Tag: 5

  • Motie Gaza in gemeenteraad

    Op woensdag 14 november heeft de gemeenteraad van Groningen een Gaza motie aangenomen waarin de Nederlandse regering wordt opgeroepen om de humanitaire hulp aan Gaza te bevorderen. De motie kreeg een meerderheid dankzij de collegepartijen Pvda, SP en Groenlinks.
    Hieronder de tekst van de motie.

    De gemeenteraad van Groningen, in vergadering bijeen op 14 november 2007 besprekende de gemeentebegroting 2008

    Overwegende dat

    Sinds de Palestijnse verkiezingen van begin 2006 er een westerse boycot is ingesteld tegen de wettige Palestijnse regering

    Deze boycot de humanitaire situatie in de Gazastrook ernstig heeft doen verslechteren en heeft geleid tot zeer ernstige tekorten van voedsel, medicijnen en andere basisbehoeften

    De nu ontstane situatie voor 1,5 miljoen mensen een schending van het internationaal recht betekent

    Groningen een relatie onderhoudt met de gemeente Jabalya Nazla

    Het gemeentelijk jeugdproject jeugd in Jabalya al sinds 2005 stilligt o.a als gevolg van de veiligheidssituatie in de Gazastrook

    Van mening dat

    Humanitaire hulp voor Gaza plaats moet kunnen vinden

    Roept de regering op

    Humanitaire hulp voor Gaza weer mogelijk te maken

    En verzoekt het college met het ministerie van Buitenlandse Zaken te overleggen om dit te bewerkstelligen

    En gaat over tot de orde van de dag

  • resolutie EU parlement

     

    Resolutie van het Europees Parlement van 11 oktober 2007 over de humanitaire situatie in Gaza

    Het Europees Parlement ,
    – onder verwijzing naar zijn voorgaande resoluties over het Midden-Oosten, met name die van 2 februari 2006 over de uitslag van de Palestijnse verkiezingen en de situatie in Oost-Jeruzalem(1) , 1 juni 2006 over de humanitaire crisis in de Palestijnse gebieden en de rol van de EU(2) , 7 september 2006 over de situatie in het Midden-Oosten(3) , 16 november 2006 over de situatie in de Gazastrook(4) , 21 juni 2007 over MEDA en financiële steun voor Palestina: evaluatie, implementatie en controle(5) , en die van 12 juli 2007 over het Midden-Oosten(6) ,
    – gezien de resoluties van de VN-Veiligheidsraad nrs. 242 (1967) en 338 (1973),
    – gezien de verklaring van het Kwartet van 23 september 2007,
    – gezien de conclusies van de Raad Algemene Zaken en Externe Betrekkingen van 23 en 24 juli 2007,
    – gezien de verklaring van 21 september 2007 over het Midden-Oosten van de Hoge commissaris voor de mensenrechten van de VN,
    – gelet op artikel 103, lid 2 van zijn Reglement,
    A. overwegende dat de humanitaire crisis in de Gazastrook ten gevolge van de belemmering van het verkeer van personen en goederen, de grootschalige vernietiging van openbare infrastructuur en particuliere huizen, de onderbreking van de dienstverlening in ziekenhuizen, klinieken en scholen, de gedeeltelijke ontzegging van de toegang tot schoon drinkwater, voedsel en elektriciteit, en de verwoesting van landbouwgronden, een rampzalig peil heeft bereikt,
    B. overwegende dat de grensposten Karni en Rafah al maanden gesloten zijn, dat de economie door de belemmering van het verkeer van personen en goederen verder is verlamd en dat de buitengewoon hoge werkloosheid in de Gazastrook o.m. daardoor aanzienlijk is toegenomen,
    C. overwegende dat de sectoren water en afvalwater in een kritieke toestand verkeren, en dat deze situatie door tekort aan water en mogelijke overstroming van afvalwater, aanleiding kan zijn tot nog meer humanitaire en milieucrises,
    D. overwegende dat de gezondheidszorg zwaar onder druk staat en dat een groot deel van de bevolking gebrek heeft aan dringend noodzakelijke behandeling geneesmiddelen,
    E. overwegende dat het onderwijsstelsel kampt met ernstige tekortkomingen door het ontbreken van fundamentele hulpmiddelen en dat de kwaliteit van het onderwijs daalt; dat deze situatie ernstige gevolgen zal hebben voor de toekomst van de jonge generatie in de Gazastrook woonachtige Palestijnen,
    F. overwegende dat de Europese Unie de Palestijnen de afgelopen jaren in ruime mate financieel heeft gesteund, dat het Tijdelijk Internationaal Mechanisme en de projectfinanciering door de EU sinds 2006 een belangrijke rol hebben gespeeld bij het afwenden van een humanitaire ramp in de Gazastrook en op de Westelijke Jordaanoever,
    G. overwegende dat de belemmering van het verkeer van personen en goederen, en de binnenlandse onveiligheid in de Gazastrook een ernstige hindernis vormen voor de werkzaamheden van het Directoraat-Generaal humanitaire hulp van de Commissie, de VN-agentschappen, het Rode Kruis en de Rode Halve Maan en andere humanitaire organisaties die aan de bewoners van de Gazastrook hulp en steun bieden; overwegende dat de Europese Commissie, het VN-Ontwikkelingsprogramma, het VN relief and Works Agency en de Wereldbank een aantal infrastructuurprojecten hebben opgeschort doordat zij geen grondstoffen konden invoeren; overwegende dat deze humanitaire bureaus, agentschappen en organisaties hun werkzaamheden voortzetten ondanks alle belemmeringen; met klem erop wijzend dat de financiële toezeggingen die door de EU en haar lidstaten in verband met deze werkzaamheden zijn gedaan, moeten worden nagekomen,
    H. overwegende dat het Kwartet in zijn verklaring van 23 september 2007 ernstige verontrusting heeft geuit over de toestand in de Gazastrook, tot een besluit is gekomen over het belang van voortzetting van onbelemmerde humanitaire en noodhulp, en heeft aangedrongen op voortzetting van de levering van vitale diensten,
    I. overwegende dat verbetering van de levensomstandigheden van de Palestijnen die in de Gazastrook en op de Westelijke Jordaanoever wonen, in combinatie met het opnieuw op gang brengen van het vredesproces en het opzetten van functionerende Palestijnse instellingen, een sleutelelement is in het streven naar totstandbrenging van een rechtvaardige en duurzame vrede tussen Israëliërs en Palestijnen,
    1. geeft uiting aan de meest ernstige verontrusting over de humanitaire crisis in de Gazastrook en de eventuele ernstige gevolgen daarvan; wijst erop dat de mensenrechten en het internationaal humanitair recht in het gebied ten volle moeten worden geëerbiedigd; verzoekt alle partijen andermaal af te zien van geweld;
    2. roept Israël ertoe op zijn internationale verplichtingen overeenkomstig de conventies van Genève na te komen om te waarborgen dat humanitaire hulp, humanitaire steun en vitale diensten zoals elektriciteit en brandstof de Gazastrook bereiken; dringt aan op opheffing van de blokkade van de Gazastrook; dringt er bij Israël op aan ervoor te zorgen dat het verkeer van personen en goederen bij Rafah, overeenkomstig de Overeenkomst inzake verkeer en toegang en de EU-missie voor bijstandsverlening inzake grensbeheer, alsook het verkeer van goederen bij Karni, mogelijk zijn; verzoekt de Raad, de Hoge Vertegenwoordiger voor het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid en de Commissie de volledige verantwoordelijkheid voor de tenuitvoerlegging van deze overeenkomst te aanvaarden; roept Israël ertoe op de toevoer van financiële middelen naar de Gazastrook, die sinds 25 september 2007 is opgeschort, te waarborgen en is van mening dat het ontbreken van toegang tot financiële middelen ernstige gevolgen heeft voor het economische, sociale en dagelijkse leven van het Palestijnse volk;
    3. verzoekt de Palestijnse Autoriteit en Hamas ondanks de politieke impasse het functioneren te vergemakkelijken van de overheidsinstellingen die vitale diensten leveren, alsmede van de internationale humanitaire agentschappen, bureaus en organisaties die streven naar verbetering van de levensomstandigheden van alle Palestijnen die in het gebied wonen;
    4. verzoekt de Raad en de Commissie samen met de internationale gemeenschap essentiële humanitaire hulp aan de Palestijnse bevolking te blijven waarborgen, en met name te letten op de specifieke behoeften van bijzonder kwetsbare groepen; verzoekt de Raad en de Commissie er, overeenkomstig de Euro-mediterrane associatieovereenkomst met de Staat Israël(7) en de Euro-mediterrane Interim-associatieovereenkomst met de Palestijnse Nationale Autoriteit(8) , op toe te zien dat het internationaal humanitair recht en de mensenrechten in het gebied ook door niet tot de overheid behorende partijen ten volle worden geëerbiedigd om aldus een humanitaire ruimte te scheppen;
    5. spreekt de wens uit dat het streven naar het bijeenroepen van een internationale vredesconferentie bijdraagt tot de totstandbrenging van een rechtvaardige en duurzame vrede tussen Israëliërs en Palestijnen op basis van de desbetreffende resoluties van de VN-Veiligheidsraad, het recht van de Staat Israël te bestaan binnen veilige en erkende grenzen en het recht van de Palestijnen op een levensvatbare staat;
    6. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de Hoge Vertegenwoordiger voor het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de secretaris-generaal van de VN, de gezant van het Kwartet in het Midden-Oosten, de fungerend voorzitter van de Euromediterrane Parlementaire Vergadering, de voorzitter van de Palestijnse Autoriteit, de Palestijnse Wetgevende Raad, de Israëlische regering en de Knesset en de regering en het parlement van Egypte.

     

  • Column juni 2007

    Een nieuwe Palestijnse catastrofe  juni 2007

    Palestijnse kranten spraken deze week van een nieuwe naqba, een nieuwe catastrofe. En een catastrofe is het. Gevechten tussen Hamas en Fatah in Gaza, tientallen doden, honderden gewonden. En Israël die er nog een schepje bovenop doet met beschietingen en bombardementen vanuit helikopters en F16’s. Nóg meer slachtoffers, nóg meer chaos.

    Eindelijk is het dus zover: de Palestijnse burgeroorlog waarover al vanaf het midden van de jaren negentig wordt gespeculeerd, vooral na de eerste zelfmoordaanslagen van Hamas, lijkt nu een feit. Palestijnen die Palestijnen naar het leven staan en een kennelijk machteloze Palestijnse Autoriteit die niet veel meer weet te doen dan oproepen tot het volgende staakt-het-vuren.

    Columnist Rob van Wijk somt in dagblad Trouw van 18 mei 2007 onder de kop “Palestijnen in hun sop laten gaar koken” een aantal “oplossingen” op, om tot de conclusie te komen dat geen van die oplossingen soelaas biedt.
    Zo heeft president Abbas niet de macht om een effectieve noodtoestand uit te roepen en per decreet te regeren. “De tweede optie is dat Israël een interventie uitvoert, Gaza bezet en orde op zaken stelt” aldus Van Wijk. Maar als Israël dit zou doen zou er een nieuwe intifada kunnen uitbreken en dan is Israël nog verder van huis. De derde en vierde opties in Van Wijks’ stuk zijn respectievelijk “de Palestijnen in hun sop gaar te laten koken” wat onherroepelijk zal leiden tot de val van de Palestijnse regering, of de ontmanteling door de Palestijnen zelf van de Palestijnse Autoriteit. Het verschil tussen deze twee mogelijkheden is een nuance want de Palestijnse Autoriteit zal zichzelf uiteraard alleen opheffen als ze geen andere uitwegen ziet. Beide mogelijkheden vindt Van Wijk niet aantrekkelijk want dan hebben Israël, de Europese Unie en andere landen geen gesprekspartner meer om zaken mee te doen en zal waarschijnlijk Hamas waarschijnlijk het machtsvacuüm vullen. Als de PA zichzelf opheft wordt Israël, als bezettende mogendheid, weer “verantwoordelijk voor de openbare orde en rechtshandhaving” en dat zou mogelijkerwijs weer leiden tot een nieuwe intifada.
    Laatste mogelijkheid die van Van Wijk ziet is “internationalisering van het conflict, waarbij Egypte medeverantwoordelijk wordt voor het handhaven van de orde in Gaza, terwijl Jordanië zich met de veiligheid van de Westoever gaat bemoeien”. Van Wijk concludeert dat deze optie ook niet reëel is want Egypte en Jordanië hebben echt geen zin om hun vingers aan het conflict te branden.
    De Trouwlezers krijgen een sombere uitsmijter van Van Wijk na al de onaantrekkelijke “opties” die hij de revu laat passeren: echte oplossingen zijn er niet! Zo is dat: Israël en de Palestijnen zullen altijd wel blijven vechten, het Midden-Oosten blijft een brandhaard en de buitenwereld kijkt toe.

    Dit soort stukjes maken mij kwaad. Toegegeven: ik ben eigenlijk al vreselijk kwaad om het niet goed te praten geweld in Gaza waarbij Palestijnse veiligheidsdiensten en gewapende groepen elkaar naar het leven staan. Maar Van Wijk gaat totaal voorbij aan de diepere oorzaken van het geweld en zijn pseudo-diepzinnige column gaat eveneens voorbij aan de meest wezenlijke optie: een einde maken aan de Israëlische bezetting van de Gaza, Oost-Jeruzalem en de Westelijke Jordaanoever.

    Het is nuttig om te onderzoeken waar het geweld vandaan komt. Op 8 februari werd, onder auspiciën van Saoedi-Arabië, het zogenaamde Mekka-akkoord gesloten waarna een Palestijnse regering van nationale eenheid werd gevormd, waarin zowel Hamas als Fatah (als andere fracties en onafhanklijken) vertegenwoordigd zijn. In het kader van de onderhandelingen over de nieuwe Palestijnse regering werd overeenstemming bereikt over een nieuwe Minister van Binnenlandse Zaken en over de controle van de Palestijnse veiligheidsdiensten.
    Het Mekka-akkoord en het compromis tussen Fatah en Hamas leidden echter niet tot het opheffen van de internationale economische en politieke blokkade. Een aantal radicale Hamas-commandanten die, volgens de overeenkomsten op moesten stappen, voelden zich bekocht en weigerden te vertrekken.

    Eén van de opties van Van Wijk, namelijk de Palestijnen in hun sop te laten gaarkoken, wordt sinds de overwinning van Hamas in de Palestijnse verkiezingen al met veel enthousiasme uitgevoerd door een groot deel van de internationale gemeenschap, Nederland incluis. Het is eigenlijk meer dan in het sop laten gaar koken. Het is wurgen, verstikken. Israël dat alle grenzen controleert heeft een effectieve blokkade ingesteld die tot grote verarming van de bevolking heeft geleid en tot chaos in de overbevolkte Gazastrook. Het is een politiek die leidde tot ondervoeding, tot frustratie en radicalisering. De Palestijnse regering die wèl een democratisch mandaat heeft van het Palestijnse volk heeft, maar geen cent te makken, is grotendeels machteloos vanwege diezelfde politiek van internationale isolatie. Een regering op zwart zaad heeft, logischerwijs, weinig middelen om z’n wil op te leggen: een ‘ideale situatie’ voor wetteloosheid en onderlinge strijd.

    Voor de onderlinge Palestijnse gevechten zijn in de eerste plaats de Palestijnen zelf verantwoordelijk. Maar het zou hypocriet zijn te ontkennen dat Israël en de internationale gemeenschap ook een actieve rol spelen in dit zoveelste Midden-Oosterse drama. Wilt U nog een suggestie voor een “oplossing” mijnheer Van Wijk? Verbreek het isolement van de Palestijnen, open de communicatie met zijn wettige regering en durf eindelijk eens krachtig op te treden tegen de bezetting door Israel van de Palestijnse gebieden. Daarmee zou de impasse van de afgelopen veertig jaar worden doorbroken. Echte oplossingen zijn er wèl!

    Jan Keulen

  • Olijfboom voor de gemeente Groningen

         

    Op woensdag 16 mei bood een delegatie van de Stichting Groningen-Jabalya en het Midden Oosten Platform (Vrouwen in ’t Zwart, Rood, Een Ander Joods Geluid, COS Groningen, en de Internationale Socialisten) op het stadhuis aan burgemeester Wallage van Groningen een olijfboom aan. Hiermee nodig(d)en de initiatiefnemers de gemeente en provinie Groningen en haar inwoners uit de aanplant van een olijfboom in de bezette Palestijnse gebieden te sponsoren. In dezelfde week werd in 11 andere provincie(hoofd)steden in Nederland op dezelfde wijze aandacht gevraagd voor het feit dat het 40 jaar geleden is dat de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook bezet werden.
    Van 1 mei tot 9 juni wordt door allerlei maatschappelijke organisaties, waaronder bovengenoemde organisaties die actief zijn in Groningen, 40 dagen lang stil gestaan bij die nu al 40 jaar durende bezetting. Met het aanbieden van een olijfboom vragen wij aandacht voor het in de laatste jaren op grote schaal vernielen van Palestijnse olijfbomen door het Israëlische leger in verband met bijvoorbeeld het aanleggen van de zogeheten “verdedigingsmuur”, het bouwen van Joodse nederzettingen of de aanleg van infrastructuur om deze nederzettingen vanuit Israël bereikbaar te maken. Hiervoor ontvangen de boeren geen compensatie.
    De olijfboom, het symbool voor vrede, is voor veel Palestijnse boeren een onmisbaar middel van bestaan. Op initiatief van de YWCA en YMCA van Palestina is daarom in 2004 de campagne “Houd Hoop Levend” gestart die particulieren over de gehele wereld de mogelijkheid biedt om een olijfboom te sponsoren. De gesponsorde olijfbomen worden op velden van getroffen boeren geplant. Wil je een olijfboom sponseren ? Haal dan een folder op het Gemeentelijk Informatie Centrum aan de Kreupelstraat of ga naar de website:
    www.planteenolijfboom.nl.

     

  • Brief aan Javier Solana

    Dr. Javier Solana,
    EU High Representative
    for the Common Foreign and Security Policy (CFSP)
    Council of the European Union
    Rue de la Loi, 175
    B-1048 Bruxelles
    Belgium

    Telephone (32-2) 281 61 11
    Fax (32-2) 281 69 99

    Dear Dr. Solana,

    We are writing to you to enquire about the position of the EU regarding the recent violence in the occupied Palestinian territories, in particular the Gaza strip, and to communicate to you our feelings of anger and frustration about the fact that the EU has stopped its financial help to the elected Palestinian Government of National Unity. But first let us introduce ourselves to you.

    We are members of the board of the Foundation Groningen-Jabalya which has as its mission the promotion of understanding and involvement between the inhabitants of the city of Groningen, the Netherlands and Jabalya, a Palestinian city in the north of the Gaza strip. Therefore, we strive for ties of collaboration and friendship between our cities. In this vein, we have initiated and completed with the help of the Groningen municipality the building of a youth centre in Jabalaya for the purpose of providing the Palestinian youth opportunities for sport and intellectual development.

    We were recently shocked by the level of factional violence that hit the Gaza strip. We are even more schocked by the Israeli attacks with airplanes and tanks. There have been many casualties, both dead and wounded, and much destruction in Gaza, also in Jabalya. We are seriously worried that all the work we and others have done to improve the perspectives for the Palestinian youth will be wiped out in this circle of violence.

    It is our strong belief that the isolation policy perpetrated among others by the EU against the legally elected government and the transformation of the Gaza strip by Israel into the largest ghetto and prison that the world has known have aggravated the competition to power between the two main Palestinian factions and incited the violence between them. The liquidation policy of Israel and the imprisonment of elected officials without serious protests from the “leading democracies” of the world did not bode well for the tense atmosphere in the occupied territories. We condemn the violence that resulted between the Palestinian factions although we do understand its causes. What we do not understand, however, is the role of the EU in the escalation of that violence. At the time when the factional fighting was escalating in Gaza, the EU Border Assistance Mission at Rafah Crossing Point allowed a large number of trained and armed men, belonging to one of the factions, to enter into Gaza. Instead of trying to use its good offices to lower the level of violence, the EU was pouring oil on the fire. We fail to understand the intentions of this move on the EU side.

    The Palestinian people have suffered a lot since the creation of the State of Israel and even more since the occupation of what has been left of the Palestinian territories after the 1967 war. In Gaza, commodities such as food and medicine are allowed in too small quantities to fulfil the basic needs of the people of Gaza who live on the most densely populated area of the world. The facilities for electricity and clean drinking water have been willingly destroyed. The end of the suffering is not in sight and it will surely worsen with the increasing violence.

    We therefore ask you in your capacity as the EU High Representative for the Common Foreign and Security Policy to do all you can to stop the violence in the Palestinian territories and to protest against the Israeli Government policy of liquidation of Palestinian activists and the arrest of elected and non-elected Palestinian leaders. This policy has only increased the level of violence and led to the breakdown of the ceasefire which held for a long period of time. It is time that the EU honestly works towards the ending of the occupation of the Palestinian territories and the foundation of a Palestinian state, if need be through sanctions against the occupier and not through punishing and starving the occupied. Once the will exists, the possibilities for such an action are many. The EU can in our opinion exert pressure on Israel by suspending the Association Convention with this country as long as violations of the rights of the Palestinians continue. The EU can also stop all export, import and use of European airports and havens for transit of weapons to or from this country. This proposal has been made by many politicians in the Netherlands, but unfortunately without success until now.

    On behalf of the Board of the Foundation Groningen-Jabalya,

    Jan Keulen
    Chair

  • Verslag Gaza reis 2005

    stichtingsdelegatie brengt eerste bezoek aan jabalya

    P1010061
    Ons appartement in Gaza stad

    Eindelijk kwam het er dan van. Natuurlijk is Dick Smit al vele malen in Jabalya geweest en ook andere gemeenteambtenaren en betrokkenen bij het Jeugdcentrum bezochten deze stad al. Maar voor het particulier initiatief, de Stichting Groningen-Jabalya, was het de eerste keer. Van 11 mei tot 17 mei waren bestuursleden Fennie Stavast, Pieter van Niekerken en Bert Giskes in Gaza. Als enige verbleef Fennie daarna nog twee weken bij familie van vrienden in Beit Hanoun, een buurgemeente van Jabalya. Wij hadden als taak de mogelijkheden voor een verbreding van de contacten tussen Groningen en Jabalya te onderzoeken. We hebben veel profijt gehad van het feit dat Dick Smit gedurende dezelfde periode in het kader van de voortgang van het gemeentelijk project voor het opzetten van een jeugdcentrum ter plekke moest zijn zodat we samen op konden reizen en van zijn ervaring en relaties profiteren. Voor de contacten die we uiteindelijk met onafhankelijke NGO’s gelegd hebben was echter de hulp van Yousef Ahmed, Nederlander van Palestijnse afkomst, onontbeerlijk. Zonder hem hadden we niet in zo korte tijd zo veel en zo’n divers gezelschap maatschappelijke organisaties te spreken kunnen krijgen. Yousef is in een vluchtelingenkamp bij Jabalya opgegroeid en combineerde familiebezoek (voor het eerst sinds jaren) met het begeleiden van ons drieën. Van ons bezoek zal binnenkort een chronologisch feitelijk verslag verschijnen dat voor geïnteresseerden beschikbaar zal zijn. In dit artikel geef ik een aantal hoofdzaken per thema weer.

     

    gaza oktober 2010 496-450
    De grenspost bij Erez: veel beton en hekwerk

    De reis was al typerend: de Nederlanders Fennie, Dick, Pieter en Bert kregen dankzij de Nederlandse vertegenwoordiging in Ramallah toestemming om comfortabel via Tel Aviv en Erez naar Gaza te gaan, de Nederlander Yousef kreeg die toestemming niet noch maakte de vertegenwoordiging zich daar hard voor en moest met z’n twee kleine kinderen de oncomfortabele (woestijn), lange tocht via Egypte maken. Omdat wij in een periode van relatieve ontspanning reisden hadden we weinig problemen. Niettemin deden de bureaucratische procedures, het machtsbewustzijn van de Israëlische functionarissen en hun pesterijen me denken aan de periode voor de val van de muur toen ik wel eens op doorreis naar West-Berlijn vergelijkbare ervaringen opdeed bij de Oost-Duitse grens- en controleposten. Grote verschil: als je eenmaal in Berlijn was, was je van de Oost-Duitsers af; in Gaza is Israël onzichtbaar allesbepalend aanwezig.

    Leven in Jabalya

    Zoals de trouwe lezers van ons blad weten is Jabalya administratief verdeeld in het vluchtelingenkamp en de gemeente, officiëel Jabalya-Nazla genaamd. Naar schatting wonen er zo’n 160.000 mensen, waarvan de grootste “helft” in het vluchtelingenkamp. Voor hun basisbehoeften zijn de vluchtelingen vrijwel geheel afhankelijk van de hulp van de UNWRA, de VN-organisatie voor vluchtelingen. Vrees die hulp te verliezen is een van de redenen waarom mensen liever in het kamp blijven wonen in plaats van te verhuizen naar een door de Gemeente nieuw gebouwde woning. Zestig procent van de bevolking van Jabalya is onder de 16 jaar. In het verleden werkten veel inwoners van Jabalya in Israël. Doordat de grens voor de meeste van hen gesloten werd (rond Gaza staat al zo’n afscheiding zoals Israël nu bouwt rond de Westbank) is er een enorme werkeloosheid ontstaan. De regelmatige aanvallen en invallen door het Israëlisch leger (inclusief de radiografisch bestuurde vliegtuigjes die vanuit de lucht spioneren en ingezet worden om mensen te doden – op de dag van ons vertrek was er ook zo’n executie) maken dat de bevolking zich onveilig voelt. De maatschappij en de economie worden hierdoor nog meer ondermijnd. Indicaties van de economische nood zijn o.a. dat mensen hun huizen verlaten en bij familie in gaan wonen, dat scholieren en studenten stoppen met hun studie omdat die niet meer betaald kan worden, dat het verschijnsel kinderarbeid en straatkinderen de kop op steekt. Een van de basisbehoeften waar de Gemeente wel in voorziet is: water. Maar omdat veel mensen te arm zijn om voor het water te betalen mist de Gemeente een belangrijke bron van inkomsten en heeft ze te weinig geld voor andere taken. Het gebrek aan veiligheid is een van de zaken die de Palestijnse Autoriteit (dus Fatah) verweten wordt en een van de redenen waarom veel mensen hun heil zoeken bij Hamas. In Jabalya is weinig “vertier” te vinden. Voor hotels, restaurants, café’s e.d. moet je al gauw naar het naburige Gaza. Voor de jeugd is er helemaal weinig: binnenkort “ons” jeugdcentrum; wij bezochten verder een cultureel centrum (capaciteit enige tientallen) en een sportcentrum annex park dat echter bij de laatste Israëlische aanval in oktober vorig jaar grotendeels verwoest is. Wat jongeren dan wel doen? Vliegeren. En je hebt het strand waar ze op sommige plekken de zee in kunnen. En verder…dat is ons niet duidelijk geworden. Als de scholen uitgaan overspoelen jongeren het straatbeeld, maar daarvoor en daarna zijn ze niet duidelijk aanwezig.

    Gemeente en gemeenteraadsverkiezingen

    In de meeste gemeenten in de Gazastrook zijn al verkiezingen geweest, maar in de grootste gemeenten (waar Jabalya toe behoort) nog niet. In veel gemeenten heeft Hamas de verkiezingen gewonnen. Daar hebben we verschillende verklaringen voor gehoord, zoals de corruptie en het nepotisme van de Palestijnse Autoriteit en de gemeentebesturen, waar Fatah de dienst uitmaakt(e). Maar we hoorden ook dat Hamas veel aanhang verwerft omdat de organisatie over veel geld kan beschikken dat bijv. gebruikt wordt om jongeren gratis kleding en schoeisel te geven waarvoor ze alleen maar hoeven te bidden. Echter ook de aanvallen van Israël op de leiders en de milities van Hamas kweken veel goodwill bij de bevolking. Kennelijk neemt de vijand (Israël) alleen hen serieus. Vergeten is dat Hamas in het verleden door Israël ondersteund is om El Fatah te ondermijnen. De huidige burgemeester van Jabalya, dhr Samarah, is van Fatah. Over hem hebben we veel positieve verhalen gehoord. Kennelijk heeft hij wel vertrouwen. Maar hij stelt zich – tot verdriet van Fatah – bij de volgende verkiezingen niet herkiesbaar. Nog onzekerder is de uitslag omdat bij deze verkiezingen voor het eerst de inwoners van het vluchtelingenkamp mee mogen stemmen. Tot nog toe vielen zij volledig onder UNWRA. De meeste van onze gesprekspartners schatten in dat de “kampers” in meerderheid pro-Hamas zijn. Tegelijkertijd wordt vermoed dat velen niet zullen gaan stemmen omdat zij bang zijn hun aparte status (en daarmee de steun van UNWRA) te verliezen. Waarschijnlijk kan Fatah alleen winnen als ze bereid zijn om voor de verkiezingen een coalitie te sluiten met kleinere partijen, maar dat vraagt wel een mentale omslag bij Fatah. Voorlopig zijn de verkiezingen uitgesteld en blijft het spannend met wat voor gemeentebestuur Groningen na de verkiezingen te maken krijgt. Mocht Hamas overigens winnen, dan is dat wel een democratische beslissing van de inwoners zelf die gerespecteerd moet worden. Bovendien lijkt Hamas zich heel pragmatisch op te stellen. In Beit Hanoun, waar al wel verkiezingen zijn gehouden en waar Hamas gewonnen heeft, zag Fennie dat een Cultureel centrum met VS-hulp gebouwd werd. US-Aid stelt als voorwaarde voor hulp dat een verklaring ondertekend wordt. Alle in onze ogen bonafide NGO’s weigerden te tekenen, maar de P.A. en de islamitische organisaties tekenden wel. Dat geeft de vreemde situatie dat momenteel alle Palestijnse islamitische NGO’s door US-Aid gesteund worden en de onafhankelijke niet.

    Het maatschappelijk middenveld en voorzieningen

    Voor de Oslo-akkoorden had je de Israëlische bezetting van de Gazastrook, maar dat wilde niet zeggen dat er geen Palestijnse organisaties waren die opkwamen voor de bevolking. Integendeel, er was een sterk “maatschappelijk middenveld”. Na de akkoorden kwam de PLO uit ballingschap terug en vormde de Palestijnse Autoriteit (P.A.) Er ontstond een nieuwe situatie waarin een modus vivendi gevonden moest worden tussen “het verzet” dat altijd in Palestina gebleven was en “het verzet” dat uit het buitenland geopereerd had en nu de P.A. werd. In de huidige situatie heeft zich dat zo uitgekristalliseerd dat een coalitie van NGO’s samenwerkt om druk uit te oefenen op de P.A. om te komen tot goede wetgeving. Het gaat daarbij o.a om. de arbeidswetgeving, de wetgeving m.b.t. de verkiezingen, verbetering van de positie van vrouwen, enz. Ook in Jabalya zijn veel van die NGO’s actief. Wij zijn op bezoek geweest bij een aantal van hen.

    De Palestinian Medical Relief Society (PMRS ) verzorgt een groot aantal medische voorzieningen m.b.t. eerstelijns gezondheidszorg, speciale programma’s voor vrouwen en jeugd, mobiele klinieken voor noodsituaties en fysiotherapie en gehandicaptenzorg. De kliniek in Jabalya is spiksplinternieuw. Voor kinderen en jongeren voor de leeftijd van 0 tot 18 jaar zijn er 2 programma’s. Een voor kinderen tot 5 jaar (vergelijkbaar met onze consultatiebureaus) en een voor kinderen vanaf 5 tot 18 jaar Benadering is niet alleen puur medisch maar ook breder. Het programma behelst ook aandacht voor sport, kunst en muziek. In samenwerking met het Ministerie brengt men gezondheidseducatie op school. Op alle scholen bestaan democratisch gekozen gezondheidscomités. Afgevaardigden van die comités gaan ieder jaar in juli op educatief zomerkamp. Ze leren veel over hygiëne. Na terugkeer geven zij de kennis door aan hun medeleerlingen via maandelijkse bijeenkomsten op school. De PMRS doet ook gezondheidsonderzoek onder kinderen. Voorbeeld: 68% lijdt aan bloedarmoede. Er is een duidelijk verband met armoede aangezien er een verschil bestaat tussen de kinderen uit het kamp en de rest van de gemeente waar bloedarmoede minder voorkomt. Op 7 april j.l. (Internationale gezondheidsdag) is er door de kinderen een demonstratie georganiseerd om de Gemeente te vragen het rioolwater af te voeren. Zonder een goede riolering is er geen toegang tot veilig drinkwater. In het gebouw van het Community Based Rehabilitation Programm (CBRP) is een ruimte voor fysiotherapie. Maar meestal werken de gezondheidswerkers bij de gehandicapte aan huis. Doel is het bestrijden van schaamte en vooroordelen rond gehandicapte kinderen door te stimuleren dat deze kinderen zoveel mogelijk participeren in hun omgeving. Men heeft door middel van buurt-onderzoek huis-aan-huis zoveel mogelijk gehandicapte kinderen opgespoord. Prioriteit hebben de kinderen die de schoolgaande leeftijd hebben. Mogelijk maken dat zij naar school gaan is een goede manier van integratie. De ouders worden zoveel mogelijk actief betrokken bij de therapie. De fysiotherapeuten, logopedisten enz. bezoeken de kinderen aan huis en trainen de moeders om hun kinderen verder te helpen in hun ontwikkeling. Zelf gingen we ook mee met een aantal huisbezoeken.

    Ook pal naast het kamp staat het gebouw van de mensenrechtenorganisatie Al Mezan.  Hier kunnen Palestijnse burgers terecht voor (gratis) rechtsbijstand en juridische ondersteuning niet alleen als zij slachtoffer zijn van acties van de Israëlische autoriteiten, maar ook wanneer de P.A hen onrecht aandoet. Verder heeft Al Mezan vele programma’s gericht op bewustwording van de bevolking wat betreft hun politieke sociale en economische rechten. Ze geven bijvoorbeeld trainingen aan universiteitsstudenten met de bedoeling dat zij de opgedane kennis weer doorgeven aan de mensen in de gemeenschappen. Zij werken daarbij samen met de universiteiten in Gaza behalve de Islamitische universiteit. Studenten van die laatste universiteit doen wel op individuele basis mee aan de trainingen. Ook is er een programma dat leraren bijschoolt m.b.t. mensenrechten, dat als thema in het curriculum is opgenomen. Door middel van het programma ‘face the public’ wordt de autoriteiten gewezen op het belang van het afleggen van verantwoording over beslissingen en wordt men direct aangesproken op dagelijkse problemen die om een oplossing vragen. Om de kloof tussen de politieke elite en de mensen te dichten wordt getracht de politici aan te zetten tot meer transparantie. Er wordt elk jaar een discussie georganiseerd over de begroting om te bevorderen dat er meer openheid komt over de besteding van het geld en daarmee ook over de prioriteiten Centrale uitgangspunt is in hoeverre het geld wordt besteed aan behoeften die leven onder de bevolking. We hebben ook een bezoek gebracht aan de hoofdkantoren in Gaza van het Women’s Affair Center, de vakbondsfederatie PGFTU en de DWRC (Democracy & Workers’ Rights Center). Bij een volgend bezoek hopen we hun werk in Jabalya te leren kennen.

    Israëlische terugtrekking – vrede voor Gaza? Door taalproblemen was het ons niet mogelijk een goed gesprek te hebben met ‘de man in de straat’. Een maal spraken we met vissers op het strand (waarvan er een universitair geschoold was en goed Engels sprak) en toen proefde ik wel enige hoopvolle verwachting. Maar bij onze overige gesprekspartners was er geen hoop op verbetering van de situatie na de ontruiming van de Israëlische nederzettingen. Allereerst heerste de opvatting: “eerst zien, dan geloven”. Maar verder wees men er op dat dit geen einde betekent aan de bezetting door Israël, maar alleen een andere invulling. Terwijl tegelijkertijd de situatie in de Westbank sterk verslechtert. Dat wil niet zeggen dat de terugtrekking geen thema is: de PNGO (koepel van Palestijnse NGO’s – www.pngo.net) heeft net een congres over de terugtrekking georganiseerd en zal een speciale website daarover inrichten.

    Hoe verder?

    Het bestuur van Groningen-Jabalya is hard bezig om de resultaten van dit bezoek te bespreken. We denken daarbij niet zo zeer aan het zelf steunen van projecten maar aan het leggen van contacten. Tegelijk zal het door de Gemeente gefinancierde jeugdcentrum binnen enkele maanden beginnen te functioneren. We gaan er van uit dat de Gemeente projectmatig betrokken blijft bij Jabalya. We zullen ook met de Gemeente overleggen welke nieuwe contacten dat het best kunnen versterken. Want dat er mogelijkheden liggen en dat veel organisaties in Jabalya openstaan voor contacten met partners in Groningen is wel duidelijk geworden.

    Bert Giskes

     

    P1010054
    zicht op de vissershaven vanuit ons appartement
    DSCN1278
    burgemeester Samarah toont ons zijn fruitbomen
    DSCN1246-450
    op bezoek bij gemeenteambtenaar Maher
    P1010021
    Ezelskarren zijn een veel gebruikt vervoermiddel
    P1010062-450
    zonsondergang aan de kust van Gaza

     

     

     

     

     

  • Column maart 2005

    Yasser Arafat: vertrek, ballingschap, terugkomst  maart 2005

    Twee weken voor de dood van Yasser Arafat zat ik in het vliegtuig van Tel Aviv naar Nederland. Het was een nachtvlucht en veel van de passagiers waren Israëli’s. De reizigers gristen met ongekende gretigheid de ochtendbladen –waarvan de inkt amper droog was- uit de handen van de stewardess. In de kranten stonden levensgrote foto’s van de oude man in pyjama met een ijsmuts op zijn hoofd. Hij probeerde te glimlachen en wierp handkussen naar de uitzwaaiers in Ramallah. Het zou de laatste acte zijn van een leven barstensvol theatrale elementen.
    Het vertrek van Yasser Arafat naar Parijs op 29 oktober bracht herinneringen terug aan eerdere dramatische reizen van de Palestijnse leider. Als correspondent in Beiroet was ik er bij geweest toen Arafat de Libanese hoofdstad verliet op 30 augustus 1982. Maandenlang was West-Beiroet, waar het PLO-hoofdkwartier gevestigd was, belegerd door het Israëlische leger. “Ik verlaat deze stad, maar mijn hart zal altijd in Beiroet zijn”, riep Arafat, terwijl hij zijn V-teken boven zijn hoofde maakte. Het had tienduizenden doden en gewonden gekost, maar Arafat wist te voorkomen dat zijn militaire nederlaag ook een politieke vernedering werd.
    Een jaar later was Arafat terug Libanon, in het noorden van het land. Het Syrische regime wilde niet dat Arafat er zijn hoofdkwartier zou inrichten en begon een bloedige strijd tegen de manschappen van de PLO. Uiteindelijk moesten Aboe Ammar en zijn collega’s, onder dekking van Franse oorlogsvliegtuigen, geëvacueerd worden uit de haven van Tripoli.
    Enkele dagen eerder had ik een ontmoeting met “de oude”. Hij had het over de feniks die uit de as zou herrijzen. De feniks was natuurlijk de Palestijnse nationale beweging, de PLO, die al zo vaak op sterven na dood was geweest, maar uiteindelijk terug zou komen. Dat leek toen onwaarschijnlijk maar het bleek later wel uit te komen.
    Arafat refereerde in dat gesprek aan de apostel Petrus. “Lang geleden was Palestina onder Romeinse bezetting. Weet je hoe we de Romeinen overwonnen? Door hun harten te stelen. We zonden een Palestijnse visser naar Rome. En de heilige Petrus wist de harten van de inwoners van Rome voor zich te winnen.”
    Het was bizar om de gelovige moslim Arafat over Petrus te horen praten alsof het een PLO-apostel was, terwijl angstig dichtbij het gebulder klonk van Syrische kanonnen. Achteraf is het trieste misschien dat Arafat er nooit in geslaagd is de hearts and minds in het hedendaagse imperium, de Verenigde Staten, te winnen.
    Vertrek, ballingschap, terugkomst: het is de rode draad in het leven van Arafat. En moed, ijzingwekkend veel moed. Arafat had in Israël uiteraard een formidabele en in veel opzichten superieure tegenstander. Maar hij moest óók overleven temidden van vijandige Arabische regimes die in hem en zijn beweging een existentieel gevaar zagen. Niet alleen Ariel Sharon was tientallen jaren zijn grote tegenspeler, maar ook met de Jordaanse koning Hussein en de Syrische president Hafez al-Assad heeft hij een jarenlange strijd op leven en dood gevoerd. Arafat heeft het politieke schaakspel op het Arabische toneel lang niet altijd foutloos gespeeld. Zo heeft hij -en met hem het Palestijnse volk- zwaar moeten boeten voor zijn politieke vriendschap met Saddam Hussein.
    Dat zijn de verhalen die mij de afgelopen 25 jaar als journalist voortdurend bezig hielden. Ik realiseer me dat er weinig dagen zijn geweest waarop ik de naam Arafat niet heb geschreven, uit heb gesproken of aan hem gedacht. Vanaf het eerste interview in de zomer van 1980, afgenomen tijdens de vroege ochtenduren bij een ontbijt in zijn kantoor in Beiroet, toen hij tegen mij schreeuwde: “Weet je wel wie ik ben? Ik ben de leider van vijf miljoen Palestijnen”, tot nu, nu de balans van zijn leven door voor- en tegenstanders wordt opgemaakt.
    Woedeuitbarstingen, vragen die met retorische tegenvragen werden beantwoord en weinig correcte of concrete informatie: Arafat was een harde noot om te kraken voor journalisten. “We vragen niet om het onmogelijke. We vragen niet om de maan. We willen zelfbeschikking”, was het eeuwige antwoord op een vraag naar de volgende stap in het eindeloze vredesproces.
    Arafat is voor mij altijd een puzzel gebleven. De corruptie en vriendjespolitiek, waarom hij door velen werd bekritiseerd, was niet alleen van de laatste jaren in Gaza en Ramallah maar bestond ook al toen de PLO heer en meester was in Libanon. Het sanctioneren van wangedrag en geweld door de PLO in Jordanië in de jaren zestig en zeventig en later tijdens de burgeroorlog in Libanon, valt hem zeker aan te rekenen. In feite heeft Arafat, toen niet en ook de laatste jaren niet als president van de Palestijnse Autoriteit, totale controle kunnen uitoefenen op allerlei groepen en personen die in naam van de Palestijnse zaak vaak zeer schadelijke acties ondernamen.
    Het is een cliché: Arafat belichaamde de Palestijnse zaak. De hoofddoek, het vale pak met speldjes en balpennen, zijn verzameling terugkerende uitspraken (“de berg kan niet bewogen worden door de wind”), zijn zeer eigen stijl van leiderschap, zijn durf: een “zaak belichamen” is lastig te benoemen maar het was in dit geval ontegenzeggelijk waar. Die belichaming was ook hachelijk. Hij werd door zijn tegenstanders verantwoordelijk gehouden voor alles wat in naam van die Palestijnse zaak gebeurde: terreur, zelfmoordaanslagen enzovoorts. Tegelijkertijd kon de man die de neiging had alles te controleren en alle beslissingen zelf te nemen dat in feite helemaal niet, want er was geen centrale beweging en de Palestijnse staat moest feitelijk nog worden geboren. De belichaming van de Palestijnse zaak werd in zekere zin Arafats’ val en leidde naar zijn isolatie.
    In juni 1994 stond ik, met andere journalisten, vooraan toen Arafat terugkeerde naar Palestijnse bodem en aankwam in Gaza. Achteraf was die tumultueuze terugkeer een kortstondige triomf, die niet heeft geleid naar een onafhankelijke Palestijnse staat met Oost-Jeruzalem als hoofdstad. Paradoxaal is in 2004 de tweestaten-oplossing verder weg dan ooit.
    Een groot redenaar was hij niet, hij was geen bespeler van mensenmassa’s zoals bijvoorbeeld Nasser was geweest, maar in ontmoetingen met gasten -en hij ontving zijn hele leven een niet eindigende reeks Palestijnen en buitenlanders- was Arafat in zijn element. Hij was een charmeur, humoristisch en met een geweldig geheugen.
    Vertrek, ballingschap en terugkeer: dit is het drievoudige leitmotiv van de geschiedenis van het Palestijnse volk in meer dan een eeuw conflict. Het is ook de rode draad in het complexe leven van Yasser Arafat. Zelfs nu hij te ruste wordt gelegd is hij nog niet op zijn eindbestemming aangekomen. Hoe lang zal het nog duren voordat hij kan worden begraven in Jeruzalem? Dag held van Beiroet, dag leeuw van Ramallah, goede reis.

    Jan Keulen

    Andere columns van Jan Keulen

    Een nieuwe Palestijnse catastrofe (juni 2007)

  • Column April 2003

    De bulldozer reed door…   April 2003

    Als hij haar in een disco in Tel Aviv had ontmoet, had hij haar misschien geprobeerd te versieren. Maar ze zat hier in Rafah, Gaza, in de modder. Tegenover zijn bulldozer. Een knappe jonge vrouw, met een fel gekleurd windjack aan. En hij was gekleed in een militair uniform. Zijn opdracht was simpel: verniel dat huis van die terrorist. Ze zwaaide met haar armen. Acht andere vredesactivisten die vlakbij stonden, zwaaiden ook om de aandacht te trekken en riepen: stop, stop, stop. Een van de vredesactivisten had een luidspreker en schreeuwde zo hard hij kon: in Godsnaam stop. Maar de voet van de soldaat bleef het gaspedaal indrukken.
    De schuif van de militaire bulldozer tilde haar op. Ze zat boven op een hoop zand en puin. Misschien was er een seconde oogcontact tussen de Israëli en de Amerikaanse studente. Hij moet haar in ieder geval gezien hebben. Maar hij reed door. De schuif duwde het zand, het puin en de vredesactiviste naar voren terwijl de bulldozer optrok. Als de soldaat op dat moment gestopt was, waren misschien alleen haar beide benen gebroken. Maar hij reed door en verbrijzelde haar rug, verpletterde haar benen, verwondde haar knappe gezicht. Hij reed door en toen zij was verdwenen onder het zand en het puin zette hij de bulldozer in de achteruit en reed nogmaals over haar heen. Alsof hij er zeker van wilde zijn dat dit obstakel in de strijd tegen het terrorisme daadwerkelijk het zwijgen op was gelegd.
    Rachel Corrie was 23 jaar toen zij, op 16 maart, werd vermoord door het Israëlische leger. Vermoord. Want hoe moet je het anders noemen? Rachel Corrie, een studente uit Olympia in de staat Washington, was lid van de “International Solidarity Movement”. Deze beweging, voornamelijk bestaande uit Britse en Amerikaanse vredesactivisten, probeert met geweldloze acties de Palestijnen te ondersteunen. De groep verzet zich met name tegen het vernielen van Palestijnse huizen door het Israëlische leger.
    Op dezelfde dag van Rachels’ dood werd, in een ander deel van Rafah, een Palestijnse jongen `per ongeluk’ doodgeschoten door een Israëlische tank. Het is zo gewoon geworden in Gaza dat een dode hier, of een dode daar, niet meer het nieuws haalt.
    Joseph Smith, een vriend van Rachel en net als zij lid van de International Solidarity Movement, schreef in een e-mail dat een Palestijn na Rachels’ dood tegen hem zei: `Je bent één van ons geworden. Je was een buitenlander, maar je begrijpt nu echt wat het betekent om Palestijn te zijn.’
    Rachel Corrie geloofde in geweldloze actie. Ze was diep onder de indruk van het dagelijkse geweld in Gaza. Enkele weken voor haar dood schreef ze haar ouders. `Ik ben nu twee weken en een uur in Palestina en ik kan nog steeds geen woorden vinden voor wat ik zie. Het is moeilijk voor mij om te beschrijven wat hier aan de hand is. Hebben hier ooit kinderen bestaan, die niet gewend waren aan kogelgaten in hun huizen en aan de uitkijktorens van een bezettingsleger dat hen voortdurend in de gaten houdt?’
    `Ik vermoed, hoewel ik er niet helemaal zeker van ben, dat zelfs de kleinste kinderen hier weten dat het leven er niet overal zo uit ziet. Twee dagen voor ik hier aankwam werd een achtjarig jongetje gedood door een Israëlische tank. Veel kinderen hebben me verteld hoe hij heet: Ali. Of ze wijzen op zijn foto, op posters die aan de muren zijn geplakt. De kinderen zijn er ook dol op mij Arabisch te leren. Ze vragen me dan kaif Sharon, kaif
    Bush? En ze lachen als ik antwoord Bush majnoon, Sharon majnoon (hoe gaat het met Sharon, hoe gaat het met Bush? Bush is gek, Sharon is gek).
    Daags na Rachels’ dood werd er een leus geschilderd op een muur in Rafah: `Rachel Corrie, een Amerikaanse met Palestijns bloed’.

    Jan Keulen

    Andere columns van Jan Keulen

    Hoop en wanhoop in Gaza (mei 2004)

    Yasser Arafat: vertrek, ballingschap, terugkomst (maart 2005)

    Een nieuwe Palestijnse catastrofe (juni 2007)

  • Columns Jan Keulen

    Hoe begin je een opstand?    Oktober 2001

    Wek grote verwachtingen. Laat Arafat en Rabin handen schudden in de tuin van het Witte Huis. Laat hen toespraken houden waar je tranen van in je ogen krijgt: `geen oorlog meer, geen bloedvergieten, onze kinderen zullen in vrede leven…’ Hou het vredesproces gaande met geheime onderhandelingen, afgewisseld met grandioze `successen’ die breed worden uitgemeten in de media: Oslo, Washington, Parijs, Cairo, Wye, Stockholm, Amman, Camp David, Sharm al Sheik. Laat de wereld telkens de beelden zien van handen die worden geschud, laat haar telkens de mooie toespraken horen.

    Zorg ervoor dat je in de onderhandelingen altijd aan het langste eind trekt. Trek je niets aan van de internationale wetten, mensenrechtenhandvesten en VN-resoluties. Voor de zekerheid maak je je strategische bondgenoot, het sterkste land ter wereld dat jou altijd door dik en dun steunt en van wapens voorziet, tot bemiddelaar.

    Terwijl je over vrede praat in Oslo, Washington, Parijs, Cairo, Wye, Stockholm, Amman, Camp David en Sharm el Sheik schep je zoveel mogelijk voldongen feiten, die ervoor zorgen dat je in controle blijft. Zo verdeel je de Westelijke Jordaanoever in een gebied A, een gebied B en een gebied C. De Palestijnse Autoriteit krijgt volledige controle over slechts 18% van de Westoever. Het kleine Gaza verdeel je in gele, witte, blauwe en groene gebieden. Je behoudt de controle over de wegen en 6.000 kolonisten krijgen 40% van het grondgebied van Gaza. Op de resterende 60% van Gaza mogen de meer dan een miljoen Palestijnen hokken. Oost-Jeruzalem sluit je volledig van de andere Palestijnse gebieden af.

    Tijdens de zeven jaar onderhandelingen onteigen je 200 vierkante kilometers Palestijnse landbouwgrond voor je nederzettingen, wegen en infrastructuur. 80.000 olijf- en fruitbomen, die in de weg staan van je nederzettingen en wegen, hak je eenvoudigweg om. Wat geeft het dat de Palestijnse eigenaren daardoor verder verarmen? Ze kunnen als dagloners toch werk zoeken in Israël, als de Palestijnse gebieden tenminste niet zijn afgesloten?

    Je moet onderhandelen over nederzettingen maar bouwt er ondertussen 30 nieuwe settlements bij, waaronder steden als Kiryat Sefer en Tel Zion. Je bouwt 90.000 nieuwe huizen in bezet Oost-Jeruzalem. De huizen zijn alleen bestemd voor joodse burgers, dat spreekt vanzelf. Tegelijkertijd vernietig je, terwijl je over vrede onderhandelt, 1200 Palestijnse huizen die `zonder vergunning’ zijn gebouwd. Bij het begin van het Oslo-proces, in 1993, waren er ongeveer 200.000 joodse kolonisten. In 2000 waren dat er 400.000. Van te voren heb je al besloten dat die nederzettingen deel blijven uitmaken van Israël, ondanks dat over dit thema eigenlijk moet worden onderhandeld. Je verbindt de nederzettingen met elkaar en met Israël door middel van een grootschalig wegennet, dat uiteraard onder jouw controle blijft. De wegen doorsnijden het land van je vredespartner, delen het op in een ontelbare hoeveelheid kleine `eilandjes’. Zo ben je er in ieder geval zeker van dat er geen levensvatbare Palestijnse staat zal ontstaan.

    Leg een permanente sluiting op van de Palestijnse gebieden. Dat betekent weliswaar dat de Palestijnse boeren en landarbeiders, die thuis geen werk meer hebben omdat ze hun land kwijt zijn geraakt, in Israël niet meer aan de slag kunnen, maar wat geeft het? Gastarbeiders uit Roemenië en Thailand zijn goedkoper. De afsluiting betekent ook dat de Palestijnen niet meer naar Jeruzalem kunnen, eens het sociale, culturele centrum van de Palestijnse samenleving en de plaats waar de belangrijkste islamitische en christelijke heiligdommen zijn.

    Steel hun water. De Palestijnen in de Westoever en Gaza mogen dorstig zijn, als jij maar genoeg te drinken hebt en je zwembaden kunt vullen. Al is het met water dat voor 25% uit de ondergrondse reserves van de Palestijnse gebieden komt. Maak het landschap en het milieu kapot. Het breekbare historische landschap van Palestina is nauwelijks meer te herkennen met al die nederzettingen en wegen.

    Als de bezetting nauwelijks meer terug te draaien is deel je mee dat jouw concept van vrede `separatie’ is. Je sluit de Palestijnen op in een soort Bantustans, ontneemt hen de hoop op een betere toekomst en op een levensvatbare staat. Je voert de controle op, vernedert hen en valt hen telkens lastig en eindelijk ben je geslaagd in je opzet: de opstand breekt eindelijk uit.

    Dan vertel je de wereld hoe je probeerde te onderhandelen, hoe graag je vrede wilde en hoe teleurgesteld je bent dat ze je hebben laten stikken. Hoe ze jouw goede bedoelingen beantwoordden met stenen. Ze zijn kennelijk nog niet klaar voor de vrede, ze hebben je genereuze voorstellen in de wind geslagen. En nu, totdat ze beloven met het geweld op te houden en naar de onderhandelingstafel terug te keren, ben je wel gedwongen hen te vuur en te zwaard te bestrijden. Je verdedigt je, meer niet, zij zijn immers de agressors? Dus sta je in je recht de meest geavanceerde Amerikaanse wapens te gebruiken, dorpen en steden af te sluiten, honderden huizen en duizenden hectares landbouwgrond te verwoesten. Totdat ze hun lesje geleerd hebben.

    Jan Keulen.

    (met dank aan Jeff Halper)

    Jan Keulen is freelance journalist en was jarenlang correspondent in het Midden-Oosten. Hij was enkele jaren voorzitter van de Stichting Groningen-Jabalya

    Andere colums van Jan Keulen over Palestina/Israel

    Nu is Gaza aan de beurt (november 2002)

    De bulldozer reed door( april 2003)

    Hoop en wanhoop in Gaza (mei 2004)

    Yasser Arafat: vertrek, ballingschap, terugkomst (maart 2005)

    Een nieuwe Palestijnse catastrofe (juni 2007)

    Groningen, Jabalya en de oorlog in Gaza ( 2010)

  • Schrijfproject i.s.m. Nieuwsblad van het Noorden

    Jongeren schrijven over dagelijks leven in Jabalya

    In 2001 werd het initiatief genomen om enkele jonge inwoners van Jabalya  te vragen hoe hun dagelijks leven eruit zag. Deze verhalen werden als serie gepubliceerd  in het Nieuwsblad van het Noorden

     

    Adel-yoesef

    Khalid Hamouda

    Leila Awaad

    Tariq Basheer

    anoniem