Categorie: Nieuws

  • Initiatief gemeenteraad voor humanitaire hulp aan Gaza

    Initiatief gemeenteraad voor humanitaire hulp aan Gaza

    PERSBERICHT

    Raadsfracties komen met een initiatiefvoorstel voor internationale solidariteit en geld voor humanitaire hulp in Gaza.

    Groningen kent een lange en rijke geschiedenis van internationale solidariteit en samenwerking. Projecten waarin de gemeente Groningen, samen met inwoners en Groningse bedrijven en organisaties, bijgedragen heeft aan verbeterde leefomstandigheden en mensenrechten. Nu alle stedenbanden op de waakvlam staan of zelfs formeel opgeheven, stellen de fracties van PvdA, GroenLinks, SP, CU en PvdD voor dat het gemeentebestuur met nieuw beleid komt om aan deze internationale solidariteit invulling te geven. Uitgangspunten bij het programma moeten volgens het initiatiefvoorstel o.a. de samenwerking met de Groningse samenleving en mondiale bewustwording zijn. Daarnaast stellen de partijen als een eerste concrete voorstel voor om ruim €140.000,- voor humanitaire hulp of opbouw in Jabalya, of elders in Gaza beschikbaar te stellen. Het restant van het budget voor de stedenbanden 2024, welke niet uitgegeven is, en nog €30.000,- extra.

    Onlangs zijn twee actieve stedenbanden met Moermansk in Rusland en San Carlos in Nicaragua gestopt en zijn de stichtingen die deze stedenbanden handen en voeten gaven ook opgeheven. Enorm jammer vindt Raadslid Justine Jones. “Sinds de jaren ‘80 zorgen stedenbanden door uitwisselingen op gebied van kennis en cultuur voor wederzijds begrip en het bevorderen van onderlinge betrokkenheid tussen onze inwoners en de inwoners van onze partnersteden. Daarom is het jammer dat er geen actieve stedenbanden meer zijn.”
    “Het kabinet heeft aangekondigd een miljard euro te gaan bezuinigen op ontwikkelingssamenwerking, terwijl het er in de wereld niet veiliger op geworden is. Daarom moeten we juist nu solidair zijn.” Vervolgt Hans de Waard.

    De indienende raadsfracties willen daarom dat de gemeente met een duidelijk plan komt om ook in de toekomst invulling aan deze internationale solidariteit te geven. De fracties hebben een aantal uitgangspunten opgesteld waar wat hen betreft het nieuwe programma voor internationale solidariteit op gebaseerd moet zijn. Zo moet de ondersteuning bijvoorbeeld worden gericht op een gemeente of stad die vergelijkbaar is met Groningen of waar Groningen een (historische) band mee heeft. Ook de verbinding met de Groningse samenleving is voor de fracties van belang. De gemeente zou vrijwilligersorganisaties, culturele instellingen, het onderwijs of het bedrijfsleven moeten betrekken bij het nieuwe programma, of deze partijen ondersteunen als zij met initiatieven komen. “In het kader van burgerschapsonderwijs is het belangrijk om leerlingen solidariteit bij te brengen. Daarom lijkt het ons heel mooi als de gemeente scholen betrekt bij deze projecten” geeft Peter Rebergen aan.

    Naast deze uitgangspunten doen de fracties ook meteen een eerste concrete voorstel van het programma, namelijk het beschikbaar stellen van €140.000,- voor humanitaire hulp en/of wederopbouw in Jabalya, of elders in Gaza. “Groningen is al 25 jaar verbonden met Jabalya, maar door de oorlog is die stad grotendeels verwoest. In 2024 is bijna al het geld wat we gereserveerd hadden voor stedenbanden niet uitgegeven, wij stellen daarom nu voor om dat geld beschikbaar te stellen voor acute humanitaire hulp en/of wederopbouw”. Aldus Joren van Veen. “We zoeken daarbij de samenwerking met het VNG Fonds, een nationale organisatie die Nederlandse gemeenten ondersteunt bij het doen van internationale hulp.Eerder werkten we ook met deze specialisten samen na de aardbevingen in Turkije/Syrië.” Vult Wesley Pechler aan. Daan Swets concludeert “Door de verwoesting van scholen en huizen is het toekomstperspectief van jongeren in Jabalya erg slecht. Daarom vragen we in het voorstel om het geld vooral bij projecten voor jongeren te laten landen, voor zover dat mogelijk is.”

    download hier het hele voorstel Initiatiefvoorstel-Groningse-internationale-solidariteit-PvdA-GL-SP-PvdD-CU-Student  

    zie ook commentaar van het Dagblad van het Noorden

  • Stichting in hoger beroep tegen de Staat in proces over verplichtingen Internationaal recht

    Stichting in hoger beroep tegen de Staat in proces over verplichtingen Internationaal recht

    Den Haag, 26 maart 2025 –

    Een coalitie van tien Palestijnse en Nederlandse maatschappelijke organisaties waaronder Stichting Groningen-jabalya, heeft beroep aangetekend tegen het vonnis van de Rechtbank Den Haag van 13 december 2024, waarbij de vordering in kort geding van de coalitie tegen de Nederlandse Staat werd afgewezen. De rechtszaak is erop gericht Nederland aansprakelijk te stellen voor zijn rol in het faciliteren van Israëls schendingen van het internationaal recht, waaronder de illegale bezetting van Palestijns gebied en de aannemelijke genocide op het Palestijnse volk in Gaza. In het hoger beroep wordt aangevoerd dat het niet toepassen door de rechtbank van bindende internationale rechtsnormen de verplichtingen van Nederland onder de Genocideconventie, de Geneefse Conventies en het recente advies van het Internationaal Gerechtshof (ICJ) ondermijnt.

    Nederlandse wapenexport en economische banden met nederzettingen
    De kern van het beroep is het voortdurende faciliteren door de Nederlandse staat van wapenexporten naar Israël en het niet tegengaan van economische activiteiten in illegale Israëlische nederzettingen op de bezette Westelijke Jordaanoever. Ondanks het erkennen van de wettelijke verplichtingen verwierp de rechtbank het verzoek van de coalitie voor een algeheel verbod op de export van militaire en dual use goederen naar Israël, vertrouwend op de bewering van de Staat dat zij elke export afzonderlijk beoordeelt. De bevinding van het ICJ van een aannemelijk risico op genocide in Gaza maakt dergelijke export niet alleen onverantwoordelijk maar ook onwettig. De coalitie heeft bewijs geleverd dat Nederland onderdelen voor F-16’s exporteert naar Israël, dat deze toestellen inzet bij bombardementen op Gaza. Hierdoor bestaat het risico dat de uitgevoerde onderdelen bijdragen aan/worden gebruikt voor deze aanvallen. Opmerkelijk is dat de Nederlandse regering een nieuwe exportvergunning voor F-16 onderdelen publiceerde op de dag van de hoorzitting in november 2024, in tegenspraak met haar eigen verzekeringen dat dergelijke goedkeuringen onder de huidige omstandigheden onwaarschijnlijk waren.
    Bovendien onderschreef de rechtbank het zogenaamde ‘ontmoedigingsbeleid’ van de staat ten aanzien van Nederlandse bedrijven die actief zijn in illegale nederzettingen, zonder de effectiviteit of naleving van het internationaal recht te evalueren. Dit beleid laat het expliciet aan bedrijven zelf of ze economische banden met nederzettingen aangaan, terwijl het advies van het ICJ van juli 2024 duidelijk stelt dat staten elke handel of investering die bijdraagt aan de illegale activiteiten van Israël in de bezette Palestijnse gebieden moeten voorkomen. De aanvaarding van deze laissez-faire benadering door het hof ondermijnt de inspanningen om bedrijven verantwoordelijk te houden voor het profiteren van illegaliteit en faciliteert rechtstreeks Israëls kolonisatie van Palestijns gebied door zionistische kolonisten. Nederlandse bedrijven als Booking.com, Kardan N.V. en Tahal Group International B.V. blijven dus profiteren van activiteiten in nederzettingen en faciliteren zo Israëls kolonisatie van Palestijns land.

    Escalerend geweld en belegering
    Sinds de uitspraak in eerste aanleg is de situatie ter plaatse alleen maar verslechterd. Na meerdere schendingen van het staakt-het-vuren sinds dit medio januari werd ingesteld, heeft Israël zijn bombardementen op Gaza op 18 maart 2025 opgevoerd. Zo werden vorige week dinsdag meer dan 400 Palestijnen gedood toen Israëlische luchtaanvallen woonwijken troffen terwijl mensen sliepen. De Palestijnen in Gaza worden nog steeds geconfronteerd met massale ontheemding, en systematische vernietiging van vitale infrastructuur. Tegelijkertijd houdt Israël een totale blokkade in stand, waardoor de ongeveer twee miljoen Palestijnen in Gaza worden verstoken van voedsel, medicijnen, brandstof, elektriciteit en andere essentiële voorzieningen. Ondertussen is op de Westelijke Jordaanoever het geweld van kolonisten en militairen tot ongekende hoogten gestegen, waarbij grote stukken Palestijns land in beslag zijn genomen en hele gemeenschappen met geweld zijn verdreven.

    Oproep tot handhaving internationaal recht
    Met dit hoger beroep vraagt de coalitie de Nederlandse rechterlijke macht om het internationaal recht te handhaven en het gedrag van de staat in lijn te brengen met zijn wettelijke verplichtingen. Dit omvat het opschorten van lopende wapenexportvergunningen naar Israël en het bevelen van de Nederlandse staat om actief stappen te ondernemen om handelsrelaties tussen Nederlandse bedrijven en de onwettige Israëlische nederzettingen te voorkomen. De hoorzitting in hoger beroep zal naar verwachting in de komende maanden plaatsvinden. In de tussentijd zal de coalitie blijven aandringen op concrete juridische en politieke actie om verdere wreedheden te voorkomen en ervoor te zorgen dat het internationaal recht in de praktijk wordt nageleefd.
    Issam Younis, algemeen directeur van Al Mezan, merkte op: “De genocide tegen het Palestijnse volk in Gaza is nog lang niet voorbij. Alleen al in de afgelopen week heeft Israël het staakt-het-vuren op flagrante wijze geschonden en honderden Palestijnen gedood, waaronder kinderen, terwijl het zijn voortdurende campagne van collectieve bestraffing en langzame dood door uithongering en het opzettelijk ontzeggen van levensreddende diensten aan meer dan twee miljoen Palestijnen heeft geïntensiveerd. Het is zowel gewetenloos als juridisch onverdedigbaar dat Nederland, tegenover zulke ernstige en aanhoudende schendingen van het internationaal recht, zich met Israël blijft inlaten alsof het business as usual is.”

    Christiaan Alberdingk Thijm, lawyer for the coalition, merkte op: “De Nederlandse staat moet bijdragen aan het beëindigen van Israëls mensenrechtenschendingen. De passieve houding van onze overheid is een schande. Door vergunningen te verlenen voor de export militaire en dual-use goederen draagt Nederland bij aan de genocide die in Israël wordt gepleegd. Dit moet stoppen. Door vergunningen te verlenen voor de uitvoer van militaire en dual-use goederen draagt Nederland bij aan de genocide die door Israël wordt gepleegd. Dit moet stoppen.”

    Dit proces is kostbaar dus iedereen die dit steunt kan ook financieel bijdragen. Alvast bedankt voor je steun. Zie deze crowdfunding pagina

     

  • PMRS aan internationale gemeenschap: maak einde aan medeplichtigheid aan deze misdaden

    PMRS aan internationale gemeenschap: maak einde aan medeplichtigheid aan deze misdaden

    18 maart 2025
    De Palestinian Medical Relief Society roept de internationale gemeenschap nogmaals op om op te staan en een einde te maken aan de medeplichtigheid aan de voortdurende oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid die voortdurend en op flagrante wijze worden begaan.
    Om 2 uur vanochtend voerde Israël een van de zwaarste luchtaanvallen uit op een burgerbevolking in Gaza, waarbij in een paar uur tijd 322 mensen omkwamen. De meesten van hen waren vrouwen en kinderen.
    17 maanden van genocide op televisie, waarbij de plegers van deze misdaden volledige straffeloosheid genoten, mag niet de norm worden. Dit is niet langer alleen een zorg voor de Palestijnen – dit zou een zorg voor de hele mensheid moeten zijn.
    De VN heeft gedocumenteerd dat de hele infrastructuur van de gezondheidszorg doelbewust is aangevallen en gedecimeerd als middel om Palestijnen verder uit te roeien en etnisch te zuiveren. In de afgelopen weken is de aanvoer van voedsel en andere voorraden vertraagd of helemaal stopgezet – nog een schending van het internationaal recht.
    We doen een beroep op al onze supporters om niet alleen te pleiten voor onze rechten, maar ook om te eisen dat de wapenverkoop stopt en dat er een einde komt aan alle medeplichtigheid aan de oorlogsmisdaden die worden gepleegd.
    Als gezondheidsorganisatie die zich inzet voor een op rechten gebaseerde benadering van gezondheid, zijn we verontrust over wat er gebeurt met de gezondheidszorg en onze mensen. We willen dat het recht op genezing van onze gemeenschappen wordt beschermd en dat er een einde komt aan de volledig vermijdbare verwoesting die wordt toegestaan. Gezondheid is een recht, geen voorrecht en zou voor iedereen beschikbaar moeten zijn.
  • Boekpresentatie Uittocht naar Gaza van Fatena Al-Ghorra op 24 maart

    Boekpresentatie Uittocht naar Gaza van Fatena Al-Ghorra op 24 maart

    Boekpresentatie van “Uittocht naar Gaza” van Fatena Al-Ghorra, dichter en journalist. De schrijfster gaat in gesprek met Lejo Siepe, bestuurslid van Groningen-Jabalya en onafhankelijk journalist.

    i.v.m. beperkt aantal plaatsen aanmelden gewenst: info@groningen-jabalya.com

    Fatena Al Ghorra is geboren in Gaza. Zij werkte voor nieuwsagentschap Wafa. In 2009 is zij gevlucht voor Hamas. Zij woont in Antwerpen en heeft sinds 2016 de Belgische nationaliteit.

    Na vijftien jaar slaagt zij erin haar familie in Gaza te bezoeken. Als drie dagen later, op 7 oktober 2023, de hel losbarst, wil ze haar bejaarde ouders niet achterlaten. Onder een Israëlische bommenregen vluchten ze halsoverkop, haar moeder op blote voeten, naar het Al-Qudsziekenhuis. Dat wordt hun schuilplaats. Met twaalfduizend anderen blijven ze er bijna een maand. Terwijl Gaza in een ruïne verandert, zit Fatena op haar kleine vierkante meter in een gang op de vierde etage van het ziekenhuis: zonder privacy of licht. Het boek “Uittocht naar Gaza” bestaat uit brieven geschreven aan haar nichtje Lamar. Daarin beschrijft zij de dagelijkse realiteit in Gaza onder de Israëlische genocide.

    Zie ook de recensie van het boek in de NRC

    Datum: 24 maart 2025
    Tijd: 19.30 uur; zaal open 19 uur
    Plaats: GroenLinkspand, Coehoornsingel 87, 9711 BR Groningen
    Toegang: vrij
    boekhandel Godert Walter aanwezig  Aanschaf en signeren Uittocht naar Gaza mogelijk
    Organisatie: Stichting Groningen-Jabalya in het kader van Israël Apartheid Week (IAW)

     

     

     

  • Trump en de vragen na 7 oktober

    Trump en de vragen na 7 oktober

    In José Saramago’s roman Het stenen vlot ontstaat een scheur tussen Spanje en Frankrijk en dobbert het Iberisch Schiereiland langzaam de Atlantische Oceaan op. Op dezelfde magische wijze hoopten sommige Israëli’s dat Gaza de Middellandse Zee in zou drijven en langzaam uit het zicht verdwijnen. Om nooit meer terug te keren. Premier Rabin verzuchtte ooit dat hij op een ochtend wakker zou worden en dat Gaza door de zee verzwolgen zou zijn.

    De afgelopen maanden riepen veel politici en opinieleiders in Israël, vooral ter rechter zijde, niet alleen op tot de vernietiging van Hamas, maar ook tot het verdwijnen van alle Palestijnen uit Gaza. ‘Als gevolg van de brute slachtpartij op 7 oktober hebben de Arabieren van Gaza het recht verloren daar te zijn’, zei kolonistenvoorvrouw Danielle Weiss bijvoorbeeld vorig jaar. ‘Ze zullen vertrekken naar verschillende landen in de wereld, ze zullen hier niet blijven.’ Weiss staat lang niet alleen in haar radicale opvattingen. Veel Israëli’s lieten vorig jaar blijken de gehele Palestijnse bevolking in Gaza te zien als een existentiële bedreiging.

    Bevolkingstransfer
    Het gaat niet alleen om angst voor terrorisme of nieuwe gewapende overvallen van Palestijnse militanten. Het diepgewortelde ongemak over Gaza heeft ook te maken met de ontstaansgeschiedenis van Israël. Het overgrote deel van de Palestijnse bevolking in Gaza bestaat uit de nazaten van de vluchtelingen van 1948.

    Gaza is als het ware een levend litteken van de ‘erfzonde’ waardoor Israël 77 jaar geleden het licht kon zien: de verdrijving van meer dan 700 duizend Palestijnen uit hun land. Door Gaza worden Israëli’s er, bewust of onbewust, permanent aan herinnerd dat iets moet worden gedaan aan de ‘Palestijnse kwestie’. Behalve natuurlijk als je op de delete-knop kunt drukken en die Palestijnen als het ware kunt uitwissen. President Trump lijkt die magische verdwijntruc uit zijn mouw te hebben getoverd.

    Nadat Trump tijdens zijn eerste ambtstermijn de Israëlische soevereiniteit over Oost-Jeruzalem en de bezette Syrische Golan hoogte had erkend, geeft hij nu met het opheffen van het taboe op een bevolkingstransfer een nieuw groot cadeau aan rechts Israël. Al vanaf het begin van de bommenregen op Gaza verdachten sommige analisten Israël ervan dat één van de oorlogsdoelen, misschien wel het belangrijkste, was de Palestijnse bevolking uit het gebied te verjagen. En met de bevolking ook de ‘dreiging’ van een tweestatenoplossing. Door de ogen van een groot deel van de Israëlische media liet het oorlogsverhaal van de afgelopen anderhalf jaar zich immers lezen als een kroniek van de aangekondigde dood van de Palestijnse aspiraties en zelfs van de Palestijnen als volk.

    Het diepgevoelde verlangen naar het wegsmelten van de Palestijnse factor verklaart misschien (in ieder geval mede) de massale onverschilligheid in Israël voor de dood van zoveel kinderen en onschuldige burgers in Gaza. Het dehumaniseren was gemakkelijker geworden na de Hamas-aanval van 7 oktober.

    Maar de reacties op de gebeurtenissen van 7 oktober zijn niet alleen te verklaren uit een toxisch mengsel van angst, wraak en schuld. Ze zijn ook gebruikt, georkestreerd en aangewakkerd door een overheid met een ideologische agenda. De vernietiging van leven en toekomstige levensvatbaarheid van Gaza en de categorische weigering van Netanyahu het gesprek aan te gaan over de toekomst van het minigebied, the day after, wijzen ook op een berekende strategie: niet alleen afrekenen met Hamas maar met alle Palestijnen in Gaza.

    In die zin kwam de Hamas-actie van 7 oktober als geroepen, want het gaf Israël een voorwendsel te doen waarvan het al lange tijd niet had durven dromen.

    Israëls ‘preventieve’ oorlogen
    In tegenstelling tot de mythe van een regio vol vijandelijke Arabieren en moslims die geen kans onbenut laten de weerloze, Joodse staat aan te vallen, heeft Israël in zijn 77-jarige geschiedenis zelf vaker de aanval geopend op Palestijnen en op Arabische buurlanden, dan dat het aangevallen werd. Al in de ‘onafhankelijkheidsoorlog’ van 1947-1948 probeerde Israël zoveel mogelijk gebieden te veroveren die bij het VN-verdeelplan aan de Arabische bevolking van Palestina waren toegewezen.

    Vooral de Libanon-oorlog in de jaren tachtig heeft treffende paralellen met de Gaza-oorlog.
    Ook de Sinaï-oorlog van 1956, de Junioorlog van 1967 waarbij Israël delen van Egypte, Syrië en Jordanië veroverde, en de inval in Libanon in 1982 waren ‘preventieve’ oorlogen. De eerste schoten werden telkens gelost door Israël. Vooral de Libanon-oorlog in de jaren tachtig heeft treffende paralellen met de Gaza-oorlog. Ook toen probeerde Israël Palestijnse nationale aspiraties voor eens en altijd het zwijgen op te leggen. De ‘Palestijnse factor’ in de regio, destijds belichaamd door de PLO, moest verdwijnen.

    Als correspondent in Beiroet berichtte ik begin 1982 maandenlang over de Israëlische provocaties die een reactie van de PLO moesten uitlokken. Israël zou dan een legitieme reden hebben om de oorlog tegen de PLO in Libanon te beginnen. Uiteindelijk werd de aanslag op de Israëlische ambassadeur Shlomo Argov in Londen aangegrepen als voorwendsel om Libanon binnen te vallen. Het Israëlische leger trok op naar Beiroet en de PLO werd na maandenlange strijd Libanon uitgejaagd ten koste van veel mensenlevens en verwoestingen.

    Dat de aanslag op Argov niet door een lid van de PLO maar door de door Irak gefinancierde terreurgroep Abu Nidal werd gepleegd, was tenslotte niet meer dan een cynische voetnoot bij het Israëlische streven de PLO te vernietigen. De Britse journalist Robert Fisk zou later schrijven dat de aanslag op Argov op touw was gezet door Abu Nidals’ opdrachtgever Saddam Hoessein. Saddam vermoedde – terecht – dat Israël het incident zou aanwenden voor een invasie in Libanon. Hij hoopte daarop zodat het in Libanon aanwezige Syrische leger verzwakt zou worden.

    Eigenlijk is alleen de oktoberoorlog van 1973 (de Jom Kippoeroorlog), waarbij Syrië en Egypte Israël binnenvielen om bezet gebied terug te veroveren, een echte verassingsoorlog gebleken. De Israëlische politieke en militaire leiders waren, in eerste instantie, onvoorbereid op het offensief van de Arabische legers. Overmoed, zelfgenoegzaamheid en racisme speelden een belangrijke rol bij het in de wind slaan van informatie over militaire voorbereidingen die, zo bleek achteraf, wel voorhanden was.

    Speelde iets soortgelijks aan de vooravond van 7 oktober? Tot dusver heeft de Israëlische regering een officieel onderzoek afgewezen. Stafchef Herzi Halevi is een van de weinigen in de legertop die zijn verantwoordelijkheid nam en binnenkort aftreedt. Hij gaf toe dat de militairen en inlichtingendiensten faalden. Daardoor was het mogelijk dat Hamas haast 1.200 Israëli’s doodde in enkele kibboetsiem en legerbases aan de rand van Gaza en op het Nova-muziekfestival.

    Onbeantwoorde vragen
    Prangende vragen over wat er gebeurde tijdens de vooravond van 7 oktober blijven onbeantwoord. Gaza was omgeven door hoogwaardige technologische surveillance-apparatuur. Daarnaast waren er ‘spotters’ actief, jonge vrouwelijke militairen van rond de twintig, die dag en nacht vijandelijke activiteiten aan de grens met Gaza moesten monitoren. Achteraf is gebleken dat deze ‘spotters’ de grootscheepse operatie van Hamas wel degelijk hadden zien aankomen.

    Vanuit hun uitkijkpost Nahal Oz op enkele honderden meters van Gaza, die op 7 oktober door Hamas zou worden overvallen, zagen ze dat Palestijnse militanten maandenlang intensief trainden voor een grootscheepse aanval. De ‘meisjes’, zoals ze in Israël vaak worden aangeduid, rapporteerden hun verontrustende bevindingen aan de legerleiding, maar die deed er niets mee. Ze werden kennelijk niet serieus genomen. Of was er iets anders aan de hand?

    De ‘spotters’ betaalden een hoge prijs voor de apathie van hun militaire meerderen: vijftien van hen kwamen om het leven bij de Hamas-aanval op Nahal Oz en zeven werden ontvoerd. Eén ontvoerd lid van de groep werd in Gaza gedood, een andere ontvoerde ‘spotter’ werd in oktober 2023 door het Israëlische leger bevrijd. De overige vijf werden eind januari vrijgelaten tijdens de eerste fase van het staakt-het-vuren tussen Israël en Hamas.

    Het is onwaarschijnlijk dat de politieke en militaire beleidsmakers in Israël de aanval van 7 oktober in zijn volle, gruwelijke omvang hebben zien aankomen en laten gebeuren. Maar het is tegelijkertijd onwaarschijnlijk dat de legerleiding totaal niet op de hoogte was van de aanvalsplannen van Hamas.

    Hamas was Israëls ‘favoriete vijand’. Het door Hamas geleide bestuur in Gaza werd jarenlang door Israël getolereerd en gefaciliteerd. Ratio was om de Palestijnse Autoriteit in Ramallah te verzwakken en om een excuus te hebben Gaza van de buitenwereld af te grendelen. Van tijd tot tijd werd ‘het gras gemaaid’ en werden Hamas-posities in Gaza gebombardeerd.

    Ooit zullen de ‘spotters’ en vele anderen antwoorden moeten krijgen op de dringende vragen over 7 oktober, wat er aan vooraf ging en het drama in Gaza wat daarna volgde. In de giftige Israëlisch-Palestijnse dynamiek van provocaties, voorwendsels en uitwissing is in ieder geval bevolkingstransfer nu, door Trump, op het hoogste niveau bespreekbaar gemaakt.

    Jan Keulen is journalist, gespecialiseerd in het Midden-Oosten. Hij werkte als correspondent voor onder andere de Volkskrant en NOS in Libanon, Egypte, Mexico en Jordanië. Dit artikel verscheen eerder op de website bukraa.com van auteur Jan Keulen.

  • aankondiging filmvertoning zondag 16 februari

    aankondiging filmvertoning zondag 16 februari

    Op verzoek kondigen wij dit event aan. Wij zijn niet de organisatoren maar bevelen het wel aan.

  • Redacteur Daybreak in Gaza gearresteerd

    Redacteur Daybreak in Gaza gearresteerd

    Op 4 november vorig jaar organiseerden wij een boekpresentatie van Daybreak in Gaza een boek met bijdragen van verschillende auteurs over Gaza. Een van de gasten was de samensteller Mahmoud Muna een boekhandelaar in Oost-Jeruzalem. Hij is nu gearresteerd door de Israelische politie na een inval in zijn educatieve boekhandel.  Hieronder het artikel uit The Gardian over de arrestatie. 

     

    Israëlische politie valt boekwinkels in Jeruzalem binnen en arresteert Palestijnse eigenaren

     

    boekhandelaar Mahmoud Muna. Hij was op 4 november als samensteller van het boek Daybreak in Gaza in Groningen te gast

    De Israëlische politie heeft een inval gedaan in een vooraanstaande Palestijnse boekwinkel in Jeruzalem en twee van de eigenaren gearresteerd, waarbij ze een kleurboek voor kinderen aanhaalden als bewijs van aanzetten tot terrorisme.
    De politie heeft zondagmiddag twee vestigingen van de Educational Bookshop geplunderd, waarbij ze met behulp van Google Translate de voorraad hebben onderzocht en vervolgens Mahmoud Muna, 41, en zijn neef Ahmed Muna, 33, hebben gearresteerd op verdenking van “het schenden van de openbare orde”.

    Maandag beval een magistraat nog een nacht hechtenis en vijf dagen huisarrest voor de twee mannen. De politie zei dat ze acht boeken in beslag hadden genomen en tijd nodig hadden om verder onderzoek te doen, inclusief het lezen van de boeken.
    “Ze namen elk boek met een Palestijns icoon of Palestijnse vlag mee en probeerden het te vertalen met Google Translate,” vertelde Morad Muna, de broer van Mahmoud, aan de Guardian. “Ze namen zelfs een exemplaar van Haaretz [een Israëlische krant] mee als onderdeel van de doorzoeking.”

    Andere boeken die door de politie werden onderzocht, waren Wall and Piece van de kunstenaar Banksy, Gaza in Crisis van de Amerikaanse academicus Noam Chomsky en de Israëlische geleerde Ilan Pappé, en Love Wins van de Canadese filmmaker en fotograaf Afzal Huda.
    Mensenrechtengroepen en vooraanstaande intellectuelen riepen op tot onmiddellijke vrijlating van de mannen en beschreven de arrestaties als onderdeel van een bredere aanval op de Palestijnse culturele identiteit. Demonstranten verzamelden zich maandagochtend buiten het gerechtsgebouw om de Munas te steunen, waaronder de Pulitzer-prijswinnende auteur Nathan Thrall, die zijn boek A Day in the Life of Abed Salama presenteerde in de Educational Bookshop van Mahmoud Muna.

    “[De Israëlische autoriteiten] creëren een klimaat van angst voor Palestijnen in Oost-Jeruzalem,” zei hij. De arrestaties waren vooral huiveringwekkend omdat de boekwinkel zo bekend was, voegde hij toe. “Iemand achterna gaan die … allerlei connecties heeft in de diplomatieke gemeenschap en links in Israël, zal een nog sterkere boodschap afgeven.”
    De familiewinkel is al meer dan veertig jaar het hart van het culturele leven in Jeruzalem. De brede collectie boeken van Palestijnse, Israëlische en internationale auteurs is populair bij inwoners en toeristen, en het café organiseert regelmatig literaire evenementen.
    Het heeft drie vestigingen – twee aan de Salah al-Din Street, de belangrijkste winkelstraat in Oost-Jeruzalem – die zondag werden overvallen.
    De derde bevindt zich in de American Colony, een hotel in Jeruzalem dat al tientallen jaren populair is bij bezoekende leiders en beroemdheden, van Michail Gorbatsjov en Tony Blair tot Bob Dylan en Uma Thurman.
    Diplomaten uit negen landen, waaronder het Verenigd Koninkrijk, Brazilië en Zwitserland, woonden de hoorzitting bij. De Duitse ambassadeur in Israël, Steffen Seibert, zei dat hij “bezorgd” was en beschreef zichzelf als een vaste klant van de boekwinkel.
    “Ik weet … de familie Muna, vredelievende trotse Palestijnse inwoners van Jeruzalem, open voor discussie en intellectuele uitwisseling. Ik ben bezorgd om te horen van de inval en hun gevangenschap in de gevangenis,” zei hij in een verklaring op X.
    De advocaat van Mahmoud en Ahmed Muna diende een beroep in bij de districtsrechtbank om de onmiddellijke vrijlating van zijn cliënten te eisen. Nasser Oday beschreef de arrestaties als een “uiterst gevaarlijke” aanval op het culturele leven in de stad en waarschuwde dat ze een nieuw juridisch precedent zouden scheppen.
    “(De arrestaties zijn) onderdeel van een nieuw beleid dat de Israëlische politie in Jeruzalem voert om de vrijheid van meningsuiting en het Palestijnse gedachtegoed te onderdrukken en leren en onderwijs te verhinderen,” vertelde hij journalisten na de hoorzitting. Hij plaatste de inval in een lange historische reeks aanvallen op boeken en onderwijs in de regio, die teruggaat tot ten minste de Mongoolse aanval op Bagdad in de 13e eeuw.

    De politie kwam rond 15.00 uur en bleef ongeveer een uur, waarbij ze planken en het magazijn doorzochten, zei Morad Muna. Mahmouds 11-jarige dochter hielp op dat moment in de winkel en zag hoe haar vader werd meegenomen. “Ze willen ons bang maken. Niet alleen ons, ze willen een boodschap sturen naar alle Palestijnse mensen,” zei Morad Muna. “We gaan nu beide vestigingen van de boekwinkel heropenen. Ik denk dat dit de beste reactie is die we kunnen doen op zo’n situatie.”

    In een verklaring van de politie staat dat “detectives talloze boeken tegenkwamen met aanstootgevend materiaal met nationalistische Palestijnse thema’s, waaronder een kleurboek voor kinderen met de titel From the River to the Sea.”

    Alle vervolgingen met betrekking tot de vrijheid van meningsuiting moeten worden goedgekeurd door het kantoor van de procureur-generaal, maar de politie kan op eigen gezag arrestaties uitvoeren op verdenking van schendingen van de openbare orde.
    De mensenrechtengroep B’Tselem riep op tot de onmiddellijke vrijlating van de twee mannen en een einde aan de vervolging van Palestijnse intellectuelen. “De poging om het Palestijnse volk te verpletteren omvat de intimidatie en arrestatie van intellectuelen”, zei de groep in een verklaring. “Israël moet [Mahmoud en Ahmed Muna] onmiddellijk vrijlaten uit detentie en stoppen met de vervolging van Palestijnse intellectuelen.”
    Vorig jaar arresteerde en ondervroeg de politie Nadera Shalhoub-Kevorkian, een vooraanstaande Palestijnse rechtsgeleerde aan de Hebreeuwse Universiteit van Jeruzalem. Er zijn ook wijdverspreide arrestaties geweest van Palestijnse burgers van Israël die openlijk kritiek hadden op de oorlog in Gaza.

    bron: The Gardian

  • Jabalya is nu een stad van puin

    Jabalya is nu een stad van puin

    Ik zag het noorden van Gaza voor het eerst in 15 maanden: puin en stof – dat is alles wat er nog over is.


    De verwoesting in het noorden van Gaza gaat mijn voorstellingsvermogen te boven. Op zondag maakte ik de reis van mijn huis in Deir al-Balah naar Gaza Stad, mijn eerste keer naar het noorden na 15 maanden van Israëls genocide. De drie uur durende wandeling van 16 kilometer was een zware tocht door puin en stof – dat is alles wat er nog over is. Elk huizenblok ziet eruit alsof het door meerdere krachtige aardbevingen is getroffen.
    De enorme omvang ervan heeft me fysiek geraakt. Geen enkel gebouw werd gespaard tijdens de Israëlische aanval. Ik voelde me bezwaard. Mijn ogen prikten van het stof in de lucht. Op verschillende plaatsen waren er omheiningen van kettingen en scheermesdraad rond zandwallen waar het Israëlische leger controleposten had opgezet. Ik klom over heuvels van puin en keek uit voor wat leek op een niet-ontploft explosief.
    Toen ik uiteindelijk in Gaza City aankwam, in het Sheikh Ejleen gebied vlakbij de kustweg, waren mijn haar en wenkbrauwen grijs geworden van het stof. Voor me lagen alleen maar stapels gebroken beton. Mensen zochten tussen het puin naar alles wat ze konden vinden. De pittoreske gebouwen en cafés langs de kustlijn waar ik vaak kwam, zijn allemaal verdwenen – ze zijn gewoonweg verdwenen. De Al-Aqsa Universiteit, waar ik in 2024 had moeten afstuderen, lag in puin. Alles wat overbleef waren wat gescheurde boeken en kapotte stoelen. De gebouwen die nog overeind stonden waren verbrand en gedeeltelijk verwoest, hun fundamenten fragiel. Er was nergens licht.

    Terwijl ik door de verwoeste wijken Tal al-Hawa en al-Remal liep, klopte mijn hart hevig in mijn borst; ik was nerveus om door verschillende gebieden te lopen voor wat ik zou zien. Maar toen ik bij de ingang van het vluchtelingenkamp Jabaliya aankwam, stond mijn hart stil. Terwijl de mensen probeerden terug te keren naar hun huizen, staken de Israëlische troepen alles in brand. De puinhopen waren net bergen die ons het zicht ontnamen. De skyline werd verduisterd door zwarte rookpluimen van branden die door de Israëlische troepen waren aangestoken, waarschijnlijk toen ze zich terugtrokken van hun posten. Het kamp zou de naam ‘stad van puin’ moeten krijgen. Dat is waartoe het is gereduceerd. Een atoombom die op het kamp was gevallen, zou niet zoveel schade hebben aangericht.
    Ik moest gaan zitten om mijn kalmte te bewaren. Mensen waren tenten aan het opzetten op het puin van hun huizen. Kinderen liepen verloren en neerslachtig rond. Vrouwen in haveloze kleding liepen lange afstanden door het puin en droegen water uit verre delen van Jabaliya.
    In Jabaliya sprak ik met drie kinderen van wie het huis met de grond gelijk was gemaakt: de 15-jarige Mohammed Mehsen, de 12-jarige Rateb al-Helou en de 6-jarige Raed Abu-Hussein.

    Mohammed en zijn zeven leden tellende familie waren meerdere keren ontheemd, verhuisden van plaats naar plaats in het noorden en werden altijd geplaagd door honger. Zijn oom en vele andere familieleden waren gedood en zijn broer was twee keer gewond geraakt. Ze keerden terug naar het vluchtelingenkamp in Jabaliya en troffen daar hun huis verwoest aan.
    “De afgelopen 15 maanden was er geen leven ….. Ons zogenaamde leven bestond uit water dragen en naar voedselverdeelcentra rennen. We hadden gebrek aan alles en het kostte ons veel moeite om het simpelste te krijgen,” vertelde Mohammed terwijl hij stikte van verdriet. “Er is niets veranderd sinds we zijn teruggekeerd, want we zijn teruggekeerd naar stapels puin. Dit is een stad van geesten, een stad van puin die niet eens onderdak kan bieden aan dieren.”
    “Toen ik mijn huis voor het eerst in puin zag liggen, voelde ik een enorme pijn in mijn hart. De golf van vreugde die door me heen ging toen het staakt-het-vuren inging, is vervaagd,” zei hij. “Ik schuil nu in een tent op straat zonder eten of water. Het enige wat we eten zijn wat broden of blikvoer.” Hij moet twee kilometer lopen om aan water te komen. “Ik kan hier twee kilometer lopen en geen enkel gebouw vinden dat nog overeind staat,” voegde hij eraan toe.
    “Mijn hoop is dat Jabaliya herbouwd wordt en dat ik een thuis krijg in plaats van een tent waar ik alleen maar wordt aangevallen door muggen en vliegen en waar ik weinig kleren en dekens heb. Als kind heb ik geen jeugd gehad. We hebben alleen maar constant geleden en verschrikkingen en nachtmerries meegemaakt. Ik lag altijd onder vuur en werd meedogenloos aangevallen,” zei hij. “Ik had echt heel veel dromen. Het waren eenvoudige dromen zoals voetballen en studeren op school. Maar die zijn nu allemaal verdampt en mijn enige droom is om het puin te ruimen en opnieuw op te bouwen.”

    Rateb en zijn familie weigerden het noorden van Gaza te verlaten, maar ze werden minstens vier keer uit hun huis in Jabaliya verdreven. “Het leven is zo lelijk,” zei Rateb (12). “We zitten nu in halve tenten zonder enige zin van leven. Het maakt me verdrietig om het huis van mijn familie, mijn ooms en mijn buren gesloopt te zien worden. Ik heb nog steeds nachtmerries van de twee keer dat Israëlische troepen ons omsingelden en heel woest aanvielen. In die tijd waren we voortdurend in paniek omdat we gedood zouden worden. Ons leven was een en al doodsangst. Ik weet niet hoe we hier konden blijven, de dood was elke minuut dichtbij. Het moeilijkste moment in de oorlog was het verlies van mijn twee ooms.”
    “We leven nu onder dezelfde angstaanjagende omstandigheden. Wat anders is, is dat onze tent nu bovenop het puin van ons huis staat. We zijn al twee weken bezig met het verwijderen van het puin en we zijn nog niet klaar. We weten dat het elk moment kan instorten, maar we kunnen niets doen omdat we geen oplossingen hebben,” zei hij.
    “Ik weet dat ze alles van me gestolen hebben: mijn huis, mijn school, mijn familieleden en mijn jeugd. Toch hoop ik dat het beter wordt. Ik heb eigenlijk niets anders nodig dan de wederopbouw van mijn huis en Gaza. Ik wil niets extra’s. Ik kan niet studeren, niet eten en geen kleren kopen. Mijn ultieme hoop is om heel snel een beter leven te hebben in mijn nieuw herbouwde huis, en ik hoop dat de wereld me zal helpen om dat mogelijk te maken.”

    Raed, die pas 6 jaar oud is, verbleef ook met zijn ouders en vijf broers in het noorden van Gaza. Net als alle anderen die ik heb ontmoet, was hun huis tot puin gereduceerd. “Alles wat ik zie is vernietiging en puin, verder niets. Dit is echt moeilijk voor me. Mijn benen doen pijn van de kou ’s nachts en van het lopen over lange afstanden om water en voedsel te halen. We hebben hier geen leven, we zijn gestrand in een tent boven wat eens ons huis was,” zei Raed.
    “Tijdens deze oorlog had ik de wens dat mijn buurt niet verwoest zou worden en dat mijn ooms niet gedood zouden worden. Maar mijn wens is niet uitgekomen. Ik weet niet waar mijn buurt nu is. Mijn wens is nu om te leren en Gaza weer op zijn voeten te zien staan. Ik wil net als ieder ander kind in de wereld zijn – naar school gaan en genieten van alle soorten eten.”

    Ik ben nog steeds in het noorden van Gaza – ik slaap in het wrak van het huis van een van mijn vrienden. Het regent stortregens en we dreigen elk moment onder water te lopen. Israëlische drones zoemen over ons heen. De nachtmerrie is nog niet voorbij. Ik verlang hier wanhopig naar een beker schoon water, naar een bord eten. Donald Trump zou moeten weten dat deze leefomstandigheden voor mij beter zijn dan ergens anders in een kasteel te wonen.

    Abubaker Abed is een toevallige oorlogscorrespondent uit Deir al-Balah in Gaza; hij raakte verzeild in een actief oorlogsgebied  en ging verslag te doen van de genocide. Onder normale omstandigheden is hij een voetbal journalist en commentator. 

    bron dropsitenews

  • Bijeenkomst op 17 februari over proces tegen de Staat

    Bijeenkomst op 17 februari over proces tegen de Staat

    Een coalitie van Palestijnse en Nederlandse maatschappelijke organisaties, waaronder de stichting Groningen-Jabalya, ging vorig jaar oktober naar de rechter om de Nederlandse staat aan te klagen voor het niet voorkomen van genocide in Gaza en van andere Israëlische schendingen van het internationaal recht.

    De belangrijkste eisen van de coalitie zijn: 1. een verbod op de export en doorvoer van wapens,
    wapenonderdelen en dual-use artikelen naar Israël. 2. een verbod op alle Nederlandse handels- en
    investeringsrelaties die Israëls illegale bezetting van en nederzettingen in Palestijns gebied in stand helpen
    houden.

    Op 13 december kwam de rechter met een uitspraak die voor de coalitie niet gunstig was. Op de meeste punten oordeelde de rechter in het voordeel van de staat. Er is dan ook besloten om in hoger beroep te gaan.
    Wat zal de inzet zijn bij het hoger beroep? En op welke onderdelen van de uitspraak zijn er kansen op succes in een hoger beroep?

    Voor meer uitleg over het proces en antwoorden op bovenstaande vragen hebben we twee gasten uitgenodigd.

     

    Marcel Brus, hoogleraar internationaal publiekrecht aan de RUG. Hij bespreekt de context: wat is het Internationaal Gerechtshof?, wat is het Strafhof?; bevoegdheden beperkingen. Actuele ontwikkelingen: de stand van zaken m.b.t. – de genocidezaak en – het advies over de Israelische bezetting bij het Gerechtshof en het arrestatiebevel van het Strafhof; de wet in de VS tegen het Strafhof.

     

     

    Daan de Grefte, senior juridisch medewerker verbonden aan het European Legal support Center, een van de initiatiefnemers van het proces. Hij gaat in op het proces zelf – waarom?, wie doen mee? waarom deze eisen; hoe beoordeel je de uitspraak; wat is de inzet van het hoger beroep?, wat voor perspectief zie je?, e.d.

     

    Ook zullen beide gasten vragen van het publiek beantwoorden. Iedereen is van harte welkom.  Voor mensen die zich van te voren willen inlezen zie het artikel over het proces in de december nieuwsbrief ( blz 5 en 6)

     maandag 17 februari   
    groenlinks pand, Coehoornsingel 87 in Groningen
    aanvang : 19.30 uur 
    toegang gratis maar donatie wordt op prijs gesteld

     

    of direct digitaal via de QR code

     

  • het verwoeste huis van Sadi Daboor

    het verwoeste huis van Sadi Daboor

    Wij kregen de onderstaande video opgestuurd van Sadi Daboor. Hij is ambtenaar van de gemeente Jabalya en heeft de afgelopen maanden een aantal keren verslag gedaan van zijn ervaringen tijdens de oorlog. Hij moest vluchten met zijn gezin naar het zuiden van de Gazastrook. Nu is hij net als veel andere Gazanen weer terug in Jabalya en wordt geconfronteerd met zijn verwoeste huis en omgeving.