Amnesty International organiseert ook dit jaar weer de schrijfmarathon Write for Rights. Er zijn 10 mensen geselecteerd waarvoor je kan schrijven zowel naar hen zelf als naar de verantwoordelijke autoriteiten. Eén van hen is de Palestijnse activiste Janna Jihad. Zij wil een gewone jeugd. Maar de Palestijnse tiener woont op de door Israël bezette Westelijke Jordaanoever, waar ze systematisch wordt gediscrimineerd. Al op haar zevende begon ze het geweld van het Israëlische leger in haar dorp vast te leggen. Haar journalistiek levert haar ongewenste aandacht op. Ze wordt lastiggevallen en met de dood bedreigd. We vragen de Israëlische autoriteiten Janna en de andere Palestijnse kinderen te beschermen tegen discriminatie en geweld. zie hieronder het filmpje over haar leven in bezet gebied
Maatschappelijke organisaties en personen die zich inzetten voor de rechten van de Palestijnen worden in Nederland structureel tegengewerkt, belasterd en zelfs bedreigd. Dat blijkt uit een vandaag verschenen rapport van het European Legal Support Center.
Een cultureel festival dat halverwege moet worden afgelast omdat de organisatoren haat en bedreigingen over zich krijgen uitgestort. Een activiste wier accounts worden gehackt met de mededeling dat zij zal worden ‘gescalpeerd’. Een doorgesneden remkabel van een auto, die een gezin het leven had kunnen kosten. Het zijn voorbeelden van methodes waarmee personen en organisaties in Nederland te maken krijgen die aandacht vragen voor de rechten van de Palestijnen en hun onderdrukking door Israël. Een vandaag verschenen rapport biedt inzicht in die methodes.
Actieve tegenwerking
Dat pro-Palestijns activisme kan rekenen op actieve tegenwerking is bekend. Talloze organisaties, media en personen in binnen- en buitenland kregen ermee te maken, zoals door ons frequent beschreven. Het rapport geeft voor het eerst een indruk van de schaal waarop die tegenwerking in Nederland plaatsvindt.
De bevindingen van het rapport zijn gebaseerd op onderzoek naar 76 incidenten tussen 2015 en 2020 waarbij pro-Palestijns activisme werd tegengewerkt. Het werd uitgevoerd door het European Legal Support Center (ELSC), een in Amsterdam gevestigde organisatie die deze trend in een aantal Europese landen monitort en slachtoffers bijstaat met juridische hulp.
Het werkelijke aantal incidenten ligt hoger dan 76. ELSC documenteert uitsluitend incidenten die door benadeelde organisaties of personen worden gemeld. Die procedure bestaat pas ruim een jaar en is nog niet algemeen bekend. Daarnaast werd ELSC geconfronteerd met incidenten die onvoldoende konden worden gedocumenteerd, en daarom niet in de cijfers zijn opgenomen.
Twee hoge Israëlische militaire functionarissen moeten zich voor hun daden verantwoorden voor een rechtbank, hoorden de Nederlandse rechters in Den Haag donderdag. Mensenrechtenadvocaat Liesbeth Zegveld vertelde het hof van beroep dat een lagere rechtbank ten onrechte had genegeerd dat voor er haar cliënt Ismail Ziada geen andere manier was om gerechtigheid te zoeken. Ziada, een Palestijns-Nederlandse burger, heeft Benny Gantz, destijds de Israëlische legerchef, en Amir Eshel, de toenmalige luchtmachtchef, aangeklaagd voor het besluit om het huis van zijn familie te bombarderen tijdens de Israëlische aanval op Gaza in 2014.
Gantz en Eshel tijdens de oorlog tegen Gaza
Gantz is momenteel de Israëlische minister van Defensie en vicepremier. In een civiele rechtszaak eist Ziada honderdduizenden dollars schadevergoeding van de Israëlische commandanten. De Israëlische aanval reduceerde het drie verdiepingen tellende gebouw in het vluchtelingenkamp al-Bureij tot puin. Het doodde Ziada’s 70-jarige moeder Muftia, zijn broers Jamil, Yousif en Omar, schoonzus Bayan en zijn 12-jarige neef Shaban, evenals een zevende persoon die bij de familie op bezoek was.
Maar in januari 2020 sloot de rechtbank in Den Haag de deur voor Ziada door Gantz en Eshel “functionele immuniteit” te verlenen op grond van het feit dat ze bij het plegen van hun vermeende misdaden in een officiële hoedanigheid handelden. Die beslissing druist in tegen tientallen jaren jurisprudentie na de processen van Neurenberg tegen nazi-oorlogsmisdadigers dat degenen die de zwaarste misdrijven plegen, waaronder oorlogsmisdaden, misdaden tegen de menselijkheid en genocide, zich niet kunnen verschuilen achter het excuus dat ze handelden in een officiële hoedanigheid of gewoon orders opvolgden.
Geen andere weg naar gerechtigheid
De hoorzitting van donderdag maakte deel uit van Ziada’s beroep tegen die uitspraak van de lagere rechtbank. De hoorzitting vond plaats in een bijna lege zaal. Slechts 13 mensen, waaronder deze schrijver, mochten aanwezig zijn. Vele anderen waren teleurgesteld dat ze hun solidariteit met Ziada niet konden uiten door hun aanwezigheid.
Zegveld, die in Nederland bekend staat om het vertegenwoordigen van slachtoffers van mensenrechtenschendingen, vertelde de rechters ook dat “Israël een apartheidsregime tegen Palestijnen handhaaft.” Daarom is de Nederlandse rechter de enige haalbare optie voor Ziada om gerechtigheid te krijgen. Zegveld bepleitte dat het verlenen van immuniteit aan de twee Israëlische militaire commandanten. niet gerechtvaardigd is. Ze merkte op dat het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in 2010 oordeelde dat “in gevallen waarin de toepassing van staatsimmuniteit de uitoefening van het recht op toegang tot een rechtbank beperkt, de rechtbank moet nagaan of de omstandigheden van het geval een dergelijke beperking rechtvaardigen.” Zegveld betoogde dat Israël de Palestijnen in Gaza de toegang tot de rechter volledig heeft ontzegd door de kust enclave tot een “vijandige entiteit” te verklaren en haar inwoners tot “vijandige onderdanen.” De Israëlische wet verbiedt ‘vijandige’ burgers om schadeclaims tegen de staat in te dienen bij Israëlische rechtbanken.
In reactie daarop herhaalden de advocaten van Gantz en Eshel hun argument dat, omdat hun cliënten namens de staat hadden gehandeld, hun daden werden beschermd door functionele immuniteit. Na het gedegen geformuleerde pleidooi van Zegveld maakten de advocaten van Gantz en Eshel geen sterke indruk.
Aan het einde van de zitting boden de rechters Ziada het woord. “Ik had nooit gedacht dat mijn intentie om gerechtigheid te zoeken zou worden gedwarsboomd door de oorlogsmisdadigers functionele immuniteit te bieden”, zei hij tegen de rechtbank.
Eerder deze week besprak een online panel de historische poging van Ziada om Israëlische commandanten ter verantwoording te roepen. Issam Younis, directeur van de in Gaza gevestigde mensenrechtengroep Al Mezan, onderstreepte het vernietigende effect van straffeloosheid. De vier grote aanvallen van Israël op Gaza sinds 2008 tonen aan dat “het ergste nog moet komen”, tenzij de internationale gemeenschap serieus werk maakt van aansprakelijkheid, zei Younis.
“Het is echt een mission impossible voor slachtoffers om gerechtigheid te krijgen via het Israëlische rechtssysteem”, verklaarde Younis, nadat hij de talloze obstakels had uitgelegd die Israël oplegt aan Palestijnen in Gaza die toegang willen krijgen tot zijn rechtbanken. Daarom zouden nationale rechtbanken in andere landen een rechtsgang moeten bieden aan slachtoffers van ernstige internationale misdrijven, zei Younis.
Rechtshoogleraar Cedric Ryngaert van de Universiteit Utrecht merkte op dat het Nederlandse recht “een noodzakelijk forum biedt” om “rechtsweigering te voorkomen” wanneer een zaak nergens anders kan worden behandeld en voldoende is gekoppeld aan de Nederlandse jurisdictie. Het Nederlandse staatsburgerschap van Ziada biedt mogelijk een dergelijke link, zei Ryngaert. Hij voegde eraan toe dat de Nederlandse lagere rechter in zijn immuniteitsvonnis de noodzaak van aansprakelijkheid voor internationale misdrijven over het hoofd had gezien. Individuen kunnen verantwoordelijk worden gehouden voor internationale misdrijven, niet alleen bij het Internationaal Strafhof, maar ook bij de nationale rechtbanken van andere staten.
Ziada’s slotwoorden aan de Nederlandse rechters op donderdag benadrukten dat zijn eis voor gerechtigheid niet alleen ging over het afleggen van verantwoording voor misdaden uit het verleden, maar ook om het voorkomen van verdere schendingen in de toekomst. “De misdaden stopten niet in 2014”, zei hij. “In mei, toen Israël Gaza opnieuw zwaar bombardeerde, vreesde ik dat ik een bericht zou krijgen dat mijn familie in gevaar was.” Ziada zei dat zijn nichtje tijdens de Israëlische aanval op Gaza eerder dit jaar haar huis op blote voeten en met twee jonge kinderen moest ontvluchten omdat het woongebouw ernaast was gebombardeerd. “Ze verloor haar ouders bij de bomaanslag op ons ouderlijk huis in 2014. Ik kan de misdaden niet stoppen’, zei Ziada. ‘U, edelachtbare, u kunt het stoppen. Laat me niet in de steek, laat de gerechtigheid niet in de steek.”
De rechters zullen naar verwachting op 7 december uitspraak doen.
Het 48ste nummer van de Jabalya nieuwsbrief is verschenen. Een zeer divers nummer met o.a aandacht voor de aanhoudende gezondheidscrisis in Gaza veroorzaakt door covid in combinatie met de schade die in mei is toegebracht en de blokkade die herstel zeer bemoeilijkt. Een verslag van het bezoek van de Palestijnse ambassadeur aan Groningen en een interview met de artistiek directeur van Theatre Days het theater in Gaza waar Groningen een samenwerking mee heeft. Verder ook een interview met Groningse activisten die al twintig jaar elke 2 weken een wake houden om het lot van de Palestijnen onder de aandacht te brengen.
Hoe de Israëlische blokkade de heropbouw van Gaza tegenhoudt
In mei raakten in Gaza duizenden gebouwen vernield of beschadigd door Israëlische luchtaanvallen, maar de heropbouw gaat tergend traag. En de blokkade gaat voort. Dat wil ook zeggen: slechts een beperkte toevoer aan broodnodige bouwmaterialen. ‘De cyclus van bombardementen, samen met de blokkade houden elke vorm van herstel tegen.’
Op 23 augustus verzamelden Palestijnse demonstranten zich voor het eerst sinds het staakt-het-vuren van mei weer bij het grenshek met Israël. Daar liep het al snel weer uit de hand. Israëlische soldaten verwondden tientallen demonstranten. Drie van hen, onder wie een kind, bezweken later aan hun verwondingen. Ook een Israëlische sluipschutter raakte zwaargewond en bezweek later aan zijn verwondingen. De demonstranten wilden de 52ste verjaardag van een aanslag op de Al-Aqsa moskee in Jeruzalem herdenken. Op 21 augustus 1969 stichtte een Australische christen fundamendalist er brand, vanuit de overtuiging dat het de terugkeer van Jezus op aarde zou versnellen.
Maar er was ook protest tegen de uiterst langzame heropbouw van Gaza, waarop gewacht wordt sinds de verwoestende oorlog van mei dit jaar. Die wordt belemmerd door de strenge Israëlische blokkade.
Rawan al-Jorf had nooit gedacht dat zij een sterke band met de oud zou krijgen. Toen de 22-jarige voor het eerst naar het Edward Said National Conservatory of Music in Gaza City ging, wilde ze piano leren spelen. Maar ze had geen geluk met de registratie. Daarna koos ze voor de oud, een traditioneel snaarinstrument uit het Midden-Oosten, vergelijkbaar met de luit. “Ik had problemen omdat ik linkshandig ben en met de rechterhand speelt. Dat was beperkend”, vertelt al-Jorf aan The Electronic Intifada.
Het Edward Said National Conservatory of Music werd in 1993 opgericht in de bezette stad Ramallah op de Westelijke Jordaanoever en opende later vestigingen in Nablus, Bethlehem Hebron, en ook in Gaza-stad. Het filiaal in Gaza heeft 125 studenten in de leeftijd van 7 tot 22 jaar, zegt Khamis Abu Shaban, een administratief medewerker van het conservatorium.
Israëls draconische blokkade van de kustenclave, nu in zijn 14e jaar, treft zowel studenten als instructeurs. Het maakt het voor studenten moeilijker om deel te nemen aan concerten in het buitenland en voor docenten om naar andere vestigingen te reizen. Ook het invoeren van muziekinstrumenten van buiten de Strip wordt bemoeilijkt door de blokkade. En de impact van de Israëlische blokkade op de economie beïnvloedt het vermogen van studenten om muziek te leren spelen. Met eén van de hoogste werkloosheidscijfers ter wereld en meer dan de helft van de bevolking die onder de armoedegrens leeft, is het voor gezinnen in Gaza moeilijk om muzieklessen voor hun kinderen te betalen. Mahmoud Abu Hamad, een 16-jarige student aan het conservatorium, leert de bokaaldrum te bespelen. “De bekertrommel kan een prachtig instrument zijn – terwijl ik het bespeelde, begon ik er van te houden”, vertelt hij aan The Electronic Intifada. “Ik heb nieuwe vrienden gemaakt en we jammen samen.”
Opmerking: de beelden in deze video zijn gemaakt vóór de 11-daagse bombardementencampagne van Israël op de Gazastrook in mei. Het Edward Said National Conservatory of Music werd niet beschadigd en geen van de geïnterviewden raakte gewond.
Israëlische bezettingstroepen hebben zaterdag tijdens protesten in de Gazastrook meer dan 40 Palestijnen verwond, onder wie ten minste 24 kinderen. Eén van de gewonden is fotojournalist Asem Muhammad Shehade, die in het gezicht werd geraakt door scherpe munitie. Een ander slachtoffer is een 13-jarige jongen die naar verluidt in kritieke toestand verkeert. Israëlische scherpschutters vuurden op de grens tussen Israël en Gaza met machinegeweren, scherpe munitie en met rubber beklede stalen kogels en traangasgranaten op Palestijnse burgers die zich vreedzaam hadden verzameld bij het oostelijke hek. Palestijnse arbeidersvakbonden en politieke groeperingen hadden opgeroepen tot de protesten in de buurt van de wijk al-Zaitoun in Gaza-stad om de 52e verjaardag te herdenken van de brandstichting in de al-Aqsa-moskee door een australische christelijke toerist en om te protesteren tegen de voortdurende belegering van Gaza door Israël.
Gewonde scherpschutter
Lokale media verspreidden beelden van een Israëlische scherpschutter die op Palestijnen schiet door een kleine opening in de door Israël gecontroleerde scheidingsmuur tussen de Gazastrook en Zuid-Israël. Palestijnen proberen met stokken en stenen het wapen van de soldaat neer te halen dat door de opening steekt. Vervolgens wordt een persoon gezien die de opening nadert, een pistool tevoorschijn haalt en door de opening in de muur op de scherpschutter schiet. Het Israëlische leger kondigde later aan dat de militair gewond was geraakt door een kogel in het hoofd, en identificeerde hem als sergeant Barel Hadaria Shmueli van de Israëlische grenspolitie. Shmueli werd overgevlogen naar het Soroka-ziekenhuis in Beersheva en verkeert in kritieke toestand.
Israël lanceerde vervolgens uit wraak luchtaanvallen op Gaza en beweerde vier wapenopslag- en productiefaciliteiten van Hamas als doelwit te hebben gehad. Er zijn geen aanwijzingen dat de persoon die de Israëlische scherpschutter neerschoot gelieerd is aan Hamas, en zijn identiteit wordt nog steeds niet gerapporteerd in de media. Het Israëlische leger heeft hem naar verluidt niet kunnen identificeren. Het Israëlische leger zei ook dat het meer troepen heeft ingezet langs het grenshek tussen Israël en Gaza.
De Israëlische premier Naftali Bennett zwoer snel om “met gelijke munt terug te betalen” – wraakretoriek die doet denken aan zijn voorgangers. Het Palestijnse recht op gewapend verzet tegen buitenlandse bezetting en kolonisatie is verankerd in het internationaal recht.
Qatarees contant geld
Dit komt op het moment dat Qatar op het punt staat om een overeenkomst met de Verenigde Naties te sluiten om geld over te maken aan gezinnen in Gaza die verpauperd zijn als gevolg van de Israëlische belegering en regelmatige militaire aanvallen. Israëlische functionarissen hadden eerder gesuggereerd dat Qatarese hulp niet in de vorm van contant geld in Gaza zou worden toegelaten, maar in de vorm van voedselbonnen en humanitaire hulp, zogenaamd om te voorkomen dat Hamas het geld in handen zou krijgen. Dagblad Haaretz zei dat het geld naar de VN zou worden gestuurd, voordat het zou worden overgemaakt via Palestijnse banken op de bezette Westelijke Jordaanoever, en vervolgens zou worden overgedragen aan banken in Gaza, die het vervolgens zouden verdelen onder families. Maar zelfs deze omweg kan niet garanderen dat deze tijdelijke hulp veilig kan worden aangeboden. Anonieme bronnen vertelden Haaretz dat bankdirecteuren vrezen dat er nog steeds juridische stappen tegen hen worden ondernomen, zelfs als het geld naar families in nood zou gaan, omdat de meesten van hen gelinkt worden aan Hamas. Deze logica is absurd – aangezien Hamas de politieke- en verzetsorganisatie is die in de Gazastrook regeert. Elke overheids- of openbare instelling binnen de kust enclave is er dus mee verbonden. Bovendien classificeert Israël vrijwel elke Palestijnse politieke organisatie als ‘terroristisch’
https://twitter.com/i/status/1429135204317270017
Blokkade aangescherpt
Drie maanden na de laatste aanval van Israël op Gaza zijn 250.000 mensen niet in staat geweest om huizen te repareren die beschadigd waren door de bombardementen, verklaarde Al Mezan, een mensenrechtengroepering in Gaza. Dit is te wijten aan de voortdurende “strenge beperkingen” van Israël op de binnenkomst van goederen in Gaza via Kerem Shalom, de door Israël gecontroleerde grensovergang voor goederen die de Strook binnenkomen en verlaten, volgens Gisha, een Israëlische mensenrechtengroep die toezicht houdt op de Israëlische belegering van de kustenclave. Die beperkingen veroorzaken “rampzalige resultaten” voor de Palestijnen in Gaza, aldus Gisha. De Israëlische autoriteiten “hebben de belegering strenger gemaakt dan vóór de agressie”, zei Al Mezan in mei. De beperkingen hebben geleid tot een ernstig tekort op de lokale markt van Gaza, wat heeft geleid tot een “absurde stijging van de prijzen van sommige grondstoffen”, aldus Al Mezan. Om ervoor te zorgen dat belangrijke sectoren operationeel blijven – zoals gezondheidszorg en onderwijs – moeten infrastructuur en apparatuur worden gerepareerd en vervangen, zegt Gisha.
Toen Israëls 11-daagse aanval op Gaza op 10 mei begon, sloot Israël alle grenzen met Gaza waardoor goederen en mensen niet konden binnenkomen of vertrekken, inclusief patiënten die zorg nodig hadden buiten Gaza. Twee patiënten stierven omdat ze Gaza niet konden verlaten voor medische zorg vanwege de sluiting van de grens door Israël, aldus Al Mezan. Op enkele uitzonderingen na heeft Israël beperkingen opgelegd aan de meeste soorten grondstoffen en uitrusting die nodig zijn voor fabrieken en werkplaatsen, waaronder bepaalde chemicaliën, hout, meubels en auto’s.
Op 13 augustus zei COGAT, de bureaucratische tak van de militaire bezetting van Israël, dat het de toegang van 1.000 handelaren uit Gaza naar Israël goedkeurde. Het addertje onder het gras is dat die vergunningen alleen worden afgegeven aan mensen die hersteld zijn van een coronavirus infectie of die zijn ingeënt. Maar slechts ongeveer 6,5 procent van de 2,1 miljoen inwoners van Gaza is ingeënt tegen COVID-19, aangezien Israël weigert vaccins aan de Palestijnen te verstrekken in strijd met zijn wettelijke verplichtingen als bezettende macht. COGAT kondigde ook aan dat het de export zou laten terugkeren naar het niveau van vóór de aanval van mei, en de import enigszins zou uitbreiden met transport- en communicatieapparatuur.
Collectieve straf
COGAT erkende ook expliciet dat de beperkingen van Israël in Gaza een vorm van collectieve bestraffing zijn door aan te kondigen dat elke versoepeling afhankelijk zou zijn van de vraag of Palestijnse facties zich verzetten tegen aanhoudend Israëlisch geweld. “Stabiliteit in veiligheid = civiele stappen.” Dit is de vergelijking die COGAT eerder deze maand zei te hebben toegepast op de tijdelijke opheffing van beperkingen voor inwoners van Gaza. Als Palestijnse verzetsbewegingen “beslissen om de rust te verstoren, zullen zij de verantwoordelijkheid dragen voor het verstoren van uw levensstijl en het annuleren van de stappen”, verklaarde COGAT. “Dit is in uw belang!” In ruil daarvoor zou Israël bepaalde goederen de strook laten binnenkomen, enkele Palestijnen toestaan om weer in Israël te gaan werken, en het toegestane visgebied voor de kust van Gaza iets uitbreiden. De chantage en dreigementen om de burgerbevolking fundamentele humanitaire behoeften en rechten te onthouden als collectieve straf voor elk verzet, schenden de Vierde Conventie van Genève. Het verdrag, waaraan Israël is gebonden, stelt dat geen enkele burger onder militaire bezetting “kan worden gestraft voor een strafbaar feit dat hij of zij niet persoonlijk heeft begaan”.
Dergelijke verboden collectieve straffen zijn echter de standaardprocedure van Israël, die het kan voortzetten vanwege de totale straffeloosheid die het wordt geboden door de zogenaamde internationale gemeenschap.
Een nieuwe studie over de wederopbouwbehoeften van Gaza, gepubliceerd door de VN, de EU en de Wereldbank, toont opnieuw de schadelijke rol aan die deze instellingen in Palestina spelen. De auteurs van de ‘rapid damage and needs assessment’, zoals de VN, de EU en de Wereldbank hun onderzoek noemen, doen er alles aan om de Israëlische verantwoordelijkheid voor de erbarmelijke situatie in Gaza te minimaliseren, die nog verergerd werd door het laatste bombardement in mei. Ze gebruiken overal de passieve toon in een klaarblijkelijke poging om de directe rol van Israël in de vernietiging te bagatelliseren, waarvan de wederopbouw ongeveer $ 345-485 miljoen zal kosten en twee jaar in beslag zal nemen. Dat veronderstelt dat Israël het niet elke keer zal belemmeren.
De Israëlische leiders hebben getracht de wederopbouw afhankelijk te maken van de terugkeer van de Israëli’s die in Gaza worden vastgehouden. De wederopbouw vond plaats in een slakkengang na de laatste oorlog. Er is dus alle reden om aan te nemen dat de wederopbouw ook nu zal worden vertraagd en belemmert.
De auteurs van de “snelle beoordeling” stellen dat “het conflict van mei 2021 schade aanrichtte” aan de wegen van Gaza alsof dit een ongelukkige daad van God was in plaats van het resultaat van raketten die opzettelijk door het Israëlische leger werden afgevuurd op civiele infrastructuur.
Bij één van die aanvallen veroorzaakte een Israëlische aanval een gigantische krater in een van de hoofdwegen die naar het al-Shifa-ziekenhuis leiden, de grootste medische faciliteit van Gaza, waardoor de mobiliteit van ambulances werd geblokkeerd. Al-Haq, een Palestijnse mensenrechtengroepering, zei dat de aanval op de hoofdwegen die naar al-Shifa leiden “erop neerkomt dat het ziekenhuis het doelwit van de aanval wordt”.
Israël heeft meer dan 40 Palestijnen gedood in die reeks aanvallen op de al-Wihda-straat in Gaza-Stad. Maar deze details zijn weggelaten uit de “snelle beoordeling”, die de Palestijnse behoeften in detail beschrijft, maar de verantwoordelijkheid van Israël abstract behandelt, of helemaal niet.
De belegering van Israël en de schadelijke effecten ervan op elk aspect van het leven in Gaza zijn onmogelijk te negeren, zelfs voor de VN, de EU en de Wereldbank. Maar deze internationale instellingen legitimeren Israëls belegering van Gaza door te stellen dat het werd opgelegd “uit veiligheidsoverwegingen”. Toch schrijven de auteurs van de studie dit niet toe als een bewering van de Israëlische regering maar presenteren ze het in plaats daarvan – schokkend – als een gegeven.
Dit vergoelijkt op schandelijke wijze een ronduit wrede en immorele belegering waarvan het Internationale Comité van het Rode Kruis heeft bevestigd dat het gaat om collectieve straf “ een duidelijke schending van de verplichtingen van Israël onder het internationaal humanitair recht” – d.w.z. een oorlogsmisdaad.
Zoals Al Mezan, een mensenrechtengroepering gevestigd in Gaza, schrijft, kan het Israëlische regime van afsluiting “onder geen enkele omstandigheid worden gerechtvaardigd”. Het beleid van Israël in Gaza zou kunnen worden samengevat als “de misdaden tegen de menselijkheid van vervolging en andere onmenselijke daden”.
Door de premisse te aanvaarden dat “veiligheidszorgen de belegering rechtvaardigen”, tonen de VN, de EU en de Wereldbank gretig aan Israëls onderwerping van de Palestijnen onder zijn koloniale heerschappij, te heiligen.
Het ware doel van de belegering van Gaza is niet om de veiligheid van Israël te beschermen. In plaats daarvan moet het regime-verandering bewerkstelligen door de economie van Gaza op de knieën te krijgen om Hamas, de factie die sinds 2007 het gebied bestuurt, te verzwakken. Israël heeft lang geleden toegegeven dat de belegering van Gaza “economische oorlogvoering” is. Het is tenslotte moeilijk in te zien hoe het tellen van de calorieën die Israël toestaat in Gaza redelijkerwijs als een veiligheidsmaatregel kan worden beschouwd.
Decennia van Israëlische sluiting
Gaza is de afgelopen halve eeuw tot op zekere hoogte afgesloten geweest door Israël – decennia voordat Hamas op het toneel verscheen. Israël heeft Gaza al lang geïsoleerd, waardoor het gebied “een gescheiden, verzwakte en onderworpen kolonie” is geworden, zoals Ron Smith in 2019 opmerkte.
“Israël veroorzaakt humanitaire crises door met zijn belegering een permanent isolement en gebrek te creëren, die wordt ondersteund door de internationale gemeenschap door zijn politieke passiviteit en het verstrekken van humanitaire hulp ondanks de wettelijke verplichtingen van de Israëlische regering”, aldus Smith.
Israël doet dit omdat de meeste van de twee miljoen Palestijnen in Gaza vluchtelingen zijn met claims om terug te keren naar hun land in wat nu Israël wordt genoemd – claims die worden ondersteund door het internationale recht.
Zoals Smith schrijft, is dat een onhoudbaar vooruitzicht voor ‘een koloniale staat die gebaseerd is op etnische zuiverheid’.
Maar waarom zouden de VN, de EU en de Wereldbank het excuus de “veiligheidszorgen” steunen als dat beleid de bevolking van Gaza van twee miljoen inwoners in “diepe niveaus van armoede, hulpafhankelijkheid, voedselonzekerheid en werkloosheid” heeft gestort, zoals beschreven door Al Mezan? Omdat ze hetzelfde doel delen als Israël: regimeverandering, zoals duidelijk wordt gemaakt in het rapport “rapid assessment”.
Deze internationale instellingen die zichzelf hebben gekroond tot verantwoordelijken voor de wederopbouw van Gaza, willen het herstel van de Palestijnse Autoriteit in het gebied zien, evenals “interne Palestijnse verzoening” en een “democratisch gekozen Palestijnse Autoriteit”.
Palestijnen op de Westelijke Jordaanoever (met uitzondering van Oost-Jeruzalem, waar Israël elke PA-aanwezigheid verbiedt) en Gaza hebben sinds de parlementsverkiezingen van 2006 geen algemene verkiezing gehad. Hamas kwam toen naar voren als de verrassende overwinnaar.
Israël en zijn bondgenoten, voornamelijk de VS, hebben geen moeite gespaard om de nieuwe door Hamas geleide PA-regering te ondermijnen en de macht van Mahmoud Abbas te herstellen wiens Fatah-partij de verkiezingen verloor.
Toen Hamas in 2007 door de VS gesteunde milities uit Gaza verdreef, waardoor het de teugels van de regering overnam, werd zijn regering als onwettig beschouwd vanwege zijn weigering om “de eisen van het Midden-Oostenkwartet (EU, Russische Federatie, VN en VS) alle eerdere overeenkomsten te accepteren, Israëls bestaansrecht te erkennen en geweld af te zweren.”
Deze partijen hebben dergelijke eisen niet gesteld aan Israël, wiens leiders van oorlogsmisdadigers en genociden hartelijk worden gefeliciteerd en verwelkomd door VN- en EU-functionarissen. Maar mensenrechten zijn niet hun prioriteit. Het belangrijkste verschil tussen de door Abbas geleide Palestijnse Autoriteit in Ramallah en de Hamas-leiding in Gaza is dat de eerstgenoemde veiligheidscoördinatie met Israël als “heilig” beschouwt en de laatstgenoemde aandringt op het recht van de Palestijnen om weerstand te bieden aan de Israëlische bezetting en kolonisatie van hun land.
Opgemerkt moet worden dat de PA op de Westelijke Jordaanoever onlangs werd bestraft door de VN-chef voor de mensenrechten omdat ze met geweld de protesten had neergeslagen na de dood van Nizar Banat, een prominente criticus, nadat hij door de PA in hechtenis was genomen.
De Palestijnen zouden in mei verkiezingen houden, maar de stemming werd uitgesteld op grond van een decreet van Abbas, die de Israëlische beperkingen op het stemmen van Palestijnen in Jeruzalem noemde. Maar dat werd algemeen gezien als een excuus om te voorkomen dat Fatah opnieuw zou verliezen van Hamas.
Capitulatie
De VN, de EU en de Wereldbank willen dat de Palestijnen capituleren voor Israël en zich overgeven aan zijn heerschappij. Ze roepen op tot een democratisch gekozen Palestijnse Autoriteit “die verantwoordelijk is voor alle essentiële regeringsfuncties in het Palestijnse grondgebied”. Dat kregen ze in 2006, maar de Palestijnen maakten de fout om de verkeerde regering te kiezen in de ogen van deze internationale instellingen.
Als de Palestijnen vandaag verkiezingen zouden houden, zouden de VN, de EU en de Wereldbank waarschijnlijk niet blij zijn met de resultaten, gezien de brede goedkeuring van Hamas en de impopulariteit van Abbas’ Fatah-partij na de escalatie in mei.
In hun studie wijzen de VN, de EU en de Wereldbank op “het ontbreken van een internationaal erkende regering in Gaza gedurende meer dan tien jaar” als een van de vele “structurele factoren” die de Palestijnse economie beperken. Ze erkennen hun eigen bijdrage aan deze ‘structurele factor’ niet door te weigeren de Hamas-regering in Gaza te erkennen, die ze in het wederopbouwproces buitenspel willen zetten. Ondertussen heeft Israël zijn beleg na het offensief van mei aangescherpt.
In plaats van Israël ondubbelzinnig op te roepen de beperkingen op te heffen, streven de VN, de EU en de Wereldbank naar internationale inspanningen om “het mechanisme te ondersteunen, te hervormen en te versterken om de invoer van gevoelige goederen en materialen te vergemakkelijken en te versnellen” die nodig zijn voor “Gaza’s economische infrastructuur en zakelijke sector.”
Het is een ietwat scheve verwijzing naar het schandalige, door de VN afgedwongen Gaza-wederopbouwmechanisme, bedacht na het offensief van 2014, waardoor Israël totale controle kan uitoefenen over welke bouwmaterialen het grondgebied mogen worden ingevoerd.
Met andere woorden, de VN, de EU en de Wereldbank willen de Israëlische beperkingen op de Palestijnse economie, met name in Gaza, “ondersteunen, hervormen en versterken”, in plaats van ze helemaal af te schaffen.
Deze instellingen promoten ondertussen een “Building Back Better” -benadering, die ervoor zorgt dat “herstel- en wederopbouwinspanningen een rol spelen in veerkracht en duurzaamheid” en “de kwetsbaarheden van Gaza verminderen”.
Maar om dat echt te laten gebeuren, moeten de Palestijnen vrij zijn van de koloniale overheersing van Israël en van de agenda van de internationale instellingen die dat ondersteunen.
Maureen Clare Murphy is hoofdredacteur van The Electronic Intifada.
Naar aanleiding van de uitspraak van het internationaal strafhof op 9 juli 2004 over de Muur op de Westbank is er vrijdag 9 juli een demonstratie onder het Motto ”Sloop de apartheidsmuur” zie ook de aankondiging hieronder
Het zevenenveertigste nummer van de Jabalya nieuwsbrief is verschenen. De situatie in de Gazastrook is dramatisch met zware bombardementen en grootschalige verwoesting. En dat voor de zoveelste keer. We publiceren een opiniestuk van Ahmed Abu Artema de initiator van de Mars voor de Terugkeer die het opleven van het Palestijns verzet ondanks de verwoesting die het voor de Gazanen betekent verwelkomt. We zijn ingehaald door de actualiteit: bij de voorbereiding van dit nummer leek de opschorting van de Palestijnse verkiezingen het grootste nieuws. We hebben een artikel waarin Gazanen is gevraagd wat zij vinden van het uitstel. Ook hebben we een analyse over de achtergronden van het uitstel dat lijkt op een afstel want zowel Abbas als Israel vrezen een overwinning voor Hamas en dat was nog voor het geweld losbarstte.
Verder een bijdrage van student int betrekkingen Adinda Wisse die een onderzoek deed naar lokale hulporganisaties in Gaza. En een voortgangsrapportage van de theateruitwisseling tussen Groningse en Gazaanse theatermakers. Ter aanvulling actuele berichten die getuigen van angst en wanhoop van mensen uit oorlogsgebied. Uiteraard doen we weer een oproep om geld te doneren aan de PMRS. Het is gezien het huidige geweld en de pandemie meer nodig dan ooit.