De Magic Pizza heeft een zeer korte geschiedenis – vergeleken met de meeste restaurants. Het werd geopend in juli 2020 en werd vernietigd tijdens de aanval van Israël op Gaza in mei 2021. Muhammad Jarour, die de Magic Pizza runde, omschrijft de vernietiging als “traumatisch”. “Alles wat ik in het restaurant heb geïnvesteerd is weg”, zegt hij.
The Magic Pizza bevond zich in de al-Jawhara-toren in Gaza-stad. Dat hoge woon- en bedrijfsgebouw was gedeeltelijk eigendom van Jarours vader. De Al-Jawhara-toren werd vorig jaar mei onderworpen aan een reeks raketbeschietingen. Het was één van de vele verwoeste of zwaar beschadigde gebouwen in de wijk al-Rimal. Aangezien al-Rimal het zakencentrum van Gaza-stad is, werd het herhaaldelijk bombarderen door Israël daar algemeen gezien als een poging om enorme schade toe te brengen aan de lokale economie.
Muhammad Jarour, een 29-jarige afgestudeerd in bedrijfskunde, is van mening dat Israël de ambities van de Palestijnen opzettelijk dwarsboomt. Het argument wordt ondersteund door gegevens van het Palestijnse Centraal Bureau voor de Statistiek. Volgens de laatste cijfers is 75 procent van de jongeren met een middelbaar diploma of hoger in Gaza nu werkloos. “Het is de intentie van Israël om jonge mensen de hoop te laten verliezen”, zei Jarour.
In rook opgegaan
Zijn restaurant, voegde hij eraan toe, is in rook opgegaan en “ik moet opnieuw beginnen vanaf nul.” Meer dan 2.000 bedrijven in Gaza werden vernietigd of beschadigd tijdens het offensief van mei 2021. Daarvan werden er ongeveer 450 totaal vernietigd. Door het offensief verloren naar schatting 7.500 arbeiders hun baan.
Hazem Abu Humaid is marketingmanager bij Mashareq. Dat bedrijf was vooral bekend van een studio waar Mohammad Assaf, winnaar van het tv-programma Arab Idol, zijn eerste opnames maakte. Het bedrijf is ook actief in filmproductie, reclame en fotografie. In mei vorig jaar heeft Israël volgens Abu Humaid “20 jaar werk en herinneringen vernietigd”, toen het zich richtte op het al-Awqaf-gebouw, waar Mashareq was gevestigd. Volgens Abu Humaid heeft het bedrijf als gevolg van de aanval een verlies van $ 1,5 miljoen geleden. Het jaar na de aanval is “het moeilijkste” geweest sinds Mashareq eind jaren negentig werd opgericht, voegde Abu Humaid eraan toe. “We zijn nog niet hersteld.”
Ondanks de verwoesting waarmee Gaza recent te maken heeft gehad, benadrukt Abu Humaid dat “we niet willen huilen op de puinhopen”. Het bedrijf is heropend op een nieuwe locatie in al-Rimal. Terwijl een deel van het personeel is vertrokken, hebben anderen ervoor gekozen om bij Mashareq te blijven. Een groot probleem is dat het bedrijf niet genoeg geld heeft om zijn medewerkers hun oude salaris te kunnen betalen. Sommige werknemers stemden ermee in om tijdens de beginfase van de heropening te werken zonder betaald te worden. Mashareq heeft ook niet genoeg apparatuur om het werk te doen dat het eerder deed, zoals grote printopdrachten.
Abnormaal
Net als zijn vader voor hem is Ayman Musa timmerman. Tijdens de Israëlische aanval op Gaza in 2014 werd Musa’s werkplaats het doelwit en werden al zijn spullen verwoest. Om het bedrijf weer op te bouwen: ” Heb ik alles verkocht – mijn huis, mijn auto, de sieraden van mijn vrouw”, zegt Musa. “En ik heb ook veel geld geleend.” Uiteindelijk slaagde hij er op die manier in de werkplaats te heropenen. Maar toen kwam de aanslag van mei 2021, en werd zijn timmerbedrijf opnieuw gebombardeerd.
Musa, een vader van zes kinderen, schat dat hij daardoor $ 250.000 is kwijtgeraakt. Hij had ongeveer 40 medewerkers in dienst. “Ik moest al mijn personeel ontslaan, zonder hen een ontslagvergoeding of andere voordelen te kunnen geven”, zei hij. “Ik had geen keuze. Het was een abnormale situatie.” Musa was lange tijd van mening dat zakenmensen verantwoordelijk zijn voor de ontwikkeling van Palestina. Daarom vindt hij dat zij de verantwoordelijkheid hebben om dingen te veranderen als het economisch slecht gaat. Maar door een reeks grote Israëlische aanvallen en door de langdurige blokkade van Gaza heeft hij dat standpunt losgelaten. Hij is één van de vele zakenmensen in Gaza die hun investeringen in duigen hebben zien vallen als gevolg van Israëlisch staatsgeweld. Het resultaat van dergelijk geweld is volgens Musa dat “we ons gevangen en depressief voelen”.
“There can be no peace without justice,” zei H.E. Rawan Sulaiman, het hoofd van de Palestijnse Missie in Nederland, meermaals op 25 april in het Forum. Samen met studentenverenigingen SIB en Siduri en de gemeente Groningen organiseerde Groningen-Jabalya een bijeenkomst rond het thema Palestina: uitdagingen, kansen, vrede en hoop.
Een grote en diverse groep van zowel studenten als Stadjers was op komen dagen om te luisteren naar verschillende sprekers. De avond werd geopend door de gemeente en Jan Keulen, die de discussies leidde en sprekers aan het publiek voorstelde. Groningen-Jabalya gaf een toelichting over de banden tussen de twee gemeentes en hoe er door de jaren heen samen is gewerkt aan een betere toekomst voor jongeren in Gaza. Hierop volgde een toespraak van H.E. Sulaiman, die inging op de recente ontwikkelingen en haar hoop op gerechtigheid en vrede voor de Palestijnse bevolking. Hierbij sprak ze niet alleen over het nieuws, maar ook over haar persoonlijke leven en haar wensen voor haar kinderen, gehuld in een traditioneel geborduurde jurk. Erik Ader, voormalig ambassadeur, vertelde over zijn bijzondere familiegeschiedenis, verder beschreven in zijn boek Oorlogen en oceanen. Net als zijn vader zet hij zich in voor een bevolkingsgroep die onrecht wordt aangedaan.
De gastsprekers en organisatoren met derde van links mevrouw Sulaiman en uiterst rechts Erik Ader
Er kwamen verschillende vragen vanuit het publiek, voor Erik Ader, maar ook vooral voor Rawan Sulaiman. Vragen gingen onder andere verder in op de ervaringen van Erik Ader en zijn familie, de eenzijdigheid van de berichtgeving over Palestina in Westerse media en de visie van H.E. Sulaiman op de twee-statenoplossing. Het publiek was het zeker niet overal mee eens en sommige vragen waren behoorlijk kritisch. Er ontstond daardoor niet alleen een levendige discussie tussen de toehoorders en de sprekers, maar ook in het publiek onderling. Na het officiële eind van de avond bleven er dan ook veel bezoekers hangen om het onderwerp nog verder na te bespreken en misschien zelfs tot nieuwe inzichten te komen.
Na vijftien jaar leven onder de blokkade geeft vier van de vijf kinderen in de Gazastrook aan dat ze leven met depressie, verdriet en angst, volgens verontrustende bevindingen vrijgegeven door Save the Children.
Uit het onderzoek bleek dat het mentale welzijn van kinderen, jongeren en verzorgers dramatisch is verslechterd sinds een soortgelijk onderzoek in 2018. Het aantal kinderen dat zegt te lijden aan emotionele stress is gestegen van 55% naar 80%. Deze cijfers tonen opnieuw aan dat het handhaven van de blokkade een negatieve invloed heeft op het welzijn van kinderen en op hoop op een betere toekomst.
Het rapport, getiteld Trapped constateert een enorme toename van kinderen die aangaven zich angstig te voelen (84% vergeleken met 50% in 2018), nerveus (80% t.o.v. 55%), verdrietig of depressief (77% vergeleken met 62%) en rouwgevoelens ervaren. (78% vergeleken met 55%). Het concludeert ook dat meer dan de helft van de kinderen in Gaza zelfmoord heeft overwogen en drie van de vijf vertoont zelf destructief gedrag.
Het is nu belangrijker dan ooit dat de regering van Israël de blokkade van de Gazastrook opheft en dat lokale autoriteiten, de internationale gemeenschap en donoren de snelle versterking van kinderbescherming en van de mentale gezondheid ondersteunen voor de getroffen kinderen aldus Save The Children.
In de afgelopen 15 jaar hebben kinderen in de Gazastrook zes belangrijke momenten meegemaakt – vijf escalaties van geweld en de COVID-19-pandemie – evenals een levens beperkende land-, lucht- en zeeblokkade opgelegd door de regering van Israël. Van de 2 miljoen inwoners van Gaza is 47% kind waarvan meer dan 800.000 nooit een leven zonder blokkade hebben gekend.
Naast fysieke schade, economische deprivatie en gebrek aan toegang tot essentiële diensten zoals
gezondheidszorg, heeft de blokkade geleid tot een geestelijke gezondheidscrisis voor kinderen en jongeren, blijkt uit het onderzoek dat op 15 juni 2022 is gepubliceerd.
Amr, 14 jaar, herinnert zich nog hoe bang hij was tijdens de escalatie van geweld vorig jaar: “’s nachts kon ik niet slapen omdat ik een nachtmerrie had. Ik was echt bang dat ze ons huis zouden bombarderen of opnieuw bij onze buren. Ik stond op scherp. Ik vertelde mijn vader over de nachtmerries en hij stelde mij gerust door te zeggen dat het niet zou gebeuren. Dan ging ik terug naar bed en probeerde weer te slapen.”
Voor het rapport heeft Save the Children 488 kinderen en 168 ouders en verzorgers geraadpleegd in de Gazastrook, een herhaling van een soortgelijk onderzoek door de kinderrechtenorganisatie in 2018.
Mantelzorgers beschreven gedrag bij kinderen en jongeren, met een toename van 79% van bedplassen in de afgelopen jaren en 78% meldt dat hun kinderen zelden hun taken voltooien. Ongeveer 59% meldt een toename van problemen met spraak, taal en communicatie, waaronder tijdelijk reactief mutisme, wat een symptoom is van trauma of misbruik. Al deze gedragingen hebben een enorme impact op zowel korte- als lange termijn op de ontwikkeling, het leren en de sociale interactie van kinderen, zegt Save the Children.
Mantelzorgers ervaren volgens het rapport ook meer emotionele stress. 96% van de kinderen geeft aan zich constant ongelukkig en angstig te voelen. Jason Lee, directeur voor Save the Children in de bezette Palestijnse gebieden, zegt: “De kinderen die we spraken voor dit rapport beschreven hun leven als een voortdurende staat van angst, zorgen, verdriet en wachten tot de volgende ronde van geweld losbarst, en het gevoel te hebben niet te kunnen slapen of concentreren. Het fysieke bewijs van hun nood – bedplassen, verlies van het vermogen om te spreken of om basistaken te voltooien – is schokkend en zou moeten dienen als een wake-up call voor de internationale gemeenschap.”
“Vijf jaar geleden zeiden verzorgers dat hun vermogen om hun kinderen te ondersteunen onder druk kwam te staan door de blokkade, door chronische armoede en onzekerheid, en zou hoogstwaarschijnlijk volkomen worden vernietigd in het geval van een nieuwe geweldsescalatie. Onze bevindingen laten zien dat de zorgen van zorgverleners helaas zijn uitgekomen.”
“We roepen alle partijen op om de grondoorzaken van dit conflict aan te pakken en stappen te ondernemen om iedereen te beschermen: kinderen en gezinnen die het verdienen om in veiligheid en waardigheid te leven. We hebben een onmiddellijk einde nodig van het conflict en de economische ontbering die enorme stressoren zijn in het leven van kinderen, evenals actie om het coping-potentieel en de veerkracht van kinderen en hun families te ondersteunen in de Gazastrook.
Ameera, 14 jaar vertelt aan Save the Children hoe haar leven zou veranderen als de blokkade zou worden opgeheven zeggende dat ze “zich meer verbonden zou voelen met de hele wereld. Ik zou kunnen doen wat ik wil en gaan naar waar ik wil. Ik zou informatica studeren en specifiek een graad in virtueel ontwerp kunnen behalen. Dit is wat ik echt in mijn leven wil doen, maar ik kan het hier in Gaza niet doen, omdat wij zo’n studie hier niet hebben.”
Save the Children roept de regering van Israël op om onmiddellijk stappen te ondernemen om de blokkade van de Gazastrook op te heffen in het kader van VN-Veiligheidsraad Resolutie 1860 uit 2009 en roept de internationale gemeenschap op om Israël dringend op te roepen deze stappen te nemen, en samen te werken met alle partijen om voorwaarden te scheppen voor hernieuwde gesprekken tussen de partijen in het conflict om tot een rechtvaardige oplossing te komen.
Ons vijftigste nummer van de nieuwsbrief sinds we in 2000 zijn begonnen is verschenen! Aan de ene kant een willekeurig getal maar toch ook een aanleiding om even bij stil te staan. Om terug te kijken en een soort balans op te maken. Onze oud voorzitter Jan keulen doet dat in zijn column en voor deze keer openen we met zijn bijdrage. Verder een verslag van het bezoek van 2 vertegenwoordigers van de gemeente Jabalya aan Groningen in maart en een mede door ons georganiseerde bijeenkomst op 25 april onder de titel Palestine: challenges, opportunities, peace and hopemet als gastspreekster de Palestijnse ambassadeur Sulaiman. Verder een bijdrage van onze vrienden van GCFMF uit Gaza over het VN project om de natuur van de wadi te herstellen en een bijdrage van Adinda over haar verblijf in Jordanie. Tot slot een oproep om deel te nemen aan het europees burgerinitiatief over een verbod op handel met illegale nederzettingen in bezette gebieden o.a de Westbank en West Sahara
Muhammad Abdel wahab kreeg een ongeluk tijdens het werken op een bouwplaats in Israël. Zijn verwonding was ernstig – een bloeding door een wond aan het hoofd – en hij ging naar een kliniek. De kliniek adviseerde hem naar het ziekenhuis te gaan, maar Abdel wahab gaf er de voorkeur aan te wachten en terug te keren naar Gaza voor behandeling. Aangezien hij geen ziektekostenverzekering had, zou de behandeling in Israël te duur zijn geweest. Ondanks de ernst van Abdel wahabs verwonding, bood zijn werkgever geen financiële compensatie of medische behandeling aan.
Abdelwahab, 39 jaar, is vader van vier kinderen en woont in het vluchtelingenkamp Jabalya in de noordelijke Gazastrook. Hij was al drie jaar werkloos toen hij in december 2021 in de bouwsector in Israël begon te werken. Zijn ongeval vond plaats in februari van dit jaar. Hoewel hij van beroep smid is, vond Abdelwahab het niet erg om op welk gebied dan ook in Israël te werken, niet alleen omdat die banen relatief goed betaalden, maar ook omdat de Israëlische blokkade – opgelegd in 2007 – de werkgelegenheid in de Gazastrook ernstig heeft verminderd.
Abdelwahab kon een vergunning krijgen om in Israël te werken, maar hij werd niet officieel als ‘arbeider’ aangemerkt. In plaats daarvan ontving hij een vergunning voor “financiële behoeften”, die de werknemer de toegang ontzegt tot voordelen zoals werknemerscompensatie, ziektekostenverzekering en andere arbeidsrechten die aan werknemers in Israël wel worden verleend. “Ik wacht om te herstellen van mijn blessure om weer aan het werk te gaan”, zegt hij. “Hoe langer ik thuis blijf, hoe erger het voor mij wordt. Ik heb kinderen, drie van hen zijn scholieren en ik heb grote uitgaven.”
Hoewel Abdelwahab zaken als ziektekosten- en levensverzekeringen belangrijk vindt, zegt hij dat de omstandigheden in Gaza zo nijpend zijn dat elke baan, zelfs één zonder dergelijke rechten, “als een droom” is. De toekomst van zijn kinderen is in gevaar wanneer Abdelwahab en zijn collega’s geen werk hebben.
Palestijnse arbeiders wachten bij de grensovergang Erez om de noordelijke Gazastrook bij Beit hanun te verlaten om in Israël aan het werk te gaan.
Werknemers zonder verzekering
Israël heeft onlangs nog eens 8.000 extra vergunningen verleend aan Palestijnse arbeiders uit de Gazastrook om in Israël te werken als onderdeel van een overeenkomst met Hamas, die door Egyptische bemiddeling tot stand kwam. Maar vanwege de aard van deze vergunningen hebben deze arbeiders geen recht op sociale uitkeringen en worden ze anders behandeld en vaak minder betaald dan Palestijnse arbeiders van de bezette Westelijke Jordaanoever. Arbeiders van de Westelijke Jordaanoever hebben wel vaste vergunningen.
Fahmi Amin, die in een Israëlische fabriek in de buurt van Gaza werkt, zegt dat het verkrijgen van dergelijke vergunningen een Palestijn in Gaza tot $ 1.000 aan registratierechten kan kosten die betaald moeten worden aan het ministerie van Financiën in Gaza, een enorm bedrag voor werklozen. Amin wijst erop dat Palestijnse arbeiders in Israël, vanwege hun gebrek aan rechten, vrezen dat humanitaire hulp van de Palestijnse Autoriteit kan worden stopgezet en dat er op elk moment een conflict tussen Israël en Gaza kan ontstaan, waardoor ze werkloos worden met weinig vooruitzichten op verder werk. Amin zegt dat een baan in Israël vijf keer het loon kan opleveren dat men in Gaza zou ontvangen. “Maar het zou een ramp zijn als we moeten stoppen met werken in Israël” zegt hij. “We zijn bang dat de hulp die we krijgen van de Palestijnse Autoriteit – die al enkele maanden is opgeschort – zal worden stopgezet”. De Palestijnse Autoriteit – afhankelijk van buitenlandse hulp – kent sociale uitkeringen toe aan de armste gezinnen in Gaza.
“Werk in Israël is niet gegarandeerd”, voegt hij eraan toe. “Als de hulp wordt stopgezet zullen we een manier moeten vinden om de autoriteiten te overtuigen van onze behoefte aan periodieke financiële steun. Dit stadium willen we niet bereiken.” Amin zegt dat hij en andere arbeiders overal zouden willen werken, zolang ze maar voor voedsel en kleding voor hun kinderen kunnen zorgen. “We hopen dat onze rechten in de toekomst worden gegeven, zodat niets ons ervan kan weerhouden te werken”, zei hij.
Ontkenning van basisrechten
Na de aanval van Israël op Gaza in mei 2021, heeft Israël toestemming gegeven voor nog eens 3.000 werkvergunningen voor Palestijnen in Gaza, waardoor het totale aantal vergunningen op 10.000 komt. Toch brengen deze vergunningen op grond van financiële behoeften geen arbeidsrechten met zich mee.
Tot het uitbreken van de tweede Intifada in 2000 bedroeg het totale aantal arbeiders uit Gaza in Israël bijna 30.000. Vandaag de dag is dit aantal niet hoger dan 10.000. volgens Sami al-Amasi, hoofd van de Palestijnse Algemene Federatie van Vakbonden in Gaza. Al-Amasi wijst erop dat Israëli’s, door te weigeren de Palestijnen uit Gaza als ‘arbeiders’ te bestempelen, zich onttrekken aan elke verplichting om arbeids- en financiële rechten te verstrekken. Veel arbeiders die vóór 2000 gewond raakten of ontslagen werden, zegt al-Amasi, zochten Palestijnse advocaten met Israëlisch staatsburgerschap om hun rechten te verkrijgen. Sommige van deze zaken bleven jarenlang onder de rechter omdat Israëlische werkgevers probeerden Palestijnse arbeiders hun rechten te ontzeggen.
Al-Amasi legt uit dat Israël werkvergunningen heeft vervangen door vergunningen uit financiële behoeften om te voorkomen dat werknemers een ziektekostenverzekering, compensatie in geval van letsel of ontslagvergoeding kunnen krijgen. Al-Amasi merkt op dat vóór 2000 Gazanen die in Israël werkten, de titel “arbeider” kregen. Iedereen zou die status weer moeten krijgen, “zodat iedereen zijn rechten krijgt.” De vakbond die hij vertegenwoordigt, dringt nu aan op het afgeven van minstens 30.000 werkvergunningen voor mensen uit Gaza om in Israël te werken. Ze worden hierin bijgestaan door wat al-Amassi ’tussenpersonen’ noemt.
Volgens het Palestijnse Centraal Bureau voor de Statistiek waren in 2021 ongeveer 230.000 mensen in Gaza werkloos. Van de Palestijnen met diploma’s van 19 tot 29 jaar in de Gazastrook was 66 procent van de vrouwen werkloos en 39 procent van de mannen.
Maher al-Tabaa, de directeur van de Kamer van Koophandel van Gaza, bevestigd dat de vergunningen die aan de Palestijnen in Gaza zijn afgegeven, hen geen enkel recht verlenen. Maar de arbeiders accepteren deze vergunningen, zei hij, vanwege de grote armoede en werkloosheid. Hij voegt eraan toe dat Israël dit later zou kunnen gebruiken om Palestijnse facties onder druk te zetten om eenlangdurige wapenstilstand met Israël te accepteren. Tijdens de eerdere onderhandelingen met bemiddeling van Egypte was dit nog niet aan de orde.
Momenteel hebben de arbeiders met een vergunning een zeer beperkte impact op de economie van Gaza in vergelijking met voorgaande jaren, zei al-Tabaa. Het aantal werkzoekenden is veel groter dan het aantal beschikbare vergunningen. Het officiele minimumloon in Gaza is iets minder dan $600 per maand, maar het werkelijke gemiddelde maandloon is $200. “Lage lonen komen veel voor in het belegerde Gaza”, zegt al-Tabaa, eraan toevoegend dat maar heel weinig openbare en particuliere instellingen het minimumloon kunnen betalen. ’’Dat is beperkt tot grote instellingen zoals banken en grote telecombedrijven, terwijl alle andere arbeiders in Gaza de helft of minder dan de helft van het minimumloon ontvangen.”
Een nieuw project dat in maart is gelanceerd, probeert Wadi Gaza op te ruimen en het te herstellen als het natuurreservaat dat het ooit was. (Ashraf Amra APA images)
Het zou een hoognodig natuurreservaat kunnen zijn, een long voor de 2 miljoen inwoners van Gaza die gevangen zitten en wiens beweging wordt beperkt door een Israëlische blokkade die al meer dan 15 jaar duurt. Dat is tenminste wat de VN hoopt te bereiken met een project om de Wadi in Gaza schoon te maken, een 105 km lange vallei die begint in de South Hebron Hill, zich een weg baant door de Negev-woestijn en de Gazastrook in het midden doorsnijd om negen kilometer verder te eindigen in de Middellandse Zee.
Jarenlang werd de vallei gebruikt als vuilnisbelt, een van de weinige open plekken in een overbevolkte strook kustland die tot voor kort geen riolering had omdat Israëlische beperkingen de inwoners ervan weerhield hun infrastructuur te ontwikkelen. Pas op 23 maart opende in het gebied de eerste afvalwaterzuiveringsinstallatie, een installatie die jarenlang stil stond vanwege Israëlische verboden op wat Palestijnen in Gaza mogen importeren. In die tijd is er veel schade aangericht aan de vallei, niet in de laatste plaats aan de omgeving. Muhannad al-Oweidat, 19 jaar, is een universiteitsstudent die lijdt aan ernstige astma. “We sluiten ’s nachts alle ramen van ons huis, vooral bij warm weer, om te voorkomen dat de geur van brandend afval het huis binnenkomt”, vertelt Muhannad aan The Electronic Intifada. “Er zijn veel muggen en insecten.”
Volgens de VN produceert Gaza ongeveer 2.000 ton vast afval per dag of gemiddeld 730.000 ton per jaar. Dit komt overeen met gemiddeld één kilogram afval per persoon per dag. Bijna twee derde van het vaste afval is organisch, zegt Dr. Abdelmajid Nassar, een professor in milieutechniek aan de Islamitische Universiteit van Gaza. Elf procent is plastic, 12 procent papier- en kartonafval, 7 procent metaalafval en 5 procent niet-gespecificeerd. Omdat er, zelfs met de nieuwe afvalwaterzuiveringsinstallatie, die de helft van de bevolking van Gaza zal gaan bedienen, niet genoeg ruimte is voor veilige stortplaatsen is zo’n grote hoeveelheid afval gevaarlijk in de drukke omgeving van Gaza, zegt Nassar, en het zal alleen maar toenemen. In 2020 is de totale hoeveelheid afval gestegen met 2.230 ton per dag als gevolg van de groei van de bevolking van Gaza.
Rook en gevaren
Het is niet alleen dat Wadi Gaza een puinhoop is geworden. Om van het afval af te komen, verbranden mensen ook hun afval. De resulterende rook kan echter schadelijke gassen bevatten en bij iemand als Muhannad kan dit ervoor zorgen dat hij onmiddellijk medische hulp nodig heeft. Zijn zus, Dania, 20 jaar, studeert voor mechatronica-ingenieur. Ze heeft er altijd van gedroomd om een apparaat te maken dat haar broer zou helpen door vervuilde lucht te filteren. “Mijn afstudeerproject gaat over waterfiltratie en hopelijk kan het de Wadi ten goede komen voordat Israël het weer vernietigt.”
Het gebied heeft regelmatig te maken met overstromingen. In Gaza wijten ze deze plotselinge overstromingen aan een reeks wateroverloop reservoirs en dammen die aan de Israëlische kant zijn gebouwd en die periodiek worden geopend en dan verwoesting veroorzaken. De overstromingen verdrijven bewoners en doden vee en gewassen. Muhammed Abu Maala, 38 jaar, is een fysiotherapeut die zijn hele leven in het gebied van Wadi Gaza heeft gewoond, waar hij ook wat land bewerkt. Ook hij geeft Israël de schuld van veel van de aangerichte schade. “De bouw van dammen door de Israeli’s aan de grens van de Gazastrook, om regenwater op te vangen, zorgde ervoor dat de vallei droogviel”, vertelt Abu Maala aan The Electronic Intifada. “De intermitterende watertoevoer in de vallei leidde ertoe dat sedimenten en afval op de bodem van de vallei achterbleven. De giftige stoffen die de vissen doodden, leidde ook tot het verdwijnen van de zeldzame vogels uit de vallei.” Hij herinnert zich levendig de tijd dat de vallei nog de thuisbasis was van bloemen en dieren in het wild. “Ik herinner me dat ik in de vallei speelde, naar vogels keek en de geur van prachtige bloemen inademde. Dit is allemaal verdwenen”, vertelt hij aan The Electronic Intifada. Vandaag, zei hij, gelooft hij dat zijn gewassen gevaar lopen als gevolg van het afvalwater van Wadi Gaza, een angst die gegrond is door bittere praktijk ervaring. De gronden naast de vallei zijn meestal kaal, hoewel dat niet altijd zo was. In het verleden, zei Abu Maala, teelden mensen in het gebied komkommers, tomaten, kool en courgette. Nu zal niets van dit alles groeien omdat afvalwater diep in de grond doordringt en de gewassen aantast. Zijn dochter, Sawar, 10 jaar oud, klaagt altijd over koorts en hoofdpijn. “Ik breng haar altijd naar de dokter en ze vertellen me dat dit een virus is dat wordt veroorzaakt door insecten en schadelijke dampen. Waarschijnlijk omdat we naast de Wadi wonen.”
Een gezondheidsrisico
Het hoofd van het Nationaal Instituut voor Milieu en Ontwikkeling, Ahmad Hilles, merkt op dat Wadi Gaza een uniek ecosysteem is dat een rijke biodiversiteit in flora en fauna zou moeten genieten. Hilles zegt dat de vallei met veel crises te maken heeft, vooral het onbehandelde rioolwater en de overstromingen veroorzaakt door de dammen stroom opwaarts. Naast de schade door overstromingen, ontnemen de dammen de vallei miljoenen kubieke meters zoet water per jaar. “De vallei, die een natuurgebied was, verdween. Zelfs de wilde eenden, ooievaars en meeuwen komen hier niet meer omdat de vallei is veranderd in een vuilnisbelt en een poel van afvalwater,’ voegde Hilles eraan toe. Boerderijen en pluimveeproductie zijn ook getroffen door de vervuiling. Naama al-Awdat, heeft een pluimveebedrijf in het gebied. “Ik heb altijd last als ik werk, vooral in de zomer. Muggen en insecten omringen me en er is de geur van rioolwater. Het tast de kwaliteit van eieren en kip aan. De vervuilde lucht en het water waar kippen zich mee voeden, zullen eieren en vlees van slechte kwaliteit produceren. Dit brengt onze gezondheid in gevaar, omdat er geen voedselzekerheid is. Wij boeren hebben geen keus omdat we alleen die gronden bezitten is het onze enige bron van inkomsten.”
Samar Abu Safiya is landbouwingenieur bij het ministerie van landbouw in Gaza. Vervuild water en lucht, samen met de hoge temperaturen in Gaza, zijn de belangrijkste factoren achter de problemen waarmee boeren in het gebied worden geconfronteerd, of ze nu gewassen verbouwen of vee en pluimvee houden. “De gronden moeten verbeterd worden in het belang van boeren. Op dit moment produceren ze vervuild voedsel voor hun families. Wij, van het ministerie van landbouw, hopen speciale financiering te krijgen voor die boeren, aangezien ze enorme verliezen lijden.” Ze beschuldigd Israël ook van wat ze beschrijft als een opzettelijke aanval op boeren. “Israël opent elke winter met opzet dammen omdat ze boeren schade wil berokkenen en hun gewassen wil vernietigen. Dit is een voortdurende agressie.”
Yasmin Abusayma is een freelance schrijver en vertaler uit Gaza, Palestina.
Na de Oslo-akkoorden ontstond wereldwijd hoop op vrede tussen Israël en Palestina op basis van een tweestaten oplossing. Er werden veel initiatieven gelanceerd om Palestijnen te ondersteunen bij het opbouwen van een staat; gemeenten in Nederland, waaronder Groningen, waren bereid Palestijnse gemeenten te helpen met technische en bestuurlijke kennis. Groningen richtte zich op het jeugdbeleid van de gemeente Jabalya in de Gazastrook en de bouw van een jongerencentrum daar. Waar staan we nu negenentwintig jaar na de Oslo akkoorden? In samenwerking met de gemeente Groningen, Studievereniging Siduri, SIB groningen, Stichting Groningen-Jabalya en de Palestijnse Missie in het Koninkrijk der Nederlanden nodigen wij u uit voor een evenement om de uitdagingen en kansen voor vrede en hoop in Palestina te bespreken.
We hebben een line-up van sprekers, waaronder:
De heer Berndt Benjamins, loco-burgemeester van de gemeente Groningen, zal vertellen hoe steden kunnen zorgen voor veiligheid en wat ze kunnen doen voor vredesopbouw.
H. E. Rawan Sulaiman, hoofd van de Palestijnse Missie in Nederland, zal spreken over de uitdagingen en kansen voor vrede en hoop, en hoe we daar komen en zal vragen van de deelnemers beantwoorden.
Erik Ader, voormalig Nederlands ambassadeur, zal spreken over zijn boek Oorlogen & oceanen. Zijn ouders werden door Israël geëerd met monumenten voor hun grootschalige activiteiten tijdens de oorlog om Joodse landgenoten te redden en uit die achtergrond komt zijn steeds diepere onderzoek naar de aard van het Israëlisch-Palestijnse conflict voort. Zijn boek is een verslag van zijn ervaringen tijdens zijn zoektocht naar de feiten achter de mythes rond het conflict.
Daarna wordt hij geïnterviewd door Jan Keulen, een journalist die voor de Volkskrant en andere media verslag deed van het Israëlisch-Palestijnse conflict vanuit Beiroet, Caïro en Amman.
Ten slotte zullen alle sprekers deelnemen aan een paneldiscussie waar ze inzicht zullen geven in wat er in Palestina kan gebeuren en zich actief zullen bezighouden met vragen uit het publiek.
Links gemeente secretaris Sadi Dabboor en rechts raadslid Rasem Masood. in het midden tolk Kawther Al Abaz
Op onze uitnodiging zullen gemeenteraadslid Rasem Masood en de gemeente secretaris Sadi Dabboor van de gemeente Jabalya-Nazla, een stad in het Noorden van Gaza waarmee de Stichting al jaren een band onderhoudt, aankomende week onze stad bezoeken. De kleine delegatie zal van dinsdagavond 22 maart t/m zaterdagochtend 26 maart te gast zijn. Naast ontmoetingen met burgemeester Schuiling en verschillende politieke partijen, zullen ook gesprekken met vertegenwoordigers van Groningse verenigingen op het programma staan. Bovendien zal een bezoek aan de waterzuiveringsinstallatie Noorderzijlvest te Garmerwolde worden gebracht en zal de delegatie zich over het fietsbeleid in de stad Groningen laten voorlichten.
Israëlische gevechtsvliegtuigen vielen honderden torens en burgerdoelen aan in de Gazastrook. (Foto: Mahmoud Ajjour, The Palestine Chronicle)
De krant USA Today meldde dat een foto die viraal ging over een woontoren in Oekraïne die werd getroffen door een Russisch bombardement, in werkelijkheid een gebouw uit de Gazastrook bleek te zijn dat in mei 2021 door de Israëlische luchtmacht was verwoest. Een paar dagen eerder had de Oekraïense minister van Buitenlandse Zaken bij de Israëlische ambassadeur in Kiev geklaagd dat “u ons behandelt als Gaza”; hij was woedend dat Israël de Russische invasie niet veroordeelde en alleen geïnteresseerd was in het evacueren van Israëlische burgers uit het land (Haaretz, 17 februari 2022). Het was een mengeling van verwijzingen naar de Oekraïense evacuatie van Oekraïense echtgenoten van Palestijnse mannen uit de Gazastrook in mei 2021, evenals een verwijzing naar de volledige steun van de Oekraïense president voor de aanval van Israël op de Gazastrook in mei vorig jaar ( ik kom aan het eind van dit artikel terug op die steun .)
De aanvallen van Israël op Gaza moeten inderdaad worden genoemd en betrokken bij de evaluatie van de huidige crisis in Oekraïne. Het is geen toeval dat foto’s worden verward – er zijn niet veel hoge gebouwen in Oekraïne, maar er is een overvloed aan verwoeste hoogbouw in de Gazastrook. Het is echter niet alleen de hypocrisie over Palestina die naar voren komt als we de Oekraïne-crisis in een bredere context beschouwen; het is de algemene westerse dubbele moraal die kritisch moet worden bekeken, zonder ook maar één moment onverschillig te staan tegenover nieuws en beelden die ons uit het oorlogsgebied in Oekraïne bereiken: getraumatiseerde kinderen, vluchtelingenstromen, door bombardementen verwoeste gebouwen en het dreigend gevaar dat dit slechts het begin is van een menselijke catastrofe in het hart van Europa.
Tegelijkertijd kunnen degenen onder ons die de menselijke rampen in Palestina meemaken, rapporteren en verwerken, niet ontsnappen aan de hypocrisie van het Westen en we moeten erop wijzen zonder onze menselijke solidariteit en empathie met slachtoffers van welke oorlog dan ook voor een moment te relativeren. We moeten dit doen, aangezien de morele oneerlijkheid die de bedrieglijke agenda ondersteunt die door de westerse politieke elites en media is opgesteld, hen opnieuw in staat zal stellen hun eigen racisme en straffeloosheid te verbergen, aangezien het Israël en zijn onderdrukking van de Palestijnen immuniteit zal blijven bieden. Ik ontdekte vier valse veronderstellingen die tot nu toe de kern vormen van de betrokkenheid van de westerse elite bij de crisis in Oekraïne, en heb ze als vier lessen opgesteld.
Les één: Witte vluchtelingen zijn welkom; anderen liever niet
Het ongekende collectieve EU-besluit om zijn grenzen open te stellen voor de Oekraïense vluchtelingen, gevolgd door een meer terughoudend beleid van Groot-Brittannië, kan niet onopgemerkt blijven in vergelijking met de sluiting van de meeste Europese poorten voor de vluchtelingen uit de Arabische wereld en Afrika sinds 2015 . De duidelijk racistische prioriteit, het onderscheid maken tussen levenszoekers op basis van kleur, religie en etniciteit, is weerzinwekkend, maar zal waarschijnlijk niet snel veranderen. Sommige Europese leiders schamen zich er niet eens voor om hun racisme publiekelijk te verkondigen, zoals de Bulgaarse premier, Kiril Petkov, doet: “Deze [de Oekraïense vluchtelingen] zijn niet de vluchtelingen die we gewend zijn … deze mensen zijn Europeanen. Deze mensen zijn intelligent, het zijn goed opgeleide mensen. … Dit is niet de vluchtelingengolf die we gewend zijn, mensen waarvan we niet zeker waren van hun identiteit, mensen met een onduidelijk verleden, die zelfs terroristen hadden kunnen zijn…”
Hij is niet alleen. De westerse media hebben het de hele tijd over “ons soort vluchtelingen”, en dit racisme komt duidelijk tot uiting aan de grensovergangen tussen Oekraïne en zijn Europese buren. Deze racistische houding, met een sterke islamofobe ondertoon, zal niet veranderen, aangezien de Europese leiders nog steeds het multi-etnische en multiculturele weefsel van hun samenlevingen op het hele continent ontkennen. Een realiteit gecreëerd door jarenlang Europees kolonialisme en imperialisme die de huidige Europese regeringen ontkennen en negeren, maar tegelijkertijd voeren deze regeringen een immigratiebeleid dat gebaseerd is op hetzelfde racisme dat onderdeel was van het vroegere kolonialisme en imperialisme.
Les twee: je kunt Irak binnenvallen, maar niet Oekraïne
De onwil van de westerse media om het Russische besluit om binnen te vallen in een context te plaatsen binnen een bredere – en voor de hand liggende – analyse van hoe de regels van het internationale spel in 2003 veranderden, is behoorlijk verbijsterend. Het is moeilijk om een analyse te vinden die erop wijst dat de VS en Groot-Brittannië de soevereiniteit van een staat hebben geschonden toen hun legers, met een coalitie van westerse landen, Afghanistan en Irak binnenvielen. Het bezetten van een heel land omwille van politieke doeleinden is in deze eeuw niet uitgevonden door Vladimir Poetin, maar werd door het Westen geïntroduceerd als een gerechtvaardigd beleidsinstrument.
Les drie: soms kan neonazisme worden getolereerd
De analyse slaagt er ook niet in om enkele van Poetins geldige punten over Oekraïne naar voren te brengen; punten die de invasie geenszins rechtvaardigen, maar tijdens de invasie toch onze aandacht nodig hebben. Tot aan de huidige crisis waarschuwden progressieve westerse media, zoals The Nation, the Guardian, en de Washington Post ons voor de groeiende macht van neonazistische groepen in Oekraïne die de toekomst van Europa en daarbuiten zouden kunnen beïnvloeden. Dezelfde media verwerpen tegenwoordig de betekenis van neonazisme in Oekraïne.
The Nation meldde op 22 februari 2019: “Vandaag de dag verraden de toenemende berichten over extreemrechts geweld, ultranationalisme en uitholling van fundamentele vrijheden de aanvankelijke euforie van het Westen. Er zijn neonazistische pogroms tegen de Roma, ongebreidelde aanvallen op feministen en LGBT-groepen, boekverboden en door de staat gesponsorde verheerlijking van nazi-collaborateurs.”
Twee jaar eerder waarschuwde de Washington Post (15 juni 2017) heel scherpzinnig dat een Oekraïense botsing met Rusland ons niet zou moeten toestaan de macht van het neonazisme in de Oekraïne te vergeten: “Terwijl Oekraïnes strijd tegen door Rusland gesteunde separatisten voortduurt, wordt Kiev geconfronteerd met een andere bedreiging voor zijn soevereiniteit op de lange termijn: machtige rechtse ultranationalistische groepen. Deze groepen schromen niet om geweld te gebruiken om hun doelen te bereiken, wat zeker op gespannen voet staat met de tolerante, westers georiënteerde democratie die Kiev zogenaamd wil worden.” Tegenwoordig neemt de Washington Post echter een afwijzende houding aan en noemt een dergelijke beschrijving een “valse beschuldiging”: “In Oekraïne zijn verschillende nationalistische paramilitaire groepen actief, zoals de Azov-beweging en de Rechtse Sector, die de neo-nazi-ideologie aanhangen. Hoewel ze spraakmakend zijn, lijken ze weinig publieke steun te hebben. Slechts één extreemrechtse partij, Svoboda, is vertegenwoordigd in het Oekraïense parlement en heeft slechts één zetel.” De eerdere waarschuwingen van een medium zoals The Hill (9 november 2017), de grootste onafhankelijke nieuwssite in de VS, zijn vergeten: “Er zijn inderdaad neonazistische formaties in Oekraïne. Dit is overweldigend bevestigd door bijna alle grote westerse media. Het feit dat analisten het kunnen afdoen als propaganda die door Moskou wordt verspreid, is zeer verontrustend. Het is vooral verontrustend gezien de huidige golf van neonazi’s en blanke supremacisten over de hele wereld.”
Les vier: Hoogbouw aanvallen is alleen een oorlogsmisdaad in Europa
Het Oekraïense establishment heeft niet alleen een band met deze neonazistische groepen en legers, het is ook verontrustend en beschamend pro-Israëlisch. Een van de eerste daden van president Volodymyr Zelensky was om Oekraïne terug te trekken uit het Comité van de Verenigde Naties voor de uitoefening van de onvervreemdbare rechten van het Palestijnse volk – het enige internationale tribunaal dat ervoor zorgt dat de Nakba niet wordt ontkend of vergeten. Het besluit werd geïnitieerd door de Oekraïense president; hij had geen sympathie voor de benarde situatie van de Palestijnse vluchtelingen en beschouwde hen ook niet als slachtoffers van enig misdrijf. In zijn interviews na het laatste barbaarse Israëlische bombardement op de Gazastrook in mei 2021 verklaarde hij dat de enige tragedie in Gaza die van de Israëli’s was. Als dit zo is, dan zijn het alleen de Russen die lijden in de Oekraïne.
Maar Zelensky is niet de enige. Als het om Palestina gaat, bereikt de hypocrisie een nieuw niveau. Een aanval op een lege woontoren in Oekraïne domineerde het nieuws en leidde tot diepgaande analyses over menselijk geweld, Poetin en onmenselijkheid. Deze bomaanslagen moeten natuurlijk worden veroordeeld, maar het lijkt erop dat degenen onder de wereldleiders die de veroordeling nu leidden, zwegen toen Israël in 2000 de stad Jenin, in 2006 de wijk Al-Dahaya in Beiroet en de stad Gaza platlegde in één brute golf na de andere in de afgelopen vijftien jaar. Er werd zelfs niet gesproken over sancties, laat staan opgelegd aan Israël voor zijn oorlogsmisdaden vanaf 1948 tot nu. In feite is in de meeste westerse landen die tegenwoordig de sancties tegen Rusland leiden, zelfs het vermelden van de mogelijkheid om sancties op te leggen aan Israël illegaal en wordt het zelfs als antisemitisch bestempeld.
Ook wanneer oprechte menselijke solidariteit in het Westen terecht wordt betuigd met Oekraïne, kunnen we de racistische context en op Europa gerichte vooringenomenheid niet over het hoofd zien. De massale solidariteit van het Westen is voorbehouden aan iedereen die zich bij zijn blok en invloedssfeer wil aansluiten. Deze officiële empathie is nergens te vinden wanneer gelijkaardig, en erger, geweld wordt gericht tegen niet-Europeanen in het algemeen en tegen de Palestijnen in het bijzonder.
We kunnen als gewetensvolle personen onze reacties op rampen bepalen door onze verantwoordelijkheid te nemen en te wijzen op de hypocrisie die in veel opzichten de weg vrijmaakte voor dergelijke rampen. Het internationaal legitimeren van de invasie van soevereine landen en het toestaan van de voortdurende kolonisatie en onderdrukking van anderen, zoals Palestina en zijn volk, zal in de toekomst overal op onze planeet tot meer tragedies leiden, zoals de Oekraïense.
Ilan Pappé is een professor aan de Universiteit van Exeter. Voorheen was hij hoofddocent politieke wetenschappen aan de Universiteit van Haifa. Hij is de auteur van The Ethnic Cleansing of Palestine, The Modern Middle East, A History of Modern Palestine: One Land, Two Peoples, and Ten Myths about Israel. Pappé wordt beschreven als een van Israëls ‘nieuwe historici’ die, sinds de publicatie van relevante Britse en Israëlische regeringsdocumenten in het begin van de jaren tachtig, de geschiedenis van Israëls ontstaan in 1948 hebben herschreven. Hij droeg dit artikel bij aan The Palestine Chronicle.
Met een Europees Burgerinitiatief dringt een coalitie van 150 organisaties aan op een Europees verbod op handel met illegale nederzettingen in bezette gebieden, waar ook ter wereld, nu en in de toekomst. Om het initiatief te doen slagen is uw steun nodig. Teken de petitie!
Onder het oprichtingsverdrag van het Internationaal Strafhof (Statuut van Rome) geldt de bouw van zogenoemde ‘nederzettingen’ door een bezettende mogendheid als een oorlogsmisdaad. De Europese Unie (EU) beschouwt dergelijke nederzettingen in bezette gebieden als illegaal en een obstakel voor internationale vrede en stabiliteit.
Niettemin staan de EU en haar 27 lidstaten, waaronder Nederland, handel met nederzettingen toe. Daarmee negeren zij hun verplichting onder internationaal recht om schendingen van dat recht – zoals de stichting van nederzettingen – niet te erkennen en niet te steunen. Door de handel met nederzettingen toe te staan dragen de EU en de lidstaten juist bij aan hun levensvatbaarheid en erkennen zij feitelijk hun (illegale) bestaan.
Met een Europees Burgerinitiatief (EBI) streeft een coalitie van 150 organisaties, verenigd in de coalitie ‘Stop Trade with Settlements’ (Stop Handel met Nederzettingen), naar een Europees verbod op handel met alle illegale nederzettingen in bezette gebieden, nu en in de toekomst. Naast vooraanstaande internationale organisaties als Human Rights Watch, Avaaz en de International Federation for Human Rights maken de Nederlandse organisaties Humanitas en The Rights Forum deel van uit de coalitie.
Een EBI is een officieel democratisch instrument van de Europese Unie, waarmee EU-burgers invloed kunnen uitoefenen op het beleid. Met dit EBI vragen wij de Europese Commissie een wetsvoorstel op te stellen waarmee voorgoed een eind wordt gemaakt aan de illegale handel. Slagen wij erin in een jaar tijd – dat wil zeggen vóór 20 februari 2023 – ten minste een miljoen EU-burgers achter ons initiatief te krijgen, dan is de Commissie wettelijk verplicht daarop in te gaan.
Een miljoen handtekeningen klinkt als een forse barrière, maar met inzet van alle krachten die streven naar een rechtvaardiger wereld slechten we die.