Categorie: archief

  • Exorbitante prijzen op de markt van Jabalya

    Door:  Tasneem Zayan

    (Vertaling: Marco in ’t Veldt)

    De plek lijkt uitgestorven. De straten die gewoonlijk gevuld zijn met rumoer van mensen, zijn stil. Mensen staan levenloos op hun plaats. Hamada probeert het te begrijpen. Aan haar gezicht is te zien dat ze twijfelt. Begrijpt ze het goed? Of zal ze gaan klagen?  Het gebrek aan voetgangers verraadt dat dit een plek is die je niet vaker bezoekt dan één keer per week. Je vraagt je af of mensen zich verborgen hebben, of dat mensen gewoon niets nodig hebben van de koopwaar die er wordt aangeboden.

    555987_10201076647586988_1279042480_nHet is de groente- en fruitmarkt van Jabalya. De markt waar iedere dag de kraampjes met koopwaar worden opgebouwd en weer afgebroken. En iedere dag zetten de handelaars ze in een andere volgorde neer, in de hoop dat ze nú meer klanten krijgen.  Er zijn meer groenten en fruit dan kopers op de markt te vinden. “En we bezwijken onder de woorden van bedelaars,” vertelt Abu Rami, eigenaar van een groentestalletje. Hij zegt: “De situatie is nu nog slechter dan eerst, vooral doordat de lokale productie erg minimaal is en we alles moeten importeren. En tijdens elke stap die we daarin nemen, moeten we geld betalen: belasting. En die moeten we sowieso betalen, of we nu verkopen of niet.”

    Abu Rami praat verder. Rami staat al meer dan vijfendertig jaar op de markt. Zijn woede is zichtbaar in de rimpels op zijn gezicht: “Het is heel moeilijk, omdat de plaats van de grensovergang werd veranderd, van Karni naar Kerem Shalom. (Karni was een grensovergang voor goederen. Hij werd in 1994 geopend na de Oslo-akkoorden en in 2011 definitief gesloten door Israël, red.) Wij lijden daaronder. Vroeger ging een handelaar naar Israël en kocht wat hij wilde en verkocht dat hier tegen de juiste prijs voor de consument. Nu komen er allerlei onkosten bovenop de prijs en de klanten klagen. Bij stiltes sluit de handelaar zijn kraampje soms voor bijna een half uur. Op hoge toon zegt Abu Rami: “Kijk naar mijn handel, ‘s morgens verkoop ik niets. Iedereen vraagt naar de prijs van het fruit of de groenten en klaagt dan over de prijs, die niet te wijten is aan hoge winst.” Ze zeggen dat ze hun benodigdheden wel willen meenemen, maar tegen een lagere prijs. Onverrichter zaken verlaten ze dan de markt.

    577528_10201076646506961_1945077587_nHij vertelt verder over de moeilijke levensomstandigheden van de mensen, en legt uit dat een heleboel mensen wachten tot het groene fruit er slechter uit gaat zien en de prijs daardoor wat lager wordt. “Mensen hebben vaak maar de helft van het bedrag dat tegenwoordig nodig is voor een kilo komkommers of tomaten.”  Abu Rami uit zijn frustratie over het gebrek aan lokale productie van citrusvruchten en groenten, en wijst op de grote impact van de sluiting van de grensposten en de smokkeltunnels. (De smokkeltunnels naar Egypte werden onlangs gesloten nadat het Egyptische leger de macht greep en president Morsi afzette, red.)   “Sinds de sluiting van die tunnels en de grenzen, vinden we het erg moeilijk om te importeren wat we willen aan groenten en fruit en we betalen het dubbele van wat we er vroeger voor betaalden.”

    Van hun kant hadden de burgers niet verwacht dat de prijs van groenten en fruit tot deze hoogte zou stijgen. Eén van de klanten: “Ik ben naar de markt gekomen met ongeveer veertig shekel, omdat ik dacht dat dat genoeg was, maar helaas. Ik ben helemaal verbaasd over de prijzen…” Haar woede is zichtbaar op haar gezicht: “Ik besloot om te kopen wat ik nodig heb aan groenten om mijn kinderen en mijn familie te eten te geven. Dan koop ik maar geen fruit, want dat is onbetaalbaar tegen deze prijs.”

    Terwijl ik over de markt dwaal stop ik bij Haj Ibrahim. Die probeert de prijs van een halve kilo appels met vijf shekel af te dingen. Hij onderbreekt zijn onderhandeling omdat hij weigert om de appels tegen de gevraagde prijs te kopen. Ik vraag hem waarom.  Haj Ibrahim: “De prijzen zijn geweldig hoog en ik kan niet aan alle levensbehoeften van mijn familie voldoen met groenten en fruit. Daarom geef ik mijn vijf shekels liever uit aan een bundel brood dan aan een halve kilo appels.”  Hij wijst er op dat hij nog maar één keer per maand op de markt komt voor groenten en fruit: “Met mijn salaris kan ik geen groenten en fruit meer kopen.”

    1459271_10201076643786893_193212545_nAan de andere kant zit handelaar Mohammed Kahil te kletsen met zijn buurman, die lange uren in zijn winkel staat. “Groenten zijn essentieel voor elk huishouden maar slechts een enkeling koopt het nog. Mensen kopen nu eerder iets dat snel kan worden gekookt, want dat kost niet veel gas, en dat gas is vaak afgesloten. Ik verkoop mijn groenten nu voor dezelfde prijs als waarvoor ik ze koop van de groothandel.”  Kahil wijst op zijn bloemkool waarvan hij hoopt dat hij die nog verkoopt, want ze blijven vaak lang liggen. Zijn gezicht staat zorgelijk: “De lokale productie in Gaza is erg minimaal, want je moet het water ervoor oppompen. De motor van de pomp werkt natuurlijk op elektriciteit, en die is er vaker niet dan wel. Gaza leeft in de duisternis. En wie elektriciteit (van een generator, red.) kan kopen betaalt op dit moment het dubbele van wat het normaal kost.  Verder vertelt Kahil dat de grond in Gaza slecht bruikbaar is geworden voor landbouw sinds er witte fosfor op kwam, in de oorlog van 2008. (Israël gebruikte toen fosforbommen, red.) Hij zegt: “Ook de gastoevoer is zeer beperkt. Na de sluiting van de grensposten is de gasprijs ook erg omhoog gegaan.” Daarmee is samengevat hoe de groente- en fruitproductie in de Gazastrook ondermijnd is.

    Een half uur ging voorbij en er kwam niet één klant om te kopen of zelfs om de prijs van de koopwaar te vragen. Kahil wijst er op dat het zo zelfs niet meer loont om te oogsten.

    soek jabalyaIn dezelfde context klaagt fruithandelaar Abu Imad Ashour dat er dagen voorbijgaan dat hij niet verkoopt door de slechte economische omstandigheden: “Hele dagen gaan voorbij zonder dat ik iets verkoop. De klant houdt niet van de huidige prijs van fruit, en wil pas kopen als het minder duur is.”  Hij vertelt bovendien dat hij de enige handelaar in de regio is die fruit verkoopt, maar zijn omzet is minimaal, omdat mensen door de omstandigheden alleen het aller-noodzakelijkste kopen, en groenten en fruit daarbij de sluitpost vormen.  Hij vervolgt: “We verkopen onbeschadigd en gaaf fruit voor dezelfde prijs aan de klant als wij er voor betalen aan de groothandel Beit Lahiya, maar klanten wachten tot het er een dag ligt en ongeschikt wordt voor verkoop, en proberen dan af te dingen.

    Het gebrek aan productie en consumptie op de markten van Gaza weerspiegelt in belangrijke mate het lijden van de gewone Palestijnse bevolking. Het enige dat mensen op de been houdt is hoop.

    Tasneem Zayan is lid van het Doha Centre for Media Freedom Palestine een journalistencollectief. Op ons verzoek schrijven zij een serie artikelen over de situatie in de Gazastrook.   Het vorige artikel dat in deze serie verscheen

     

     

  • presentatie studenten Nama’a College

    Dankzij een subsidie van de gemeente Groningen kunnen enkele jongeren uit arme families toch studeren aan het Nama’a College. In het filmpje stellen enkelen van hen zich voor

     

    http://www.youtube.com/watch?v=WfxVht4YuyA

  • Vrouwen en Mannen in het Zwart op zaterdag 18 januari op Grote Markt

    Vrouwen en Mannen in het Zwart staan op zaterdag 18 januari op de Grote Markt om aandacht te vragen voor Palestina.  Onder het motto ‘ STOP DE BEZETTING VAN PALESTINA’ vragen zij aandacht voor
  • Publieksbijeenkomst met Sadi Dabboor op vrijdag 19 april 2013

    P4190052

    Op vrijdag 19 april was ter gelegenheid van het bezoek van gemeente ambtenaar Sadi Dabboor een bijeenkomst georganiseerd voor het geinteresseerde publiek. Na een inleiding van de heer Dabboor waarin hij benadrukte hoe belangrijk zijn gemeente het contact met Groningen vind en vertelde welke problemen zijn gemeente heeft vooral na de Israelische aanval van eind 2008/ begin 2009 waarbij Jabalya zwaar getroffen is zowel wat betreft verlies aan mensen levens als aan  materiele schade. Voor de gemeente is de schade aan de infratructuur een groot probleem want men heeft nauwelijks middelen om reparaties uit te voeren en er kan ook geen materiaal worden ingevoerd als gevolg van de blokkade. Er zijn grote problemen met de levering van (schoon) water en elektriciteit. Dat heeft weer gevolgen voor de gemeente want de inkomsten komen in principe alleen van een belasting op water. Er is elke dag maar een paar uur stroom en bovendien heeft de bevolking nauwelijks inkomen genoeg om te overleven laat staan dat ze belasting kunnen betalen. Om te illustreren hoe groot de financiele problemen bij de gemeente zijn  gaf hij aan dat hij zelf net als alle andere ambtenaren al een paar maanden geen salaris meer had ontvangen en dat hij het geld voor zijn vliegticket noodgedwongen had moeten lenen.

    Democratie in  Gaza

    P4190054

    De aanwezigen kregen de gelegenheid vragen te stellen bijvoorbeeld  over het lokale bestuur in Gaza en hoe dat functioneert. Dat leverde interessante nieuwe informatie op. Het blijkt dat het besturen van een gemeente niet zoals bij ons wordt uitgevoerd door leden van politieke partijen, maar vooral een uitvoerende taak  is van ambtenaren die zich niet met politiek bemoeien.  Daarom was de heer Dabboor aanvankelijk ook verbaasd dat hij hier in Groningen allemaal gesprekken moest voeren met politieke partijen. Er was ook een vraag over hoe lokale verkiezingen worden georganiseerd en of iedere inwoner stemrecht heeft. Er worden inderdaad verkiezingen gehouden en iedereen heeft stemrecht maar het gaat wel anders dan in Nederland. De heer Dabboor vertelde dat de gemeente Jabalya is verdeeld in dertien districten en dat elk jaar in ieder district een bijeenkomst wordt gehouden waar iedereen mag komen om gezamenlijk te bepalen wie er namens dat district wordt afgevaardigd naar de gemeenteraad. Hoe dat dan precies wordt bepaald werd niet helemaal duidelijk maar wel bleek dat de laatste jaren deze procedure was opengesteld voor vrouwen en dat er daarom nu ook  een aantal vrouwen lid zijn van de gemeenteraad waar dat daarvoor niet het geval was.

    P4190060

    De bijeenkomst werd afgesloten met het gevoel dat dit soort bijeenkomsten erg nuttig is om meer te weten te komen over  de samenleving daar en hoe het dagelijkse leven  georganiseerd is. De heer Dabboor kreeg nog een aandenken mee in de vorm van een miniatuur versie van de Martinitoren en een Gronings T shirt met logo

     

     

    zie dit artikel over zijn aankomst in Groningen

    Hieronder het document dat Sadi Dabboor had meegenomen en waarin de gemeente zich presenteert

    Presentation Of Jabalia Municipality

     

     

  • Lezing Esmaralda van Boon

    1_5

    Lezing door Esmaralda van Boon over Gaza en de arabische lente

    datum:donderdag 19 december

    plaats: De beurs, A-Kerkhof Zuid Zijde 4

    aanvang: 20.00 uur

    toegang gratis

    (meer…)

  • Gemeente ambtenaar uit Jabalya op bezoek in Groningen

    Door Lejo Siepe

    “ I am impressed”, zei Sadi Dabboor toen hij eindelijk op het station van Groningen arriveerde voor een kort bezoek aan de zusterstad van Jabalya, een van de grotere gemeenten in Gazastad.  Gemeentesecretaris Sadi Dabboor van Jabalya arriveerde dinsdag 16 april op Schiphol Airport.  Een delegatie van Stichting Groningen- Jabaya wachtte hem op. In het kielzog zou ook de burgemeester van Jabalya aanwezig zijn, maar door ( prive- ) omstandigheden moest hij verstek laten gaan.

    Dabboor neemt de honneurs waar.  Hij sprak uitvoerig met het stichtingsbestuur over de situatie van de gemeente Jabalya, over het Nama’a college en over de problemen waar de gemeente al sinds jaar en dag mee kampt namelijk gebrek aan vers drinkwater en ophopende afvalbergen.

    P4170026
    Sadi Dabboor overhandigt waarnemend voorzitter Bert Giskes een Palestijnse sjaal met het logo van de gemeente Jabalya

     

    NAMA’A College

    Over het Nama’a College is het een en ander verduidelijkt. We weten meer over het onderwijssysteem in Gaza. Het Ministerie bepaalt veel, maar particulier onderwijs (zoals Nama’a) heeft meer beleidsvrijheid dan publieke scholen.

    Het vertrek van de huidige directeur is bevestigd, maar hangt samen met het systeem aldaar dat de Dean voor een periode van een aantal jaar wordt aangesteld en van buiten moet komen. De termijn loopt af, dus moet de huidige directeur  ook weg bij het College. Een opvolger is nog niet benoemd.

    Sadi neemt in elk geval mee terug naar Jabalya dat de gemeente de nieuwe leiding van het Nama’a College onder de aandacht zal brengen, over het belang van de Groningen-connectie en aan welke voorwaarden voldaan moet worden bij de toekenning van € 65.000,- aan het Nama’a college zoals eerder door de gemeenteraad van Groningen is bepaald.

    P4170027
    v.l.n.r bestuursleden Fennie Stavast, Bert Giskes, gemeenteambtenaar Sadi Dabboor en bestuurslid Muhsin Harakeh

    Dabboor had de reis naar Groningen goed voorbereid. Zowel in zijn korte inleidend verhaal als in de daarbij behorende film van ruim tien minuten en de algehele presentatie gaf hij een goed beeld van de situatie in Gaza.

    Vakorganisatie

    Politiek valt er wel wat te nuanceren met betrekking tot de rol van Hamas in de gemeente Jabalya. De ambtenaren van Jabalya hebben een vakorganisatie die het gebruikelijke vakbondswerk doet, maar ook waakt over de politieke onafhankelijkheid. Alle gemeenten in de Gazastrook, dus  ook Jabalya, zijn slachtoffer van de blokkade en de oorlog en voortdurende bombardementen omdat door  te weinig geld bij de overheid er helemaal niets naar gemeentebesturen gaat. Echter, Jabalya is de enige gemeente in de hele Gazastrook die vanuit de Palestijnse Autoriteit voor projecten zo’n  € 1.400.000 per jaar krijgt. Projecten op het gebied van onderwijs, jeugdzorg en gezondheidszorg.

    Armoede

    Vanwege de armoede van de bevolking is er voor de gemeente weinig mogelijkheiden om belastingen te innen. De enige mogelijkheid voor belastingheffing is op water. De gemeente kampt met een jaarlijks deficit en is in feite bankroet.  De gemeente Jabalya begrijpt dat samenwerken met de gemeente Groningen in de huidige politieke context onmogelijk is, maar wil wel graag samenwerken met NGO’s zoals wij. Dabboor verwoordde ook ideeën voor enkele projecten zoals bijvoorbeeld meer vrouwen in de gemeentepolitiek met als doel om de vrouwen te leren over democratie en meer vrouwen te betrekken bij politieke besluitvorming. Bij dit project wil men 100 “trainsters” opleiden die weer andere vrouwen kunnen opleiden.  En uit die honderd opgeleiden moeten drie vrouwelijke gemeenteraadsleden komen.

    Dabboor bezocht met een delegatie het afvalverwekingsbedrijf Attero, onder de rook van Groningen. Afval is volgens de gemeentesecretaris een groot probleem in Gaza. Het zorgt voor ongedierte, ziektes en een sterk verwaarloosde indruk. “We verzamelen per maand tonnen afval. We hebben 50 man in dienst die voor ons het huisafval verzamelen dat wij vervolgens verbranden”. Dat brengt een enorme luchtvervuiling met zich mee. Dabboor was onder de indruk hoe de Groningers met hun afval omgaan waarin recycling uitgangspunt is. Bovendien werkt Attero met een vegistingsoven voor biogas die zij weer leveren aan de streekbussen en taxi’s in de stad. Dabboor nodigde ter plekke de adviseur van Attero uit een tegenbezoek te brengen aan Gazastad om het afvalprobleem te tackelen.

    De komende dagen staan nog bezoeken op het programma aan vrouwencentrum Jasmijn en aan vertegenwoordigers van politieke partijen.

    verslag van bijeenkomst met Sadi Dabboor op vrijdag 19 april

  • Het conflikt uitgelegd in kaarten en statistieken

    [et_pb_section bb_built=”1″][et_pb_row][et_pb_column type=”4_4″][et_pb_text _builder_version=”3.0.93″ background_layout=”light”]

     

    In het kader van de serie “dossier het beloofde land” van het Groninger forum i.s.m. EAJG en St. Groningen-Jabalya hield de Israelische architecte Malkit Shoshan op donderdag 14 april  voor een geïnteresseerd publiek een lezing over haar project “Atlas of the conflict”

    Dit project heeft als uitgangspunt het beschrijven van het conflikt Israel/Palestina niet met woorden maar met behulp van  kaarten. Als jonge architecte kreeg zij als stagaire een opdracht om een winkelcentrum te ontwerpen in een wijk ten zuiden van Tel Aviv. Tot haar eigen verrrassing ontdekte zij dat het braakliggende terrein vroeger een Palestijnse begraafplaats  was geweest. Als het een joodse begraafplaats was geweest zou er niet gebouwd mogen worden. Dit zette haar ertoe aan  om verder onderzoek te doen. Zij ontdekte dat er veel meer verborgen sporen van de verdwenen Palestijnse maatschappij van voor ‘48 waren. Afkomstig  uit een standaard zionistisch gezin wist zij niets over het Palestijnse verleden. Dat was voor haar volkomen nieuw.

    Gedreven door nieuwsgierigheid is zij verder gaan zoeken en dat resulteerde uiteindelijk in het boek. Mevr. Soshan gaf een introductie hoe haar boek te gebruiken. Het bestaat uit twee delen: een atlas met kaarten die de ontwikkeling van de Israëlische en de Palestijnse aanwezigheid in de loop der tijd illustreren en een lexicon. Daarbij wordt over en weer voor toelichting verwezen. Als voorbeelden: de kaart van de meer dan 500 vernietigde Palestijnse dorpen, van de groei van de Israëlische nederzettingen, van de bestaande maar niet erkende Palestijnse dorpen (die dan ook op geen enkele officiële kaart staan en geen voorzieningen zoals electriciteit en water hebben).

    De Atlas heeft als hoofdstukken: grenzen, de Muur, patroon van nederzettingen, typologie van nederzettingen, demografie, landeigendom, landschappen, water, archeologie en Jeruzalem.Het is een manier om het conflikt op een andere manier  te presenteren. Als je alle ontwikkelingen in het conflikt met tekst wil beschrijven heb vele pagina’s nodig maar gebruik je kaarten dan blijkt dat je datzelfde verhaal veel krachtiger kunt laten zien.

    Zij benadrukte dat zij geen politiek boek heeft willen maken maar simpelweg de feiten op een rij heeft willen zetten. Dat is juist, maar feiten opschrijven of in dit geval optekenen in de politieke context in Israel is uiteindelijk een hele politieke daad. Dat het een politiek boek is blijkt wel uit de positieve reacties van Palestijnse zijde en de hate mail die ze ook heeft gekregen. Ook veelzeggend was dat zij desgevraagd bevestigde dat zij nu al weer een poos in Nederland woont bij haar nederlandse man, maar dat zij het niet erg vond om Israel te verlaten omdat zij zich steeds ongemakkerlijker had gevoeld in Israel. Als je eenmaal veel weet over wat er verborgen wordt gehouden kun je minder makkelijk met de officiele realiteit leven.

    Malkit Shoshan heeft een indrukwekkend document gemaakt. Een document dat bovendien nog zal worden aangevuld en  wellicht ook via internet een vervolg krijgt want ‘’zolang het conflikt bestaat is dit project niet af.’’

     

    Atlas of the conflict. 010 Publishers, Rotterdam 2010, ISBN 987-90-6450-688-8. € 34,50.

    download                             download (1)

    [/et_pb_text][/et_pb_column][/et_pb_row][/et_pb_section]

  • Een dubbele ramp: blokkade en crisis

    Steeds minder hulp voor vluchtelingenkamp Jabalya

     Een rapportage door Uthman Hanin*

    Inleiding en vertaling: Marco in ’t Veldt

     

    De UNWRA geeft noodhulp aan Palestijnse vluchtelingen in de Gazastrook. Veel vluchtelingen zijn volkomen afhankelijk van de organisatie. De UNRWA zou liever structurele hulp bieden zodat het land kan worden opgebouwd en de situatie zou verbeteren. Helaas verslechteren de omstandigheden alleen maar. De blokkade maakt iedere opbouw namelijk onmogelijk. Israel laat nauwelijks iets door. Daarom pleit de UNRWA er al sinds 2007 voor dat de blokkade wordt opgeheven. De UNRWA bestaat bij gratie van financiering door donorlanden. Nu die donorlanden het financieel moeilijk hebben door crisis, krijgt ook UNWRA veel minder geld binnen. Gevolg: bezuinigingen die ten koste gaan van de allerzwaksten. De organisatie bespaart op de eigen faciliteiten maar ook op medische ondersteuning aan de vluchtelingen, schoolboeken en hulp aan gehandicapten. Zelfs de voedselhulp zou kunnen verdwijnen. Wat dit in de praktijk voor gevolgen heeft, leest u hieronder in het verslag van Uthman Hanin uit Jabalya

    Vluchtelingenkamp Jabalya. Kinderen spelen in een smal stoffig steegje. De kleine huizen leunen tegen elkaar en laten nauwelijks ruimte voor doorgang. Het zijn huizen gevuld met de problemen van het leven. Achter alle muren vindt men leed.  De veertigjarige Umm Ibrahim is moeder van vijf dochters en een zoon. Zij is weduwe sinds haar man tien jaar geleden stierf. De opvoeding en opleiding van haar kinderen zijn haar levensdoel. Haar dochters hebben recht op onderwijs, vindt ze. Bittere armoede en ontberingen dwongen haar echter om haar dochter van school te halen, omdat ze de leermiddelen niet meer kan betalen.  Umm Ibrahim klaagt over de economische omstandigheden. Die maken het leven voor haar en haar zes kinderen elke dag zwaarder: “De situatie in het vluchtelingenkamp is uiterst moeilijk, en het gaat er niet gemakkelijker op worden. Iedere dag is een worsteling. Om kinderen naar school te laten gaan, moet je als ouder steeds meer zelf betalen een aanschaffen, terwijl de hulp van UNRWA afneemt en schaars wordt.”

    Palestinian students crammed in the schools of Relief and Works Agency refugees "UNRWA"

    Jabalya ligt in het noordoosten van de Gazastrook. Het is het grootste vluchtelingenkamp in Gaza. Het is dichtbevolkt met duizenden mensen in kleine huizen. UNWRA heeft er veel scholen.  Umm Ibrahim: “UNRWA hielp mijn kinderen met de schoolbehoeften, zoals schijfpapier, schriften, en de organisatie distribueerde voedsel. Ze waren echt een helpende hand, uitgestrekt naar arme mensen zoals ik en anderen in het kamp. Maar nu is de steun aan leermiddelen minimaal geworden en dreigt helemaal te stoppen.  Haar zoon onderbreekt haar en geeft een voorbeeld: “We moeten nu zelfs het papier betalen waarop onze examenvragen worden gedrukt. Aan de andere kant stopt de financiële steun. Ook krijgen we geen gratis schooltassen meer, zoals vroeger. Het niveau van de school loopt steeds verder terug. Wie kan zich nu concentreren met wel vijftig leerlingen in één klas?”

    De vijftigjarige Naäma Kaferna sluit zich daarbij aan. Zij woont ook in het kamp en is een weduwe met zes dochters. Ze is ontevreden nu het steeds zwaarder wordt om de schoolspullen te bekostigen. De kinderen moeten een schooluniform hebben, zakgeld en nu moeten ze dus ook het drukken van de examenvragen zelf betalen.  Kafarna: “UNRWA hielp de studenten vroeger meer dan tegenwoordig. Vroeger ontvingen ouders iedere drie of vier maand 100 NIS (Nieuwe Israëlische Shekel) voor iedere leerling, als steun voor het grootbrengen van de kinderen.”  Kafarna verwacht dat het de komende tijd in alle opzichten nog erger wordt. Doordat de steun terugloopt verslechtert ook haar sociale positie. Daarnaast  loopt de kwaliteit van het hele schoolsysteem terug.

    Palestinian students crammed in the schools of Relief and Works Agency refugees "UNRWA"

    De UNWRA is zelf ook somber over de toekomst. Volgens de hulporganisatie zullen er steeds meer hulpprogramma’s voor de Palestijnse vluchtelingen vervallen door geldgebrek.  UNWRA helpt Palestijnse vluchtelingen al sinds haar oprichting op 8 december 1949. Toen namen de Verenigde Naties resolutie 302 aan. Daarin werd de hulp aan Palestijnse vluchtelingen geregeld. Die vluchtelingen zijn te vinden in de Gazastrook, op de Westelijke Jordaanoever, en in Libanon, Syrië en Jordanië.

     

    Palestinian students return to their school of the (UNRWA) in the first day of new school year in in Deir al-Balah ,central Gaza Strip

    Abu Saleh (57) is leraar Engels. Hij klaagt: “De klassen in de UNRWA-scholen puilen uit. Het aantal leerlingen is tegenwoordig erg groot en het aantal lokalen is te klein om het groeiende aantal leerlingen op te vangen. Daardoor moet UNRWA de school in een tweeploegendienst laten draaien, met een ochtend- en een avondklas.”  Saleh ziet wel manieren om de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren: meer schoolgebouwen, minder leerlingen in de klas, afschaffing van de avondklassen, workshops en bijeenkomsten om de communicatie met ouders te verbeteren, betere gezondheidszorg en – ook niet onbelangrijk – controle op het schoonhouden van de toiletten.  Saleh: “De kinderen van de vluchtelingen kunnen nu tot ongeveer hun vijftiende rekenen op gratis basisonderwijs. Maar er zijn in Jabalya slechts veertig scholen met ongeveer 30.000 leerlingen.”

    Khalil Al Halabi is Vice-directeur Onderwijs van UNRWA in Jabalya. Hij is de man die de plannen van Abu Saleh zou kunnen uitvoeren. Sterker nog, hij zou het graag willen.  Al Halabi onthulde daarom onlangs een plan voor de bouw van honderd scholen in de Gazastrook. Daarmee zou er een einde komen aan de overbevolking van de klaslokalen. En er zou een eind komen aan het systeem van  avond- en ochtendklassen. Leerlingen zouden voortaan allemaal ’s morgens naar school moeten gaan. De plannen van Al Halabi lopen echter tegen één groot probleem op: geld.  Al Halabi moet zich tevreden stellen met wat zijn organisatie wel doet: “Voor UNRWA zijn alle leerlingen belangrijk en de organisatie verstrekt hen de dagelijkse levensmiddelen. Aan het begin van ieder leerjaar houden we  bovendien een gezondheids-onderzoek, een enquête met vragen over de persoonlijke gezondheid en een grondig medisch onderzoek van dertig minuten. We testen bloed, urine, ontlasting, zicht en gehoor.”  Al Halabi wijst er op dat UNRWA overal de financiële steun in contanten heeft opgeschort, omdat de organisatie geldproblemen ondervindt door de financiële crisis.

    Geldgebrek van de UNRWA heeft er toe geleid dat de hulp aan de Palestijnen overal veel minder is geworden, niet alleen in Gaza maar ook op de andere plekken waar de vluchtelingen wonen. Er is zelfs een kans dat de noodprogramma van de voedseldistributie moet stoppen. Dat zou een ramp betekenen, niet alleen voor alleenstaande moeders met kinderen zoals Umm Ibrahim en Kafarna. In Gaza is de werkeloosheid 70%. Daardoor is een groot aantal gezinnen volledig op de voedselhulp aangewezen. Wat gebeurt er met hen, als de hulp ophoudt?

     

    De UNRWA in Gaza in cijfers

    1,167,572 geregistreeerde vluchtelingen

    Acht kampen

    243 scholen met 218,048 leerlingen

    21 gezondheidscentra

    *Uthman Hanin is lid van het Doha Centre for Media Freedom Palestine een journalistencollectief. Op ons verzoek schrijven zij een serie artikelen over de situatie in de Gazastrook. 

    Eerdere artikelen van het Doha Centre

    Genade of straf? Het gebied dat leven en dood scheidt…. een bittere werkelijkheid

    Eigenaars van verwoeste huizen wachten nog steeds op wederopbouw

     

  • Ter land, ter zee en ondergronds

    door Lydia de Leeuw

    Tijdens de kalmere perioden in de Gazastrook gaat het openbare leven, vooral binnen de steden zijn gangetje. Tot op zekere hoogte. Er zijn echter gebieden in de Gazastrook waar je onafhankelijk van relatieve kalmte altijd levensgevaar loopt. Iedere dag betreden vele mannen, vrouwen en kinderen deze gevarenzones, om hun families van inkomen te voorzien.

    wat ooit landbouwgrond was is nu een lege bufferzone

    De meest zichtbare gevarenzone is het grensgebied tussen de Gazastrook en Israël. Daar heeft het Israëlische leger een zogenaamde ‘bufferzone’ gecreëerd, die tussen de 0,5 en 2 kilometer in de kuststrook reikt. Het gebied bestrijkt bijna eenderde van Gaza’s landbouwgrond. Alles wat zich in die zone begeeft, wordt met scherp beschoten vanuit wachttorens die over de gehele lengte van de grens staan.

    De term bufferzone doet voorkomen alsof militaire doeleinden of een veiligheidsoverweging aan dit ‘shoot to kill’ beleid ten grondslag liggen. De vele burgers (inclusief kinderen) die tijdens het werken op het land, verzamelen van schroot of doen van huishoudelijke bezigheden zijn verwond en gedood door het leger, illustreren een ander beeld. De landbouwgrond in het gehele gebied is met de grond gelijk gemaakt en duizenden mensen hebben hun woningen moeten verlaten vanwege de levensgevaarlijke omstandigheden en vernietiging van hun huizen en grond.

    Enkele weken geleden bezocht ik één van de families die hun huis en grond achter heeft moeten laten. De vader van het gezin probeert af en toe nog op het land te werken, maar realiseert zich dat hij daarmee zijn leven riskeert. Hij zegt: ,,We hebben geen andere keus. Waar moeten we dan naartoe en waar moeten we van leven? Dit is onze grond”.

    Het gezin woont nu op de benedenverdieping van een huis een eindje bij de bufferzone vandaan. Het heeft geen geld om de huur ervan te betalen nu hun landbouwgrond vrijwel ontoegankelijk is geworden. De vader en dochters zien er slecht uit. Donkere wallen onder hun ogen, erg mager en afwezig. De moeder heeft de broek aan in huis en probeert het haar gasten zo goed en kwaad als het gaat naar de zin te maken. Aan de gastvrijheid wordt niet getornd. Na het eten van een warme maaltijd en drinken van (heel veel) thee vertelt de moeder wat meer over de gezondheid van de kinderen. Na alles wat ze aan beschietingen, dood en verderf in de bufferzone hebben meegemaakt, hebben haar dochters psychische en lichamelijke klachten. De angst zit in haar kinderen en ze weet niet hoe ze die er ooit nog uitkrijgt.

    De andere gevarenzone ligt in de viswateren van de Gazastrook, in dezelfde onbezorgde Mediteraanse zee als die van onze vakantiebestemmingen. Vissers uit de Gazastrook gooien er al sinds mensenheugenis hun netten uit. De afstand die vissers tegenwoordig vanaf het land kunnen afleggen totdat ze worden tegengehouden door de kogels, waterkanonnen, vernielingen en arrestaties van de Israëlische marine, wordt steeds kleiner.

    De afgelopen decennia heeft Israël het overgrote deel van de Palestijnse territoriale wateren tot no-go area verklaard. Daarmee is het voor veel vissers onmogelijk geworden visvangsten binnen te halen. De beste en meeste vis bevindt zich namelijk in het ‘verboden’ gebied. Gaza’s rijke historie in de visserij wordt langzaam tot een gesloten hoofdstuk verklaard. De ruim achtduizend mannen die in de visindustrie werken ondervinden de grootste moeite om hun families van een inkomen te voorzien. De vissers op zee mogen al blij zijn als ze heelhuids en zonder schade aan de boten terug kunnen keren naar hun havens.

    Mohammed el Najjar visser in Rafah

    Mohammed el Najjar is één van de oude rotten in het vak. Wanneer ik hem ontmoet, zit hij in alle rust in een rieten hut in Rafah een visnet te repareren. Enkele mannelijke familieleden liggen aan de andere kant van de hut een dutje te doen. Voor mijn gevoel loop ik een onbezorgd tafereel binnen, met het geluid van de zee op de achtergrond. Maar zoals vaker hier in de Gazastrook komen na enkele minuten praten grimmige verhalen van een weerbarstige realiteit naar boven.

    Mohammed vaart niet meer. Zijn boot en materieel zijn tijdens het vissen geconfisqueerd door de Israëlische marine en liggen al maanden in de Israëlische haven Ashdod. Zijn twee zoons hebben nog wel een boot waarop ze mee kunnen varen om te vissen, maar hij is erg bezorgd over ze. Ze lopen het risico gearresteerd of aangevallen te worden, zelfs wanneer ze in de door Israël aangewezen watergrenzen blijven. Met Mohammed en zijn familie zijn nog vijfenzestigduizend andere Palestijnen direct de dupe van ingeperkte viswateren.

    Tenslotte: de donkere, stoffige smokkeltunnels ten zuiden van Rafah. Die zijn als paddestoelen uit de grond geschoten sinds de afsluiting van de Gazastrook voor grote tekorten zorgt. De tunnels zorgen voornamelijk voor de toevoer van bouwmaterialen en etenswaren die door Israël niet of onvoldoende binnengelaten worden.

    een smokkeltunnel bijna 25 meter onder de grond
    een smokkeltunnel bijna 25 meter onder de grond

    Wanneer een collega en ik door het gebied van de tunnelingangen (ten zuiden van Rafah) binnengaan worden we soms met argwaan tegemoet getreden en soms hartelijk verwelkomd. Bij een aantal tunnels reageren de mannen enigszins vijandig en nerveus. Enkele sjouwers zeggen dat een dag na het bezoek van buitenlandse journalisten vlakbij hun tunnel bombardementen werden uitgevoerd door de Israëlische luchtmacht. Sindsdien vertrouwen ze niemand meer en staan ze niet toe dat er gefotografeerd wordt.

    Het zijn niet alleen de Israëlische luchtaanvallen die voor doden en gewonden zorgen. Ook instortingsgevaar en sporadische maatregelen van de Egyptische autoriteiten dragen bij aan de risico’s.

    Het enige voordeel van het werken in de tunnels, is dat je er even kunt ontsnappen aan de zomerhitte. Daar probeerden enkele smokkelaars dan ook zoveel mogelijk grappen uit te halen toen ik ze vroeg naar hun ondergrondse leven. Met humor kom je een heel eind. Tussen de hondervijfig en achthonderd meter om precies te zijn. Dat is de lengte van de smokkeltunnels tussen de Gazastrook en Egypte. De tunnels voor zwaar materiaal, zoals cement en stenen, bevinden zich op zo’n 24,5 meter diepte.

    Zodra ik in een takellift enkele meters was afgedaald begonnen mijn longen zich al te verzetten tegen het stof. Daar hebben we weer zo’n buitenlandse softie, zullen die mannen in die tunnel gedacht hebben toen ze mij hoorden hoesten en proesten. Ook al lag het antwoord voor de hand, toch vroeg ik de smokkelaars hoe ze zich over de risico’s heen zetten; wat maakt dat ze iedere dag weer die tunnel weer in durven gaan? Een man die bezig was frisdrank naar boven te takelen antwoordde zonder aarzelen: ,,Ik sterf liever tijdens m’n werk dan dat ik om kom van de honger”. Dat de geldnood hoog is onder deze mannen blijkt wel uit het loon wat ze ontvangen: voor een week werken (12 uur per dag) ontvangen ze ongeveer 140 dollar. En daar moeten veel monden van gevoed worden. Je eten of je leven, daar komt het op neer in deze krimpende kuststrook.