondag 14 september de Rode Lijn in Groningen.
💥 Wij zeggen: Tot hier en niet verder.
💥 We laten zien dat Nederland niet onverschillig is. Dat we niet wég kijken. En dat we nú een rode lijn trekken.
Kom in het rood. Loop mee. Trek de grens.
Samen staan we sterk. Samen kijken we niet weg!
🗓 Noteer de datum: 14 september, vanaf 14 uur op de Grote markt.
Op 5 oktober trekken we wederom een Rode Lijn in Amsterdam. Omdat alle rode lijnen al zijn overschreden, omdat ze niet lijken te bestaan. Rood is inmiddels de kleur van stop de genocide en de illegale bezetting. Het is de kleur van verzet tegen onrecht, van actie en van nooit meer is nu. De politiek voelt de druk, maar komt nauwelijks in actie. Nederland moet alles op alles zetten om de genocide te stoppen. Het is geen keuze voor politici, het is een plicht volgens internationaal recht.
We blijven ons uitspreken, we blijven de straat op gaan. Nu, met nóg meer Nederlanders.
We gaan weer de straat op omdat demonstreren zin heeft. Samen laten we op 5 oktober horen dat loze maatregelen niet genoeg zijn. Er moeten nu stevige, politieke, economische en diplomatieke maatregelen komen om de Nederlandse medeplichtigheid aan de genocide in Gaza te stoppen.Zolang zij weigeren dragen wij de verantwoordelijkheid om in actie te komen.
De derde Rode Lijn is een initiatief van Artsen voor Gaza, Amnesty International, BDS Nederland, Dutch Scholars for Palestine, Een Ander Joods Geluid, Erev Rav, Oxfam Novib, Palestijnse Gemeenschap in Nederland, PAX, Plant een Olijfboom, Save the Children en The Rights Forum.
Op 4 september is er een bijeenkomst in Groningen over het hoger beroep van het proces dat 10 maatschappelijke organisaties waaronder Stichting Groningen-Jabalya hebben aangespannen tegen de Staat vanwege de passieve houding tegenover de genocide in Gaza.
Daan de Grefte, senior juridisch medewerker verbonden aan het European Legal Support Center, een van de initiatiefnemers van het proces, zal uitleg geven over de zitting van het hoger beroep dat de dag voor de bijeenkomst op 3 september plaatvind in Den Haag. Voorafgaand aan de bespreking van het proces zal een documentaire worden vertoond over het dagelijks leven in Gaza tijdens een genocide.
Voorgeschiedenis proces
Een coalitie van Palestijnse en Nederlandse maatschappelijke organisaties, waaronder de stichting Groningen-Jabalya, ging vorig jaar oktober naar de rechter om de Nederlandse staat aan te klagen voor het niet voorkomen van genocide in Gaza en van andere Israëlische schendingen van het internationaal recht.
De belangrijkste eisen van de coalitie zijn:
1. een verbod op de export en doorvoer van wapens, wapenonderdelen en dual-use artikelen naar Israël.
2. een verbod op alle Nederlandse handels- en investeringsrelaties die Israëls illegale bezetting van en nederzettingen in Palestijns gebied in stand helpen houden.
Op 13 december 2024 kwam de rechter met een uitspraak die voor de coalitie niet gunstig was. Op de meeste punten oordeelde de rechter in het voordeel van de staat. Er is dan ook besloten om in hoger beroep te gaan.
zie het artikel met het betoog dat op 3 september tijdens het hoger beroep zal worden gehouden
Programma 4 september
zaal open 19.15 uur
19.30 uur vertoning Film How to survive a warzone Een BBC documentaire waarin verschillende Gazanen laten zien hoe zij veerkrachtig proberen te overleven tijdens een genocide. De film volgt vier jongeren, Abdullah, Renad, Zakaria, en de oudere Rana. De film geeft een beeld van hun dagelijkse levens, gekenmerkt door luchtaanvallen en pogingen om de normaliteit te behouden, en legt momenten van hoop vast te midden van de verwoesting.
20.30 uur Pauze
20.45 uur Bespreking betekenis en uitkomst zitting hoger beroep van 3 september met Daan de Grefte. Daan zal ook vragen uit de zaal beantwoorden.
De Nederlandse regering heeft recent drie wapenvergunningen voor Israël ingetrokken en daarmee het “risico op ongewenst eindgebruik” erkend. Dat is codetaal voor oorlogsmisdaden. Het toont aan dat de regering zelf erkend dat deze wapen onderdelen kunnen worden gebruikt in ernstige schendingen van het internationaal recht en dat deze vergunningen niet hadden moeten worden verleend. Het is een directe reactie op juridische en publieke druk en het bewijs dat de Staat weet dat het een grens heeft overschreden.
Deze beslissing ondersteunt de kern van onze rechtszaak: dat Nederlandse wapen export een daadwerkelijk en voorzienbaar risico vormt voor het faciliteren van oorlogsmisdaden waaronder daden van genocide.
Daarom keren we op 3 september terug naar de rechtbank om de hele keten te doorbreken.
De coalitie van 10 organisaties, waaronder Stichting Groningen-Jabalya, wil maatregelen afdwingen, waaronder:
• Een beëindiging van de export van wapens, wapenonderdelen en militaire en dual use goederen naar Israël, die kunnen worden ingezet voor het plegen van genocide, oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid;
• Het stopzetten van de export van Nederlandse honden naar Israël, waar het risico bestaat dat deze honden worden gebruikt voor militaire doeleinden en onwettige aanvallen door het Israëlische leger;
• Verdere maatregelen om alle Nederlandse handels- en investeringsrelaties te beëindigen die de onrechtmatige aanwezigheid van Israël in de bezette Palestijnse gebieden in stand houden.
Op 4 september is er een bijeenkomst in Groningen over de voortgang van het proces met als gast Daan de Grefte, senior juridisch medewerker verbonden aan het European Legal support Center, een van de initiatiefnemers van het proces. Hij zal uitleg geven over de zitting van het hoger beroep dat op 3 september plaatvind.
Programma
zaal open 19.15 uur
19.30 uur vertoning Film How to survive a warzone Een BBC documentaire waarin verschillende Gazanen laten zien hoe zij veerkrachtig proberen te overleven tijdens een genocide. De film volgt vier jongeren, Abdullah, Renad, Zakaria, en de oudere Rana. De film geeft een beeld van hun dagelijkse levens, gekenmerkt door luchtaanvallen en pogingen om de normaliteit te behouden, en legt momenten van hoop vast te midden van de verwoesting.
20.30 uur Pauze
20.45 uur Bespreking betekenis en uitkomst zitting hoger beroep van 3 september met Daan de Grefte. Daan zal ook vragen uit de zaal beantwoorden.
toegang gratis maar donatie is welkom Dit proces kost veel geld dus iedereen die dit wil steunen kan ook financieel bijdragen. klik op plaatje hieronder voor crowdfunding pagina
Het is bijna onmogelijk te bevatten, maar al bijna twee jaar pleegt Israël genocide op de Palestijnen in de Gazastrook. Als Israëli’s en Palestijnen die hier wonen en dagelijks worden blootgesteld aan getuigenissen en de geleefde realiteit, is het onze plicht om de eerlijke en volledige waarheid te spreken.
Genocide is de vernietiging van de mensheid. Het is niet alleen massamoord, maar totale vernietiging: hele steden uitwissen, mensen gedwongen verplaatsen, hen uithongeren – en dat is precies wat Israël heeft gedaan. Vanaf het begin hebben regeringsfunctionarissen en militaire commandanten expliciet verklaard dat deze acties, dit beleid, precies waren wat ze van plan waren: Gaza uithongeren, vernietigen en met de grond gelijk maken.
De gruwelen van 7 oktober en de afschuwelijke aanval van Hamas hebben bij de Israëli’s een diep gevoel van existentiële angst teweeggebracht. Deze gevoelens worden door de Israëlische regering uitgebuit om een agenda van joodse suprematie, vernietiging en verdrijving te bevorderen. Het leven van alle Palestijnen van de rivier tot aan de zee is wegwerpbaar geworden en de situatie wordt alleen maar erger. Mensen worden doodgeschoten terwijl ze proberen voedsel te bemachtigen en kinderen sterven van de honger.
We zullen niet kunnen zeggen: “We wisten het niet.”
In ons nieuwe rapport presenteren we feiten, gegevens en getuigenissen die aantonen hoe Israël de Palestijnse samenleving in Gaza systematisch vernietigt door catastrofale levensomstandigheden te creëren die voortbestaan onmogelijk maken. Dit is precies de definitie van genocide.
Door de geschiedenis heen hebben de meeste naties die genocide hebben gepleegd, de betekenis van hun daden op dat moment niet begrepen. En elke genocide is altijd gerechtvaardigd door de mensen die deze hebben gepleegd. Vaak gaat het om een verhaal van zelfverdediging tegen een existentiële bedreiging, van een oorlog zonder alternatief, van slachtoffers die ‘het zichzelf hebben aangedaan’. Maar er is geen rechtvaardiging voor genocide – geen ‘verdediging’, geen ‘veiligheid’ en zelfs niet voor de misdaden van 7 oktober.
Het rapport dat we vandaag publiceren is een waarschuwing: de ideologie die het Israëlische regime drijft, beperkt zich niet tot de Gazastrook. Hetzelfde regime, hetzelfde leger en dezelfde leiders en generaals voeren extreme gewelddadigheden uit op de Westelijke Jordaanoever, in Oost-Jeruzalem en binnen Israël. Israël past sommige van zijn destructieve methoden al toe op de Westelijke Jordaanoever – voorlopig op kleinere schaal – en er bestaat ernstige en groeiende bezorgdheid dat de genocide zich zal uitbreiden naar andere gebieden onder Israëlische controle.
De internationale gemeenschap heeft tot nu toe gefaald in haar rol, waardoor leiders van de westerse wereld – met name in de Verenigde Staten en Europa – ook verantwoordelijk zijn voor de gruweldaden. Het is de plicht van de internationale gemeenschap om alle middelen die het internationaal recht biedt in te zetten om een einde te maken aan de genocide die Israël in Gaza pleegt.
klik op plaatje voor het openen van het rapport
We hebben dit rapport “Onze genocide” genoemd omdat het in de eerste plaats vanuit ons perspectief is geschreven. Sommigen van ons zijn Palestijnen die leven onder het Israëlische regime dat verantwoordelijk is voor de uitroeiing, het verlies en het lijden van ons volk. Anderen zijn Joodse Israëli’s die leven in een land dat de ergste misdaad begaat waartoe de mensheid in staat is. Maar wij allemaal, Palestijnse en Joodse collega’s, zijn mensenrechtenverdedigers, en nog eerder kinderen van deze plek. Samen vechten we voor het recht om hier te leven in een rechtvaardige samenleving tussen de Jordaan en de Middellandse Zee, in vrede, veiligheid en gerechtigheid voor ons allemaal.
Dit is een moeilijk moment, maar we geloven dat het onze plicht is om de waarheid te spreken vanuit de catastrofe. Om het bij zijn naam te noemen. Om te vechten en te eisen: Stop de genocide. Nu.
Het gerechtshof Den Haag heeft de datum vastgesteld voor de hoorzitting in hoger beroep in de zaak die door een coalitie van tien Palestijnse en Nederlandse maatschappelijke organisaties waaronder Stichting Groningen -Jabalya is aangespannen tegen de Nederlandse staat. De zitting vindt plaats op woensdag 3 september 2025
De tien organisaties betwisten het oordeel van de rechtbank (in eerste aanleg) dat de Nederlandse staat voldoet aan internationale wettelijke verplichtingen om genocide te voorkomen en steun aan de illegale bezetting van Palestijns gebied te beëindigen. De coalitie wil maatregelen afdwingen, waaronder:
• Een beëindiging van de export van wapens, wapenonderdelen en militaire en dual use goederen naar Israël, die kunnen worden ingezet voor het plegen van genocide, oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid;
• Het stopzetten van de export van Nederlandse honden naar Israël, waar het risico bestaat dat deze honden worden gebruikt voor militaire doeleinden en onwettige aanvallen door het Israëlische leger;
• Verdere maatregelen om alle Nederlandse handels- en investeringsrelaties te beëindigen die de onrechtmatige aanwezigheid van Israël in de bezette Palestijnse gebieden in stand houden.
Het hoger beroep volgt op de uitspraak van de Rechtbank Den Haag in december 2024. Ondanks de erkenning van de wettelijke verplichtingen van de Nederlandse staat, werd het verzoek voor dringende maatregelen om het overheidsbeleid in overeenstemming te brengen met het internationaal recht afgewezen. Sindsdien is de situatie in bezet Palestijns gebied dramatisch verslechterd. Het Israëlische bezettingsleger begaat in Gaza en op de Westelijke Jordaanoever gruwelijke misdaden tegen de Palestijnen, waaronder genocide, oorlogsmisdaden, gedwongen verplaatsing en moedwillige vernietiging van essentiële infrastructuur.
De coalitie stelt dat de materiële steun van de Nederlandse staat aan de Israëlische misdaden niet alleen in strijd is met verplichtingen onder het Genocideverdrag, de Verdragen van Genève en het Wapenhandelsverdrag. De Nederlandse steun ondermijnt ook de geloofwaardigheid en levensvatbaarheid van het internationale recht, een stelsel waarin Den Haag als “stad van vrede en recht” een centrale rol speelt.
Advocaat Christiaan Alberdingk Thijm zegt namens de coalitie: “Nederland erkent dat de humanitaire situatie in Gaza rampzalig is, maar komt niet verder dan een oproep tot een staakt-het-vuren. Daarmee sluit het de ogen voor de eenzijdige agressor: Israël. Wanneer honger als wapen wordt ingezet, is een oproep tot een staakt-het-vuren ondermaats aan de schrijnende situatie ter plaatse. Elke dag zien we de beelden. Dit moet stoppen. Nederland moet stoppen met het leveren van wapens en goederen die worden gebruikt voor mensenrechtenschendingen.”
Meer dan twee maanden geleden schreef ik een artikel over de naderende hongersnood in de Gazastrook, die nu het punt heeft bereikt waarop de bevolking van de Gazastrook in een echte hongersnood is beland. Bijna 2 miljoen mensen worden geconfronteerd met “catastrofale honger en hongersnood” in de Gazastrook. Elke ochtend beginnen mannen, vrouwen en kinderen aan hun reis op zoek naar voedsel en andere basisbehoeften; een reis van lokale chaos, van de tragedie van ontheemding en hongersnood tot het bereiken van de dood.
Over het algemeen verbiedt Israël alle soorten voedsel en andere levensmiddelen en non-foodartikelen (zelfs medicijnen) de Gazastrook binnen te laten. Groenten, peulvruchten, vlees, fruit, kaas, conserven en zelfs babyvoeding worden niet toegelaten.
Wat wel beschikbaar is, zijn de weinige groenten die door een klein aantal Palestijnse boeren in de centrale Gazastrook worden verbouwd, en de weinige lang bewaarde levensmiddelen waarvan de prijzen de pan uit rijzen, meer dan 1000% van de normale prijs, waardoor ze voor het grootste deel van de bevolking onbetaalbaar zijn geworden.
We beginnen onze dag vroeg in de ochtend met een zoektocht naar drinkwater en waswater door de watertrucks die door particuliere ontziltingsinstallaties worden gezuiverd. Deze trucks worden naar de wijk gestuurd gefinancierd door internationale en donororganisaties om mensen van drinkwater te voorzien. De watervoorraad per hoofd van de bevolking is teruggebracht tot slechts 5 liter, vergeleken met 100 liter vóór de oorlog.
Na de zoektocht naar water begint de zoektocht naar voedsel. Dit is een reis die alleen kan worden omschreven als een reis van de dood. Na bijna drie maanden van een zware blokkade heeft Israël eindelijk een beperkte hoeveelheid hulpgoederen de Gazastrook binnengelaten. Vanwege de hongersnood waaronder de bevolking lijdt, proberen bewoners hulpvrachtwagens te onderscheppen in een poging voedsel te bemachtigen. Dit is waar de grote ramp schuilt.
Wanneer de hulpvrachtwagens arriveren, en zich bevinden vlak bij het Israëlische leger, begint het leger hevig te schieten op de hongerende mensen, waarbij dagelijks tientallen mensen omkomen en honderden gewond raken. Bovendien heeft de psychische toestand als gevolg van de ernstige hongersnood ervoor gezorgd dat de sterke jongeman aan voedsel kan komen, terwijl de zwakke, uitgeputte man niet op de vrachtwagen kan komen of zich met de menigte kan meten, en dus instort zonder voedsel. Verschillende van mijn familieleden zijn gestorven terwijl ze wachtten op voedselhulp, en lieten jonge kinderen achter die het leven niet aankonden.
Wonen in de Gazastrook is als leven in de hel. ’s Nachts kunnen we niet slapen door de intensiteit van de bombardementen, en overdag sterven we duizend keer op zoek naar water en voedsel te midden van de chaos. Er is geen voedsel (en als het er is, is het ongezond en duur). De mensen in Gaza lijden fysiek en hun weerstand is verzwakt door de schaarste en de kwaliteit van het voedsel. Je bent gedwongen lange afstanden te lopen omdat het autoverkeer stil ligt door het gebrek aan diesel. Dit geldt vooral in de hete zomer, en gezien de verwoesting van de meeste straten in de Gazastrook, is de lucht constant gevuld met stof, waardoor deze ernstig vervuild is.
Hier is een samenvatting van het leven in Gaza:
• We zoeken ’s ochtends naar water, ’s middags naar eten en ’s avonds naar babyvoeding, maar we kunnen die niet vinden.
• Het aantal maaltijden per dag is beperkt tot één. De waterinname per persoon is 5 liter per dag (100 liter vóór de oorlog).
• Er is geen voedsel, groenten, fruit, vlees, suiker, snoep, peulvruchten of andere voedingsmiddelen (en als ze er al zijn, zijn ze onbetaalbaar).
• De temperaturen in Gaza zijn hoog in de zomer en de lucht is vervuild door de gevolgen van bombardementen, straatstof en het puin van huizen. Het is onmogelijk om door de meeste straten te lopen, die vol staan met tenten vanwege de zware ontheemding.
• We zijn afhankelijk van vodden (versleten kleding) in plaats van luiers voor onze kinderen, omdat er geen luiers of babyvoeding zijn.
• Van ’s middags tot zonsondergang zoeken we naar een plek om onze telefoons en zaklampen op te laden om energie te behouden.
• Onze lichamen zijn zwak en we voelen ons constant moe en ziek.
Sadi Dabboor
Hij is gemeente ambtenaar uit Jabalya en was in 2022 nog in Groningen op bezoek om te praten over samenwerking. Eerder schreef hij al over de afschuwelijke omstandigheden waar hij en zijn gezin en alle andere Gazanen sinds oktober 2023 zich in bevinden.
Bij een Israëlische droneaanval kwamen vooral kinderen en vrouwen om het leven die in de rij stonden om hulp te ontvangen bij een liefdadigheidsinstelling voor voedselsupplementen in Deir al-Balah, 10 juli. Foto: Ahmed IbrahimI
Israël heeft gebieden in Gaza gebombardeerd, waarbij tussen 2 juli en 9 juli ongeveer 670 Palestijnen omkwamen en meer dan 2800 gewond raakten, volgens het Palestijnse ministerie van Volksgezondheid in Gaza. Het mediabureau van de regering in Gaza verklaarde op maandag 7 juli dat Israël 59 afzonderlijke bloedbaden had aangericht in 100 uur, waarbij bijna 300 mensen omkwamen – 99 van hen waren het doelwit van het Israëlische leger op Amerikaans-Israëlische zogenaamde hulpdistributiepunten.
Op 10 juli meldde het ministerie van Volksgezondheid dat Israël in 24 uur minstens 82 Palestijnen had gedood en 247 verwond. Die dag doodde een Israëlische droneaanval in Deir al-Balah in centraal Gaza ten minste 13 mensen, voornamelijk kinderen en vrouwen, toen ze in de rij stonden voor een liefdadigheidsinstelling die door vrijwilligers werd gerund om voedingssupplementen te krijgen.
Tareq Abu Azzoum van Al Jazeera deed verslag vanaf de plek van het bloedbad en zei: “Overal zijn bewijzen van de aanval. Dit is een klein maar zeer diep gat in de grond als gevolg van de Israëlische aanval. Je kunt één van de schoenen zien die een Palestijns kind achterliet, en een verbrijzeld raam in een huis vlakbij. Er zijn kraters op de muur achtergelaten door granaatscherven van Israëlische drones.” Verslaggever Moath al-Kahlout deed maandag verslag vanuit Gaza Stad, waar de aanvallen op de stad en omliggende wijken non-stop zijn geweest.
Op dinsdag viel Israël het vluchtelingenkamp al-Bureij in centraal Gaza aan, waarbij Palestijnse families werden gedood en verwond terwijl ze sliepen. Even voor 3 uur ’s ochtends troffen Israëlische luchtaanvallen schuilplaatsen voor tenten, waardoor het gebied in vlammen opging. Een overlevende vertelde aan Al Jazeera: “De aanval voelde als een ring van vuur. Dit zijn schoolkinderen, wat is er met deze school? Er is niets behalve kinderen. Het biedt alleen onderdak aan kinderen die nergens anders heen kunnen. Deze drones richten op nylon tenten waar mensen gewoon proberen te slapen. Ik weet eerlijk gezegd niet waarom.”
Een andere ontheemde Palestijn die getuige was van de aanval zei dat hij en 10 anderen die in een tent sliepen plotseling wakker werden van het geluid van intense bombardementen en verblindende lichten. “De explosies waren zo krachtig dat zelfs onze dekens volledig verbrand waren,” zei hij. “We begonnen de kinderen te controleren en probeerden er zeker van te zijn dat iedereen in orde was. Mijn handen zitten nog steeds onder het roet omdat ik heb geprobeerd te redden wat ik kon.”
Op woensdag 9 juli liet Israël naar schatting 20 bommen vallen op de wijk al-Tuffah in Gaza-Stad, met zware raketten die gebouwen met de grond gelijk maakten. Een babymeisje werd uit het puin gehaald in de nasleep van een aanval eveneens op woensdag in het centrum van Gaza Stad. Mahmoud Basal, de woordvoerder van de Palestijnse civiele verdediging, vertelde verslaggevers terwijl hij het kind vasthield dat “het bombardement plaatsvond op een dichtbevolkt huis, waarvan de jongste in het gebouw dit kleine meisje is, dat nog geen paar maanden oud is”. En Israël vaardigt opeenvolgende bevelen uit tot gedwongen verplaatsing, vooral in Gaza Stad en Khan Younis.
Op 8 juli verklaarde het humanitaire bureau van de Verenigde Naties dat “zelfs de kleinere gebieden waar mensen gedwongen worden zich te concentreren – nu nog maar zo’n 15 procent van de Gazastrook en het worden er steeds minder – gefragmenteerd zijn en niet beschikken over de meest basale infrastructuur en diensten”. “Net als de rest van Gaza blijven ze extreem onveilig. Overal in de Strook proberen gezinnen deze nachtmerrie te overleven, hun kinderen zoveel mogelijk te beschermen en te zoeken naar het weinige voedsel dat er is,” aldus de VN.
Sinds half maart, toen Israël het staakt-het-vuren verbrak, heeft het Israëlische leger 54 bevelen tot verplaatsing uitgevaardigd, waardoor ongeveer 297 vierkante kilometer ontruimd is – 81 procent van de Gazastrook, aldus de VN.
770 Palestijnen gedood op door de VS gerunde “hulp”-locaties
Naast de niet aflatende luchtaanvallen op Gaza, zijn er de afgelopen zes weken meer dan 770 Palestijnen gedood en meer dan 5.100 gewond geraakt toen ze probeerden schamele hoeveelheden voedselhulp te krijgen op zogenaamde distributieposten van de Gaza Humanitarian Foundation (GHF), een gezamenlijk Amerikaans-Israëlisch particulier huurlingenbedrijf. Deze week sloot de GHF haar enige voedseldistributiepunt in centraal Gaza, waardoor tienduizenden Palestijnen gedwongen werden om lange afstanden af te leggen naar het zuiden van Gaza op zoek naar voedsel.
Al Jazeera-verslaggever Tareq Abu Azzoum verklaarde op 9 juli dat GHF de operaties in de centrale Gaza-locatie zonder voorafgaande kennisgeving heeft opgeschort, wat het gevaar en de verwarring van hongerende Palestijnen die hun leven riskeren om toegang te krijgen tot een doos voedsel, nog vergroot. “Deze concentratie van hulp in het zuiden komt overeen met wat Israël schetst in zijn voorstel voor een zogenaamde ‘humanitaire stad’ te midden van de ruïnes van Rafah, waar Palestijnen uit andere delen van Gaza zouden worden overgebracht. Palestijnen zeggen dat ze bang zijn dat Israël hen met geweld zal verhinderen om terug te keren,” zei Abu Azzoum.
Israël’s concentratiekampplan voor Rafah
Deze plannen op klaarlichte dag voor de gedwongen verhuizing van Palestijnen naar concentratiekampen in het zuiden van Gaza maken deel uit van de visie van de Israëlische regering die premier en voortvluchtige voor oorlogsmisdaden Benjamin Netanyahu en Israëlische topambtenaren deze week in Washington hebben voorgelegd aan de regering-Trump.
Israël’s oorlogsminister Israël Katz verklaarde deze week dat de zogenaamde “humanitaire stad” zou worden gebouwd “op de ruïnes van Rafah.” Het doel van het gebied zou zijn om “de bevolking van Gaza te concentreren en te scheiden van Hamas,” zei Katz, eraan toevoegend dat de Israëlische regering de mogelijkheid onderzoekt om samen te werken met een internationale entiteit om toezicht te houden op het beheer ervan.
Katz moedigde “vrijwillige migratie” van Palestijnen naar andere landen aan en zei dat de regering een militaire aanwezigheid in Gaza wil handhaven, ongeacht welke wapenstilstandsovereenkomst dan ook. Een bron, geïdentificeerd als een ambtenaar die “bekend is met de zaak”, vertelde woensdag aan de Tel Aviv krant Haaretz: “Het plan is in wezen om alle burgers van Gaza naar het zuiden te verplaatsen, naar een grote tentenstad in Rafah, waar ze ziekenhuizen en voldoende voedsel zullen hebben. Hoe zei de premier het? Geef ze maar Ben & Jerry’s.” De Israëlische bron zei dat Netanyahu de optie niet uitsluit dat Israël de compound die in Rafah zal worden opgericht, zal besturen. “Wanneer de bouw van de stad is voltooid en iedereen, of bijna iedereen, naar het zuiden is verhuisd, zal de vraag rijzen wie deze zones, het ‘humanitaire eiland’ dat in het zuiden zal worden opgericht, zal exploiteren,” zei de ambtenaar.
“De premier vindt dat we op korte termijn niet bang moeten zijn om het werk te doen.”
Volgens Katz, zo meldt Haaretz, houdt het plan in dat “600.000 Palestijnen, voornamelijk uit het al-Mawasi-gebied, na veiligheidsonderzoeken naar de nieuwe zone worden gebracht. Eenmaal binnen mogen de bewoners niet meer weg. De minister van Defensie voegde eraan toe dat, als de omstandigheden het toelaten, de bouw van de ‘stad’ zou beginnen tijdens het staakt-het-vuren van 60 dagen tussen Israël en Hamas waarover momenteel wordt onderhandeld.”
Een voorstel dat gezien werd door het persagentschap Reuters, met name op naam van de Gaza Humanitarian Foundation, beschreef een plan om concentratiekampen voor Palestijnen te bouwen, “humanitaire doorgangsgebieden” genaamd, binnen en mogelijk buiten Gaza.
Reuters meldde dat het 2 miljard dollar kostende plan, “gemaakt ergens na 11 februari en met de naam van de door de VS gesteunde Gaza Humanitarian Foundation, of GHF, werd ingediend bij de regering Trump, volgens twee bronnen, van wie er één zei dat het onlangs werd besproken in het Witte Huis.” Het plan, ingezien door Reuters, beschrijft de kampen als “grootschalige” en ‘vrijwillige’ plaatsen waar de Palestijnse bevolking in Gaza “tijdelijk kan verblijven, deradicaliseren, re-integreren en zich kan voorbereiden om te verhuizen als ze dat willen.”
Een door Reuters in geziene slide deck gaat gedetailleerd in op de “humanitaire transitzones”, inclusief hoe ze zouden worden geïmplementeerd en wat ze zouden kosten. “Er wordt opgeroepen om de uitgestrekte faciliteiten te gebruiken om ‘vertrouwen te winnen bij de lokale bevolking’ en om de ‘visie voor Gaza’ van de Amerikaanse president Donald Trump te vergemakkelijken.”
Reuters voegde eraan toe dat het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken weigerde commentaar te geven op het voorstel, waarbij een hoge regeringsfunctionaris ontkende dat er iets dergelijks wordt overwogen en beweerde dat “er op geen enkele manier middelen worden gericht op dat doel.”
Deze week diende het in New York gevestigde Center for Constitutional Rights een Freedom of Information Act verzoek in voor documenten met betrekking tot de goedkeuring door het State Department van $30 miljoen aan financiering voor de Gaza Humanitarian Foundation. In haar FOIA-verzoek zegt de grote burgerrechtengroep dat ze op zoek is naar documenten die zouden kunnen onthullen of GHF ook werd opgericht om het etnische zuiveringsplan “Gaza Riviera” van president Trump te bevorderen.
Het Center for Constitutional Rights zegt dat het zich eerder heeft aangesloten bij andere mensenrechten- en juridische organisaties “in het waarschuwen dat individuen en entiteiten die betrokken zijn bij GHF wettelijk aansprakelijk kunnen worden gesteld voor medeplichtigheid aan oorlogsmisdaden, misdaden tegen de menselijkheid en genocide.” Tegelijkertijd onthulde een deze week door de Financial Times gepubliceerd onderzoek dat de Boston Consulting Group, een groot bedrijfsadviesbureau, “hielp bij de oprichting” van de Gaza Humanitarian Foundation.
Het bedrijf “maakte ook een model van de kosten van het ‘verhuizen’ van Palestijnen uit Gaza en sloot een miljoenencontract om te helpen bij het opzetten van een hulpprogramma voor de verwoeste enclave”, voegde de Financial Times eraan toe.
Volgens het onderzoek bouwde het team van de firma “ook een financieel model voor de naoorlogse wederopbouw van Gaza, dat kostenramingen bevatte voor het verhuizen van honderdduizenden Palestijnen uit de strook en de economische impact van zo’n massale verplaatsing. Eén scenario schatte dat meer dan 500.000 [Palestijnen in Gaza] de enclave zouden verlaten met ‘verhuispakketten’ ter waarde van $9.000 per persoon, of ongeveer $5 miljard in totaal.”
De internationale hulpgroep Save the Children zei dat het de banden met de Boston Consulting Group al had verbroken, maar noemde de rol van het bedrijf in Gaza deze week “volstrekt onaanvaardbaar”.
Pasgeborenen sterven van de honger
Terwijl er dagelijks mensen worden gedood op deze door de VS bemande killing fields die zich voordoen als zogenaamde hulpposten, en terwijl duizenden tonnen aan voedsel, medicijnen, brandstof en voorraden vastzitten aan de andere kant van Israëlische controleposten, slechts enkele kilometers verderop, sterven Palestijnse kinderen van de honger en aan te voorkomen en te behandelen ziekten in ziekenhuizen die snel sluiten.
Op 5 juli verklaarde Dr. Ahmad al-Farra, hoofd kindergeneeskunde en kraamzorg van het Nasser Medical Complex in Khan Younis, dat de voorraad verrijkte en gespecialiseerde voeding voor premature of ondervoede pasgeborenen ernstig laag is. Hij werd opgenomen op de neonatale intensive care door journalist Bara Lafi.
De ziekenhuisdirectie waarschuwde op 9 juli dat de brandstofvoorraden van Nasser op waren en dat het ziekenhuis “cruciale en laatste uren” inging. “Nu de brandstofteller bijna op nul staat, zijn artsen de strijd aangegaan om levens te redden in een race tegen de tijd, de dood en de duisternis”, aldus de verklaring. “Ze werken in operatiekamers zonder airconditioning, in de kokende hitte, hun gezichten zweten, hun lichamen zijn vermoeid [van] honger en vermoeidheid. Maar hun ogen branden nog steeds van hoop en vastberadenheid.”
“Medische teams vechten tot hun laatste ademtocht. Ze hebben alleen hun geweten en hoop in degenen die de oproep horen: red het Nasser Medisch Complex voordat het verandert in een stil kerkhof voor patiënten die gered hadden kunnen worden.”
Journalist Abdal Qader Sabbah deed ook op 9 juli verslag vanuit het Al-Helou International Hospital, waar het brandstoftekort als gevolg van de totale Israëlische blokkade het leven bedreigt van premature pasgeborenen, wier couveuses elektriciteit nodig hebben.
Dr. Munir al-Bursh, directeur van het Palestijnse ministerie van Volksgezondheid in Gaza, verklaarde dat het Al-Shifa Ziekenhuis in Gaza-Stad ook te kampen heeft met stroomuitval als gevolg van het brandstoftekort.
Hij zei op dinsdag 8 juli: “We herhalen wat we al eerder hebben gezegd: wanneer ziekenhuizen geen brandstof krijgen, stopt de beademing voor een te vroeg geboren baby die in stilte stikt. Een patiënt op de intensive care verliest plotseling zijn hartslag en niemand kan hem redden. Een gewonde jongeman bloedt op het wachtbed terwijl er geen operatiekamer open is.”
Dr. Muhammad Abu Salmiya, directeur van het Al-Shifa Ziekenhuis, meldde dat 13 patiënten op de intensive care, voornamelijk beademd, ongeveer 100 baby’s in couveuses en 350 patiënten die afhankelijk zijn van nierdialyse, momenteel een ernstig risico lopen vanwege het ernstige brandstoftekort, aldus de Verenigde Naties. “Hij benadrukte dat het ziekenhuis al overspoeld wordt met honderden gewonden en geen operaties meer kan uitvoeren.”
“Operatiekamers zullen sluiten en we zullen de grote toestroom van gewonden niet meer kunnen behandelen. Onze zuurstofstations zullen ook niet meer functioneren, en een ziekenhuis zonder zuurstof is geen ziekenhuis meer,” zei hij.
Het Al-Aqsa Martelaren Ziekenhuis in Deir al-Balah maakte op 7 juli bekend dat de hoofdgenerator van het ziekenhuis kapot was en dat er geen reserveonderdelen meer beschikbaar waren voor onderhoud. Door het brandstoftekort lopen de levens van honderden patiënten gevaar.
Ondertussen neemt het aantal gevallen van meningitis toe, vooral bij kinderen, aldus lokale zorgverleners en internationale hulporganisaties.
Dr. Ahmed al-Farra van het Nasser Medical Complex meldde bijna 40 gevallen van nieuw opgenomen virale en bacteriële meningitis binnen een week. Al Jazeera meldde dat de kinderafdeling van het Al-Rantisi Kinderziekenhuis in Gaza-Stad de afgelopen weken honderden gevallen heeft geregistreerd.
Ziekenhuizen die nog open zijn, worden overspoeld met volle bedden en een ernstig tekort aan essentiële antibiotica. “Er is geen plaats in de ziekenhuizen”, aldus Dr. Mohammed Abu Mughaisib, adjunct medisch coördinator van Artsen zonder Grenzen in Gaza. “Er is geen ruimte om te isoleren.”
Biochemische meningitis die via de lucht wordt overgedragen en levensbedreigend is, kan zich volgens de Wereldgezondheidsorganisatie verspreiden in overvolle tenten. Virale meningitis, hoewel minder ernstig, kan zich gemakkelijk verspreiden in opvangcentra met slechte sanitaire voorzieningen.
Het humanitaire bureau van de Verenigde Naties waarschuwde op 9 juli dat “in het noorden van Gaza 10 waterputten zijn stilgevallen vanwege het brandstoftekort. Nog eens 25 putten die slechts gedeeltelijk functioneren, zouden binnenkort ook kunnen sluiten. Kortere pompuren, verminderde waterproductie en beperkte afvalinzameling vormen een voedingsbodem voor de verspreiding van ziekten – vooral onder kwetsbare mensen, waaronder kinderen, ouderen en zwangere vrouwen.”
Israël doodt kind op de Westelijke Jordaanoever
Op 6 juli schoten Israëlische troepen een 14-jarige Palestijnse jongen neer in de noordelijke stad Nablus, die zich op de bezette Westelijke Jordaanoever bevond. Het kind, Eyad Abdul-Muati Eyad Shalakhti, bezweek aan zijn verwondingen en overleed op 9 juli, aldus Defense for Children International-Palestine.
De groep zegt dat Eyad met twee vrienden op een heuvel in het vluchtelingenkamp Askar was toen een Israëlische militaire operatie begon. “Na hun terugtrekking stopten de militaire voertuigen onderaan de heuvel en schoten ze ongeveer zeven kogels op de kinderen af vanaf een afstand van ongeveer 20 tot 40 meter”, aldus de groep. “Hij bleef ongeveer 15 minuten bloedend op de grond liggen. Toen zijn vrienden hem probeerden op te tillen, werden ze opnieuw beschoten met ongeveer 20 kogels. De twee kinderen raakten gewond, één aan zijn rechterhand en de ander aan zijn voet.” Artsen stelden vast dat Emad “meerdere schotwonden had opgelopen in zijn rechterflank, rechtervoet en buik, en granaatscherven in beide handen.”
Volgens documentatie verzameld door DCIP hebben Israëlische troepen in 2025 32 Palestijnse kinderen gedood op de Westelijke Jordaanoever. Sinds 7 oktober 2023 zijn zo’n 206 Palestijnse kinderen gedood door Israëlische troepen en kolonisten op de Westelijke Jordaanoever, aldus de organisatie.
De Verenigde Naties meldden dat Israëlische troepen op 7 juli twee Palestijnse mannen doodschoten, eveneens in het gouvernement Nablus, tijdens een inval in een huis en de overgave eisten van een man die door het Israëlische leger werd gezocht. Volgens ooggetuigen opende de schoonvader van de man de deur en werd hij neergeschoten. “Een buurman en een familielid die de gewonde man probeerden te helpen, werden ook doodgeschoten. Volgens ooggetuigen openden Israëlische troepen vervolgens het vuur, stuurden een drone het huis binnen en dwongen een andere Palestijn het huis binnen te gaan om naar verluidt de gezochte Palestijn te vinden, die later dood buiten het huis werd aangetroffen. Zijn lichaam werd door Israëlische troepen achtergehouden”, aldus de VN.
Ondertussen blijven de sloopacties op de Westelijke Jordaanoever in een stroomversnelling raken. Het persbureau Wafa meldde dat Israëlische troepen grootschalige sloopacties uitvoerden in Ramallah, Jeruzalem en Nablus, waarbij op 9 juli minstens acht huizen en twee agrarische gebouwen werden verwoest.
Ook in de vluchtelingenkampen Tulkarm en Nur Shams vinden sloopwerkzaamheden plaats. Ondanks een recent bevel van het Israëlische Hooggerechtshof, waardoor sloopbevelen tijdelijk werden opgeschort, zegt de VN dat Israël op 7 juli is begonnen met de vernietiging van Palestijnse huizen in de twee kampen. Het ging daarbij om 104 woongebouwen in het kamp Tulkarm. In het kamp Nur Shams meldden bewoners in de buurt van het kamp dat een gebouw door Israëlische troepen in brand was gestoken, aldus de VN.
Veerkracht benadrukken
Tot slot wilden we, zoals altijd, mensen in het zonnetje zetten die vreugde, vastberadenheid en veerkracht uitstralen in Palestina en de rest van de wereld. De breakdancecrew van Camps Breakerz in Gaza geeft regelmatig dans- en kunstlessen voor kinderen en deze week organiseerden ze breakdancewedstrijden met een aantal van hun leerlingen.
Door middel van evacuaties drijft Israël de Palestijnen onophoudelijk en op onvoorspelbare wijze richting een concentratiekamp in het zuiden van de Gazastrook, blijkt uit onderzoek van De Correspondent en Forensic Architecture. In dat kamp – waar de enige voedselpunten te vinden zijn – worden de Palestijnen aan onmenselijke omstandigheden onderworpen. Zo kan Israël heel Gaza innemen.
Onder de verwoesting van Gaza en de massaslachting van de Palestijnen schuilt een kille, berekenende strategie van Israël.* Israël jaagt de Palestijnen met ‘evacuatiebevelen’ – die kracht worden bijgezet door bombardementen, grondinvasies en uithongering – naar een concentratiekamp* in het zuidwesten van de Gazastrook. Daar worden de Palestijnen opgesloten en onderworpen aan onmenselijke omstandigheden. Op die manier kan Israël de volledige controle uitoefenen over de overlevers. En staat niemand Israël meer in de weg om zich Gaza toe te eigenen.
Dat blijkt uit een data-analyse van academisch onderzoeksbureau Forensic Architecture,* verbonden aan de universiteit van Londen, en aanvullend eigen dataonderzoek van De Correspondent. Forensic Architecture,* dat mensenrechtenschendingen op bouwkundige wijze onderzoekt, verzamelde en analyseerde vanaf het begin van de militaire aanval in oktober 2023 een jaar lang alle ‘evacuatiebevelen’ van Israël.
De Correspondent bouwde voort op dit onderzoek door Israëlische ‘evacuatiebevelen’, gelekte militaire plannen, uitspraken gedaan door Israëlische leiders en verslaglegging uit Gaza tussen 25 oktober 2024 en 13 juni 2025 te analyseren en in kaart te brengen.
Als je de onderzoeken van Forensic Architecture en De Correspondent bundelt, zie je dat Israël de genocide in Gaza aan het voltooien is. De strategie: ‘evacueren’, aanvallen, concentreren, opsluiten en controleren.
De verwoesting in de omgeving van Ohood Nassers huis (foto Ohood Nasser)
Op 14 mei werd ik om 7 uur ’s ochtends wakker en begon ik me klaar te maken voor een dag werken. Mijn plan was om naar een onderwijstent te gaan in het vluchtelingenkamp Jabaliya, in het noorden van Gaza. Ik had daar sinds februari lesgegeven. De tent diende als school voor 120 jongens en meisjes.
Voordat ik vertrok, vroeg ik mijn moeder wat ze voor de lunch zou klaarmaken. Met haar warme en tedere stem antwoordde ze. “Ik zal dawali [gevulde druivenbladeren] voor je maken.” “Dank je, mam,” zei ik terwijl ik haar stevig omhelsde. “Dat is mijn lievelingseten.”
De ingrediënten voor zo’n gerecht zijn bijna onmogelijk te vinden in Gaza, waar voedsel schaars is en de prijzen exorbitant hoog. Er zijn acht mensen in mijn gezin. Het kost meer dan 60 dollar om dawali voor ons allemaal te maken.
Toen ik bij de onderwijstent aankwam, voelde ik een sterk enthousiasme van mijn leerlingen toen ze zeiden: “Goedemorgen, juf!”. Ik vertelde hen dat ik een verhalenwedstrijd organiseerde. De kinderen zouden worden aangemoedigd om persoonlijke verhalen te schrijven over hun ervaringen tijdens de oorlog. De beste schrijvers zouden een prijs krijgen.
Om 11 uur ’s ochtends kreeg ik bezoek van een opzichter van het Gazaanse ministerie van Onderwijs. Ik vertelde hem over mijn wens om de onderwijstent uit te breiden, zodat we leerlingen uit de vijfde en zesde klas les konden geven. De supervisor stond helemaal achter het idee.
Dus hing ik een bord op bij de ingang van de tent, waarop stond dat nieuwe studenten welkom waren.
Tegen 13.00 uur was ik weer thuis, waar ik begon met het bekijken van opnames van colleges op de universiteit. Ik moest opgenomen colleges bekijken omdat ik mijn colleges aan de universiteit niet meer fysiek kon bijwonen sinds Israël in oktober 2023 zijn genocidale oorlog tegen Gaza verklaarde. Ik maakte aantekeningen terwijl ik naar de colleges keek en probeerde op te letten. Toch was mijn geest verstrooid. Het trauma dat we doormaken maakt concentreren erg moeilijk.
Chaos
Om 16.00 uur werd mijn gedachtegang onderbroken door mijn oudere broer, Uday. In paniek zei hij dat ik onmiddellijk ons huis moest verlaten en alleen mijn tas met essentiële documenten moest meenemen. Plotseling hoorden we geschreeuw. Er heerste een algemene chaos. Ik zag mensen schreeuwend over puin rennen. Ik vroeg een man wat er aan de hand was. Hij vertelde me dat de Israëlische strijdkrachten hadden gewaarschuwd dat een huis op minder dan 20 meter van het onze binnen enkele minuten gebombardeerd zou worden.
Ik ontmoette mijn moeder en zussen in een nabijgelegen kamp. “Schiet op,” zei mijn moeder. We hielden elkaars hand vast en renden naar het huis van mijn zus, dat ongeveer 80 meter verderop ligt. Ik liet mijn tas op de grond vallen en barstte in tranen uit. Het voelde alsof de angst me zou doden.
Ik belde mijn vader, die aan het werk was, om hem te waarschuwen niet naar huis terug te keren. Ik vertelde hem dat we veilig waren in het huis van mijn zus. Een uur later kwam mijn vader aan. Hij vertelde ons dat we de nacht bij mijn zus zouden doorbrengen en de volgende dag zouden proberen een woning te huren in West-Gaza.
Terwijl we bespraken wat we moesten inpakken en hoe we ons moesten voorbereiden op de verplaatsing, hoorden we buren schreeuwen dat het huis naast ons een waarschuwing had gekregen. Opnieuw moesten we snel evacueren. We renden naar buiten, richting het huis van mijn tante in Beit Lahiya. Het ligt ongeveer 600 meter van waar mijn zus woont. Na ongeveer 150 meter lopen werden we overweldigd door angst. De lucht was gevuld met drones en andere oorlogsvliegtuigen. Dus keerden we om en gingen we naar het Al-Awda ziekenhuis. Eenmaal bij het ziekenhuis aangekomen, gingen we buiten op de grond zitten.
Het was inmiddels 10 uur ’s avonds. We hadden sinds het ontbijt niets meer gegeten. Mijn broer Uday nam een enorm risico en ging terug naar ons huis om eten te halen. Daarna kwam hij naar het ziekenhuis met een pot dawali. Toen ik hem zag, voelde het alsof mijn hart weer begon te kloppen. Uday had een stoel geleend van een buurman zodat hij de maaltijd kon serveren.
Weer op de vlucht
Net toen we begonnen te eten, werd een nabijgelegen huis gebombardeerd. Scherven vlogen langs ons heen. We moesten opnieuw vluchten – deze keer naar het huis van mijn tante in Beit Lahiya. Mijn tante barstte in tranen uit toen ze ons zag. We konden de angst op haar gezicht zien. Ze had van een ontheemd familielid gehoord dat ons gebied zwaar was aangevallen. “Ik heb jullie vaak proberen te bellen,” zei mijn tante. “Maar het signaal viel steeds weg.”
Die nacht viel ik in een diepe slaap zodra mijn hoofd het kussen raakte. De volgende ochtend werd ik wakker door de zachte stem van mijn moeder. Mijn moeder vertelde me dat we terug moesten gaan naar het huis van mijn zus.
Om 8 uur ’s ochtends kwamen we daar aan en aten we een eenvoudig ontbijt van favabonen, tijm en wat brood. We besloten terug te gaan naar ons huis om wat eerste levensbehoeften op te halen – kleding, eten en beddengoed. Ondertussen ging mijn vader op zoek naar een verblijfplaats in West-Gaza.
Mijn telefoon ging zodra we weer bij ons huis waren. Toen ik zag dat het een “privé-nummer” was, zonk mijn hart. Ik wist dat het het Israëlische leger moest zijn. Ik nam aarzelend op. De man aan de andere lijn sprak Hebreeuws en mijn angst werd bevestigd. Ik kon de situatie niet verdragen, dus gaf ik de telefoon aan mijn moeder. De beller vroeg om met een man te spreken, dus gaf ik de telefoon aan mijn broer.
De Israëlische soldaat die ons belde zei dat ons huis binnen 10 minuten gebombardeerd zou worden. Als we niet onmiddellijk zouden vertrekken, zouden we onder het puin bedolven worden, waarschuwde hij. We renden naar buiten en brachten buren op de hoogte van de waarschuwing.
Het Israëlische leger belde nog een keer terwijl we ons naar het huis van mijn zussen haastten. Ik gaf de telefoon aan een buurman en smeekte hem om met de soldaat te spreken. Daarna haastte ik me terug naar mijn huis om er zeker van te zijn dat mijn moeder en broer geëvacueerd waren. “Het leger heeft weer gebeld,” zei ik tegen mijn moeder. “Waar zijn mijn zusjes?”
In mijn paniek was ik vergeten dat ze al naar het huis van onze oudere zus waren gegaan. Mijn moeder legde haar hand op mijn schouder en herinnerde me eraan dat ze veilig waren. We probeerden vervoer te vinden, maar dat was er niet. Mijn voeten deden pijn en mijn hart ging tekeer.
Ik speurde de omgeving af om te zien of ik een journalist kon vinden. Iemand die kon documenteren wat we meemaakten. Het voelt alsof Israël probeert te voorkomen dat de wereld van onze benarde situatie op de hoogte is. Zoveel journalisten in het noorden van Gaza zijn vermoord. Dappere verslaggevers zoals Ismail al-Ghoul en Hossam Shabat.
Een Israëlische soldaat belde weer. Mijn broer nam het gesprek aan. De soldaat beval hem terug te gaan naar ons huis om er zeker van te zijn dat het leeg was en vervolgens 300 meter verder te lopen om getuige te zijn van de vernietiging ervan. Toen de raket insloeg, vlogen de granaatscherven gevaarlijk dicht langs mijn broer. We waren nog steeds in het huis van mijn zus toen de raket ons eigen huis raakte.
We konden de explosie horen. We zagen zwarte rook opstijgen. We waren er kapot van. De wetenschap dat het leger mijn broer had opgedragen om van dichtbij toe te kijken, maakte een afschuwelijke ervaring nog erger. Minder dan een uur later gaven de Israëli’s een waarschuwing dat ze het huis naast dat van mijn zus als doelwit hadden. We moesten opnieuw vluchten. We konden nergens heen.
We slaagden erin een voertuig te vinden dat ons naar West-Gaza bracht. Daar aangekomen moesten we op straat wachten tot mijn vader een tijdelijk onderkomen voor ons had gevonden.
Twee dagen nadat we naar het westen van Gaza waren verhuisd, vertelde een buurman me dat de onderwijstent waar ik werkte tot de grond was afgebrand omdat Israël het gebied opnieuw had gebombardeerd. De onderwijstent was mijn toevluchtsoord geweest. Ik had er enorm veel tijd en energie in gestoken.
Nu is hij tot as gereduceerd.
Ohood Nassar is een schrijfster die momenteel haar studie onderwijskunde in Gaza afrondt.