Categorie: Nieuws

  • UAWC geschokt en bedroefd door besluit Nederlandse regering om financiering stop te zetten

    5 januari 2022

    De Union of Agricultural Work Committees (UAWC) is geschokt en bedroefd door het besluit van de Nederlandse regering stopt haar financiering voor UAWC. Met dit noodlottige besluit is de Nederlandse regering niet gewoon de UAWC verlaten, maar het Palestijnse maatschappelijk middenveld in het algemeen. Dit is de eerste keer dat een regering haar financiering voor het Palestijnse maatschappelijk middenveld beëindigt op basis van politieke conditionaliteit. Hiermee schaadt Nederland zijn reputatie als betrouwbare donor en zijn status van een op waarden gebaseerd land dat internationaal recht herbergt en promoot.

    Het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken maakte vandaag zijn besluit bekend na een opschorting van de financiering die 18 maanden duurde en ernstige schade veroorzaakte aan onze organisatie, projecten en begunstigden. Het UAWC is ook onderworpen aan een extern onderzoek, dat onze organisatie in 2021 heeft belast. Dit onderzoek was vanaf het begin politiek gemotiveerd en reageerde op druk van de Israëlische overheid en de bij haar aangesloten kwaadwillende organisaties. Terwijl het onderzoek werd gestart na een incident, namelijk de arrestatie van twee voormalige medewerkers van UAWC die door de Israëlische autoriteiten worden verdacht van betrokkenheid bij een aanslag, nam de Nederlandse overheid haar toevlucht tot een brede en algemene onderzoeksvraag om eventuele ‘mogelijke verbanden tussen UAWC en de PFLP’ te identificeren.

    Vanwege ons strategische werk om Palestijns land te beschermen dat wordt bedreigd door Israëlische annexatie, is UAWC een
    jarenlang doelwit van Israëlische lastercampagnes die onze organisatie proberen te associëren met de PFLP. Hoewel we ons zorgen maakten dat het Nederlandse onderzoek dergelijke campagnes zou kunnen voeden, hebben we zonder uitstel besloten om mee te werken, op basis van ons vertrouwen in de Nederlandse overheid, die een belangrijke donor is geweest van UAWC sinds 2013.

    Zoals de Nederlandse regering vandaag in haar brief aan de Tweede Kamer heeft bevestigd, heeft dit onderzoek, uitgevoerd door Proximities Risk Consultancy, vastgesteld dat er:
    • geen financiële stromen tussen UAWC en de PFLP zijn
    • geen aanwijzingen zijn voor organisatorische eenheid tussen UAWC en de PFLP
    • geen aanwijzingen zijn gevonden dat de PFLP de UAWC aanstuurt
    • geen verband bestaat tussen UAWC en de gewapende vleugel van de PFLP
    • geen aanwijzingen gevonden zijn dat bestuur en stafleden hun functie bij UAWC hebben gebruikt voor terroristische doeleinden

    Daarnaast heeft het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken vastgesteld dat het onderzoek van Proximities geen basis biedt om te concluderen dat UAWC enige organisatorische banden heeft met het PFLP.  Al deze bevindingen weerspiegelen de status en het bestaan ​​van UAWC als een onafhankelijke organisatie, die geen politieke of religieuze band met een partij of politieke organisatie onderhoudt.

    Het is schokkend en diep verontrustend dat de Nederlandse regering desondanks heeft besloten haar financiering voor
    UAWC te beeindigen. Het deed dit op basis van een aantal “individuele links” die Proximities identificeerde – vermeende
    verbindingen op persoonlijke titel van bestuur- en stafleden van UAWC met de PFLP. Toen de Nederlandse overheid haar onderzoek aankondigde, hebben wij direct duidelijk ons ​​bezwaar kenbaar gemaakt tegen de uitbreiding van het onderzoek naar individuen. Op basis van de Palestijnse wet en fundamentele mensenrechten normen kan en wil UAWC niet interfereren met de persoonlijke politieke overtuigingen en voorkeuren van haar werknemers en bestuursleden. Zoals ook bevestigd door Proximities, heeft UAWC een solide intern beleid om haar organisatorische onafhankelijkheid en politieke neutraliteit te behouden binnen de door de Palestijnse wet en mensenrechten gestelde beperkingen.
    Het onderzoek van Proximities wordt gekenmerkt door een verbluffend gebrek aan transparantie. We leerden pas in
    een laat stadium dat leden van bestuur en staf van UAWC deel uitmaakten van het onderzoek. Verder hebben we meerdere feitelijke onjuistheden vastgesteld, waaronder verkeerde identiteiten, die we hebben gemeld. Het is ons niet duidelijk of en hoe deze correcties zijn toegepast op het eindrapport dat door Proximities is ingediend bij het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken.

    We zijn geschokt dat de Nederlandse regering haar financiering aan een toonaangevende Palestijnse maatschappelijke
    organisatie en een langdurige partner zoals UAWC heeft stopgezet, gebaseerd op vermeende individuele links die lijken op de giftige beschuldigingen van Israëlische groepen zoals NGO Monitor. Dit besluit is ook in strijd met de letter en de geest van de toezegging
    die de Europese Unie heeft gegeven aan het Palestijnse maatschappelijk middenveld, toen ze in maart 2020 opheldering gaf
    in een brief aan PNGO dat het “geen enkele maatschappelijke organisatie vraagt ​​… om natuurlijke personen te discrimineren”
    op grond van zijn/haar politieke gezindheid.”

    Na vele jaren van nauwe en toegewijde samenwerking, komt het besluit van de Nederlandse regering om haar financiering te beëindigen voor UAWC neer op een vertrouwensbreuk, die waarschijnlijk tot ver buiten onze organisatie zal resoneren. Het komt
    op een moment dat het Palestijnse maatschappelijk middenveld ongekend wordt aangevallen. De Israëlische regering zal dit besluit aangrijpen om haar totale aanval op het Palestijns maatschappelijk middenveld verder te laten escaleren volgend op het besluit
    in oktober vorig jaar om zes Palestijnse NGO’s te labelen als terroristische organisaties. Meer in het bijzonder legitimeert en moedigt het besluit de Israëlische tactiek aan om Palestijnse NGO’s aan te vallen door vermeende politieke voorkeuren van leden van bestuur en staf. Dit alles leidt internationaal de aandacht af van Israëls diefstal en confiscatie van meer Palestijns land en de brute onderdrukking van Palestijnen die onder militaire bezetting leven.

    We zijn bijzonder bedroefd dat het proces dat heeft geleid tot het besluit van vandaag is geïnitieerd door voormalig Minister van Ontwikkelingssamenwerking Sigrid Kaag, die getuige is geweest van de relevantie van ons werk en de vitaliteit van UAWC tijdens haar bezoek aan de Westelijke Jordaanoever in februari 2020. Niemand begrijpt de context en de gevolgen van dit besluit van de Nederlandse regering beter dan mevrouw Kaag.

    We zullen juridische stappen overwegen om de schadelijke en oneerlijke beslissing van de Nederlandse regering van vandaag
    die geen geldige gronden heeft, aan te vechten.
    Op dit kritieke moment roepen we andere donoren op om hun steun aan UAWC en andere Palestijnse maatschappelijke organisaties. te behouden en te vergroten.  Laat ons niet in de steek.

    zie Engelse tekst

  • Ook Amnesty International erkent apartheid in Israel

    Ook Amnesty International erkent apartheid in Israel

    Eindelijk is het zover: wat Palestijnen  al sinds de jaren negentig zeggen en Palestina activisten al heel lang wisten en wat andere mensenrechtenorganisaties ook al eerder vaststelden: Israel is een apartheidsstaat en nu ook volgens Amnesty International. In een vier jaar durend onderzoek komt Amnesty International tot die conclusie. De definitie van apartheid luidt: een geïnstitutionaliseerd regime van onderdrukking en overheersing van een raciale groep over een andere. Het is een ernstige mensenrechtenschending die is verboden volgens het Internationaal Verdrag inzake de Uitbanning van elke Vorm van Rassendiscriminatie, het Statuut van Rome en het Verdrag inzake de Bestrijding en Bestraffing van het Misdrijf van Apartheid. Israël maakt zich volgens Amnesty ten aanzien van de Palestijnen schuldig aan een systematische en geïnstitutionaliseerde onderdrukking die neerkomt op apartheid. Nederland en andere staten dienen met spoed concrete maatregelen te treffen om een einde te maken aan dit onrecht. Medeplichtigheid en straffeloosheid dienen plaats te maken voor het respecteren van de internationale rechtsorde en de verplichtingen die daaruit voortvloeien.

     

     

    volledige rapport

    lees analyse op the rights forum

     

     

     

  • Stichting stuurt protestbrief aan regering over stopzetting subsidie aan UAWC

    Stichting stuurt protestbrief aan regering over stopzetting subsidie aan UAWC

    Al eerder meldde wij de rampzalige beslissing van de Nederlandse regering om de subsidie aan de Palestijnse landbouw organisatie UAWC in te trekken. Dit ondanks het feit dat een onafhankelijk onderzoek naar banden met de PLFP (volksfront voor de bevrijding van Palestina) geen belastende feiten opleverde. Voor ons is dat aanleiding om een brief te sturen om tegen deze beslissing te protesteren en duidelijk te maken wat de regering in onze ogen wel zou moeten doen.

    lees hier onze brief

    teken online voor wie zelf een boodschap aan de regering wil sturen

    Lees hier de reactie van de UAWC op het besluit

  • Het Gaza bantustan, Israelische apartheid in de Gazastrook

    Het Gaza bantustan, Israelische apartheid in de Gazastrook

    SAMENVATTING

    Op grond van zijn mandaat om het respect, de bescherming en de vervulling van internationale wet in de Gazastrook als onderdeel van het bezette Palestijnse gebied (OPT), presenteert Al Mezan Center for Human Rights (Al Mezan) dit rapport, waarin de misdaad van apartheid wordt geanalyseerd in relatie tot het gedrag van Israël jegens Gaza, in de context van de langdurige bezetting door de staat Israel van de Palestijnse gebieden en het zionistische kolonialisme in het historische Palestina. Het rapport gaat in op hoe de Israëlische apartheid, wordt ervaren door het Palestijnse volk, en specifiek door de twee miljoen Palestijnen die in de Gazastrook wonen.

    Terwijl de Israëlische regering beweert dat de sluiting en de daarmee verband houdende beperkingen plaatsvinden onder het mom van ‘veiligheid’, zal dit rapport laten zien hoe dit beleid de intentie van Israël aantoont om de Palestijnen te scheiden en te verdelen en om de demografie van alle Palestijnen zodanig vorm te geven dat men de heerschappij over de Palestijnen kan doen gelden. Als afgesloten enclave, geïsoleerd van de rest van het Palestijns bezet gebied en gecontroleerd door Israël binnen zijn apartheidssysteem, is Gaza een strook land dat kan worden vergeleken met een Zuid-Afrikaanse bantustan. Sommige gesprekspartners, zoals die in dit rapport worden besproken, hebben gesuggereerd dat de vergelijking in feite onnauwkeurig is omdat de situatie in de Gazastrook aanzienlijk erger is dan de Zuid-Afrikaanse bantustans ooit waren.

    Het rapport beschouwt de volgende schendingen van het internationaal recht door het prisma van het VN Apartheidsverdrag: gebruik van buitensporig geweld en herhaaldelijk militaire aanvallen op burgers en woonhuizen met als gevolg duizenden doden; willekeurige arrestatie en detentie van kinderen, patiënten, vissers en andere kwetsbare groepen; en de aanhoudende blokkade. Al Mezan concludeert dat deze praktijken neerkomen op “onmenselijke handelingen” zoals gedefinieerd door het Apartheidsverdrag, met inbegrip van moord, toebrengen van geestelijk en lichamelijk letsel, willekeurige arrestatie en illegale gevangenisstraf, het opleggen van levensomstandigheden die bedoeld zijn als geheel of gedeeltelijke fysieke vernietiging van de bevolking, en de ontzegging van het recht op vrij verkeer in en uit het gebied. Deze onmenselijke handelingen worden gepleegd door de staat Israël met het doel het vestigen en behouden van de overheersing van één raciale groep – Israëlische joden – ten koste van een andere raciale groep – Palestijnen

    Israëls 14 jaar durende blokkade van de Gazastrook, gecombineerd met een reeks strafmaatregelen en beleid, stelt het in staat om effectieve controle over de Gazastrook te behouden, met als doel zijn heerschappij over het Palestijnse volk als geheel te consolideren. Dit rapport zal in het kort de bezette status van de Gazastrook herbevestigen inclusief de wettelijke garanties die daaruit voortvloeien verleend aan de bevolking van de Gazastrook, onder meer met betrekking tot bescherming tegen rassendiscriminatie, apartheid en vervolging. Dit rapport wordt uitgegeven in de context van een zich ontwikkelende erkenning dat opeenvolgende Israëlische regeringen de misdaad van apartheid blijven plegen, zoals gedefinieerd door het VN Apartheidsverdrag en het Statuut van Rome van het Internationaal Strafhof. Op basis van de analyse die is ontleend aan en voortbouwt op bestaand relevant werk van Palestijnse, Israëlische, en internationale mensenrechten-organisaties, academici en experts, concludeert dit rapport dat Israëls geïnstitutionaliseerde en systemische raciale overheersing en onderdrukking van het Palestijnse volk, inclusief de inwoners in de Gazastrook, in strijd is met artikel 3 van het Internationaal Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van rassendiscriminatie, de misdaad van apartheid volgens de VN Apartheidsconventie uit 1973, en vormt een misdaad tegen de mensheid onder het Statuut van Rome van het Internationaal Strafhof.

    In overeenstemming met de relevante toepasselijke instrumenten, namelijk internationale mensenrechten en humanitair recht, en relevante verplichtingen van staten, biedt het rapport een reeks aanbevelingen voor de internationale gemeenschap, het Internationaal Strafhof, en voor zakelijke actoren:

    Aan de internationale gemeenschap en de lidstaten van de Verenigde Naties:

    1. Erken en veroordeel het Israëlische regime van institutionele discriminatie, onderdrukking, en apartheid tegen het Palestijnse volk – zowel Palestijnse burgers in Israël, als Palestijnen in de bezette gebieden en Palestijnse vluchtelingen in ballingschap;

    2. Zorg ervoor dat Israël zijn apartheidsregime terugtrekt en ontmantelt inclusief wetgeving en beleid die leiden tot institutionele discriminatie en systemische onderdrukking van het Palestijnse volk en die instrumenteel zijn in het handhaven van een dominante Joods-Israëlisch regime in historisch Palestina;

    3. Zorg ervoor dat Israël het recht van Palestijnse vluchtelingen vervult en faciliteert om terug te keren naar hun huizen en eigendommen, inclusief de vluchtelingen die 70% van de bevolking van de Gazastrook, zoals gegarandeerd door het internationaal recht;

    4. Zorg ervoor dat Israël de illegale blokkade van de Gazastrook onmiddellijk, volledig en onvoorwaardelijk opheft inclusief alle bijbehorende onwettige beperkingen opgelegd aan het verkeer van mensen en goederen van en naar de Gaza Strook.

    5. Zorg ervoor dat Israël zijn bezetting beëindigt, zijn nederzettingenbedrijf in de Westelijke Jordaanoever, inclusief Oost-Jeruzalem, en schaft alle militaire en discriminerende hulpmiddelen van de OPT, waaronder de Scheidingsmuur en andere fysieke barrières die: hebben de territoriale contiguïteit verstoord en hebben geleid tot de versnippering en isolatie van Palestijnen;

    6. Zorg voor aansprakelijkheid en gerechtigheid voor wijdverbreide, grove en systemische schendingen tegen het Palestijnse volk, ook voor de misdaad apartheid;

    7. Ondersteun de onafhankelijkheid van het Internationaal Strafhof en bescherm de instelling tegen aanvallen of politieke druk tijdens het onderzoek naar de Situatie in Palestina, die de misdaad van apartheid tegen de Palestijnen omvat mensen;

    8. Geef politieke en financiële steun aan het mandaat van de onafhankelijke Internationale onderzoekscommissie van de VN voor de bezette Palestijnse gebieden, inclusief Oost-Jeruzalem en Israël, opgericht in mei 2021, en doe een beroep op de Commissie om Israëls apartheid te onderzoeken en aanbevelingen te doen in het licht van relevante verplichtingen en verantwoordelijkheden van staten, internationale organisaties, en zakelijke ondernemingen;

    9. Activeer en faciliteer de universele jurisdictie mechanismen die de vervolging van de vermeende daders van Israëls misdaad van apartheid en de daarmee samenhangende overtredingen mogelijk maken en vergemakkelijken.

    10. Herbevestig de inzet van de Verenigde Naties voor de totale uitroeiing van apartheid als een misdaad die in strijd is met de beginselen van het Handvest van de Verenigde Naties, en dat Israël zijn verplichtingen als lid van de Verenigde Naties nakomt

    11. Ratificeer en treedt toe tot het Apartheidsverdrag, met name staten die jurisdictie hebben boven particuliere actoren, waaronder transnationale bedrijven, liefdadigheidsinstellingen, verenigingen en individuen die actief zijn in en verbonden zijn met Israëlische staatsinstellingen en het leger;

    12. Verzoek de algemene vergadering van de VN om het Speciaal Comité van de VN tegen Apartheid en het VN-centrum tegen Apartheid opnieuw in te stellen om te pleiten voor een einde aan Israëlische apartheid;

    13. Overweeg om individuele sancties, zoals reisverboden of bevriezing van tegoeden, op te leggen aan vermoedelijke daders van internationaal erkende misdrijven en ernstige inbreuken, zoals aanbevolen in 2019 door de VN-onderzoekscommissie over de Grote Mars van Terugkeer, ook voor de misdaad van apartheid; voorwaardelijke wapenverkoop en militaire- en veiligheidsbijstand bij de naleving door Israël van het internationaal recht en de mensenrechten normen; en herzie en wijzig of beëindig de overeenkomsten, samenwerkingsregelingen en handel met Israël waarin de financiering of activiteiten bestaan om de misdaad van apartheid te vergemakkelijken, in overeenstemming met internationale juridische normen en gebaseerd op juridische noodzaak;

    14. Uitbreiding van het mandaat van de speciale VN-rapporteur voor de mensenrechtensituatie in de Palestijnse Gebieden naar beide zijden van de Groene Lijn en naar de vluchtelingen en ballingen in het buitenland als tegenwicht tegen de strategische versnippering van het Palestijnse volk door Israël.

    15. Roep de speciale VN-rapporteur op om jaarlijks verslag uit te brengen over de situatie van de mensenrechten in de Palestijnse gebieden aan de mensenrechten Raad en de Derde Commissie van de Algemene Vergadering over de stappen die door Israël en de internationale gemeenschap zijn genomen in Palestina om te voldoen aan de voorwaarden van de Apartheid Conventie uit 1973.

    16. Zorg ervoor dat bedrijven met relaties en activiteiten die verband houden met Israël en de OPT volledig in overeenstemming zijn met het internationaal recht en niet betrokken zijn bij of medeplichtig zijn aan schendingen en internationale misdaden, waaronder die van apartheid. Sluit waar nodig bedrijven uit van openbare aanbestedingen waar ze niet in staat zijn of niet bereid zijn om in deze context het internationaal recht te respecteren, in lijn met de Leidende Beginselen van de VN en de beginselen van niet-erkenning en niet-bijstand;

    17. Zet Israël onder druk om, onder meer via geassocieerde actoren en organisaties, zijn opzettelijke aanvallen en campagne van intimidatie, laster,  delegitiemering  en intimidatie van Palestijnse, Israëlische en internationale mensenrechtenverdedigers en maatschappelijke organisaties te beëindigen; er bij Israël op aan te dringen om de aanduiding “terreur” van legitieme Palestijnse mensenrechtengroeperingen; en verzeker steun aan deze groepen door middel van openbare verklaringen en voortdurende samenwerking, betrokkenheid en financiering.

    Aan het Internationaal Strafhof:

    18. Voer een snel, grondig en uitgebreid onderzoek uit naar de misdaden van apartheid en vervolging, en andere daarmee samenhangende misdaden die vallen onder de jurisdictie van het Hof met betrekking tot de situatie in Palestina, en dienovereenkomstig het vervolgen van relevante daders;

    19. Onderzoek de rol van niet-statelijke actoren bij het plegen van de misdaad apartheid, onder andere misdaden, in de situatie in Palestina, met inbegrip van particuliere zakelijke actoren, vertegenwoordigers van liefdadigheidsorganisaties en anderen.

    Aan Bedrijven:

    20. Stop alle activiteiten en relaties die direct of indirect verband houden met Israëls militaire bezetting, kolonisatie en apartheidsregime, en bijbehorende schendingen van internationaal recht;

    21. Voer doorlopende en verbeterde due diligence op het gebied van mensenrechten uit, in overeenstemming met internationale mensenrechten en humanitair recht en de UN Guiding Principles on Bedrijfsleven en mensenrechten, om medeplichtigheid en betrokkenheid bij door Israël gepleegde schendingen en internationale misdaden tegen de Palestijnse bevolking te voorkomen

    hele rapport : 16381763051929.pdf (mezan.org)

  • Het ‘dual use’ beleid van Israël en het Gaza-wederopbouwmechanisme

    Het ‘dual use’ beleid van Israël en het Gaza-wederopbouwmechanisme

    Tien antwoorden op gestelde vragen

    11 januari 2022

    Een nieuw rapport van Gisha dat vandaag is vrijgegeven, Red Lines, Gray Lists ,biedt antwoorden op veelgestelde vragen over het beleid van Israël met betrekking tot de binnenkomst in Gaza van items die het definieert als “dual-use” – goederen die civiel van aard zijn, maar waarvan Israël vermoedt dat ze ook voor militaire doeleinden kunnen worden gebruikt. Jarenlang heeft Israël de toegang van duizenden artikelen geblokkeerd of vertraagd, waaronder grondstoffen voor de industrie, machines en reserveonderdelen, en apparatuur voor de bouw; items die van cruciaal belang zijn voor de economie, het gezondheidszorgsysteem en de civiele infrastructuur van Gaza. De tekorten aan deze items blijven de levensomstandigheden in Gaza verergeren, de ontwikkeling belemmeren en de wederopbouw en bouw in de Strook blokkeren.

    Het rapport wijst op de willekeurige wijzigingen die in de loop der jaren zijn aangebracht in het beleid voor tweeërlei gebruik van Israël, waardoor licht wordt geworpen op de verschillende sporen voor het coördineren van de binnenkomst van goederen voor tweeërlei gebruik in Gaza via Israël en Egypte, en de wettelijke verplichtingen van verschillende actoren in de regio worden beschreven om de doorgang van goederen naar Gaza te vergemakkelijken. Een centraal deel van het rapport onderzoekt het Gaza Reconstruction Mechanism (GRM), het resultaat van een overeenkomst tussen Israël en de Palestijnse Autoriteit bemiddeld door de Verenigde Naties (VN) na het offensief van 2014. Het complexe en bureaucratische controle proces dat Israël van de GRM eist, evenals het gebrek aan verantwoording of transparantie over dergelijke eisen, leiden tot vertragingen in de bouw en schorsingen van aannemers van de GRM, waardoor ook een zwarte markt in Gaza wordt versterkt.

    Naast de vragen die in het rapport worden beantwoord, bevat het getuigenissen van deskundigen en professionals die in hun eigen woorden beschrijven hoe beperkingen op de toegang tot producten voor tweeërlei gebruik en arbeidsomstandigheden in het kader van de GRM hun werk ondermijnen en leiden tot ernstige inbreuken op het recht op eigendom en levensonderhoud. Een senior zakenman in Gaza, geïnterviewd voor het rapport, benadrukt dat: “Mensen die onder de GRM werken, het gevoel hebben dat ze hun nek in een strop steken.”

    Het rapport is het resultaat van uitgebreid onderzoek uitgevoerd door Gisha en biedt een uitgebreid overzicht van het draconische beleid van Israël voor tweeërlei gebruik ten opzichte van de Gazastrook. Gisha’s analyse van de lijst voor tweeërlei gebruik voor Gaza, die de internationaal geaccepteerde standaard ver overtreft, wijst op de vaagheid en ondoorzichtigheid ervan. Het beleid dat door Israël wordt afgedwongen, leidt tot voortdurende schendingen van zijn wettelijke verplichting om het normale leven in de Strip mogelijk te maken.

    Israël moet verantwoordelijk worden gehouden voor het beschermen van de rechten van de inwoners van Gaza, die onder zijn controle leven. Het moet onmiddellijke en volledige toegang bieden tot alles wat nodig is voor hun leven en levensonderhoud.

  • email actie aan kabinet: maak stopzetting subsidie aan UAWC ongedaan

    email actie aan kabinet: maak stopzetting subsidie aan UAWC ongedaan

    Doe mee aan een E-mail actie om te protesteren tegen het schandalige besluit van het uitgaande derde Kabinet-Rutte vorige week woensdag om de steun aan de Palestijnse landbouw ontwikkelingsorganisatie UAWC stop te zetten!

    Israël-lobby organisaties in binnen- en buitenland hebben de Nederlandse regering jarenlang onder druk gezet om de subsidiering van deze belangrijke NGO, die de Palestijnse boerenbevolking in het bezette Palestijnse gebied technisch en beroepsmatig ondersteunt en ook weerbaar maakt tegen Israëlische landroof en kolonisatie, te staken. Daarbij werden de vermeende banden van het UAWC met de als terroristisch bestempelde PFLP (Volksfront voor de Bevrijding van Palestina) als voorwendsel gebruikt.

    Van meet af aan was eigenlijk al duidelijk dat er geen werkelijke grond voor deze beschuldiging bestond, maar toch liet toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Sigrid Kaag zich overhalen om daar een nieuw onderzoek naar te laten verrichten. Dit onderzoek, dat eind vorig jaar werd afgerond, toonde voor de zoveelste keer aan dat er geen organisatorische en financiële banden tussen de UAWC en de PFLP bestonden.

    Lees verder en teken op de site van bds nederland

  • Rapport B’Tselem en PCHR: Israëlisch onderzoek naar Grote Mars van Terugkeer een farce

    Rapport B’Tselem en PCHR: Israëlisch onderzoek naar Grote Mars van Terugkeer een farce

    Het Israëlische leger heeft zijn eigen beleid en handelen tijdens de Grote Mars van de Terugkeer onvoldoende onderzocht. Dat is de conclusie van een nieuw rapport van de Israëlische mensenrechtenorganisatie B’Tselem en het in Gaza gevestigde Palestinian Center for Human Rights (PCHR). Bij de demonstraties in het kader van de Grote Mars, die in 2018 en 2019 wekelijks plaatsvonden bij het grenshek tussen Gaza en Israël, schoten Israëlische troepen ruim 250 Palestijnen dood en vielen tienduizenden gewonden, waarvan 8000 door scherpe munitie.

    Het rapport, getiteld ‘Unwilling and Unable: Israel’s Whitewashed Investigations of the Great March of Return Protests’, is het resultaat van ruim een jaar aan onderzoek en interviews met getuigen. Het beschrijft hoe het leger een beleid voerde waarbij met scherpe munitie op ongewapende demonstranten werd geschoten, grotendeels door Israëlische scherpschutters. ‘Ze schoten gehandicapten neer, ze beschoten kinderen, jong en oud, om hen te doden, te verlammen of lichaamsdelen te amputeren’, aldus Raji Sourani, directeur van het PCHR. Ook medische hulpverleners en journalisten waren het doelwit.

    Volgens onderzoekers hadden de Israëlische autoriteiten na internationale druk beloofd het beleid van het leger te onderzoeken, maar is niemand die betrokken was bij de totstandkoming of uitvoering van het beleid ooit ondervraagd. In plaats daarvan richtten de autoriteiten hun aandacht op specifieke moorden die als ‘uitzonderlijk’ werden beschouwd. En zelfs in die gevallen werden de verantwoordelijke militairen of officieren niet of nauwelijks verantwoordelijk gehouden voor hun daden.

    Als voorbeeld wees Yael Stein, onderzoeksdirecteur van B’Tselem, op de moord op de vijftienjarige Haitham Khalil Mohammed al-Jamal in juni 2018. Het Israëlische leger veroordeelde de verantwoordelijke soldaat niet voor het doden van een ongewapend Palestijns kind dat geen bedreiging vormde, maar voor het feit dat hij had geschoten zonder toestemming van zijn officier. De soldaat, de enige die tot nu toe gestraft is, werd veroordeeld tot een maand dienstplicht. Volgens Stein is de zaak ‘indicatief’ voor de manier waarop Israël ‘nooit echt van plan is iets te doen’ om soldaten die Palestijnen doodschieten daarvoor verantwoordelijk te houden.

    ‘Het enige wat Israël deed in reactie op de aantallen [Palestijnse slachtoffers] en de internationale kritiek was te zeggen dat we een onderzoek openen’, zei Stein tijdens de persconferentie rondom de publicatie van het rapport. ‘Het punt is dat het niet genoeg is om te zeggen dat je aan het onderzoeken bent, je moet het echt onderzoeken. En dat heeft Israël niet gedaan.’

    bron btselem.org

     

     

  • Foto-essay: Aardbeienseizoen in de Gazastrook

    Foto-essay: Aardbeienseizoen in de Gazastrook

    Een van de positieve kanten van de koude winters in Gaza is de wetenschap dat het aardbeienseizoen in december eraan komt.

    In de hele Gazastrook is de stad Beit Lahia in de het noorden beroemd geworden om zijn zoete en sappige aardbeien. Beit Lahia is ideaal om aardbeien te telen vanwege het warme klimaat in de winter, de zeer vruchtbare grond en het kwaliteitswater dat wordt gebruikt voor irrigatie. Tijdens de oogst vertelt de eigenaar van een van de aardbeienkwekerijen, Akram Abu Khoosa, dat de gemiddelde opbrengst per hectare onder ideale omstandigheden ongeveer 3 ton is.

    Aardbeien worden door de meeste boeren in de stad Beit Lahia als de belangrijkste vrucht beschouwd. In de afgelopen jaren zijn boeren, zoals elke andere persoon die in de Gazastrook is opgesloten, onderworpen aan de wrede realiteit van de belegering. Hun onvermogen om hun product buiten de belegerde Gazastrook te exporteren, doet hen enorm pijn, aangezien boeren gedwongen worden de aardbei tegen zeer lage prijzen te verkopen, aangezien de inwoners van Gaza niet over de financiële middelen beschikken om aardbeien te kopen tegen winstgevende prijzen voor boeren; een dilemma. Dergelijke omstandigheden van belegering en financiële beperkingen verzwakken de bedrijven en hebben een slechte invloed op de landbouwsector en de economie in het algemeen.

    Hun geluk is dit jaar echter omgeslagen, aangezien de boeren toestemming hebben gekregen van de Israëlische autoriteiten om hun oogst vroeg in het seizoen te exporteren naar markten op de Westelijke Jordaanoever en Israël. Door de export, kunnen ze de aardbeien tegen een veel hogere prijs verkopen, waardoor de boeren en arbeiders goed worden gecompenseerd, wat op zijn beurt de landbouwsector van de stad Beit Lahia een boost geeft.

    De problemen waarmee boeren worden geconfronteerd tijdens het aardbeienseizoen, en binnen de landbouwsector als geheel, zijn een microkosmos van de strijd van de mensen in Gaza. Het beleg is verlammend en heeft veel menselijke en economische gevolgen. Een kapotte economie, lege zakken en heel weinig inkomen werken samen om de koopkracht van de mensen in de Gazastrook te vernietigen en het vervoer van producten te belemmeren. Ze worden overgelaten om niets anders te doen dan hun realiteit te overdenken en hun verliezen te accepteren. Terwijl het beleg voortduurt, doet de menselijke crisis dat ook, het vreet aan alles. Als het geen aardbeien zijn, dan zijn het citrusvruchten en als het geen landbouw is, dan zijn het industriële producten.

    Mahmoud Nasser
    Mahmoud Nasser is een documentaire/straatfotograaf, geboren en getogen in Gaza-stad. Hij had het geluk om met zijn gezin Gaza te verlaten en naar Canada te gaan in 2008, maar nog meer geluk om in 2021 terug te zijn in nog slechtere tijden na bijna 13 jaar in het buitenland te hebben gewoond. Door zijn liefde voor fotografie is hij teruggekeerd naar een plek waar velen letterlijk hun leven wagen voor elke cent.

     

    voor meer foto’s zie bron: mondoweiss

     

  • Project Green girls geeft vrouwen werk en inkomen

    Project Green girls geeft vrouwen werk en inkomen

    Begin december was Mohammed Azaiza in Groningen op bezoek. Hij is medewerker van Gisha een Israelische mensenrechtenorganisatie die opkomt voor de rechten van de Gazaanse bevolking. Voor zijn verhaal zie het interview in ons december nummer van de Jabalya nieuwsbrief. Hij vertelde o.a over het Green girls project waarbij een aantal vrouwen het initiatief hebben genomen om groenten te verbouwen. Hieronder een filmpje met hun verhaal.

    Maak kennis met de Green Girls – Aseel Alnajjar, Ghaidaa Qudaih en Nadin Rock, drie jonge vrouwen uit Khuza’a, in de Gazastrook, die eind 2020 een onafhankelijke landbouwonderneming begonnen. Toen ze afstudeerden aan de universiteit werden zij geconfronteerd met een arbeidsmarkt waar 80 procent van de vrouwen onder de 30 jaar werkloos is, dus bedachten zij iets anders. Zij zamelden een eerste bedrag in, huurden een klein stuk land in het oosten van de Gazastrook en gingen aan de slag.

    De vrouwen stonden voor talloze uitdagingen als gevolg van de door Israël afgedwongen blokkade, die reizen blokkeert, de toegang tot cruciale materialen beperkt en de uitvoer van producten beperkt. Ondanks deze ontberingen geloven Aseel, Ghaidaa en Nadin in het bedrijf dat ze hebben opgebouwd en hebben ze grote plannen voor de toekomst. Ze dromen van de dag waarop ze hun onderneming kunnen laten groeien en hun succes kunnen delen met andere vrouwen in de Gazastrook.

     

     

  • het kerst nummer van de Jabalya nieuwsbrief is verschenen

    Voor u ligt het negenenveertigste nummer van de nieuwsbrief. We hebben een interview met Mohamed Azaiza een medewerker uit Gaza van Gisha een israelische mensenrechtenorganisatie die i.h.k.v Shelter City drie maanden in nederland was. Verder een vertaald artikel van Ali Abuninah die de militaire samenwerking tussen nederland en Israel aankaart. Zelfs het geweld in mei is voor nederland geen aanleiding geweest om af te zien van een nauwere samenwerking tussen beide legers. Over dat geweld hebben we een getuigenis vertaald die B’Tselem heeft verzameld onder de naam wordsfailus. Verder een verhaal over de don’t buy into occupation campagne naar aanleiding van een rapport over de betrokkenheid van europese bedrijven bij de bezetting van de Westbank. En die betrokkenheid gaat helaas ver. De bijdrage van het Gaza Center for Media Freedom gaat over het fenomeen influencer dat ook in Gaza opbloeit. En een column van Jan Keulen over de nieuwe muur die Israel heeft gebouwd op de grens met Gaza. Kost wel wat (1 miljard dollar) maar dan heb je ook wat: veiligheid. Tenminste dat denken ze aan Israelische kant. Voor de gazanen is het meer van hetzelfde: gevangenschap zonder einde.

    klik op plaatje om de PDF te openen