Auteur: pieter

  • Overstroomd en ijskoud in Gaza

    Overstroomd en ijskoud in Gaza

    De dag dat ik werd geboren was waarschijnlijk de heetste dag van 1991 – dat is tenminste wat mijn moeder me vertelt. Maar ondanks dat ik een zomerbaby ben, ben ik het gelukkigst als het koud en nat is. Toen ik een kind was, gaf ik mezelf een paar bijnamen. Een daarvan was Wintervlinder. Ik tekende vaak vlinders en schreef die bijnaam erin op mijn schoolboeken en notitieboekjes op school. Toen ik naar de universiteit ging, wachtte ik opzettelijk tot het begon te regenen voordat ik vele dagen naar huis liep. De afstand tussen school en thuis was ongeveer 3 kilometer. Terwijl ik die wandeling ondernam, zou ik me energiek voelen door de regen. Het leek de stress die ik doormaakte te verlichten. De liefde voor regen is me bijgebleven. Ik vind het vooral leuk om in de winter mijn schoonouders te bezoeken.

    Mijn schoonouders behoren tot een familie die tijdens de Nakba – de etnische zuivering van Palestina in 1948 – uit al-Majdal net ten noorden van Gaza zijn verdreven. Ze wonen nu midden in het vluchtelingenkamp Jabaliya. Het geeft enorm veel voldoening om een ​​warme kop thee te drinken en te luisteren naar regendruppels die op een tinnen dak vallen in het Jabaliya-kamp. Ik zou zelfs zo ver willen gaan om te zeggen dat het goed is voor de ziel.

    Deze winter was anders. Wij – mijn man, kinderen en ik – hebben het Jabaliya-kamp niet één keer bezocht. Het huis van mijn schoonfamilie werd beschadigd tijdens de aanval van Israël in mei 2021 op Gaza. Een explosie in de buurt zorgde voor scheuren in het dak en de muren. Sindsdien is er veel regenwater door het dak gelekt. Mijn schoonouders hebben geluk vergeleken met anderen in het kamp. Ze wonen hoger dan veel van hun buren. Dat lijkt het huis van mijn schoonfamilie te hebben beschermd tegen overstromingen.

    Noodgeval

    De familie Salem, die aan de zuidelijke rand van het Jabaliya-kamp woont, heeft zo’n ontsnapping nog niet gehad. Op een bepaald moment tijdens de winter werden ze om 3 uur ’s nachts gewekt. Ze realiseerden zich al snel dat hun huis was overstroomd met een mengsel van regenwater en rioolwater. Het water – meer dan een meter diep – veroorzaakte enorme verwoesting in hun huis, waar in totaal 12 mensen wonen. Waseem, het jongste lid van het gezin, is pas een paar maanden oud. Hij werd ziek toen het huis kouder werd. “Ik kon niets vinden om de baby warm te houden”, zei Atef Salem, de vader van Waseem. “Al onze kleren waren onder water. Het enige wat ik kon doen was hem in zware zakken wikkelen die met suiker waren gevuld. We werden gered door mensen van de civiele bescherming in een kleine vissersboot. Ze hebben baby Waseem meegenomen en gelukkig stond er vlakbij een ambulance te wachten.” Waseem werd met spoed naar het Indonesische ziekenhuis in Gaza gebracht. Daar verbeterde zijn toestand. Israël vernietigde tijdens de aanval van mei meer dan 1.300 woningen in heel Gaza. Bijna 6.400 werden in aanzienlijke mate beschadigd.

    De mensenrechtenadvocaat Salah Abdel Ati is een van degenen wiens eigendom werd gebombardeerd. Hij had veel tijd en geld besteed aan het bouwen van een huis met drie verdiepingen in Beit Lahiya, in het noorden van Gaza. Het gebouw, voltooid in 2019, omvatte een appartement voor elk van zijn volwassen zonen. Zijn beide zonen – Muhammad en Waseem – trouwden het jaar daarop en verhuisden naar de appartementen boven hun ouders op de begane grond. Mohammed en zijn vrouw Hadeel namen het appartement op de eerste verdieping. Waseem en zijn vrouw Marah gingen naar de tweede verdieping. De pas getrouwde stellen werden beiden kort daarna ouders van babymeisjes. Volgens Gaza-normen was het gezin redelijk comfortabel, hoewel zowel Mohammed als Waseem werkloos waren ondanks het feit dat ze een universitair diploma hebben.

    Toen kwam de aanval van Israël in mei 2021. Het huis van het gezin ligt dicht bij de Hala al-Shawa-kliniek, waar moeders en kinderen worden opgevangen. Het was een van de vele zorginstellingen die tijdens het Israëlische offensief werden gebombardeerd. Het Israëlische bombardement op de kliniek vond plaats op 11 mei. Het bombardement was zo krachtig dat het ook schade aanrichtte aan ramen, deuren en muren in het huis van Salah Abdel Ati. Later diezelfde dag werd het huis opnieuw beschadigd toen een andere explosie in de buurt plaatsvond. Het gezin was op dat moment thuis, maar raakte niet gewond. Door die schade begon het huis te kantelen. En toen de regen in de winter kwam, verergerden de problemen. Het ministerie van Werken van Gaza verzocht in februari de familie om hun huis te evacueren en adviseerde de sloop ervan. Uit taxaties van het ministerie blijkt dat het gebouw dreigde in te storten.

    Waseem en Muhammad zijn samen met hun ouders gedwongen om onderdak te zoeken buiten het gedeelde gebouw sinds de evacuatie. Muna, hun moeder, hoopt dat de hele familie binnenkort weer samenwoont. Ze denkt erover om een ​​huis te huren voor de uitgebreide familie totdat ze een nieuw huis kunnen bouwen. Maar met de schok van het nog rauwe verlies van haar huis, heeft ze nog geen duidelijke plannen opgesteld. “Vroeger waren we een stabiel gezin”, zegt ze. “Nu zijn we verscheurd. Ik weet niet wat we moeten doen.” Haar man Salah is eveneens radeloos. “Ik had niet verwacht dat dit zou gebeuren”, zei hij. “Ik heb al mijn geld in het bouwen van dit huis gestoken. Nu hebben we niets meer.”

    Sarah Algherbawi is een freelance schrijver en vertaler uit Gaza.

    bron: the electronic intifadah

     

  • Boekhandel in Gaza heropent deuren

    Boekhandel in Gaza heropent deuren

    Gaza’s ‘Samir Mansour Bookshop’ is eindelijk heropend nadat het in puin was geschoten door een Israëlische militaire aanval. (Foto: Mahmoud Ajjour, The Palestine Chronicle)

    Van over de hele wereld hebben mensen tienduizenden boeken gedoneerd aan Samir Mansour, de eigenaar van een boekhandel in Gaza die vorig jaar werd verwoest door Israëlische luchtaanvallen. Mansour is van plan om deze maand zijn deuren te heropenen.

    De oorspronkelijke boekhandel was 22 jaar geleden door Mansour opgericht, en was een geliefd onderdeel van de lokale gemeenschap. In mei 2021 werden de winkel en de inventaris van negentigduizend boeken vernietigd tijdens de elf dagen van Israëlische bombardementen en raketbeschietingen van Hamas, waarbij meer dan 250 Palestijnen in Gaza en dertien Israëli’s om het leven kwamen.

    Toen zij hoorden dat de boekhandel was verwoest startten mensenrechtenadvocaten Mahvish Rukhsana en Clive Stafford Smith een campagne om Mansour aan een nieuwe start te helpen. ‘Toen Israëlische oorlogsvliegtuigen deze boekhandel bombardeerden, was dat  een nieuwe aanval op de toegang tot kennis. Deze campagne was een gebaar van solidariteit, een poging om de waardigheid en het fundamentele recht op boeken te herstellen,’ aldus Rukhsana.

    In korte tijd werd $250.000 opgehaald om de winkel te herbouwen, en doneerden mensen wereldwijd ruim 150.000 boeken. Tienduizenden boeken zijn inmiddels in Gaza gearriveerd. Mansour bereidt zich nu voor om zijn nieuwe zaak te openen, die ook dienst zal doen als bibliotheek. Het nieuwe pand bevindt zich op zo’n honderd meter van de oorspronkelijke winkel. Bovenop het gedoneerde bedrag investeerde Mansour $70.000 van zijn eigen spaargeld om het pand in orde te brengen. De naam van de winkel blijft bij de opening op 12 februari hetzelfde: de Samir Mansour Boekhandel. ‘Ik denk dat de gemeenschap het idee van de nieuwe boekhandel zal steunen, vooral omdat het dicht bij de plek ligt die werd vernietigd,’ zei Mansour.

    Meer foto’s van de boekhandel door Mahmoud Ajjour 

     

  • Waarom Gaza gevaccineerd moet worden

    Waarom Gaza gevaccineerd moet worden

    Omdat de meeste van mijn familieleden in het buitenland wonen, heb ik een vrij kleine familie in Gaza. Door hecht te zijn, delen we dezelfde ervaringen. Onze gedeelde ervaringen waren over het algemeen vreugdevol, vooral wanneer we in staat waren om samen te komen. Sinds de COVID-19-pandemie begon, hebben we gedaan wat we konden om elkaar te beschermen. Toch zijn we er niet in geslaagd om aan het virus te ontsnappen. In augustus 2020 testten zowel mijn moeder als mijn tante Jamila positief. Beiden hebben onderliggende aandoeningen. Mijn moeder heeft kanker, Jamila heeft een hartziekte. Nadat ze COVID hadden opgelopen, waren beide vrouwen ernstig uitgeput en hadden ze een paar weken moeite met ademhalen. Daarna herstelden ze. In april 2021 werd ik zelf besmet met het virus. Dat gold ook voor mijn twee kinderen en mijn man, hoewel hij asymptomatisch was. Twee weken lang moesten we ons isoleren van de buitenwereld. Ondanks onze directe ervaringen met het virus was ik er niet zenuwachtig voor. Ik had het gevoel dat iedereen in mijn uitgebreide familie het zou overleven. De aanval van Israël op Gaza in mei 2021 was oneindig veel angstaanjagender voor ons dan de pandemie tot dan toe was geweest.

    Angstig
    Ik ben niet meer zo ontspannen over COVID. In december vorig jaar bevestigde het ministerie van Volksgezondheid hier dat enkele gevallen van de ommicron-variant waren ontdekt in Gaza. Toen ik dat nieuws hoorde, werd ik bang voor mijn familieleden, van wie ik zielsveel hou. Ik had een intuïtie dat er iets vreselijks zou gebeuren. Tragisch genoeg werden mijn angsten werkelijkheid. In januari kreeg ik het telefoontje waar ik zo bang voor was. Het kwam van mijn vader. Onze oom Ahmad – de echtgenoot van Jamila – had COVID. Ahmad was al erg onwel van het virus toen ik werd gebeld. Hij stierf later in januari op 80-jarige leeftijd. Zijn overlijden kwam als een grote schok. Ahmad was volledig gevaccineerd. Hij had het grootste deel van zijn leven een goede gezondheid en was enorm populair, vooral bij mijn kinderen. Vanwege de COVID-situatie heeft mijn familie Jamila niet zoveel steun geboden als we in andere omstandigheden zouden hebben gedaan. Sommige familieleden hebben haar alleen telefonisch kunnen spreken. Onder hen zijn mijn oom Majed en zijn vrouw, die onlangs allebei positief zijn getest op COVID. Mijn moeder moet momenteel ook extra voorzichtig zijn. Ze heeft net haar laatste dosis chemotherapie gehad. Om die reden ging mijn moeder niet naar de begrafenis van Ahmad. Ik heb twee zussen – van wie er slechts één in Gaza woont – en drie broers. Ze gingen ook niet naar de begrafenis.

    Diepbedroefd
    Mijn man Hamza en ik zijn wel naar de begrafenis geweest. Dat gold ook voor mijn vader, Jamila’s broer. Het was belangrijk voor ons om Jamila te troosten. Maar ik zou echt willen dat er meer mensen waren geweest. Jamila is er kapot van. Ik wou dat iedereen in Gaza haar kon omhelzen en troosten. Ondanks al dit verdriet ben ik ervan overtuigd dat de beslissing van mijn familie om de begrafenis niet bij te wonen de juiste was. We hadden een dierbare verloren aan COVID. Het laatste wat we nodig hadden was dat iemand anders besmet raakte op de begrafenis. Zoals mijn oom Majed zei: “Ik hoop alleen dat het virus geen ander lid van onze familie doodt.”
    Volgens gegevens van de Wereldgezondheidsorganisatie zijn tot nu toe ongeveer 1.900 mensen overleden aan COVID-19 in Gaza. Minder dan 500.000 van de twee miljoen inwoners van Gaza zijn volledig gevaccineerd. Het behandelen van patiënten met COVID-19 is een enorme uitdaging gebleken voor de ziekenhuizen van Gaza. Al zo’n 15 jaar legt Israël een volledige blokkade op aan Gaza. De blokkade heeft grote gevolgen voor de gezondheidszorg. Als reactie op COVID-19 kocht de Palestijnse Rode Halve Maan in Gaza in februari vorig jaar een zuurstofgenerator van de bezette Westelijke Jordaanoever. Twaalf maanden later heeft Israël het nog steeds niet ​​Gaza binnen laten komen. Israël, de bezettende macht, heeft volgens het internationaal recht een verplichting om ervoor te zorgen dat aan de medische behoeften van de mensen in Gaza wordt voldaan.

    Vaccins redden levens
    Israël heeft zichzelf afgeschilderd als een van ’s werelds meest succesvolle landen in het organiseren van een snelle vaccinatiecampagne tegen COVID. De media in Europa en Noord-Amerika hebben Israël gepromoot als een succesverhaal, waarbij ze meestal het feit weglaten dat de vaccinatiecampagne zich niet uitstrekte tot miljoenen Palestijnen onder Israëlische bezetting.
    Een dergelijke discriminatie heeft ertoe geleid dat Palestijnen gedwongen zijn te vertrouwen op donaties van vaccins van verschillende regeringen. Hoewel het vaccinatieprogramma ontoereikend was, is er ook een duidelijke terughoudendheid bij veel mensen in Gaza om zich te laten vaccineren.
    Ik heb een peiling gehouden onder 30 mensen tussen de 25 en 50 jaar. In totaal zeiden 24 van de 30 dat ze niet gevaccineerd wilden worden. Uit gesprekken met deze mensen bleek dat velen waren beïnvloed door leugens en complottheorieën over vaccins die op internet werden verspreid. Het is vreselijk dat leugens krachtig kunnen zijn als de voordelen van vaccinatie duidelijk zijn. Het plaatselijke ministerie van Volksgezondheid stelt dat 95 procent van de mensen in Gaza die zijn overleden aan COVID-19 niet zijn gevaccineerd. Het lijdt geen twijfel dat vaccins levens redden en het aantal infecties helpen verminderen. Het is waar dat mijn oom volledig was ingeënt en toch is overleden aan COVID. Toch blijf ik ervan overtuigd dat vaccinatie van levensbelang is.
    Ik heb een zeer geliefde oom verloren aan COVID-19. Ik wil niet dat iemand anders lijdt zoals mijn familie. Het enige wat ik vraag is dat mensen doen wat ze kunnen om de pandemie te beëindigen. Het belangrijkste is om je te laten vaccineren.

    Sarah Algherbawi is een freelance schrijver en vertaler uit Gaza.

    bron: electronic intifada

  • UAWC geschokt en bedroefd door besluit Nederlandse regering om financiering stop te zetten

    5 januari 2022

    De Union of Agricultural Work Committees (UAWC) is geschokt en bedroefd door het besluit van de Nederlandse regering stopt haar financiering voor UAWC. Met dit noodlottige besluit is de Nederlandse regering niet gewoon de UAWC verlaten, maar het Palestijnse maatschappelijk middenveld in het algemeen. Dit is de eerste keer dat een regering haar financiering voor het Palestijnse maatschappelijk middenveld beëindigt op basis van politieke conditionaliteit. Hiermee schaadt Nederland zijn reputatie als betrouwbare donor en zijn status van een op waarden gebaseerd land dat internationaal recht herbergt en promoot.

    Het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken maakte vandaag zijn besluit bekend na een opschorting van de financiering die 18 maanden duurde en ernstige schade veroorzaakte aan onze organisatie, projecten en begunstigden. Het UAWC is ook onderworpen aan een extern onderzoek, dat onze organisatie in 2021 heeft belast. Dit onderzoek was vanaf het begin politiek gemotiveerd en reageerde op druk van de Israëlische overheid en de bij haar aangesloten kwaadwillende organisaties. Terwijl het onderzoek werd gestart na een incident, namelijk de arrestatie van twee voormalige medewerkers van UAWC die door de Israëlische autoriteiten worden verdacht van betrokkenheid bij een aanslag, nam de Nederlandse overheid haar toevlucht tot een brede en algemene onderzoeksvraag om eventuele ‘mogelijke verbanden tussen UAWC en de PFLP’ te identificeren.

    Vanwege ons strategische werk om Palestijns land te beschermen dat wordt bedreigd door Israëlische annexatie, is UAWC een
    jarenlang doelwit van Israëlische lastercampagnes die onze organisatie proberen te associëren met de PFLP. Hoewel we ons zorgen maakten dat het Nederlandse onderzoek dergelijke campagnes zou kunnen voeden, hebben we zonder uitstel besloten om mee te werken, op basis van ons vertrouwen in de Nederlandse overheid, die een belangrijke donor is geweest van UAWC sinds 2013.

    Zoals de Nederlandse regering vandaag in haar brief aan de Tweede Kamer heeft bevestigd, heeft dit onderzoek, uitgevoerd door Proximities Risk Consultancy, vastgesteld dat er:
    • geen financiële stromen tussen UAWC en de PFLP zijn
    • geen aanwijzingen zijn voor organisatorische eenheid tussen UAWC en de PFLP
    • geen aanwijzingen zijn gevonden dat de PFLP de UAWC aanstuurt
    • geen verband bestaat tussen UAWC en de gewapende vleugel van de PFLP
    • geen aanwijzingen gevonden zijn dat bestuur en stafleden hun functie bij UAWC hebben gebruikt voor terroristische doeleinden

    Daarnaast heeft het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken vastgesteld dat het onderzoek van Proximities geen basis biedt om te concluderen dat UAWC enige organisatorische banden heeft met het PFLP.  Al deze bevindingen weerspiegelen de status en het bestaan ​​van UAWC als een onafhankelijke organisatie, die geen politieke of religieuze band met een partij of politieke organisatie onderhoudt.

    Het is schokkend en diep verontrustend dat de Nederlandse regering desondanks heeft besloten haar financiering voor
    UAWC te beeindigen. Het deed dit op basis van een aantal “individuele links” die Proximities identificeerde – vermeende
    verbindingen op persoonlijke titel van bestuur- en stafleden van UAWC met de PFLP. Toen de Nederlandse overheid haar onderzoek aankondigde, hebben wij direct duidelijk ons ​​bezwaar kenbaar gemaakt tegen de uitbreiding van het onderzoek naar individuen. Op basis van de Palestijnse wet en fundamentele mensenrechten normen kan en wil UAWC niet interfereren met de persoonlijke politieke overtuigingen en voorkeuren van haar werknemers en bestuursleden. Zoals ook bevestigd door Proximities, heeft UAWC een solide intern beleid om haar organisatorische onafhankelijkheid en politieke neutraliteit te behouden binnen de door de Palestijnse wet en mensenrechten gestelde beperkingen.
    Het onderzoek van Proximities wordt gekenmerkt door een verbluffend gebrek aan transparantie. We leerden pas in
    een laat stadium dat leden van bestuur en staf van UAWC deel uitmaakten van het onderzoek. Verder hebben we meerdere feitelijke onjuistheden vastgesteld, waaronder verkeerde identiteiten, die we hebben gemeld. Het is ons niet duidelijk of en hoe deze correcties zijn toegepast op het eindrapport dat door Proximities is ingediend bij het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken.

    We zijn geschokt dat de Nederlandse regering haar financiering aan een toonaangevende Palestijnse maatschappelijke
    organisatie en een langdurige partner zoals UAWC heeft stopgezet, gebaseerd op vermeende individuele links die lijken op de giftige beschuldigingen van Israëlische groepen zoals NGO Monitor. Dit besluit is ook in strijd met de letter en de geest van de toezegging
    die de Europese Unie heeft gegeven aan het Palestijnse maatschappelijk middenveld, toen ze in maart 2020 opheldering gaf
    in een brief aan PNGO dat het “geen enkele maatschappelijke organisatie vraagt ​​… om natuurlijke personen te discrimineren”
    op grond van zijn/haar politieke gezindheid.”

    Na vele jaren van nauwe en toegewijde samenwerking, komt het besluit van de Nederlandse regering om haar financiering te beëindigen voor UAWC neer op een vertrouwensbreuk, die waarschijnlijk tot ver buiten onze organisatie zal resoneren. Het komt
    op een moment dat het Palestijnse maatschappelijk middenveld ongekend wordt aangevallen. De Israëlische regering zal dit besluit aangrijpen om haar totale aanval op het Palestijns maatschappelijk middenveld verder te laten escaleren volgend op het besluit
    in oktober vorig jaar om zes Palestijnse NGO’s te labelen als terroristische organisaties. Meer in het bijzonder legitimeert en moedigt het besluit de Israëlische tactiek aan om Palestijnse NGO’s aan te vallen door vermeende politieke voorkeuren van leden van bestuur en staf. Dit alles leidt internationaal de aandacht af van Israëls diefstal en confiscatie van meer Palestijns land en de brute onderdrukking van Palestijnen die onder militaire bezetting leven.

    We zijn bijzonder bedroefd dat het proces dat heeft geleid tot het besluit van vandaag is geïnitieerd door voormalig Minister van Ontwikkelingssamenwerking Sigrid Kaag, die getuige is geweest van de relevantie van ons werk en de vitaliteit van UAWC tijdens haar bezoek aan de Westelijke Jordaanoever in februari 2020. Niemand begrijpt de context en de gevolgen van dit besluit van de Nederlandse regering beter dan mevrouw Kaag.

    We zullen juridische stappen overwegen om de schadelijke en oneerlijke beslissing van de Nederlandse regering van vandaag
    die geen geldige gronden heeft, aan te vechten.
    Op dit kritieke moment roepen we andere donoren op om hun steun aan UAWC en andere Palestijnse maatschappelijke organisaties. te behouden en te vergroten.  Laat ons niet in de steek.

    zie Engelse tekst

  • Ook Amnesty International erkent apartheid in Israel

    Ook Amnesty International erkent apartheid in Israel

    Eindelijk is het zover: wat Palestijnen  al sinds de jaren negentig zeggen en Palestina activisten al heel lang wisten en wat andere mensenrechtenorganisaties ook al eerder vaststelden: Israel is een apartheidsstaat en nu ook volgens Amnesty International. In een vier jaar durend onderzoek komt Amnesty International tot die conclusie. De definitie van apartheid luidt: een geïnstitutionaliseerd regime van onderdrukking en overheersing van een raciale groep over een andere. Het is een ernstige mensenrechtenschending die is verboden volgens het Internationaal Verdrag inzake de Uitbanning van elke Vorm van Rassendiscriminatie, het Statuut van Rome en het Verdrag inzake de Bestrijding en Bestraffing van het Misdrijf van Apartheid. Israël maakt zich volgens Amnesty ten aanzien van de Palestijnen schuldig aan een systematische en geïnstitutionaliseerde onderdrukking die neerkomt op apartheid. Nederland en andere staten dienen met spoed concrete maatregelen te treffen om een einde te maken aan dit onrecht. Medeplichtigheid en straffeloosheid dienen plaats te maken voor het respecteren van de internationale rechtsorde en de verplichtingen die daaruit voortvloeien.

     

     

    volledige rapport

    lees analyse op the rights forum

     

     

     

  • Stichting stuurt protestbrief aan regering over stopzetting subsidie aan UAWC

    Stichting stuurt protestbrief aan regering over stopzetting subsidie aan UAWC

    Al eerder meldde wij de rampzalige beslissing van de Nederlandse regering om de subsidie aan de Palestijnse landbouw organisatie UAWC in te trekken. Dit ondanks het feit dat een onafhankelijk onderzoek naar banden met de PLFP (volksfront voor de bevrijding van Palestina) geen belastende feiten opleverde. Voor ons is dat aanleiding om een brief te sturen om tegen deze beslissing te protesteren en duidelijk te maken wat de regering in onze ogen wel zou moeten doen.

    lees hier onze brief

    teken online voor wie zelf een boodschap aan de regering wil sturen

    Lees hier de reactie van de UAWC op het besluit

  • Het Gaza bantustan, Israelische apartheid in de Gazastrook

    Het Gaza bantustan, Israelische apartheid in de Gazastrook

    SAMENVATTING

    Op grond van zijn mandaat om het respect, de bescherming en de vervulling van internationale wet in de Gazastrook als onderdeel van het bezette Palestijnse gebied (OPT), presenteert Al Mezan Center for Human Rights (Al Mezan) dit rapport, waarin de misdaad van apartheid wordt geanalyseerd in relatie tot het gedrag van Israël jegens Gaza, in de context van de langdurige bezetting door de staat Israel van de Palestijnse gebieden en het zionistische kolonialisme in het historische Palestina. Het rapport gaat in op hoe de Israëlische apartheid, wordt ervaren door het Palestijnse volk, en specifiek door de twee miljoen Palestijnen die in de Gazastrook wonen.

    Terwijl de Israëlische regering beweert dat de sluiting en de daarmee verband houdende beperkingen plaatsvinden onder het mom van ‘veiligheid’, zal dit rapport laten zien hoe dit beleid de intentie van Israël aantoont om de Palestijnen te scheiden en te verdelen en om de demografie van alle Palestijnen zodanig vorm te geven dat men de heerschappij over de Palestijnen kan doen gelden. Als afgesloten enclave, geïsoleerd van de rest van het Palestijns bezet gebied en gecontroleerd door Israël binnen zijn apartheidssysteem, is Gaza een strook land dat kan worden vergeleken met een Zuid-Afrikaanse bantustan. Sommige gesprekspartners, zoals die in dit rapport worden besproken, hebben gesuggereerd dat de vergelijking in feite onnauwkeurig is omdat de situatie in de Gazastrook aanzienlijk erger is dan de Zuid-Afrikaanse bantustans ooit waren.

    Het rapport beschouwt de volgende schendingen van het internationaal recht door het prisma van het VN Apartheidsverdrag: gebruik van buitensporig geweld en herhaaldelijk militaire aanvallen op burgers en woonhuizen met als gevolg duizenden doden; willekeurige arrestatie en detentie van kinderen, patiënten, vissers en andere kwetsbare groepen; en de aanhoudende blokkade. Al Mezan concludeert dat deze praktijken neerkomen op “onmenselijke handelingen” zoals gedefinieerd door het Apartheidsverdrag, met inbegrip van moord, toebrengen van geestelijk en lichamelijk letsel, willekeurige arrestatie en illegale gevangenisstraf, het opleggen van levensomstandigheden die bedoeld zijn als geheel of gedeeltelijke fysieke vernietiging van de bevolking, en de ontzegging van het recht op vrij verkeer in en uit het gebied. Deze onmenselijke handelingen worden gepleegd door de staat Israël met het doel het vestigen en behouden van de overheersing van één raciale groep – Israëlische joden – ten koste van een andere raciale groep – Palestijnen

    Israëls 14 jaar durende blokkade van de Gazastrook, gecombineerd met een reeks strafmaatregelen en beleid, stelt het in staat om effectieve controle over de Gazastrook te behouden, met als doel zijn heerschappij over het Palestijnse volk als geheel te consolideren. Dit rapport zal in het kort de bezette status van de Gazastrook herbevestigen inclusief de wettelijke garanties die daaruit voortvloeien verleend aan de bevolking van de Gazastrook, onder meer met betrekking tot bescherming tegen rassendiscriminatie, apartheid en vervolging. Dit rapport wordt uitgegeven in de context van een zich ontwikkelende erkenning dat opeenvolgende Israëlische regeringen de misdaad van apartheid blijven plegen, zoals gedefinieerd door het VN Apartheidsverdrag en het Statuut van Rome van het Internationaal Strafhof. Op basis van de analyse die is ontleend aan en voortbouwt op bestaand relevant werk van Palestijnse, Israëlische, en internationale mensenrechten-organisaties, academici en experts, concludeert dit rapport dat Israëls geïnstitutionaliseerde en systemische raciale overheersing en onderdrukking van het Palestijnse volk, inclusief de inwoners in de Gazastrook, in strijd is met artikel 3 van het Internationaal Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van rassendiscriminatie, de misdaad van apartheid volgens de VN Apartheidsconventie uit 1973, en vormt een misdaad tegen de mensheid onder het Statuut van Rome van het Internationaal Strafhof.

    In overeenstemming met de relevante toepasselijke instrumenten, namelijk internationale mensenrechten en humanitair recht, en relevante verplichtingen van staten, biedt het rapport een reeks aanbevelingen voor de internationale gemeenschap, het Internationaal Strafhof, en voor zakelijke actoren:

    Aan de internationale gemeenschap en de lidstaten van de Verenigde Naties:

    1. Erken en veroordeel het Israëlische regime van institutionele discriminatie, onderdrukking, en apartheid tegen het Palestijnse volk – zowel Palestijnse burgers in Israël, als Palestijnen in de bezette gebieden en Palestijnse vluchtelingen in ballingschap;

    2. Zorg ervoor dat Israël zijn apartheidsregime terugtrekt en ontmantelt inclusief wetgeving en beleid die leiden tot institutionele discriminatie en systemische onderdrukking van het Palestijnse volk en die instrumenteel zijn in het handhaven van een dominante Joods-Israëlisch regime in historisch Palestina;

    3. Zorg ervoor dat Israël het recht van Palestijnse vluchtelingen vervult en faciliteert om terug te keren naar hun huizen en eigendommen, inclusief de vluchtelingen die 70% van de bevolking van de Gazastrook, zoals gegarandeerd door het internationaal recht;

    4. Zorg ervoor dat Israël de illegale blokkade van de Gazastrook onmiddellijk, volledig en onvoorwaardelijk opheft inclusief alle bijbehorende onwettige beperkingen opgelegd aan het verkeer van mensen en goederen van en naar de Gaza Strook.

    5. Zorg ervoor dat Israël zijn bezetting beëindigt, zijn nederzettingenbedrijf in de Westelijke Jordaanoever, inclusief Oost-Jeruzalem, en schaft alle militaire en discriminerende hulpmiddelen van de OPT, waaronder de Scheidingsmuur en andere fysieke barrières die: hebben de territoriale contiguïteit verstoord en hebben geleid tot de versnippering en isolatie van Palestijnen;

    6. Zorg voor aansprakelijkheid en gerechtigheid voor wijdverbreide, grove en systemische schendingen tegen het Palestijnse volk, ook voor de misdaad apartheid;

    7. Ondersteun de onafhankelijkheid van het Internationaal Strafhof en bescherm de instelling tegen aanvallen of politieke druk tijdens het onderzoek naar de Situatie in Palestina, die de misdaad van apartheid tegen de Palestijnen omvat mensen;

    8. Geef politieke en financiële steun aan het mandaat van de onafhankelijke Internationale onderzoekscommissie van de VN voor de bezette Palestijnse gebieden, inclusief Oost-Jeruzalem en Israël, opgericht in mei 2021, en doe een beroep op de Commissie om Israëls apartheid te onderzoeken en aanbevelingen te doen in het licht van relevante verplichtingen en verantwoordelijkheden van staten, internationale organisaties, en zakelijke ondernemingen;

    9. Activeer en faciliteer de universele jurisdictie mechanismen die de vervolging van de vermeende daders van Israëls misdaad van apartheid en de daarmee samenhangende overtredingen mogelijk maken en vergemakkelijken.

    10. Herbevestig de inzet van de Verenigde Naties voor de totale uitroeiing van apartheid als een misdaad die in strijd is met de beginselen van het Handvest van de Verenigde Naties, en dat Israël zijn verplichtingen als lid van de Verenigde Naties nakomt

    11. Ratificeer en treedt toe tot het Apartheidsverdrag, met name staten die jurisdictie hebben boven particuliere actoren, waaronder transnationale bedrijven, liefdadigheidsinstellingen, verenigingen en individuen die actief zijn in en verbonden zijn met Israëlische staatsinstellingen en het leger;

    12. Verzoek de algemene vergadering van de VN om het Speciaal Comité van de VN tegen Apartheid en het VN-centrum tegen Apartheid opnieuw in te stellen om te pleiten voor een einde aan Israëlische apartheid;

    13. Overweeg om individuele sancties, zoals reisverboden of bevriezing van tegoeden, op te leggen aan vermoedelijke daders van internationaal erkende misdrijven en ernstige inbreuken, zoals aanbevolen in 2019 door de VN-onderzoekscommissie over de Grote Mars van Terugkeer, ook voor de misdaad van apartheid; voorwaardelijke wapenverkoop en militaire- en veiligheidsbijstand bij de naleving door Israël van het internationaal recht en de mensenrechten normen; en herzie en wijzig of beëindig de overeenkomsten, samenwerkingsregelingen en handel met Israël waarin de financiering of activiteiten bestaan om de misdaad van apartheid te vergemakkelijken, in overeenstemming met internationale juridische normen en gebaseerd op juridische noodzaak;

    14. Uitbreiding van het mandaat van de speciale VN-rapporteur voor de mensenrechtensituatie in de Palestijnse Gebieden naar beide zijden van de Groene Lijn en naar de vluchtelingen en ballingen in het buitenland als tegenwicht tegen de strategische versnippering van het Palestijnse volk door Israël.

    15. Roep de speciale VN-rapporteur op om jaarlijks verslag uit te brengen over de situatie van de mensenrechten in de Palestijnse gebieden aan de mensenrechten Raad en de Derde Commissie van de Algemene Vergadering over de stappen die door Israël en de internationale gemeenschap zijn genomen in Palestina om te voldoen aan de voorwaarden van de Apartheid Conventie uit 1973.

    16. Zorg ervoor dat bedrijven met relaties en activiteiten die verband houden met Israël en de OPT volledig in overeenstemming zijn met het internationaal recht en niet betrokken zijn bij of medeplichtig zijn aan schendingen en internationale misdaden, waaronder die van apartheid. Sluit waar nodig bedrijven uit van openbare aanbestedingen waar ze niet in staat zijn of niet bereid zijn om in deze context het internationaal recht te respecteren, in lijn met de Leidende Beginselen van de VN en de beginselen van niet-erkenning en niet-bijstand;

    17. Zet Israël onder druk om, onder meer via geassocieerde actoren en organisaties, zijn opzettelijke aanvallen en campagne van intimidatie, laster,  delegitiemering  en intimidatie van Palestijnse, Israëlische en internationale mensenrechtenverdedigers en maatschappelijke organisaties te beëindigen; er bij Israël op aan te dringen om de aanduiding “terreur” van legitieme Palestijnse mensenrechtengroeperingen; en verzeker steun aan deze groepen door middel van openbare verklaringen en voortdurende samenwerking, betrokkenheid en financiering.

    Aan het Internationaal Strafhof:

    18. Voer een snel, grondig en uitgebreid onderzoek uit naar de misdaden van apartheid en vervolging, en andere daarmee samenhangende misdaden die vallen onder de jurisdictie van het Hof met betrekking tot de situatie in Palestina, en dienovereenkomstig het vervolgen van relevante daders;

    19. Onderzoek de rol van niet-statelijke actoren bij het plegen van de misdaad apartheid, onder andere misdaden, in de situatie in Palestina, met inbegrip van particuliere zakelijke actoren, vertegenwoordigers van liefdadigheidsorganisaties en anderen.

    Aan Bedrijven:

    20. Stop alle activiteiten en relaties die direct of indirect verband houden met Israëls militaire bezetting, kolonisatie en apartheidsregime, en bijbehorende schendingen van internationaal recht;

    21. Voer doorlopende en verbeterde due diligence op het gebied van mensenrechten uit, in overeenstemming met internationale mensenrechten en humanitair recht en de UN Guiding Principles on Bedrijfsleven en mensenrechten, om medeplichtigheid en betrokkenheid bij door Israël gepleegde schendingen en internationale misdaden tegen de Palestijnse bevolking te voorkomen

    hele rapport : 16381763051929.pdf (mezan.org)

  • Het ‘dual use’ beleid van Israël en het Gaza-wederopbouwmechanisme

    Het ‘dual use’ beleid van Israël en het Gaza-wederopbouwmechanisme

    Tien antwoorden op gestelde vragen

    11 januari 2022

    Een nieuw rapport van Gisha dat vandaag is vrijgegeven, Red Lines, Gray Lists ,biedt antwoorden op veelgestelde vragen over het beleid van Israël met betrekking tot de binnenkomst in Gaza van items die het definieert als “dual-use” – goederen die civiel van aard zijn, maar waarvan Israël vermoedt dat ze ook voor militaire doeleinden kunnen worden gebruikt. Jarenlang heeft Israël de toegang van duizenden artikelen geblokkeerd of vertraagd, waaronder grondstoffen voor de industrie, machines en reserveonderdelen, en apparatuur voor de bouw; items die van cruciaal belang zijn voor de economie, het gezondheidszorgsysteem en de civiele infrastructuur van Gaza. De tekorten aan deze items blijven de levensomstandigheden in Gaza verergeren, de ontwikkeling belemmeren en de wederopbouw en bouw in de Strook blokkeren.

    Het rapport wijst op de willekeurige wijzigingen die in de loop der jaren zijn aangebracht in het beleid voor tweeërlei gebruik van Israël, waardoor licht wordt geworpen op de verschillende sporen voor het coördineren van de binnenkomst van goederen voor tweeërlei gebruik in Gaza via Israël en Egypte, en de wettelijke verplichtingen van verschillende actoren in de regio worden beschreven om de doorgang van goederen naar Gaza te vergemakkelijken. Een centraal deel van het rapport onderzoekt het Gaza Reconstruction Mechanism (GRM), het resultaat van een overeenkomst tussen Israël en de Palestijnse Autoriteit bemiddeld door de Verenigde Naties (VN) na het offensief van 2014. Het complexe en bureaucratische controle proces dat Israël van de GRM eist, evenals het gebrek aan verantwoording of transparantie over dergelijke eisen, leiden tot vertragingen in de bouw en schorsingen van aannemers van de GRM, waardoor ook een zwarte markt in Gaza wordt versterkt.

    Naast de vragen die in het rapport worden beantwoord, bevat het getuigenissen van deskundigen en professionals die in hun eigen woorden beschrijven hoe beperkingen op de toegang tot producten voor tweeërlei gebruik en arbeidsomstandigheden in het kader van de GRM hun werk ondermijnen en leiden tot ernstige inbreuken op het recht op eigendom en levensonderhoud. Een senior zakenman in Gaza, geïnterviewd voor het rapport, benadrukt dat: “Mensen die onder de GRM werken, het gevoel hebben dat ze hun nek in een strop steken.”

    Het rapport is het resultaat van uitgebreid onderzoek uitgevoerd door Gisha en biedt een uitgebreid overzicht van het draconische beleid van Israël voor tweeërlei gebruik ten opzichte van de Gazastrook. Gisha’s analyse van de lijst voor tweeërlei gebruik voor Gaza, die de internationaal geaccepteerde standaard ver overtreft, wijst op de vaagheid en ondoorzichtigheid ervan. Het beleid dat door Israël wordt afgedwongen, leidt tot voortdurende schendingen van zijn wettelijke verplichting om het normale leven in de Strip mogelijk te maken.

    Israël moet verantwoordelijk worden gehouden voor het beschermen van de rechten van de inwoners van Gaza, die onder zijn controle leven. Het moet onmiddellijke en volledige toegang bieden tot alles wat nodig is voor hun leven en levensonderhoud.

  • email actie aan kabinet: maak stopzetting subsidie aan UAWC ongedaan

    email actie aan kabinet: maak stopzetting subsidie aan UAWC ongedaan

    Doe mee aan een E-mail actie om te protesteren tegen het schandalige besluit van het uitgaande derde Kabinet-Rutte vorige week woensdag om de steun aan de Palestijnse landbouw ontwikkelingsorganisatie UAWC stop te zetten!

    Israël-lobby organisaties in binnen- en buitenland hebben de Nederlandse regering jarenlang onder druk gezet om de subsidiering van deze belangrijke NGO, die de Palestijnse boerenbevolking in het bezette Palestijnse gebied technisch en beroepsmatig ondersteunt en ook weerbaar maakt tegen Israëlische landroof en kolonisatie, te staken. Daarbij werden de vermeende banden van het UAWC met de als terroristisch bestempelde PFLP (Volksfront voor de Bevrijding van Palestina) als voorwendsel gebruikt.

    Van meet af aan was eigenlijk al duidelijk dat er geen werkelijke grond voor deze beschuldiging bestond, maar toch liet toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Sigrid Kaag zich overhalen om daar een nieuw onderzoek naar te laten verrichten. Dit onderzoek, dat eind vorig jaar werd afgerond, toonde voor de zoveelste keer aan dat er geen organisatorische en financiële banden tussen de UAWC en de PFLP bestonden.

    Lees verder en teken op de site van bds nederland

  • Rapport B’Tselem en PCHR: Israëlisch onderzoek naar Grote Mars van Terugkeer een farce

    Rapport B’Tselem en PCHR: Israëlisch onderzoek naar Grote Mars van Terugkeer een farce

    Het Israëlische leger heeft zijn eigen beleid en handelen tijdens de Grote Mars van de Terugkeer onvoldoende onderzocht. Dat is de conclusie van een nieuw rapport van de Israëlische mensenrechtenorganisatie B’Tselem en het in Gaza gevestigde Palestinian Center for Human Rights (PCHR). Bij de demonstraties in het kader van de Grote Mars, die in 2018 en 2019 wekelijks plaatsvonden bij het grenshek tussen Gaza en Israël, schoten Israëlische troepen ruim 250 Palestijnen dood en vielen tienduizenden gewonden, waarvan 8000 door scherpe munitie.

    Het rapport, getiteld ‘Unwilling and Unable: Israel’s Whitewashed Investigations of the Great March of Return Protests’, is het resultaat van ruim een jaar aan onderzoek en interviews met getuigen. Het beschrijft hoe het leger een beleid voerde waarbij met scherpe munitie op ongewapende demonstranten werd geschoten, grotendeels door Israëlische scherpschutters. ‘Ze schoten gehandicapten neer, ze beschoten kinderen, jong en oud, om hen te doden, te verlammen of lichaamsdelen te amputeren’, aldus Raji Sourani, directeur van het PCHR. Ook medische hulpverleners en journalisten waren het doelwit.

    Volgens onderzoekers hadden de Israëlische autoriteiten na internationale druk beloofd het beleid van het leger te onderzoeken, maar is niemand die betrokken was bij de totstandkoming of uitvoering van het beleid ooit ondervraagd. In plaats daarvan richtten de autoriteiten hun aandacht op specifieke moorden die als ‘uitzonderlijk’ werden beschouwd. En zelfs in die gevallen werden de verantwoordelijke militairen of officieren niet of nauwelijks verantwoordelijk gehouden voor hun daden.

    Als voorbeeld wees Yael Stein, onderzoeksdirecteur van B’Tselem, op de moord op de vijftienjarige Haitham Khalil Mohammed al-Jamal in juni 2018. Het Israëlische leger veroordeelde de verantwoordelijke soldaat niet voor het doden van een ongewapend Palestijns kind dat geen bedreiging vormde, maar voor het feit dat hij had geschoten zonder toestemming van zijn officier. De soldaat, de enige die tot nu toe gestraft is, werd veroordeeld tot een maand dienstplicht. Volgens Stein is de zaak ‘indicatief’ voor de manier waarop Israël ‘nooit echt van plan is iets te doen’ om soldaten die Palestijnen doodschieten daarvoor verantwoordelijk te houden.

    ‘Het enige wat Israël deed in reactie op de aantallen [Palestijnse slachtoffers] en de internationale kritiek was te zeggen dat we een onderzoek openen’, zei Stein tijdens de persconferentie rondom de publicatie van het rapport. ‘Het punt is dat het niet genoeg is om te zeggen dat je aan het onderzoeken bent, je moet het echt onderzoeken. En dat heeft Israël niet gedaan.’

    bron btselem.org