Een van de positieve kanten van de koude winters in Gaza is de wetenschap dat het aardbeienseizoen in december eraan komt.
In de hele Gazastrook is de stad Beit Lahia in de het noorden beroemd geworden om zijn zoete en sappige aardbeien. Beit Lahia is ideaal om aardbeien te telen vanwege het warme klimaat in de winter, de zeer vruchtbare grond en het kwaliteitswater dat wordt gebruikt voor irrigatie. Tijdens de oogst vertelt de eigenaar van een van de aardbeienkwekerijen, Akram Abu Khoosa, dat de gemiddelde opbrengst per hectare onder ideale omstandigheden ongeveer 3 ton is.
Aardbeien worden door de meeste boeren in de stad Beit Lahia als de belangrijkste vrucht beschouwd. In de afgelopen jaren zijn boeren, zoals elke andere persoon die in de Gazastrook is opgesloten, onderworpen aan de wrede realiteit van de belegering. Hun onvermogen om hun product buiten de belegerde Gazastrook te exporteren, doet hen enorm pijn, aangezien boeren gedwongen worden de aardbei tegen zeer lage prijzen te verkopen, aangezien de inwoners van Gaza niet over de financiële middelen beschikken om aardbeien te kopen tegen winstgevende prijzen voor boeren; een dilemma. Dergelijke omstandigheden van belegering en financiële beperkingen verzwakken de bedrijven en hebben een slechte invloed op de landbouwsector en de economie in het algemeen.
Hun geluk is dit jaar echter omgeslagen, aangezien de boeren toestemming hebben gekregen van de Israëlische autoriteiten om hun oogst vroeg in het seizoen te exporteren naar markten op de Westelijke Jordaanoever en Israël. Door de export, kunnen ze de aardbeien tegen een veel hogere prijs verkopen, waardoor de boeren en arbeiders goed worden gecompenseerd, wat op zijn beurt de landbouwsector van de stad Beit Lahia een boost geeft.
De problemen waarmee boeren worden geconfronteerd tijdens het aardbeienseizoen, en binnen de landbouwsector als geheel, zijn een microkosmos van de strijd van de mensen in Gaza. Het beleg is verlammend en heeft veel menselijke en economische gevolgen. Een kapotte economie, lege zakken en heel weinig inkomen werken samen om de koopkracht van de mensen in de Gazastrook te vernietigen en het vervoer van producten te belemmeren. Ze worden overgelaten om niets anders te doen dan hun realiteit te overdenken en hun verliezen te accepteren. Terwijl het beleg voortduurt, doet de menselijke crisis dat ook, het vreet aan alles. Als het geen aardbeien zijn, dan zijn het citrusvruchten en als het geen landbouw is, dan zijn het industriële producten.
Mahmoud Nasser
Mahmoud Nasser is een documentaire/straatfotograaf, geboren en getogen in Gaza-stad. Hij had het geluk om met zijn gezin Gaza te verlaten en naar Canada te gaan in 2008, maar nog meer geluk om in 2021 terug te zijn in nog slechtere tijden na bijna 13 jaar in het buitenland te hebben gewoond. Door zijn liefde voor fotografie is hij teruggekeerd naar een plek waar velen letterlijk hun leven wagen voor elke cent.
Begin december was Mohammed Azaiza in Groningen op bezoek. Hij is medewerker van Gisha een Israelische mensenrechtenorganisatie die opkomt voor de rechten van de Gazaanse bevolking. Voor zijn verhaal zie het interview in ons december nummer van de Jabalya nieuwsbrief. Hij vertelde o.a over het Green girls project waarbij een aantal vrouwen het initiatief hebben genomen om groenten te verbouwen. Hieronder een filmpje met hun verhaal.
Maak kennis met de Green Girls – Aseel Alnajjar, Ghaidaa Qudaih en Nadin Rock, drie jonge vrouwen uit Khuza’a, in de Gazastrook, die eind 2020 een onafhankelijke landbouwonderneming begonnen. Toen ze afstudeerden aan de universiteit werden zij geconfronteerd met een arbeidsmarkt waar 80 procent van de vrouwen onder de 30 jaar werkloos is, dus bedachten zij iets anders. Zij zamelden een eerste bedrag in, huurden een klein stuk land in het oosten van de Gazastrook en gingen aan de slag.
De vrouwen stonden voor talloze uitdagingen als gevolg van de door Israël afgedwongen blokkade, die reizen blokkeert, de toegang tot cruciale materialen beperkt en de uitvoer van producten beperkt. Ondanks deze ontberingen geloven Aseel, Ghaidaa en Nadin in het bedrijf dat ze hebben opgebouwd en hebben ze grote plannen voor de toekomst. Ze dromen van de dag waarop ze hun onderneming kunnen laten groeien en hun succes kunnen delen met andere vrouwen in de Gazastrook.
Voor u ligt het negenenveertigste nummer van de nieuwsbrief. We hebben een interview met Mohamed Azaiza een medewerker uit Gaza van Gisha een israelische mensenrechtenorganisatie die i.h.k.v Shelter City drie maanden in nederland was. Verder een vertaald artikel van Ali Abuninah die de militaire samenwerking tussen nederland en Israel aankaart. Zelfs het geweld in mei is voor nederland geen aanleiding geweest om af te zien van een nauwere samenwerking tussen beide legers. Over dat geweld hebben we een getuigenis vertaald die B’Tselem heeft verzameld onder de naam wordsfailus. Verder een verhaal over de don’t buy into occupation campagne naar aanleiding van een rapport over de betrokkenheid van europese bedrijven bij de bezetting van de Westbank. En die betrokkenheid gaat helaas ver. De bijdrage van het Gaza Center for Media Freedom gaat over het fenomeen influencer dat ook in Gaza opbloeit. En een column van Jan Keulen over de nieuwe muur die Israel heeft gebouwd op de grens met Gaza. Kost wel wat (1 miljard dollar) maar dan heb je ook wat: veiligheid. Tenminste dat denken ze aan Israelische kant. Voor de gazanen is het meer van hetzelfde: gevangenschap zonder einde.
Amnesty International organiseert ook dit jaar weer de schrijfmarathon Write for Rights. Er zijn 10 mensen geselecteerd waarvoor je kan schrijven zowel naar hen zelf als naar de verantwoordelijke autoriteiten. Eén van hen is de Palestijnse activiste Janna Jihad. Zij wil een gewone jeugd. Maar de Palestijnse tiener woont op de door Israël bezette Westelijke Jordaanoever, waar ze systematisch wordt gediscrimineerd. Al op haar zevende begon ze het geweld van het Israëlische leger in haar dorp vast te leggen. Haar journalistiek levert haar ongewenste aandacht op. Ze wordt lastiggevallen en met de dood bedreigd. We vragen de Israëlische autoriteiten Janna en de andere Palestijnse kinderen te beschermen tegen discriminatie en geweld. zie hieronder het filmpje over haar leven in bezet gebied
Maatschappelijke organisaties en personen die zich inzetten voor de rechten van de Palestijnen worden in Nederland structureel tegengewerkt, belasterd en zelfs bedreigd. Dat blijkt uit een vandaag verschenen rapport van het European Legal Support Center.
Een cultureel festival dat halverwege moet worden afgelast omdat de organisatoren haat en bedreigingen over zich krijgen uitgestort. Een activiste wier accounts worden gehackt met de mededeling dat zij zal worden ‘gescalpeerd’. Een doorgesneden remkabel van een auto, die een gezin het leven had kunnen kosten. Het zijn voorbeelden van methodes waarmee personen en organisaties in Nederland te maken krijgen die aandacht vragen voor de rechten van de Palestijnen en hun onderdrukking door Israël. Een vandaag verschenen rapport biedt inzicht in die methodes.
Actieve tegenwerking
Dat pro-Palestijns activisme kan rekenen op actieve tegenwerking is bekend. Talloze organisaties, media en personen in binnen- en buitenland kregen ermee te maken, zoals door ons frequent beschreven. Het rapport geeft voor het eerst een indruk van de schaal waarop die tegenwerking in Nederland plaatsvindt.
De bevindingen van het rapport zijn gebaseerd op onderzoek naar 76 incidenten tussen 2015 en 2020 waarbij pro-Palestijns activisme werd tegengewerkt. Het werd uitgevoerd door het European Legal Support Center (ELSC), een in Amsterdam gevestigde organisatie die deze trend in een aantal Europese landen monitort en slachtoffers bijstaat met juridische hulp.
Het werkelijke aantal incidenten ligt hoger dan 76. ELSC documenteert uitsluitend incidenten die door benadeelde organisaties of personen worden gemeld. Die procedure bestaat pas ruim een jaar en is nog niet algemeen bekend. Daarnaast werd ELSC geconfronteerd met incidenten die onvoldoende konden worden gedocumenteerd, en daarom niet in de cijfers zijn opgenomen.
Twee hoge Israëlische militaire functionarissen moeten zich voor hun daden verantwoorden voor een rechtbank, hoorden de Nederlandse rechters in Den Haag donderdag. Mensenrechtenadvocaat Liesbeth Zegveld vertelde het hof van beroep dat een lagere rechtbank ten onrechte had genegeerd dat voor er haar cliënt Ismail Ziada geen andere manier was om gerechtigheid te zoeken. Ziada, een Palestijns-Nederlandse burger, heeft Benny Gantz, destijds de Israëlische legerchef, en Amir Eshel, de toenmalige luchtmachtchef, aangeklaagd voor het besluit om het huis van zijn familie te bombarderen tijdens de Israëlische aanval op Gaza in 2014.
Gantz en Eshel tijdens de oorlog tegen Gaza
Gantz is momenteel de Israëlische minister van Defensie en vicepremier. In een civiele rechtszaak eist Ziada honderdduizenden dollars schadevergoeding van de Israëlische commandanten. De Israëlische aanval reduceerde het drie verdiepingen tellende gebouw in het vluchtelingenkamp al-Bureij tot puin. Het doodde Ziada’s 70-jarige moeder Muftia, zijn broers Jamil, Yousif en Omar, schoonzus Bayan en zijn 12-jarige neef Shaban, evenals een zevende persoon die bij de familie op bezoek was.
Maar in januari 2020 sloot de rechtbank in Den Haag de deur voor Ziada door Gantz en Eshel “functionele immuniteit” te verlenen op grond van het feit dat ze bij het plegen van hun vermeende misdaden in een officiële hoedanigheid handelden. Die beslissing druist in tegen tientallen jaren jurisprudentie na de processen van Neurenberg tegen nazi-oorlogsmisdadigers dat degenen die de zwaarste misdrijven plegen, waaronder oorlogsmisdaden, misdaden tegen de menselijkheid en genocide, zich niet kunnen verschuilen achter het excuus dat ze handelden in een officiële hoedanigheid of gewoon orders opvolgden.
Geen andere weg naar gerechtigheid
De hoorzitting van donderdag maakte deel uit van Ziada’s beroep tegen die uitspraak van de lagere rechtbank. De hoorzitting vond plaats in een bijna lege zaal. Slechts 13 mensen, waaronder deze schrijver, mochten aanwezig zijn. Vele anderen waren teleurgesteld dat ze hun solidariteit met Ziada niet konden uiten door hun aanwezigheid.
Zegveld, die in Nederland bekend staat om het vertegenwoordigen van slachtoffers van mensenrechtenschendingen, vertelde de rechters ook dat “Israël een apartheidsregime tegen Palestijnen handhaaft.” Daarom is de Nederlandse rechter de enige haalbare optie voor Ziada om gerechtigheid te krijgen. Zegveld bepleitte dat het verlenen van immuniteit aan de twee Israëlische militaire commandanten. niet gerechtvaardigd is. Ze merkte op dat het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in 2010 oordeelde dat “in gevallen waarin de toepassing van staatsimmuniteit de uitoefening van het recht op toegang tot een rechtbank beperkt, de rechtbank moet nagaan of de omstandigheden van het geval een dergelijke beperking rechtvaardigen.” Zegveld betoogde dat Israël de Palestijnen in Gaza de toegang tot de rechter volledig heeft ontzegd door de kust enclave tot een “vijandige entiteit” te verklaren en haar inwoners tot “vijandige onderdanen.” De Israëlische wet verbiedt ‘vijandige’ burgers om schadeclaims tegen de staat in te dienen bij Israëlische rechtbanken.
In reactie daarop herhaalden de advocaten van Gantz en Eshel hun argument dat, omdat hun cliënten namens de staat hadden gehandeld, hun daden werden beschermd door functionele immuniteit. Na het gedegen geformuleerde pleidooi van Zegveld maakten de advocaten van Gantz en Eshel geen sterke indruk.
Aan het einde van de zitting boden de rechters Ziada het woord. “Ik had nooit gedacht dat mijn intentie om gerechtigheid te zoeken zou worden gedwarsboomd door de oorlogsmisdadigers functionele immuniteit te bieden”, zei hij tegen de rechtbank.
Eerder deze week besprak een online panel de historische poging van Ziada om Israëlische commandanten ter verantwoording te roepen. Issam Younis, directeur van de in Gaza gevestigde mensenrechtengroep Al Mezan, onderstreepte het vernietigende effect van straffeloosheid. De vier grote aanvallen van Israël op Gaza sinds 2008 tonen aan dat “het ergste nog moet komen”, tenzij de internationale gemeenschap serieus werk maakt van aansprakelijkheid, zei Younis.
“Het is echt een mission impossible voor slachtoffers om gerechtigheid te krijgen via het Israëlische rechtssysteem”, verklaarde Younis, nadat hij de talloze obstakels had uitgelegd die Israël oplegt aan Palestijnen in Gaza die toegang willen krijgen tot zijn rechtbanken. Daarom zouden nationale rechtbanken in andere landen een rechtsgang moeten bieden aan slachtoffers van ernstige internationale misdrijven, zei Younis.
Rechtshoogleraar Cedric Ryngaert van de Universiteit Utrecht merkte op dat het Nederlandse recht “een noodzakelijk forum biedt” om “rechtsweigering te voorkomen” wanneer een zaak nergens anders kan worden behandeld en voldoende is gekoppeld aan de Nederlandse jurisdictie. Het Nederlandse staatsburgerschap van Ziada biedt mogelijk een dergelijke link, zei Ryngaert. Hij voegde eraan toe dat de Nederlandse lagere rechter in zijn immuniteitsvonnis de noodzaak van aansprakelijkheid voor internationale misdrijven over het hoofd had gezien. Individuen kunnen verantwoordelijk worden gehouden voor internationale misdrijven, niet alleen bij het Internationaal Strafhof, maar ook bij de nationale rechtbanken van andere staten.
Ziada’s slotwoorden aan de Nederlandse rechters op donderdag benadrukten dat zijn eis voor gerechtigheid niet alleen ging over het afleggen van verantwoording voor misdaden uit het verleden, maar ook om het voorkomen van verdere schendingen in de toekomst. “De misdaden stopten niet in 2014”, zei hij. “In mei, toen Israël Gaza opnieuw zwaar bombardeerde, vreesde ik dat ik een bericht zou krijgen dat mijn familie in gevaar was.” Ziada zei dat zijn nichtje tijdens de Israëlische aanval op Gaza eerder dit jaar haar huis op blote voeten en met twee jonge kinderen moest ontvluchten omdat het woongebouw ernaast was gebombardeerd. “Ze verloor haar ouders bij de bomaanslag op ons ouderlijk huis in 2014. Ik kan de misdaden niet stoppen’, zei Ziada. ‘U, edelachtbare, u kunt het stoppen. Laat me niet in de steek, laat de gerechtigheid niet in de steek.”
De rechters zullen naar verwachting op 7 december uitspraak doen.
Het 48ste nummer van de Jabalya nieuwsbrief is verschenen. Een zeer divers nummer met o.a aandacht voor de aanhoudende gezondheidscrisis in Gaza veroorzaakt door covid in combinatie met de schade die in mei is toegebracht en de blokkade die herstel zeer bemoeilijkt. Een verslag van het bezoek van de Palestijnse ambassadeur aan Groningen en een interview met de artistiek directeur van Theatre Days het theater in Gaza waar Groningen een samenwerking mee heeft. Verder ook een interview met Groningse activisten die al twintig jaar elke 2 weken een wake houden om het lot van de Palestijnen onder de aandacht te brengen.
Hoe de Israëlische blokkade de heropbouw van Gaza tegenhoudt
In mei raakten in Gaza duizenden gebouwen vernield of beschadigd door Israëlische luchtaanvallen, maar de heropbouw gaat tergend traag. En de blokkade gaat voort. Dat wil ook zeggen: slechts een beperkte toevoer aan broodnodige bouwmaterialen. ‘De cyclus van bombardementen, samen met de blokkade houden elke vorm van herstel tegen.’
Op 23 augustus verzamelden Palestijnse demonstranten zich voor het eerst sinds het staakt-het-vuren van mei weer bij het grenshek met Israël. Daar liep het al snel weer uit de hand. Israëlische soldaten verwondden tientallen demonstranten. Drie van hen, onder wie een kind, bezweken later aan hun verwondingen. Ook een Israëlische sluipschutter raakte zwaargewond en bezweek later aan zijn verwondingen. De demonstranten wilden de 52ste verjaardag van een aanslag op de Al-Aqsa moskee in Jeruzalem herdenken. Op 21 augustus 1969 stichtte een Australische christen fundamendalist er brand, vanuit de overtuiging dat het de terugkeer van Jezus op aarde zou versnellen.
Maar er was ook protest tegen de uiterst langzame heropbouw van Gaza, waarop gewacht wordt sinds de verwoestende oorlog van mei dit jaar. Die wordt belemmerd door de strenge Israëlische blokkade.
Rawan al-Jorf had nooit gedacht dat zij een sterke band met de oud zou krijgen. Toen de 22-jarige voor het eerst naar het Edward Said National Conservatory of Music in Gaza City ging, wilde ze piano leren spelen. Maar ze had geen geluk met de registratie. Daarna koos ze voor de oud, een traditioneel snaarinstrument uit het Midden-Oosten, vergelijkbaar met de luit. “Ik had problemen omdat ik linkshandig ben en met de rechterhand speelt. Dat was beperkend”, vertelt al-Jorf aan The Electronic Intifada.
Het Edward Said National Conservatory of Music werd in 1993 opgericht in de bezette stad Ramallah op de Westelijke Jordaanoever en opende later vestigingen in Nablus, Bethlehem Hebron, en ook in Gaza-stad. Het filiaal in Gaza heeft 125 studenten in de leeftijd van 7 tot 22 jaar, zegt Khamis Abu Shaban, een administratief medewerker van het conservatorium.
Israëls draconische blokkade van de kustenclave, nu in zijn 14e jaar, treft zowel studenten als instructeurs. Het maakt het voor studenten moeilijker om deel te nemen aan concerten in het buitenland en voor docenten om naar andere vestigingen te reizen. Ook het invoeren van muziekinstrumenten van buiten de Strip wordt bemoeilijkt door de blokkade. En de impact van de Israëlische blokkade op de economie beïnvloedt het vermogen van studenten om muziek te leren spelen. Met eén van de hoogste werkloosheidscijfers ter wereld en meer dan de helft van de bevolking die onder de armoedegrens leeft, is het voor gezinnen in Gaza moeilijk om muzieklessen voor hun kinderen te betalen. Mahmoud Abu Hamad, een 16-jarige student aan het conservatorium, leert de bokaaldrum te bespelen. “De bekertrommel kan een prachtig instrument zijn – terwijl ik het bespeelde, begon ik er van te houden”, vertelt hij aan The Electronic Intifada. “Ik heb nieuwe vrienden gemaakt en we jammen samen.”
Opmerking: de beelden in deze video zijn gemaakt vóór de 11-daagse bombardementencampagne van Israël op de Gazastrook in mei. Het Edward Said National Conservatory of Music werd niet beschadigd en geen van de geïnterviewden raakte gewond.
Israëlische bezettingstroepen hebben zaterdag tijdens protesten in de Gazastrook meer dan 40 Palestijnen verwond, onder wie ten minste 24 kinderen. Eén van de gewonden is fotojournalist Asem Muhammad Shehade, die in het gezicht werd geraakt door scherpe munitie. Een ander slachtoffer is een 13-jarige jongen die naar verluidt in kritieke toestand verkeert. Israëlische scherpschutters vuurden op de grens tussen Israël en Gaza met machinegeweren, scherpe munitie en met rubber beklede stalen kogels en traangasgranaten op Palestijnse burgers die zich vreedzaam hadden verzameld bij het oostelijke hek. Palestijnse arbeidersvakbonden en politieke groeperingen hadden opgeroepen tot de protesten in de buurt van de wijk al-Zaitoun in Gaza-stad om de 52e verjaardag te herdenken van de brandstichting in de al-Aqsa-moskee door een australische christelijke toerist en om te protesteren tegen de voortdurende belegering van Gaza door Israël.
Gewonde scherpschutter
Lokale media verspreidden beelden van een Israëlische scherpschutter die op Palestijnen schiet door een kleine opening in de door Israël gecontroleerde scheidingsmuur tussen de Gazastrook en Zuid-Israël. Palestijnen proberen met stokken en stenen het wapen van de soldaat neer te halen dat door de opening steekt. Vervolgens wordt een persoon gezien die de opening nadert, een pistool tevoorschijn haalt en door de opening in de muur op de scherpschutter schiet. Het Israëlische leger kondigde later aan dat de militair gewond was geraakt door een kogel in het hoofd, en identificeerde hem als sergeant Barel Hadaria Shmueli van de Israëlische grenspolitie. Shmueli werd overgevlogen naar het Soroka-ziekenhuis in Beersheva en verkeert in kritieke toestand.
Israël lanceerde vervolgens uit wraak luchtaanvallen op Gaza en beweerde vier wapenopslag- en productiefaciliteiten van Hamas als doelwit te hebben gehad. Er zijn geen aanwijzingen dat de persoon die de Israëlische scherpschutter neerschoot gelieerd is aan Hamas, en zijn identiteit wordt nog steeds niet gerapporteerd in de media. Het Israëlische leger heeft hem naar verluidt niet kunnen identificeren. Het Israëlische leger zei ook dat het meer troepen heeft ingezet langs het grenshek tussen Israël en Gaza.
De Israëlische premier Naftali Bennett zwoer snel om “met gelijke munt terug te betalen” – wraakretoriek die doet denken aan zijn voorgangers. Het Palestijnse recht op gewapend verzet tegen buitenlandse bezetting en kolonisatie is verankerd in het internationaal recht.
Qatarees contant geld
Dit komt op het moment dat Qatar op het punt staat om een overeenkomst met de Verenigde Naties te sluiten om geld over te maken aan gezinnen in Gaza die verpauperd zijn als gevolg van de Israëlische belegering en regelmatige militaire aanvallen. Israëlische functionarissen hadden eerder gesuggereerd dat Qatarese hulp niet in de vorm van contant geld in Gaza zou worden toegelaten, maar in de vorm van voedselbonnen en humanitaire hulp, zogenaamd om te voorkomen dat Hamas het geld in handen zou krijgen. Dagblad Haaretz zei dat het geld naar de VN zou worden gestuurd, voordat het zou worden overgemaakt via Palestijnse banken op de bezette Westelijke Jordaanoever, en vervolgens zou worden overgedragen aan banken in Gaza, die het vervolgens zouden verdelen onder families. Maar zelfs deze omweg kan niet garanderen dat deze tijdelijke hulp veilig kan worden aangeboden. Anonieme bronnen vertelden Haaretz dat bankdirecteuren vrezen dat er nog steeds juridische stappen tegen hen worden ondernomen, zelfs als het geld naar families in nood zou gaan, omdat de meesten van hen gelinkt worden aan Hamas. Deze logica is absurd – aangezien Hamas de politieke- en verzetsorganisatie is die in de Gazastrook regeert. Elke overheids- of openbare instelling binnen de kust enclave is er dus mee verbonden. Bovendien classificeert Israël vrijwel elke Palestijnse politieke organisatie als ‘terroristisch’
https://twitter.com/i/status/1429135204317270017
Blokkade aangescherpt
Drie maanden na de laatste aanval van Israël op Gaza zijn 250.000 mensen niet in staat geweest om huizen te repareren die beschadigd waren door de bombardementen, verklaarde Al Mezan, een mensenrechtengroepering in Gaza. Dit is te wijten aan de voortdurende “strenge beperkingen” van Israël op de binnenkomst van goederen in Gaza via Kerem Shalom, de door Israël gecontroleerde grensovergang voor goederen die de Strook binnenkomen en verlaten, volgens Gisha, een Israëlische mensenrechtengroep die toezicht houdt op de Israëlische belegering van de kustenclave. Die beperkingen veroorzaken “rampzalige resultaten” voor de Palestijnen in Gaza, aldus Gisha. De Israëlische autoriteiten “hebben de belegering strenger gemaakt dan vóór de agressie”, zei Al Mezan in mei. De beperkingen hebben geleid tot een ernstig tekort op de lokale markt van Gaza, wat heeft geleid tot een “absurde stijging van de prijzen van sommige grondstoffen”, aldus Al Mezan. Om ervoor te zorgen dat belangrijke sectoren operationeel blijven – zoals gezondheidszorg en onderwijs – moeten infrastructuur en apparatuur worden gerepareerd en vervangen, zegt Gisha.
Toen Israëls 11-daagse aanval op Gaza op 10 mei begon, sloot Israël alle grenzen met Gaza waardoor goederen en mensen niet konden binnenkomen of vertrekken, inclusief patiënten die zorg nodig hadden buiten Gaza. Twee patiënten stierven omdat ze Gaza niet konden verlaten voor medische zorg vanwege de sluiting van de grens door Israël, aldus Al Mezan. Op enkele uitzonderingen na heeft Israël beperkingen opgelegd aan de meeste soorten grondstoffen en uitrusting die nodig zijn voor fabrieken en werkplaatsen, waaronder bepaalde chemicaliën, hout, meubels en auto’s.
Op 13 augustus zei COGAT, de bureaucratische tak van de militaire bezetting van Israël, dat het de toegang van 1.000 handelaren uit Gaza naar Israël goedkeurde. Het addertje onder het gras is dat die vergunningen alleen worden afgegeven aan mensen die hersteld zijn van een coronavirus infectie of die zijn ingeënt. Maar slechts ongeveer 6,5 procent van de 2,1 miljoen inwoners van Gaza is ingeënt tegen COVID-19, aangezien Israël weigert vaccins aan de Palestijnen te verstrekken in strijd met zijn wettelijke verplichtingen als bezettende macht. COGAT kondigde ook aan dat het de export zou laten terugkeren naar het niveau van vóór de aanval van mei, en de import enigszins zou uitbreiden met transport- en communicatieapparatuur.
Collectieve straf
COGAT erkende ook expliciet dat de beperkingen van Israël in Gaza een vorm van collectieve bestraffing zijn door aan te kondigen dat elke versoepeling afhankelijk zou zijn van de vraag of Palestijnse facties zich verzetten tegen aanhoudend Israëlisch geweld. “Stabiliteit in veiligheid = civiele stappen.” Dit is de vergelijking die COGAT eerder deze maand zei te hebben toegepast op de tijdelijke opheffing van beperkingen voor inwoners van Gaza. Als Palestijnse verzetsbewegingen “beslissen om de rust te verstoren, zullen zij de verantwoordelijkheid dragen voor het verstoren van uw levensstijl en het annuleren van de stappen”, verklaarde COGAT. “Dit is in uw belang!” In ruil daarvoor zou Israël bepaalde goederen de strook laten binnenkomen, enkele Palestijnen toestaan om weer in Israël te gaan werken, en het toegestane visgebied voor de kust van Gaza iets uitbreiden. De chantage en dreigementen om de burgerbevolking fundamentele humanitaire behoeften en rechten te onthouden als collectieve straf voor elk verzet, schenden de Vierde Conventie van Genève. Het verdrag, waaraan Israël is gebonden, stelt dat geen enkele burger onder militaire bezetting “kan worden gestraft voor een strafbaar feit dat hij of zij niet persoonlijk heeft begaan”.
Dergelijke verboden collectieve straffen zijn echter de standaardprocedure van Israël, die het kan voortzetten vanwege de totale straffeloosheid die het wordt geboden door de zogenaamde internationale gemeenschap.