Auteur: pieter

  • De hel van Jabalya en de Groningse connectie

    De hel van Jabalya en de Groningse connectie

    Zo ongeveer moet de hel eruitzien. Kapotgeschoten flatgebouwen, uitgebrande autowrakken, een oude man in een rolstoel die wordt vooruitgeduwd door een jongen van een jaar of acht. Ze ploeteren door water dat tot de knieën van de jongen staat en halverwege de wielen van de rolstoel. Zo ongeveer moet de hel ruiken. Het regenwater stinkt. De riolering is overgestroomd omdat, bij gebrek aan elektriciteit, de gemeentelijke pompen niet meer werken. Het meurt niet alleen overweldigend naar stront en pis maar ook naar verrotte lijken. De doden die langs de kant van de weg lagen zijn inmiddels opgehaald. Maar onder de brokstukken van kapotgebombardeerde gebouwen liggen nog steeds lijken, of delen daarvan, die niet konden worden geborgen. 

    Groningen heeft iets met die hel, onze stad heeft een gedeelde geschiedenis met Jabalya. In 1999 bezocht de toenmalige burgemeester Jacques Wallage de Palestijnse Gebieden. Hij deed ook Gaza aan en bezocht het vluchtelingenkamp en de aangrenzende stad Jabalya. Het gemeentebestuur van het kinderrijke Jabalya vroeg Groningen hulp bij het opzetten van een jeugdbeleid. De gemeente Groningen reageerde positief op de hulpvraag. Er werden missies naar Jabalya gestuurd en uiteindelijk werd besloten dat Groningen zou meewerken aan de bouw van een jeugdcentrum in Jabalya. Daarnaast zou Groningen Jabalya helpen, onder andere door middel van kennisuitwisseling, om een lokaal jeugdbeleid op te gaan zetten. Jarenlang was het een komen en gaan tussen Groningen en Jabalya van ambtenaren, experts en leden van de Stichting Groningen-Jabalya die zich inzetten voor een goede verstandhouding tussen de Groningse en Gazaanse bevolking.

    Het gebouw in Jabalya, ontworpen door het Groningse architectenbureau AAS en gedeeltelijk gefinancierd door de gemeente Groningen, werd in 2005 opgeleverd. Het zou echter amper een paar maanden als jeugdcentrum functioneren. In januari 2006 won Hamas de Palestijnse verkiezingen. De onverwachte overwinning leidde tot spanningen met Fatah, de dominante partij binnen de Palestijnse Autoriteit. In 2007 vond een gewapend treffen plaats tussen Hamas en Fatah. De Palestijnse Autoriteit van Fatah-leider Mahmoud Abbas werd Gaza uitgezet. Gaza kwam onder de exclusieve controle te staan van Hamas dat geen onafhankelijk jeugdcentrum in Jabalya tolereerde, zoals de initiatiefnemers voor ogen had gestaan. Daarbij kwam dat buitenlandse donoren, die nodig waren om het jeugdcentrum verder in te richten en te laten draaien, het na de Hamas-machtsovername lieten afweten.

    Het door Groningen gefinancierde gebouw dat nu verwoest is.

    De teleurstelling over de teloorgang van het jeugdcentruminitiatief was groot, maar dat betekende niet dat we met onze rug naar Gaza gingen staan. De behoefte aan contact was, zeker aan de kant van onze vrienden in het geïsoleerde Jabalya, erg groot. De gemeente Jabalya besloot het “Groningse” gebouw te verhuren aan het Na’ama College. Dat honderden jongeren uit Jabalya een opleiding volgden aan deze MBO-achtige school, was in zekere zin een troost. Leden van de Stichting Groningen-Jabalya bezochten het Na’ama College de afgelopen jaren verschillende keren. We bleven ook contact houden met verschillende NGO’s, onder andere op het gebied van mensenrechten en jeugdtheater, in het noorden van Gaza.

    Op dinsdagmiddag 31 oktober bombardeerden Israëlische gevechtsvliegtuigen Blok 6 in het Jabalya vluchtelingenkamp. Volgens Al Jazeera vielen er zes bommen. Ze veroorzaakten een enorme krater en een aantal flatgebouwen stortte als kaartenhuizen in elkaar. Ongeveer honderd mensen werden in deze bomaanval gedood, vierhonderd gewond. Meer dan de helft van de slachtoffers waren kinderen.

    De beelden uit het Indonesische Ziekenhuis, dat vlakbij Jabalya ligt en inmiddels is gesloten, waren verschrikkelijk. Kinderen met brandwonden die op de grond behandeld moesten worden. Een schokkend gebrek aan medicijnen. Amputaties die zonder verdoving werden uitgevoerd. De Israëlische media berichtten niet over de Palestijnse burgerslachtoffers maar meldden dat Hamas-commandant in centraal-Jabalya, Ibrahim Biari, bij de aanval was “geëlimineerd”. Hoeveel onschuldige doden en hoeveel verwoesting waren voor het Israëlische leger gerechtvaardigd om één Hamascommandant uit te schakelen?

    Vast staat dat Jabalya sinds begin oktober een van zwaarst getroffen delen van Gaza is. Een aantal wijken van Jabalya is totaal onherkenbaar, of het zou moeten zijn dat we er het kapotgebombardeerde Grozny of Aleppo in herkennen, of Leipzig 1943.

    Er waren verschillende reprises van de slachtpartij van 31 oktober. Midden december kwamen de Israëlische bommenwerpers opnieuw in actie boven Jabalya en vielen er minstens 110 doden, wederom voor een groot deel kinderen.

    Inmiddels hebben de Israëlische grondtroepen zich teruggetrokken uit het vluchtelingenkamp. Ze zijn nog wel vlakbij: in de aangrenzende Jabalya-stad, onder andere in het gehavende “Groningse gebouw” dat nu als Israëlische militaire basis fungeert. De school is uiteraard, net als alle andere scholen in Gaza, gesloten. Meer dan 350 scholen zijn geheel of gedeeltelijk verwoest, het educatieve systeem in Gaza is totaal ontwricht.

    Ondanks dat Israël de bewoners van Noord-Gaza sommeerde naar het zuiden te vluchten, wat de meerderheid deed hoewel het ook zuidwaarts niet veilig bleek, bleven er nog steeds tienduizenden bewoners achter. Sommigen waren te oud of te ziek om te vertrekken. Anderen wilden eenvoudigweg niet weg of geloofden niet in de veiligheidsgaranties van het Israëlische leger.

    Jamal (65), de vader van journalist Anas al Sharif, was te ziek om te vertrekken. Op maandag 11 december werd het huis van de familie in Jabalya getroffen door een Israëlisch projectiel. Jamal was op slag dood en werd nog dezelfde dag begraven op de binnenplaats van een VN-school in Jabalya.

    Waarschijnlijk was het projectiel bedoeld voor Anas die door collega-journalisten onze ‘oren en ogen’ in Jabalya werd genoemd. Anas was, naar eigen zeggen, verschillende keren door Israëlische officieren gebeld. Ze drongen er bij hem op aan ook naar het zuiden te vertrekken en op te houden met zijn verslaggeving. Ondanks de intimiderende telefoontjes bleef Anas als een van de weinige verslaggevers, onder andere voor Al Jazeera, toch actief in Jabalya. Een van zijn laatste reportages ging over de begrafenis van zijn eigen vader.

    Jan Keulen (schrijver en ex-correspondent Midden-Oosten)  Dit opinie artikel is ook op dinsdag 16 januari gepubliceerd in het Dagblad van het Noorden 

    ______________________________________

    De Palestine Medical Relief Society blijft ondanks de dramatische oorlogssituatie en moeilijke omstandigheden medische hulp verlenen in Gaza. U kunt uw bijdrage overmaken.  

    of maak uw donatie digitaal over via de QR code

  • Oud-decaan: ‘Door Groningen betaalde school in Gaza is verwoest. Israël gebruikt het terrein nu als militaire basis’

    Oud-decaan: ‘Door Groningen betaalde school in Gaza is verwoest. Israël gebruikt het terrein nu als militaire basis’

    De gemeente Groningen betaalde begin deze eeuw mee aan een jongerencentrum in de Palestijnse stad Jabalya. Het gebouw is nu voor een groot deel verwoest en het terrein wordt door het Israelische leger gebruikt als militaire uitvalsbasis. 

    Zo’n 90.000 euro betaalde Groningen mee aan de bouw van het jongerencentrum, dat in 2005 werd opgeleverd. De andere helft kwam uit een pot voor ontwikkelingshulp van de Vereniging Nederlandse
    Gemeenten. De laatste jaren werd het gebouw gebruikt door de Nama’a College for Science and Technology , maar volgens de oud-decaan van die school is er nu nog maar weinig van het pand over. Het jeugdcentrum in Jabalya is ontworpen door Henk Scholten van AAS architecten uit Groningen. Lokale bouwbedrijven hebben het gebouwd. De functie van het gebouw veranderde al snel van een jongerencentrum met een
    bibliotheek en sportvoorzieningen naar een school, maar de band met Groningen bleef. De Stichting Groningen – Jabalya stond in voor de vriendschapsband.

    Totally destroyed’

    Moueen Alborsh (48) werkte tot 2019 als decaan op de school in Jabalya. Hij vluchtte dat jaar met zijn dochter naar Nederland en woont nu in Amsterdam, maar heeft nog geregeld contact met vrienden in Gaza. „Totally destroyed” beschrijft hij het ‘Groningse’ gebouw. Compleet verwoest. „Het is een ramp”, vertelt hij. „Het terrein wordt nu door Israël gebruikt als militaire basis. Bijna alle mensen zijn gevlucht uit Noord-Gaza.” Het doet hem pijn. In zijn tijd als decaan op Nama’a College werkte Alborsh samen met de gemeente Groningen, die in 2012 nog eens 65.000 euro beschikbaar stelde voor de school. Tientallen studenten konden door een studiefonds met Gronings geld hun diploma halen en er is een lift mee betaald voor in het gebouw. „Dit was een plek waar we zoveel leerlingen konden opleiden. En nu zitten er militairen van Israël en zijn de meeste mensen
    gevlucht. Verschrikkelijk.”

    Het verhaal van de oud-decaan is niet onafhankelijk te verifiëren, omdat in Noord-Gaza vrijwel geen journalisten meer zitten. Foto’s van de huidige situatie heeft Alborsh ook niet. „Niemand komt in de buurt van de militaire basis”, verklaart hij.

    ‘Ernstig’ en ‘dagelijks geschokt’ 
    Stadjer Bert Giskes gelooft de Palestijn op zijn woord. Net als journalist Lejo Siepe en oud-correspondent Jan Keulen. Alborsh kennen ze al jaren. Alle drie zijn ze betrokken bij de Stichting Groningen – Jabalya en zijn ze in de Palestijnse stad geweest. „We hebben geen idee hoeveel muren nog overeind staan”, zegt Siepe. Hij reisde
    samen met Keulen voor het laatst in 2015 naar Jabalya en schreef toen een reportage voor deze krant. „Ik ben vaak in dat gebouw geweest”, vertelt Keulen. „Ik zat al langer met de vraag: hoe zou het met dat gebouw zijn? Ik had wel begrepen dat het beschadigd was, maar dit is wel ernstig. Heel veel gebouwen zijn met de grond gelijk gemaakt.”
    Giskes wordt als voorzitter van de stichting dagelijks geschokt door het nieuws en de beelden uit Gaza. Hij noemt het triest dat de Groningse school is verwoest, maar plaatst het in perspectief. „Het is met Gronings geld gebouwd, maar vind ik dat erger dan een blok huizen dat gebombardeerd is in het vluchtelingenkamp in
    Jabalya? Het is erger dat zoveel onschuldige mensen worden getroffen en dat het maar door gaat, hoe nauw we ook betrokken zijn bij dit gebouw.”

    ‘Was het maar alleen een gebouw’
    In 2001 stond architect Henk Scholten aan de basis van het ontwerp van het gebouw. Hij vindt het buitengewoon treurig dat het gebouw is verwoest. „Het was een geweldige opdracht om aan mee te werken”, herinnert hij zich. „Maar ik kan niet zeggen dat ik verrast ben dat het verwoest is.” Scholten is in die periode drie keer in Jabalya geweest, maar zag ook vier of vijf keer een bezoek afgelast worden vanwege zorgen over de veiligheid. „Het is geen plek om te zijn. Ook toen al niet.” Onder aan de streep benadrukt hij net als
    Giskes dat het vooral een drama is voor alle onschuldige Palestijnen. „Was het maar alleen een gebouw dat verwoest werd.”

    De gemeente Groningen zegt niet te weten wat op dit moment de exacte situatie is in Jabalya. „Maar op basis van de beelden die er zijn uit Gaza, is het goed mogelijk dat het gebouw bij beschietingen geraakt is”, zegt een woordvoerder. „In zijn algemeenheid is de situatie in Gaza natuurlijk verschrikkelijk, dat hangt niet aan welk specifieke gebouw dan ook.”

    ‘Hamas maakte samenwerking onmogelijk’

    Jacques Wallage (PvdA) was van 1998 tot 2009 burgemeester van Groningen. Hij ging in die rol eind jaren 90 op werkbezoek naar de Westelijke Jordaanoever en Gaza. Na zijn bezoek liet hij zich kritisch uit over het beleid
    dat Israël voerde ten aanzien van de Palestijnse gebieden. Wallage werd als burgmeester een belangrijke pion in de samenwerking tussen Groningen en Jabalya. „De tragiek van Gaza is dat Hamas geleidelijk aan de baas is geworden en een terreurorganisatie dus de dienst uit ging maken”, zegt hij. Het Groningse gebouw waar Wallage aan meewerkte is opgeleverd in 2005. Hamas won de parlementsverkiezingen een jaar later. Sinds 2015 wordt Hamas in de Europese Unie beschouwd als een terroristische organisatie.„ Vanuit Groningen gezien vond ik de samenwerking daardoor heel kwetsbaar worden”, weet Wallage nog. „Je probeerde iets in stand te houden, maar degene met wie je een afspraak moest maken, was uit op de vernietiging van
    Israël. Het werd ook steeds moeilijker om objectieve informatie te krijgen.” De huidige situatie in Gaza omschrijft Wallage als een catastrofe. „Mensen die niks te maken hebben met Hamas betalen een onvoorstelbare prijs. Je kunt alleen maar hopen dat het ooit ophoudt.” Of hij toekomst ziet voor Groningse hulp aan Jabalya? „Ik blijf een voorstander van het helpen van de bevolking van Palestina, maar dat is lastig zolang Hamas de dienst uit maakt.”

    Oud-decaan: ‘Door Groningen betaalde school in Gaza is verwoest. Israël gebruikt het terrein nu als militaire basis’ – Dagblad van het Noorden (dvhn.nl)

  • PMRS heropenen kliniek

    PMRS heropenen kliniek

    Onze collega’s in Gaza hebben de hele dag gewerkt om de straat rondom het Medical Relief Center in Al-Samir schoon te maken van de vernietiging en bombardementen en het te voorzien van medicijnen om het te heropen De vestiging in Gaza stad is verwoest en aktiviteiten zijn verplaatst naar het zuiden van de Gazastrook Bedankt voor de giften. 

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

    andere berichten

    https://www.facebook.com/reel/354917093817164

    https://www.facebook.com/reel/895008665608785

    https://www.facebook.com/reel/363268242962247

     of doneer digitaal via de QR code

  • Werken in Gaza: medische hulp verlenen terwijl je vreest voor je eigen leven

    Werken in Gaza: medische hulp verlenen terwijl je vreest voor je eigen leven

    bron: NRC van 2 januari

    Oorlog Israël-Hamas

    Terwijl de bombardementen aanhouden, proberen sommige Gazanen hun werk voort te zetten. Meestal met gevaar voor eigen leven. „Tijdens het werken moet ik steeds aan mijn kinderen denken.”

    Veel Gazanen denken allang niet meer aan de baan die ze hadden voor de oorlog. Door de constante bombardementen zijn ze vooral bezig met overleven. Duidelijk is echter dat het conflict een grote klap toebrengt aan de werkgelegenheid in de enclave. Zeker 66 procent van de banen in Gaza ging verloren sinds het Israël-Hamas-conflict begin oktober uitbrak, volgens cijfers van de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO). De organisatie waarschuwt dat het werkgelegenheidsverlies nog verder kan toenemen. „Tegenwoordig kan bijna niemand in Gaza nog een inkomen uit werk verdienen”, zegt Peter Rademaker, plaatsvervangend regionaal directeur van de ILO voor de Arabische staten, in een persbericht.

    Voor de oorlog leefde bijna de helft van de bevolking in Gaza onder de armoedegrens en had 46 procent van de bevolking geen baan. Bij de jongeren lag dat percentage op bijna 60 procent.

    Ter vergelijking: in het derde kwartaal van dit jaar was 3,6 procent van de Nederlandse beroepsbevolking werkloos.

    Afhankelijk

    De Gazaanse economie is grotendeels afhankelijk van Israël. Sinds Hamas er in 2007 aan de macht kwam, gelden er beperkingen voor de import van goederen, waaronder elektronische en computerapparatuur. Israël beperkt ook de snelheid van het internet: Gaza maakt nog gebruik van 2G, als het internet al werkt.

    Hulpverleners, journalisten en ngo-medewerkers in Gaza werken onder grote druk in de frontlinie. De mensen in deze beroepen doen belangrijk werk voor hun mede-Gazanen maar draaien nu al weken overuren. Soms met vrees voor hun eigen leven: tijdens de oorlog zijn al meer dan 21.000 Gazanen omgekomen, volgens cijfers van het Hamas-bestuur, vooral door de bombardementen.

    NRC sprak met vier mensen in Gaza die, oorlog of niet, doorgaan met werken. Hoe beïnvloedt de oorlog hun werk? Wat voor risico’s brengt het conflict met zich mee in hun werkende bestaan?

    PERSVOORLICHTER

    Inas Hamdan

    Inas Hamdan werkt in Gaza als persvoorlichter voor de UNRWA, de VN-organisatie die zich sinds 1949 inzet voor Palestijnse vluchtelingen. De werknemers van de ngo voorzien mensen tijdens de oorlog van voedsel en zijn actief in gezondheidsinstellingen, vluchtelingenkampen of scholen. Sinds 7 oktober zijn 136 UNRWA-medewerkers gedood.

    Op 13 oktober is Hamdan met haar familie geëvacueerd naar het zuiden van Gaza. „Het zijn moeilijke tijden, niet alleen voor mij, maar ook voor mijn familie en de rest van de Gazaanse gemeenschap”, zegt Hamdan, die al acht jaar voor UNRWA werkt als hulpverlener. Sinds het begin van de oorlog heeft ze geen elektriciteit meer en is de internetverbinding slecht. In de uren dat Hamdan kan appen of bellen, legt ze contact met mensen om actuele informatie te krijgen over de humanitaire situatie.

    Via de websites en sociale media van UNRWA houdt Hamdan mensen op de hoogte over de ontwikkelingen in Gaza. „Een deel van mijn werk bestaat uit veldbezoeken om informatie te verzamelen, om via UNRWA-kanalen het dagelijks lijden van ontheemden te kunnen weergeven.” Door de communicatiestoringen is het moeilijk contact te krijgen met haar collega’s. Een andere uitdaging is het brandstoftekort. Daardoor kunnen voertuigen van UNRWA zich lastig verplaatsen. „UNRWA-medewerkers kunnen ook niet zomaar meer een auto krijgen, wat ze voor de oorlog gewend waren.”

    „Tijdens het werken moet ik steeds aan mijn kinderen denken, die ik dan bij hun vader thuis achterlaat in het zuiden van Gaza. Ik kan niet eens beschrijven hoe bang ik ben als ik hoor over een luchtaanval op mijn buurt. Ik bel ze onmiddellijk, maar de meeste telefoonlijnen in de Gazastrook zijn slecht.”

    JOURNALIST

    Maha Hussaini

    Maha Hussaini werkt voor een mensenrechtenorganisatie die zich richt op het Midden-Oosten en Europa. Ook werkt ze als freelance journalist voor de Britse nieuwssite Middle East Eye. Naast haar verslaggeving in Gaza houdt zij ruim 45.000 volgers op X gedurende de dag op de hoogte van de ontwikkelingen in de kuststrook. Haar werk is gevaarlijk. Meer dan zestig Palestijnse journalisten werden tijdens de oorlog al gedood.

    Net als Hamdan heeft Hussaini op vrijdag 13 oktober haar woonplaats in Gaza-Stad moeten verlaten. Ze vluchtte naar het midden van de Gazastrook. Haar woonwijk in Gaza-Stad is meerdere keren gebombardeerd nadat ze op de vlucht sloeg.

    Sinds haar vertrek merkt de journalist dat ze door de gebrekkige telecommunicatie bijna volledig van de buitenwereld is afgesloten. Toch blijft ze doorwerken: ze is zich ervan bewust hoe cruciaal haar werk is, nu veel journalisten in Gaza vertrekken of omkomen en er weinig informatie uit Gaza de buitenwereld bereikt.

    Net als bij Hamdan vormen de netwerkstoringen een belemmering voor haar werk. Ze schrijft haar artikelen op haar mobiel omdat ze geen internettoegang heeft op haar laptop. Door het gebrek aan stroom is het lastig om bronnen te bereiken. Soms moet ze kilometers lopen om interviews af te nemen.

    Volgens Hussaini wil Israël journalisten in Gaza het zwijgen opleggen en de stroom van nieuws die vanuit de Gazastrook komt beperken. Hussaini houdt er elke dag rekening mee dat ze gedood kan worden.

    MEDISCH HULPVERLENER

    Aed Yaghi

    Aed Yaghi is medisch hulpverlener en directeur van de Palestinian Medical Relief Society. Deze Palestijnse ngo heeft tien gezondheidscentra in de Gazastrook en biedt gezondheidszorg aan Gazanen. Net als journalisten en humanitaire hulpverleners zijn ook medici niet veilig in Gaza. Bij aanvallen op ziekenhuizen zijn al honderden doden gevallen, volgens de Wereldgezondheidsorganisatie.

    „We bezoeken vluchtelingenkampen of komen bij mensen aan huis die in grote nood verkeren”, zegt Yaghi. Het overgrote deel van de medische hulpverleners en artsen bevindt zich nu in het zuiden van Gaza, waar veel Gazanen naartoe moesten vluchten, en werkt vooral in de vluchtelingenkampen dicht bij hun huidige verblijfplaats. „Omdat het te moeilijk is voor ons om van de ene plek naar de andere plek te gaan.”

    De luchtaanvallen hebben veel hulpverleners verwond en gedood. Yaghi heeft het contact met sommigen van hen verloren, vooral met hulpverleners uit het noorden van de Gazastrook. „We kunnen niet communiceren met sommige collega’s, vooral niet in Gaza-Stad en Jabalia, in het noorden van Gaza. We weten niets over hen en maken ons zorgen over hun veiligheid.” Sinds Israël de zuidelijke plaats Khan Younis binnendrong, nemen ook daar de zorgen toe over de veiligheid van hulpverleners.

    Yaghi’s dagelijks leven is overhoop gegooid. Hij woont sinds een paar weken met zijn vrouw en twee dochters in Deir al-Balah, een stad in het midden van de Gazastrook. Soms staat hij uren in de rij om water en eten te krijgen voor zijn gezin. Ook het contact met andere familieleden is moeilijk. „Je loopt soms een uur om een vriend of familielid te bereiken.”

    MENSENRECHTENADVOCAAT

    Raji Sourani

    Raji Sourani heeft zich de afgelopen decennia ingezet voor de mensenrechten in het Midden-Oosten en Noord-Afrika. Naast zijn werk als mensenrechtenadvocaat richtte hij in 1995 het Palestijnse centrum voor mensenrechten op (PCHR). In november vluchtte hij met zijn vrouw en zoon naar Caïro nadat zijn woning in Gaza-Stad voor de tweede keer werd gebombardeerd.

    In Egypte zet hij zijn werk voort. Het gebied waar Sourani in Gaza woonde, werd vanaf de eerste dag gebombardeerd. Die bombardementen raakten ook twee van zijn kantoren. Het PCHR volgt de activiteiten van de Israëlische strijdkrachten in de Gazastrook. Het bijhouden hiervan werd behoorlijk belemmerd de afgelopen maanden. De bombardementen en verwoestingen zijn zo massaal dat het personeel van Sourani niet alles kan rapporteren.

    Sourani kreeg de afgelopen maanden rapporten van veldwerkers en advocaten die de situatie op verschillende plekken in de Gazastrook beschreven. Het gaat om medewerkers van het PCHR die gewend zijn om in moeilijke omstandigheden te werken, maar ook voor hen werd het te gevaarlijk in Gaza. „Daarom heb ik onze veldwerkers en advocaten gevraagd om alleen te rapporteren over wat er in hun directe omgeving gebeurt.” Volgens Sourani is het nieuw dat heel Gaza doelwit is van bombardementen, in plaats van alleen een bepaald gebied.

    Israël zegt dat het vooral militaire Hamas-doelwitten bombardeert, maar volgens Sourani is dat niet waar. „De echte doelen van deze aanvallen zijn de huizen, bakkerijen, watertanks, benzinestations en ziekenhuizen.”

    Een versie van dit artikel verscheen ook in de krant van 2 januari 2024.

     

     

     

  • Zondag 26 november wake voor slachtoffers in Gaza en Israël, oproep tot staakt-het-vuren!

    Zondag 26 november wake voor slachtoffers in Gaza en Israël, oproep tot staakt-het-vuren!

    Podiumkunstenaars, theaters, gezelschappen en opleidingen in Nederland en België slaan de komende weken de handen ineen om programma te organiseren dat de aandacht vestigt op het geweld in Gaza, de Westelijke Jordaanoever en Israël, en dat bijdraagt aan de roep om een onmiddellijk staakt-het-vuren en de vrijlating van alle gijzelaars. De aftrap vond plaats op 16 november in Theater Aan Het Spui in Den Haag, waarna het initiatief door heel Nederland en België zal opduiken.

    In Groningen organiseert Stichting Groningen-Jabalya een van deze avonden. Tijdens deze avond wordt stilgestaan bij alle slachtoffers in Gaza en Israël. We willen bijdragen door stilte en aandacht te hebben voor iedereen die het moeilijk heeft. We willen oproepen tot een staakt-het-vuren.

    Musici, acteurs en belangstellenden kunnen deze avond samen komen in de theaterzaal van Het Houten Huis. Naast het ten gehore brengen van een aantal Gaza monologen (link naar landelijk initiatief) wordt ook extra aandacht gevraagd voor het theatergezelschap Theatre Day Productions dat 25 jaar geleden door de Israëlische theatermakers Jacky en – de van oorsprong Nederlandse – Theatermaker Jan Willems werd opgericht. Verschillende instellingen binnen de Kunstwerf werkten de afgelopen jaren met hen samen. In 2019 en 2020 reisden Mads Wittermans (acteur) en David van Griethuysen (artistieke leiding Het Houten Huis) naar Gaza om daar workshops te geven aan de acteurs en de studenten daar.

    Programma

    21:30 inloop
    22:00 openingswoord
    22:15 korte film van theaterproject van Theater Day Productions in Gaza
    22:30 Gedichten en monologen door jongeren van de Noorderlingen
    23:00 Open muziekpodium met jamsessie
    01:00 einde

    Naast het voordragen van gedichten en monologen van en over jongeren in Gaza, wordt er ook samen muziek gemaakt. Houten-huismuzikant Martin Franke heeft een basisopstelling gemaakt van zelfgemaakte instrumenten, een loopstation en een tal van kleine instrumenten. Samen vormt dit de basis voor een jamsessie. Iedereen kan en mag meedoen. Ben je muzikant of muzikaal, neem vooral je eigen instrument ook mee.

    Medewerking:
    Mads Wittermans
    Musici en medewerkers Het Houten Huis
    Medewerkers en jongeren van de Noorderlingen

    _______________________________________

    datum: zondag 26 november

    Locatie : Bloemsingel 10C – ingang op de hoek met de Kolendrift

    Tijd van 21:30 uur tot 01:00 uur  

    Organisatie: Stichting Groningen-Jabalya

     

    bekijk ook Theatersector bundelt krachten voor Gaza – Theaterkrant

     

  • Heeft Israël het recht op zelfverdediging in Gaza?

    Heeft Israël het recht op zelfverdediging in Gaza?

    Veel deskundigen zijn van mening dat de zaak van Israël zwak is omdat Gaza in feite onder Israëlische controle staat.

    Israël heeft het grootste ziekenhuis van Gaza bestormd en woonwijken en vluchtelingenkampen gebombardeerd in aanvallen die volgens de mensenrechten chef van de Verenigde Naties, Volker Turk, een “nachtmerrieachtige” situatie hebben ontketend in de belegerde Palestijnse enclave.

    Er gaan steeds meer stemmen op voor een staakt-het-vuren nu de humanitaire situatie verslechtert en duizenden mensen het risico lopen te verhongeren als gevolg van de Israëlische blokkade van het gebied – waar 2,3 miljoen mensen wonen.  Israël en zijn bondgenoten hebben betoogd dat de bombardementen gerechtvaardigd zijn omdat het recht heeft op zelfverdediging als reactie op de Hamas-aanvallen van 7 oktober waarbij 1.200 mensen omkwamen en meer dan 5.600 gewond raakten in het zuiden van Israël.

    Maar wat is dit recht op zelfverdediging, en rechtvaardigt het Israëls moord op meer inmiddels dan 11.500 Palestijnen en verwonding van 29.800 ?

    Wat is het recht op zelfverdediging?

    Volgens artikel 51 van het VN-Handvest, totdat de VN-Veiligheidsraad maatregelen neemt om de internationale vrede en veiligheid te handhaven, “mag niets in het Handvest afbreuk doen aan het inherente recht op individuele of collectieve zelfverdediging als er een gewapende aanval plaatsvindt tegen een lid van de Verenigde Naties.”

    Sinds Israël is begonnen met het bombarderen van de Gazastrook, hebben zijn functionarissen en zijn westerse bondgenoten – van de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk tot de Europese Unie – de Israëlische acties verdedigd door te wijzen op artikel 51.

    Is het van toepassing op Israël tegen Gaza?

    Veel experts zijn er niet van overtuigd dat het van toepassing is.

    “Het recht op zelfverdediging kan worden ingeroepen wanneer de staat wordt bedreigd door een andere staat, wat niet het geval is”, zei Francesca Albanese, speciale VN-rapporteur voor de mensenrechten in de bezette Palestijnse gebieden, dinsdag in een toespraak tot de Australian Press Club. De aanval waarmee Israël op 7 oktober werd geconfronteerd, kwam van een gewapende groep in Gaza een gebied dat Israël effectief  controleert.

    Israël trok zijn troepen in 2005 terug uit Gaza, maar het heeft een land-, zee- en luchtblokkade opgelegd aan de enclave sinds Hamas in 2007 aan de macht kwam. Dat komt volgens Albanese neer op bezetting – hoewel Israël en zijn bondgenoten het niet eens zijn met die beoordeling.

    “Israël beweert niet dat het wordt bedreigd door een andere staat. Het is bedreigd door een gewapende groep in bezet gebied. Het kan geen aanspraak maken op het recht op zelfverdediging tegen een dreiging die uitgaat van een gebied dat het bezet, van een gebied dat onder oorlogvoerende bezetting wordt gehouden”, zei Albanese.

    Albanese verwees naar een advies uit 2004 van het Internationaal Gerechtshof (ICJ), waarin stond dat de bouw van de Israëlische scheidingsmuur op de bezette Westelijke Jordaanoever illegaal was. Het Internationaal Gerechtshof verwierp het Israëlische argument om de muur te bouwen en zei dat het geen beroep kon doen op het recht op zelfverdediging in bezet gebied.

    Zijn er nog andere uitdagingen voor het argument van Israël?

    Andere deskundigen wijzen op de verwoestende omvang van de Israëlische aanvallen op Gaza. “De dood van naar verluidt 4.710 kinderen, aanvallen op de gezondheidszorg, het onthouden van water en elektriciteit – deze kunnen niet alleen worden gerechtvaardigd als een ‘recht op zelfverdediging’”, zegt Iain Overton, uitvoerend directeur van de in Londen gevestigde Action on Armed Violence, die onderzoek doet naar en pleit voor gewapend geweld tegen burgers.

    Hij voegde eraan toe dat het voor Israël een aanfluiting zou zijn van het internationaal humanitair recht om dit recht op te eisen zonder te worden uitgedaagd.

    Civiele beschermingsteams en burgers voeren een zoek- en reddingsoperatie uit onder het puin van gesloopte gebouwen na Israëlisch bombardement op vluchtelingenkamp Jabalia
    Civiele beschermingsteams en burgers voeren een zoek- en reddingsoperatie uit onder het puin van gesloopte gebouwen na het Israëlische bombardement op het vluchtelingenkamp Jabalia op 14 november 2023 [Fadi Alwhidi/Anadolu]

    Welke regels gelden voor de oorlog van Israël tegen de Gazastrook?

    Gewapende conflicten worden beheerst door het internationaal humanitair recht (IHR), een reeks regels die zijn opgenomen in internationale overeenkomsten zoals de Vierde Conventie van Genève van 1949, evenals andere overeenkomsten en conventies die bedoeld zijn om ervoor te zorgen dat alle lidstaten een lijst met fundamentele regels onderschrijven tijdens conflicten.

    Maar lidstaten handelen niet altijd volgens de regels, het meest recent tijdens de oorlog tussen Oekraïne en Rusland. Israël is beschuldigd van oorlogsmisdaden bij zijn eerdere militaire aanvallen op Gaza, maar het is niet ter verantwoording geroepen.

    In het huidige conflict lijken de acties van Israël echter in strijd te zijn met alle vier de belangrijkste principes van het IHR: onderscheid tussen burgers en strijders, evenredigheid tussen verwacht verlies van burgerlevens en schade en het strategische militaire voordeel van een aanval, legitieme militaire doeleinden en de humane behandeling van alle individuen, van burgers tot gevangenen en gijzelaars.

    Onder de dode Palestijnen in het huidige conflict zijn sinds donderdag 4.710 kinderen en 3.160 vrouwen. “De omvang van het bombardement en de impact ervan op burgers roept vragen op over de naleving van de evenredigheid door Israël,” vertelde Overton aan Al Jazeera.

    De Israëlische bombardementen op Gaza hebben ook 102 hulpverleners van de VN-organisatie voor hulpverlening aan Palestijnse vluchtelingen (UNRWA) gedood, waardoor dit het dodelijkste conflict ooit is voor VN-personeel in de geschiedenis van de organisatie.

    Is het gerechtvaardigd om burgers aan te vallen tijdens een conflict?

    Het IHR onderstreept de fundamentele regel van alle oorlogen – dat partijen in een conflict altijd een onderscheid moeten maken tussen burgers en strijders en dat burgers en burgerobjecten nooit mogen worden aangevallen.

    Daarom is er geen rechtvaardiging voor het aanvallen van burgers door beide partijen in het huidige conflict, en het is onwettig.

    Neve Gordon, hoogleraar internationaal recht en mensenrechten aan de Queen Mary University of London, zei dat de acties van zowel Hamas als Israël “duidelijk oorlogsmisdaden” waren, eraan toevoegend dat het “voor iedereen duidelijk” was dat de acties van Hamas op 7 oktober in strijd waren met het IHR. “Het is ook duidelijk dat Israël sinds 7 oktober oorlogsmisdaden heeft gepleegd in Gaza,” zei hij.

    “Er is de collectieve bestraffing door het stoppen van water en elektriciteit, de gedwongen verplaatsing van bevolkingsgroepen en vervolgens het ontketenen van verwoestend geweld dat duizenden burgers doodt en tegelijkertijd de infrastructuur  in de Gazastrook vernietigt,” voegde Gordon eraan toe.

    Israël controleert wat er in en uit Gaza gaat. Zelfs de brandstof voor de enige elektriciteitscentrale, die sindsdien is stilgelegd, is geleverd met toestemming van Israël.

    De beweringen van Israël dat Hamas opereert vanuit civiele faciliteiten zijn echter gericht op het rechtvaardigen van burgerslachtoffers, zei Gordon.

    “Wanneer Israël Hamas-doelen claimt in vluchtelingenkampen en ziekenhuizen, is het idee in beide gevallen om te onderstrepen dat de waarde van het doelwit extreem hoog is en daarom dat Israël zich houdt aan het principe van evenredigheid, zelfs als er veel burgers sterven,” zei Gordon.

    Hoe zit het met Israëlische aanvallen op ziekenhuizen, scholen en vluchtelingenkampen? Zijn dergelijke tactieken geoorloofd?

    Het internationaal humanitair recht dringt erop aan dat medische eenheden moeten worden beschermd. Evenzo verbiedt het internationaal recht ook aanvallen op plaatsen die onmisbaar zijn voor het overleven van de burgerbevolking, zoals drinkwaterinstallaties en landbouwgrond.

    Het aanvallen van scholen en ziekenhuizen tijdens het conflict, zoals Israël heeft gedaan, is “een van de zes ernstige schendingen”, aldus het VN-bureau van de speciale vertegenwoordiger van de secretaris-generaal voor kinderen en gewapende conflicten.

    Toch is Israël onverbiddelijk geweest in deze aanvallen, ondanks zware kritiek. Deskundigen hebben erop gewezen dat het zich heeft gebaseerd op de bewering, gesteund door de VS en de EU, dat Hamas burgers op deze plaatsen als “menselijk schild” gebruikt.

    De Amerikaanse president Joe Biden herhaalde woensdag de Israëlische claim van een Hamas-basis in het al-Shifa-ziekenhuis, de grootste medische faciliteit van Gaza. Hij leverde geen bewijs, en Israël heeft tot nu toe ook geen enkel bewijs voor die bewering getoond.

    Maar wat als Hamas burgers gebruikt als ‘menselijk schild’?

    Een manier waarop Hamas burgers gebruikt als “menselijk schild”, benadrukt Israël, is door naar verluidt te opereren vanuit scholen, ziekenhuizen, vluchtelingenkampen en schuilplaatsen.

    Maar veel experts zijn van mening dat het afschilderen van burgers als menselijk schild een handig argument is dat Israël heeft gebruikt om legitimiteit voor zijn aanvallen te creëren.

    Wanneer een persoon op een slagveld wordt gedefinieerd als een menselijk schild, … hij of zij verliest een deel van de bescherming die door het oorlogsrecht aan burgers is toegewezen”, zei Gordon.

    “Wat veel juridische commentatoren zeggen, is dat zodra een strijdende partij menselijke schilden gebruikt, dodelijke vormen van geweld kunnen worden gebruikt die anders in een civiele omgeving verboden zouden zijn”, voegde hij eraan toe.

    Anderen, zoals Overton, zeiden dat zelfs als de beweringen van Israël over Palestijnse burgers die als menselijk schild worden gebruikt juist zijn, de Israëlische acties nog steeds niet gerechtvaardigd zijn.

    “De bewering dat burgers als menselijk schild worden gebruikt, ontslaat een partij niet van haar verplichtingen onder het IHR. Zelfs als er strijders aanwezig zijn, moeten aanvallen nog steeds voldoen aan de principes van onderscheid en proportionaliteit,” zei Overton, wijzend op hoe VN-secretaris-generaal Antonio Guterres Gaza op 7 november een “kerkhof voor kinderen” noemde.

    “Dit onderstreept de ernstige impact op burgers, wat suggereert dat de claim van menselijke schilden de omvang en aard van de aanvallen op burgergebieden mogelijk niet rechtvaardigt”, voegde hij eraan toe.

    “Wat veel juridische commentatoren zeggen, is dat zodra een strijdende partij menselijke schilden gebruikt, dodelijke vormen van geweld kunnen worden gebruikt die anders in een civiele omgeving verboden zouden zijn”, voegde hij eraan toe.

    Anderen, zoals Overton, zeiden dat zelfs als de beweringen van Israël over Palestijnse burgers die als menselijk schild worden gebruikt juist zijn, de Israëlische acties nog steeds niet gerechtvaardigd zijn.

    “De bewering dat burgers als menselijk schild worden gebruikt, ontslaat een partij niet van haar verplichtingen onder het IHR. Zelfs als er strijders aanwezig zijn, moeten aanvallen nog steeds voldoen aan de principes van onderscheid en proportionaliteit,” zei Overton, wijzend op hoe VN-secretaris-generaal Antonio Guterres Gaza op 7 november een “kerkhof voor kinderen” noemde.

    “Dit onderstreept de ernstige impact op burgers, wat suggereert dat de claim van menselijke schilden de omvang en aard van de aanvallen op burgergebieden mogelijk niet rechtvaardigt”, voegde hij eraan toe.

    Rook stijgt op na een Israëlische luchtaanval op Gaza-stad, Gaza
    Rook stijgt op na een Israëlische luchtaanval op Gaza-stad op 11 oktober 2023. Het Palestijnse ministerie van Buitenlandse Zaken beweert dat Israël fosforbommen heeft gebruikt bij zijn aanvallen op bevolkte gebieden in Gaza [Ashraf Amra/Anadolu]

    Wat zijn enkele andere wetten die Israël mogelijk heeft overtreden?

    Israël is ook beschuldigd van het gebruik van witte fosfor, dat branden kan veroorzaken en kan leiden tot ernstige, mogelijk dodelijke brandwonden. Het afvuren van witte fosfor is volgens Amnesty International verwant aan een willekeurige aanval, die zowel burgers als militaire doelen treft en daarom verboden is volgens het internationaal recht.

    Het IHR maakt duidelijk dat partijen bij een conflict “de verplaatsing van de burgerbevolking niet geheel of gedeeltelijk mogen bevelen”, behalve als militaire redenen dit vereisen of als hun veiligheid in het geding is. Op 13 oktober beval Israël meer dan 1 miljoen Palestijnen in het noorden van Gaza om te evacueren en naar het zuiden van de belegerde enclave te verhuizen, ondanks de waarschuwing van de VN dat Gaza als gevolg van een dergelijk bevel voor een “echte catastrofe” stond. Israël heeft dit bevel gerechtvaardigd door te zeggen dat het gericht was op het beperken van burgerslachtoffers tijdens zijn militaire operatie in het noorden van Gaza.

    Het IHR bepaalt ook dat alle partijen in een conflict ervoor moeten zorgen dat humanitaire hulpoperaties “ongehinderd” worden toegestaan en gefaciliteerd. Israël had echter geweigerd essentiële hulp in Gaza toe te laten, ondanks wijdverbreide waarschuwingen voor een humanitaire crisis.

    Het besluit van Israël om een “volledige belegering” van de energie-, voedsel- en watervoorziening van Gaza op te leggen, is ook alom bekritiseerd omdat het een humanitaire crisis heeft veroorzaakt, aangezien duizenden Palestijnen worden geconfronteerd met “hongerdood”, aldus de liefdadigheidsinstelling ActionAid. Het humanitair recht verbiedt het gebruik van uithongering van de burgerbevolking “als een methode van oorlogvoering”. “De volledige belegering die nu meer dan een maand duurt, heeft het voor de inwoners van Gaza tot een kwelling gemaakt om basisbehoeften te vinden en te overleven”, zei Turk vorige week, eraan toevoegend dat “er een einde moet komen aan alle vormen van collectieve bestraffing”.

    Hoewel advocaten en deskundigen hebben gewezen op waarschijnlijke schendingen door Israël en Hamas van het internationaal recht en het internationaal humanitair recht in het bijzonder, is dat misschien geen garantie voor juridische stappen tegen hen.

    Deskundigen wijzen op het gebrek aan actie tegen Israël voor de aanval op Gaza in 2008, genaamd Operation Cast Lead, waarbij Israël werd beschuldigd van oorlogsmisdaden. Het 22-daagse Israëlische offensief doodde 1.400 Palestijnen. Ten minste 13 Israëli’s werden gedood bij vergeldingsraketaanvallen door Palestijnse gewapende groepen.

    “Historische precedenten, zoals de onderzoeken naar aanleiding van Operatie Cast Lead en anderen, tonen aan dat hoewel onderzoeken naar Israëlische acties in Gaza hebben plaatsgevonden, ze vaak niet hebben geleid tot significante preventieve maatregelen of verantwoording,” zei Overton.

    In het huidige conflict had de VN-onderzoekscommissie voor de bezette Palestijnse gebieden op 10 oktober aangekondigd dat er “duidelijk bewijs was van oorlogsmisdaden” van beide kanten en voegde eraan toe dat het “bewijs van oorlogsmisdaden had verzameld en bewaard” omdat het “van plan is om juridische verantwoording af te leggen, inclusief individuele strafrechtelijke en commandoverantwoordelijkheid”.

    “Het doden van zoveel burgers kan niet worden afgedaan als collateral damage. Niet in een kibboets. Niet in een vluchtelingenkamp. En niet in een ziekenhuis”, zei de VN-mensenrechtenchef.

    Ten minste drie Palestijnse rechtengroepen hebben een rechtszaak aangespannen bij het Internationaal Strafhof (ICC) tegen Israël tijdens de aanhoudende oorlog. En deze week diende de Franse advocaat Gilles Devers namens de slachtoffers van Gaza een klacht in bij de aanklager bij het ICC.

    Een in de VS gevestigde burgerrechtengroep, het Center for Constitutional Rights, heeft ook Biden en hooggeplaatste leden van zijn kabinet aangeklaagd wegens “medeplichtigheid” aan de “zich ontvouwende genocide”.

    BRON: Heeft Israël het recht op zelfverdediging in Gaza? | Israëlisch-Palestina conflict Nieuws | Al Jazeera

     

  • Zondag 19 december bijeenkomst Knokken voor vrede in het bevrijdingsbos

    Zondag 19 december bijeenkomst Knokken voor vrede in het bevrijdingsbos

     

    Op zondag 19 november om 13.00 uur ben je welkom in de Stefanuskerk bij het Bevrijdingsbos in Groningen voor een bijeenkomst in het kader van de Internationale dag van de Rechten voor het Kind, en specifiek het recht op vrede. Ieder kind heeft het recht om met liefde en in vrede op te groeien. Hier willen wij voor knokken, voor deze kinderen en de kinderen van de toekomst.

    De gruwelijke beelden van oorlogen overal ter wereld, het meest recent van de situatie in Israël en Palestina, die onze woonkamers binnenkomen, maken wanhopig en machteloos. We zien beelden van onschuldige kinderen, vol angst en verdriet, velen zijn gewond of gedood. Laten we niet alleen toeschouwers zijn, maar de verbinding zoeken. Laten we dapper zijn en samen het pad naar de menselijkheid bewandelen. Laten we proberen te luisteren naar elkaar zonder meteen de discussie aan te gaan. Laten we onze ideeën over vrede en vrijheid met elkaar delen op 19 november.

    We lopen deze zondag gezamenlijk vanaf de Stefanuskerk het Kinderrechtenpad rond om daarna samen vredessoep te eten in de Stefanuskerk. In de kerk is iedereen welkom om zijn boodschap over het thema vrijheid en vrede voor te dragen door middel van poëzie, verhalen, een korte lezing, muziek. De bijeenkomst duurt tot 16.00 uur, opgave is niet nodig.

    Om niet alleen met woorden en muziek te knokken voor vrede, maar ook concreet een bijdrage te leveren, gaan alle donaties van de middag naar War Child, een organisatie die zich inzet voor hulp en een beter leven voor kinderen in oorlogssituaties wereldwijd.

    De bijeenkomst is geïnitieerd door Stichting Pittig Gekruid met medewerking van Stichting het Bevrijdingsbos en Stichting Groningen-Jabalya.

     

  • Interview en discussie avond over Gaza met oud correspondent Jan Keulen

    Interview en discussie avond over Gaza met oud correspondent Jan Keulen

    Op donderdag 7 december is oud correspondent Jan Keulen te gast bij Stichting Groningen-Jabalya. We praten dan met hem over de actuele situatie in Gaza, en zijn herinneringen aan Gaza dat hij vele malen bezocht. In de jaren negentig versloeg hij vanuit Amman onder andere het conflict tussen Israël en de Palestijnen. Wat maakt de situatie nu anders?

    Ga het water van de zee drinken’ betekent zoiets als ‘loop naar de hel’. De Israëlische journalist Amira Hass gebruikte de uitdrukking voor haar boek: ‘Drinking the Sea at Gaza’. Gaza is op het ogenblik inderdaad een hel. Om naar de toekomst te kijken is het belangrijk de geschiedenis te kennen. Hoe gaat het nu verder in Gaza: een historisch perspectief.

    Keulen publiceerde in 2022 zijn boek De Oorlog van gisteren. Voor journalistiek die ertoe doet moet altijd een prijs worden betaald. Jan Keulen ervoer dat aan den lijve. Vanaf het moment dat hij als beginnend journalist in 1979 door Spanje als persona non grata werd verklaard. Collega-journalisten werden ontvoerd, ontslagen, gevangen gezet, gemarteld en zelfs gedood. Zelf kampte Keulen met trauma’s en een burn-out, en hij werd beschuldigd van antisemitisme.

    Lejo Siepe gaat Keulen interviewen over zijn leven en werk en zijn visie op het mensonterend conflict in Gaza.

    Datum: 7 december 2023

    Locatie: Groen Links pand Coehoornsingel 87 Groningen

    19.30 uur inloop

    Aanvang 20.00 uur

    __________________________________________

    wij zamelen geld in voor onze partnerorganisatie de Palestinian Medical Relief Society

     

    Voor direct digitaal doneren gebruik de QR code hieronder